Expertisepunt Open Overheid

Nieuwe Open eGovernment services voor 2030?

Clarity is een door de Europese Commissie gefinancierd project waarin een consortium, met onder andere de Waag, werkt aan het opstellen van uitgangspunten voor Open eGovernement services. In deze blog neemt Paul Suijkerbuijk jullie mee in de vorming van ideeën tijdens een bijeenkomst met de Waag. Een kijkje in de keuken:

Clarity: digitale diensten & vertrouwen van burgers
Het project Clarity onderzoekt hoe de overheid digitale diensten kan aanbieden die het vertrouwen van burgers vergroten en die transparantie en efficiëntie bevorderen. Om dit te onderzoeken worden bij verschillende doelgroepen behoefte onderzoeken gedaan en succesvolle voorbeelden van nieuwe en opkomende technologieën verzameld.

WeGovernment, Capital Control of YourAuthorITy?
Hoe functioneert de overheid in 2030 en hoe wordt de samenleving bestuurd? Hoe verschuift de relatie tussen de ontwikkeling van technologie en de veranderende rol en positie van de overheid? Wat kunnen we verwachten en hoe sturen we bij? Aan de hand van drie scenario’s verkennen we welke impact verschillende keuzes van de overheid mogelijk heeft op de samenleving rond 2030.

Elk van de aanwezigen verplaatste zich in een zelf ontwikkelde ‘persona’, die in verschillende werelden met ‘de overheid’ te stellen krijgt. Zo vormen we de contouren van een gezamenlijke visie op open governance.

Allereerst zijn gezamenlijk een vijftal waarden gedefinieerd. Waarden die vanuit de eigen ervaringen en gedachten zijn voortgekomen. De waarden Autonomie, Samen, Open, Vooruitgang en Eerlijkheid geven een houvast bij de verkenning van de scenario’s. Zijn dit dé waarden? Vast niet allemaal, maar ze helpen voor nu bij de verkenning.

Scenario 1: WeGovernment
Centraal in dit scenario staat de decentralisering van beleidsvorming en actieve zeggenschap van de burger. Burgers gaan zelf lokaal bij elkaar zitten en/of laten via internet hun stem horen (als individu of als groep). Wat lokaal kan worden opgelost, gebeurt lokaal. Maar mensen hebben ook inspraak bij grotere vraagstukken. Via open source ICT systemen wordt ieders stem meegenomen tot op het niveau van Europa. De overheid is een soort bemiddelaar die groepen en stakeholders inschakelt die met een vraagstuk te maken hebben.

 

Scenario 2: Capital control
In dit scenario overheerst de privatisering van beleidsvorming en -uitvoering. Het bedrijfsleven komt voorop komt te staan. Burgers hebben steeds minder recht op bepaalde voorzieningen; je moet het allemaal kopen. De overheid speelt een kleine rol, vooral in dienst van het bedrijfsleven, door het financieel kapitaal te steunen en beveiligen, in plaats van de burger. Geld en financiële waarde is ook waar in het algemeen op wordt gestuurd. En waarméé wordt gestuurd: steeds vaker hangt de levering van een voorziening of oplossing af van je inkomen of je ranking.

 


Scenario 3: YourAuthorITy
Hier domineert de bureaucratisering van beleidsvorming en -uitvoering. Dat werkt vaak averechts, maar het bestuur handhaaft zich met autoritaire tactieken. Of de overheid nu wel of niet goed zorg voor het publiek belang, is onduidelijk: met gepersonaliseerde PR en nepnieuws houden ze in elk geval de schone schijn op. Mensen die zich niet gedragen, worden niet alleen overgeslagen, maar krijgen ook boetes en verminderde burgerrechten. Verkiezingen en referenda vinden wel plaats, maar lijken meer op (slecht) theater dan op politiek. De overheid zelf heeft ook niet alles meer onder controle, want zelfsturende computersystemen nemen de meeste dagelijkse besluiten.

 

Het gesprek over de scenario’s was best een worsteling. De ‘persona’s’ vonden de inrichting van de overheid helemaal niet zo belangrijk. Zo lang diensten maar geleverd worden, het rijbewijs eenvoudig aan te vragen is en de AOW op tijd op de rekening staat. De politieke kant van de overheid staat op afstand. Eens in de zoveel tijd kan er gestemd worden, maar de invloed van die politieke overheid op de uitvoering is nauwelijks zichtbaar.

Het project Clarity onderzoekt nu de impact van de keuzes en strategie van de overheid, maar uiteindelijk zullen we pas in 2030 weten of we een beetje in de goede richting hebben gedacht.

Welk scenario past volgens jou het beste? Of heb je juiste andere ideeën voor een scenario? Laat het weten via paul@open-overheid.nl.

Meer informatie over het project en het consortium is beschikbaar op de website van Clarity.

Data in de openbare ruimte

Bijeenkomst bij GeoNovum

Op 31 maart organiseerde GeoNovum een klankbordgroepbijeenkomst over data in de openbare ruimte. De belangrijkste vraag was: hoe gaan we om met het verzamelen van data in de openbare ruimte? Data wordt volop verzameld in de openbare ruimte: via WiFi scanners, Bluetooth scanners, maar ook via vaste of mobiele camera’s.

In publieke ruimte verzamelde data openbaar?
De gemeente Eindhoven schreef eind 2015 in een raadsinformatie brief dat alle in de openbare ruimte verzamelde data ook weer ter beschikking van het publiek gesteld moet worden. Dat wil zeggen, na anonimiseren als Open Data.

Maar wat betekent dit besluit voor innovatie en hoe moet een overheid hiermee omgaan in regelgeving? GeoNovum werkt aan het opstellen van een aantal tools om overheden hiermee te helpen, maar eerst moet vastgesteld worden om welke belangen het gaat.

Inventariseren
Een inventarisatieronde onder de deelnemers van de klankbordgroep levert inzichten op over privacy. Maar ook over de belangenafweging tussen het individu en de maatschappij en over hoe die afweging dan zou moeten worden gemaakt. Het belang van innovatie en open data kwam ook nadrukkelijk naar voren.

Deze input is verzameld met dank aan de gemeenten Zwolle, Nijmegen en Eindhoven. Ook werkten het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) en het Leer- en Expertisepunt Open Overheid hieraan mee.

Vanuit GeoNovum houdt Marc de Vries zich de komende tijd bezig met het inventariseren en ontwikkelen van tools. Mocht je voorbeelden hebben waarin het verzamelen van data in de openbare ruimte en het maken van een belangenafweging plaats vindt, stuur dan even een bericht naar m.devries@geonovum.nl of naar paul@open-overheid.nl.

 

CBR: Open Aanpak voor innovatie

Het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen) nodigde Paul Suijkerbuijk van het Leer- en Expertisepunt Open Overheid uit om mee te denken over innovatie bij het CBR. Paul doet verslag in zijn blog hieronder:

Rol van het CBR
Bijna iedereen krijgt wel een keer met het CBR te maken. Zodra je een voertuig wilt besturen moet je een keer langs bij het CBR om je rijvaardigheid te testen. De meeste mensen komen via het autorijbewijs in aanraking met het CBR, maar ook voor het besturen van een tractor of vliegtuig moet je bij het CBR zijn. Je laat dan zien dat je voldoet aan de exameneisen en in staat bent om een voertuig te besturen. Dat voertuig kan net zo goed een Toyota Starlet als een Tesla zijn. En dan ontstaat er toch wel een klein probleem: stel dat iemand komt afrijden in een Tesla en die Tesla grijpt al in voordat de bestuurder of examinator dat kan doen, en daarmee was dus de veiligheid niet in het geding, is de bestuurder dan rijvaardig of niet?

Nieuwe technologische ontwikkelingen zorgen voor veel vragen over de manier waarop het CBR de rijvaardigheid van een bestuurder vaststelt. Zeker als de rol van de bestuurder steeds kleiner wordt: een zelfrijdende auto lijkt niet meer zo heel ver weg.

Open Aanpak
Het CBR heeft gekozen voor een Open Aanpak in innovatie om met hun vragen aan de slag te gaan. Er is een bijeenkomst georganiseerd met deelnemers vanuit verschillende hoeken, sprekers met een singularity University achtergrond, maar ook ontwikkelaars van Virtual Reality omgevingen en organisatiedeskundigen van banken. Deze Open Aanpak van het CBR heeft hen zeker verder geholpen in het denken over innovatie. Al moet ik wel zeggen, dat ik zelf al onder de indruk was van hoever het CBR is op het gebied van innovatie. De ontwikkeling van examens met virtuele beelden en de ontwikkeling van beeldmateriaal waarin met eenvoudige animaties een verkeerssituatie voor mensen met dyslexie ook in een keer duidelijk is, zijn hier goede voorbeelden van.

Open Data
Mijn bijdrage, zoals te verwachten, lag vooral op het vlak van Open Data. Welke kansen zijn er om samenwerking te ontwikkelen tussen organisaties die zich allemaal bezig houden met verkeersveiligheid?

Met het beschikbaar stellen van Open Data kan innovatie ook vanuit andere hoeken komen. Denk aan universiteiten voor onderzoek, de auto-industrie voor technische ontwikkeling of maatschappelijke organisaties die werken aan veiligheid in de openbare ruimte.

Lessen voor innovatie
Het was mooi om te zien dat het CBR blij was met alle geoogste ideeën en dat zij deze ideeën meenemen in de verdere ontwikkelingen. De belangrijkste lessen die ik uit de bijeenkomst haal zijn:

1. Een Open Aanpak in innovatie werkt: je wordt geholpen met innovatie op manieren die je zelf niet direct voorzag;
2. Open Data maakt verbindingen met andere partijen mogelijk, die zonder Open Data niet kunnen ontstaan.

Een open samenwerking met een start-up, waarom en wat zijn de mogelijkheden?

Dit kennisinstrument gaat in op de vraag hoe de overheid de innovatieve kracht van start-ups kan benutten. Het werken met start-ups is nog geen gemeengoed. Het vergt een Open Aanpak van overheidsorganisaties om deze innovatiekracht in te kunnen zetten, een traditionele werkwijze past hier niet bij. Dit kennisinstrument zal op basis van ervaringen en ontwikkelingen worden doorontwikkeld.

De werkwijze van start-ups en overheid zijn niet altijd hetzelfde: waar de overheid zich vooral richt op volledigheid en zorgvuldigheid ontwikkelt een start-up veel vaker met ontwikkelingsmethoden als agile en scrum. Snelheid van ontwikkelen en veel proberen zijn dan veel belangrijker. En toch zijn er momenten waarop snel ontwikkelen voor de overheid zelf ook goed zou werken. Om dat als overheid te gaan doen is ingewikkeld. Beter is het dan om de innovatieve kracht van start-ups te gebruiken.

Op een open en innovatieve manier van werken met start-ups betekent een Open Aanpak. Het initiatief dat je neemt is niet meer een initiatief van een overheidsorganisatie maar het gevolg van samenwerking tussen partijen. Daarnaast kan een overheidsorganisatie ook nog zijn data aanbieden als Open Data.

De vraag is dan, hoe doe je dat? Hoe kun je als overheid een start-up inzetten voor innovatiekracht?

Wat doet een start-up
Start-ups zijn jonge bedrijven met een innovatief idee of product dat schaalbaar is. Start-ups hebben een ambitie om te groeien en werken volgens de ‘lean start-up methode’, dat wil zeggen dat je experimenteert, meteen feedback uit de markt ophaalt en en aan de hand daarvan je product verbetert. Over het algemeen krijg je het label start-up als je organisatie niet ouder is dan 3 jaar.

Hackathon
Een hackathon organiseer je door een aantal ontwikkelaars uit te nodigen om samen aan het ontwikkelen van apps of andere oplossingen te werken. Bij een hackathon is het handig om data beschikbaar te stellen in de vorm van open data, natuurlijk altijd handig om die open data dan ook gelijk structureel beschikbaar te stellen en beschikbaar te maken via data.overheid.nl. Een hackathon kun je ook organiseren met een specifiek vraagstuk als uitgangspunt. Die partijen die de beste oplossing maken voor dit specifieke vraagstuk krijgen daarvoor een prijs. Onderdeel van die prijs kan zijn dat er tegenover de financiële genoegdoening een doorontwikkeling van de toepassing staat. Een hackathon organiseren is nog niet zo eenvoudig. Je moet voldoende innovatieve partijen zoeken, een goede jury om de oplossingen te beoordelen, ruimte waar de hackathon plaats kan vinden en ook je organisatie moet hierin mee willen gaan. De oplossingen die ontwikkeld worden op een hackathon zijn vaak in een zeer korte tijdspanne ontwikkeld. Het is dan ook de vraag wat er kwalitatief verwacht mag worden van een dergelijke oplossing. Ook is de vraag wie uiteindelijk de eigenaar van de gemaakte oplossing wordt. Hackathons worden al langere tijd georganiseerd en het wordt ook steeds moeilijker om ontwikkelaars bij elkaar te krijgen die hun kostbare tijd aan hackathons willen besteden. Daarom is het handig om te bekijken of je de vraag nog specifieker uit kunt zetten door middel van een aanbesteding.

Aanbesteding
Veel gemeenten en overheidsinstellingen verkennen mogelijkheden om meer innovatie te kunnen inkopen en hoe ze dat op een vernieuwende manier kunnen doen.

Ze kijken naar nieuwe contractvormen, samenwerkingsovereenkomsten en co-creatie met innovatieve partijen. Daarnaast zetten ze het aanbestedingsproces in om innovatie in de markt te stimuleren en overheidscontracten toegankelijker te maken voor kleinere partijen.

Van het woord ‘aanbesteden’ krijgen veel mensen kriebels, ze denken meteen aan een maandenlang traject waarin grote hoeveelheden juridische teksten moeten worden geproduceerd. Gemeenten en overheidsinstellingen hebben aanbestedingsspecialisten in dienst om alles in goede banen te leiden. Start-ups, aan de andere kant, weten vaak niet wat hun rechten en plichten zijn in een aanbesteding en welke informatie relevant is uit de dikke pakken papier. Ze hebben simpelweg de tijd en kennis niet om mee te doen in een aanbesteding. Daarnaast voldoen ze vaak niet aan de eisen die gesteld worden door de aanbestedende partij. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd om omzetcijfers van de afgelopen 3 jaar of 5-10 jaar ervaring in het betreffende domein. Deze eisen zijn voor start-ups onhaalbaar, waardoor overheden en start-ups elkaar vaak niet vinden.

Hoe kun je innovatief inkopen bij start-ups zonder een maandenlang traject?
Startup in Residence is een nieuw concept waarbij gemeentelijke en overheidsinstanties ‘urban challenges’ bij start-ups neerleggen. Via dit programma kunnen start-ups meedoen in een (potentieel grote) aanbesteding terwijl ze werken aan hun eigen product of service én een maatschappelijk probleem oplossen.

Wat er wordt gegund is een programma van vijf maanden waarin start-ups hun producten of diensten verder ontwikkelen, onder inhoudelijke begeleiding van ambtenaren en ondernemers. Na deze vijf maanden heeft de aanbestedende dienst de mogelijkheid om op te treden als (eerste) klant of investeerder.

De criteria die worden gesteld zijn bijvoorbeeld: de onderneming mag niet langer dan drie jaar ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel en de onderneming mag niet meer dan tien betaalde werknemers hebben.

In dit format wordt een Europese aanbesteding gedaan. Het is nog steeds een volwaardig aanbestedingstraject, alleen een stuk korter dan acht maanden en met overzichtelijke en duidelijke pakken papier!

Stimulering van productontwikkeling (SBIR)
Een andere manier om te komen tot productontwikkeling biedt de overheid in de vorm van een SBIR-programma. SBIR staat voor Small Business Innovation Research. Een ministerie of andere overheidsdienst identificeert een specifieke uitdaging en stelt een budget beschikbaar. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ondersteunt bij het beschrijven van het vraagstuk in een SBIR-oproep en maakt deze oproep vervolgens openbaar. RVO informeert het bedrijfsleven en begeleidt het proces. Meer informatie over deze aanpak wordt gegeven op de website van RVO

PIANOo
PIANOo is het expertise centrum aanbesteden van de overheid. PIANOo geeft een zeer rijk overzicht van de manieren waarop de overheid innovaties kan inkopen, bijvoorbeeld door doelgericht het bedrijfsleven uit te dagen een innovatieve oplossing te ontwikkelen voor haar probleem. Of zij kan ruimte bieden aan marktpartijen om een ontwikkelde innovatieve oplossing aan te bieden. De routekaart van PIANOo bij aanbesteden is weergegeven in een metrokaart inkopen en aanbesteden

Aanbod van innovaties
Ook komt het voor dat innovaties zich aandienen. Ontwikkelaars bieden hun idee aan de overheid aan. Voor Rijkswaterstaat bleek het ingewikkeld om op een goede manier met deze innovaties om te gaan totdat de afdeling innovatie en markt er op een andere manier mee omging, juist actief inzetten op het versnellen van de innovaties. Via het LEF Future Center en Board of Innovation is de RWS accelerator opgezet. Op deze manier kunnen innovatieve ideeën gesteund worden.

Definieer een duidelijke vraag
Via PIANOo, SBIR, Hackathons en accelerators zijn er veel manieren om innovaties en start-ups in te zetten voor de doelen van de eigen organisaties. Maar voordat het zover is moet je een goed inzicht krijgen in de eigenlijke vraag die er is. Welke maatschappelijke vraag moet opgelost worden. Vaak een vraagstuk vanuit de eigen organisatie gedefinieerd en dan is het maar net de vraag of dat ook écht het vraagstuk is wat er opgelost moet worden. Om te kunnen achterhalen wat de echte vraag is moet er gesproken worden met alle stakeholders. Dus met de betrokkenen bij de vraag, partijen die een mogelijke oplossing hebben en de overheid. Organiseer rondetafelgesprekken om de goede vraag te definiëren. Deze gesprekken kunnen worden geïnitieerd en gefaciliteerd door de overheid, maar niet geregisseerd, het is aan alle partijen om daar met de goede ideeën en oplossingen te komen. Een open gesprek dus.

Open Data
Open Data kan een goed startpunt zijn voor de ontwikkeling van oplossingen. Het is de grondstof voor heel veel ontwikkelaars om een probleem te lijf te gaan. Zou kunnen geografische data helpen bij het maken van plattegronden en kaarten, kunnen statistische gegevens helpen bij inzichten in samenstellingen van wijken en kan financiële data helpen bij het opzetten van andere financieringsmodellen voor wijkinitiatieven. Er zijn maar weinig oplossingen waar Open Data níet een belangrijk startpunt vormen. Stel de data beschikbaar via een Open Data portaal en zorg voor vindbaarheid van de data via data.overheid.nl.

Eigenaarschap
Als overheden betrokken zijn bij de totstandkoming van oplossingen is het meestal ook de overheid die de verantwoordelijkheid voelt voor de oplossing. Dat is in het kader van continuïteit en zorgvuldigheid vaak ook wel een belangrijk uitgangspunt maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Het kan best zijn dat een oplossing ook gedragen kan worden door een ander initiatief of samenwerkingsverband en dat de rol van de overheid vooral bestaat uit het mogelijk maken van de oplossing, bijvoorbeeld door uitwisseling van informatie (Open Data) en door de aansluiting op de processen binnen de gemeente. Maar het is zeker de moeite waard om te overwegen de overheid niet de eigenaar van de oplossing te laten zijn.

Betrokkenheid van de organisatie
Innovatieve oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken moeten ook bekend zijn bij de overheid of aansluiten op de gemeentelijke processen. Zo kan er vanuit het Klant Contact Centrum (KCC) worden door verwezen naar een bepaalde oplossing of kan de communicatieafdeling dit bekendmaken. Verder kunnen er aansluitingen zijn op technisch vlak voor de uitwisseling van data, maar ook op het vlak van juridische en financiële afdelingen is het zinvol om de werking van de start-up goed bekend te hebben. Ook voor de lange termijn ontwikkeling is betrokkenheid van de organisatie van belang. De doorontwikkeling van de oplossing op lange termijn moet ook samen met de organisatie gemaakt worden.

Deel je ervaringen
Het werken met start-ups en innovatieve ondernemers is nog geen gemeengoed. Daarom is het delen van de ervaringen met dit type trajecten zinvol voor iedereen om daarvan te leren. Deel je ervaringen met een open aanpak, dat kan ook hier op www.open-overheid.nl, bijvoorbeeld via onze initiatievenkaart

Tips:

  1. Zorg voor een open aanpak bij het werken met start-ups en innovatieve ondernemers
  2. Kijk of een hackathon een goede manier is om innovatieve oplossingen te verkrijgen
  3. Zorg voor een innovatief aanbestedingsproces
  4. Maak gebruik van regelingen en diensten van de overheid als SBIR en PIANOo
  5. Anticipeer op aanbod van innovatieve oplossingen zoals Rijkswaterstaat dat doet
  6. Definieer een heldere en duidelijke maatschappelijke vraag in samenwerking met alle stakeholders
  7. Stel Open Data beschikbaar voor het maken van oplossingen
  8. Eigenaarschap van de oplossing hoeft niet altijd bij de overheid te liggen
  9. Betrek de eigen organisatie
  10. Deel de ervaringen

 

8 uitgangspunten voor Open Data

Op 22 juni 2016 stuurde de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de uitgangspunten voor Open Data van de overheid aan de Tweede Kamer. In de praktijk merk ik dat deze uitgangspunten nog niet bij iedereen bekend zijn. Daarom dit overzicht van de uitgangspunten en een toelichting daarop. Komende tijd zal ik dieper ingaan op deze uitgangspunten. Heb je een vraag of opmerkingen over deze uitgangspunten? Dan horen we het natuurlijk graag.

Uitgangspunten

1. Afwegingskader voor openbaarheid.
2. Open Data zijn gratis.
3. Open Data zijn vrij van rechten van derden.
4. Open Data zijn zonder registratie toegankelijk.
5. Open Data zijn computerverwerkbaar.
6. Open Data zijn voorzien van metadata.
7. Open Data zijn zo volledig en onbewerkt als mogelijk.
8. Open Data zijn vindbaar.

1. Afwegingskader voor openbaarheid.
Data van een overheidsorganisatie worden proactief beschikbaar gesteld als Open Data als er geen uitzonderings- of beperkingsgronden van de Wet openbaarheid van bestuur of bijzondere openbaarmakingsregelingen van toepassing zijn. Bij het beschikbaar stellen als Open Data dient een afweging plaats te vinden of de data bij hergebruik risico’s opleveren voor fundamentele waarden en privacy of daarmee in strijd zijn.

2. Open Data zijn gratis.
Een overheidsorganisatie brengt geen kosten in rekening voor het beschikbaar stellen van Open Data, tenzij wet- en regelgeving dit anderszins regelt.

3. Open Data zijn vrij van rechten van derden.
Open Data worden gevrijwaard van rechten van derden door vrijgave met een CC0 verklaring. Indien de vermelding van de bron van de data van belang is voor een overheidsorganisatie, kunnen Open Data worden vrijgegeven met een CC-By verklaring.

4. Open Data zijn zonder registratie toegankelijk.
Open Data zijn toegankelijk zonder dat er enige vorm van registratie van gegevens van de potentiële gebruiker plaatsvindt.

5. Open Data zijn computerverwerkbaar.
Open Data worden aangeboden op een manier die verdere verwerking met een computer mogelijk maakt. Bij voorkeur worden Open Data beschikbaar gesteld in een open standaard.

6. Open Data zijn voorzien van metadata.
Open Data zijn voorzien van metadata conform de DCAT-AP standaard.

7. Open Data zijn zo volledig en onbewerkt als mogelijk.
Open Data worden door een overheidsorganisatie beschikbaar gesteld in een vorm die hergebruik ondersteunt, bijvoorbeeld in de vorm van API’s. Open Data zijn qua kwaliteit en actualiteit zo gelijk mogelijk aan de binnen de publieke organisatie gebruikte data en worden zoveel mogelijk ‘as-is’ beschikbaar gesteld. Data kunnen bewerkt worden om te voldoen aan het afwegingskader voor openbaarheid zolang deze bewerking niet in strijd is met de mededingingswet. Bij bewerking is de gedragsregel over gegevensgebruik van toepassing.

8. Open Data zijn vindbaar
Overheidsorganisatie maken hun Open Data vindbaar door op data.overheid.nl een verwijzing naar de door hen beschikbaar gestelde Open Data te maken.


Verder lezen

Meer te weten komen over hoe je deze uitgangspunten in praktijk kunt brengen? Bekijk de Toolkit Open Data.

Een open vraag over…
Open Data up-to-date houden

Bij het Leer- en Expertisepunt Open Overheid komen regelmatig vragen binnen over uiteenlopende onderwerpen die te maken hebben met Open Overheid. We hebben daarbij vaak de rol van kennismakelaar: wij hebben lang niet alle antwoorden, maar betrekken degenen die ze wel hebben. Omdat de vragen en antwoorden ook voor anderen nuttig kunnen zijn, delen we deze in de rubriek ‘Een open vraag over…’. We ontvingen onderstaande vraag van een ministerie.

De vraag

‘Nu we de datasets geïnventariseerd en gepubliceerd hebben, hoe regelen we dan dat als we nieuwe data hebben, de datasets opnieuw gepubliceerd worden?’

Het antwoord

De eerste slag is geslagen! Je hebt een inventarisatie van datasets uitgevoerd binnen je organisatie, overwogen of ze openbaar gemaakt kunnen worden, een plekje gezocht om ze op te slaan én je hebt de registratie op data.overheid.nl natuurlijk gedaan. Dan kan het rusten op de lauweren beginnen…. Of toch niet?

Data wordt constant gebruikt in je organisatie. Daarmee worden datasets aangevuld, verbeterd, er komt nieuwe data bij of er wordt data verwijderd (voor de technisch onderlegden onder ons CRUD: Create, Read, Update, Delete). Er gebeurt dus veel met de data en als je die weer als Open Data beschikbaar wilt stellen vraagt dat aandacht. Hoe zorg je ervoor dat Open Data actueel blijft?

Het up-to-date houden van Open Data komt in verschillende varianten voor, in onderstaande scenario’s worden deze toegelicht.

Gepubliceerde bestanden overschrijven voorgaande versie

De data staat al online en wordt voorzien van een nieuwe versie. Dat kan handmatig gebeuren waarbij de bestaande versie wordt overschreven. In dit geval gaat de bestaande versie van het bestand verloren en is alleen de nieuwe versie beschikbaar als Open Data. De registratie in data.overheid.nl moet worden aangepast met de nieuwe periode waar de data betrekking op heeft.

Gepubliceerde bestanden vullen voorgaande versie aan

De data staat al online en wordt aangevuld met een nieuwe versie. Dat kan handmatig gebeuren waarbij naast de bestaande versie ook de nieuwste versie wordt gepubliceerd. De registratie op data.overheid.nl moet worden aangevuld met een verwijzing naar het nieuwe bestand en de nieuwe periode waar de data betrekking op heeft.

Bestanden automatisch updaten

In bovenstaande scenario’s is een handmatig proces beschreven, maar dat kan natuurlijk ook automatisch plaatsvinden, een overschrijffunctie of publicatiefunctie kunnen geautomatiseerd worden met natuurlijk dan ook een automatische registratiefunctie in data.overheid.nl. Dat laatste kan worden ingeregeld via de programmeerinterface van data.overheid.nl.

API’s

Bovenstaande scenario’s gaan uit van Open Data als bestanden. Open Data kan ook beschikbaar zijn via een directe koppeling met de data van de organisatie via een API (Applicatie Programmeer Interface). Via een API kan de gebruiker direct werken met de laatste versie van de data zoals deze in de organisatie beschikbaar is. Voor het werken met een API is specifieke programmeerkennis noodzakelijk.

Historische gegevens

Bij het beschikbaar stellen van Open Data wordt niet altijd de historie beschikbaar gesteld en wordt alleen de laatste versie beschikbaar gesteld als Open Data. Of wordt via een API alleen de laatste stand van zaken doorgegeven. De mogelijkheden voor hergebruik worden hiermee beperkt. Zo zijn de regenradarbeelden van de actuele situatie natuurlijk interessant, maar de vraag: ‘Regende het op mijn geboortedag?’, kan dan niet beantwoord worden.

Veel van deze historische data is wel beschikbaar binnen overheidsorganisaties. De ontsluiting daarvan kan ook weer leiden tot nieuwe innovatieve toepassingen. Het is daarom aan te raden om ook de historische data beschikbaar te stellen en daar bij de ontwikkeling van het Open Data beleid – en de uitvoering daarvan – rekening mee te houden.

Mensen

Mensen? Alle scenario’s vergen inzet, inzet van systeembeheerders of data-beheerders maar ook inzet van hun managers en van de bestuurders van de organisatie. Allemaal moeten ze het erover eens zijn dat het up-to-date houden van Open Data een taak is die hoort bij de organisatie. Dat zal zeker in het begin lastig zijn. De Open Data wordt nog maar weinig hergebruikt en dan is de vraag ‘waar doen we dit voor?’ al snel gesteld. Voor je het weet zijn de prioriteiten verlegd en is de Open Data verouderd. En met verouderde data kunnen hergebruikers weer niet zoveel, waardoor ze de Open Data niet gebruiken.

Stimuleer hergebruik

De beste garantie voor het up-to-date houden van Open Data is gelegen in hergebruik. Als zichtbaar is dat de Open Data wordt gebruikt voor nieuwe toepassingen, versterking van beleid, economische en maatschappelijke toepassingen is het up-to-date houden van de Open Data een logische taak waarvan duidelijk is dat deze baten heeft voor de organisatie en voor de maatschappij.

Tips

1.      Organiseer en beleg het management en beheer van de Open Data scenario’s.

2.      Maak het up-to-date houden van Open Data een formele taak van de organisatie.

3.      Zorg dat bestuurders zich hard maken voor het uitvoeren van het Open Data beleid.

4.      Stel ook historische gegevens beschikbaar als open data.

5.      Stimuleer hergebruik.

Zelf een ‘open vraag’?

Heb je zelf een vraag waar je een antwoord op wilt? Laat het ons weten dan behandelen we jouw vraag wellicht in deze rubriek. Antwoord krijg je in ieder geval!

 

ROUTE-TO-PA: Open Data en maatschappelijke vraagstukken

Vijf lessen op basis van de ervaringen van de provincie Groningen

Door: Erna Ruijer (Postdoctoraal onderzoeker Universiteit Utrecht) & Peter Millenaar (Informatiemanager/IT-jurist provincie Groningen)

Wereldwijd publiceren steeds meer overheden hun data op open dataportals. Op die portals zijn tientallen, honderden of soms zelfs duizenden datasets te vinden. Zo staan er op de Amerikaanse overheidssite data.gov een duizelingwekkend aantal van meer dan 190.000 datasets. Maar ook data.overheid.nl telt er inmiddels meer dan 9800. De verwachting is dat het openbaar maken van overheidsdata kan bijdragen aan ondernemerschap en innovatie, maar ook aan democratische waarden zoals transparantie en participatie.

Het zoveel mogelijk beschikbaar stellen van informatie en datasets binnen de wettelijke kaders aan de samenleving valt onder de noemer nominale transparantie. Van effectieve transparantie is sprake als burgers, journalisten en/of bedrijven echt iets doen met de beschikbare data. Zoals data transformeren in kennis, ideeën en acties. De provincie Groningen heeft met het Europese innovatie project ROUTE-TO-PA  – onderdeel van het Actieplan Open Overheid – de afgelopen anderhalf jaar ervaring opgedaan met het proces van nominale naar meer effectieve transparantie. Dat wil zeggen: het proces van aanbodgerichte (nominale) naar vraaggerichte (effectieve) transparantie.

Het stimuleren van hergebruik van Open Data staat centraal bij het project ROUTE-TO-PA, wat staat voor Raising Open and User-friendly Transparency Enabling Technology for Public Administration (zie www.routetopa.eu). Bij de start van het project had de provincie Groningen samen met de gemeente Groningen 70 datasets op de gezamenlijke portal staan. De datasets die er op stonden werden echter nauwelijks gebruikt. Ook kreeg de provincie nauwelijks feedback op haar datasets.

ROUTE-TO-PA is niet gericht op commercieel hergebruik van open data, maar analyseert hoe open data kan bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken. De provincie Groningen is in samenwerking met burgers, onderzoekers en studenten aan de slag gegaan met vraagstukken rondom het beleidsthema leefbaarheid. Op basis van deze eerste ervaringen kunnen vijf lessen worden getrokken.

1. Werk samen met burgerinitiatieven

Door samen te werken en te communiceren met vertegenwoordigers van burgerinitiatieven werd voor de provincie duidelijk aan welke datasets behoefte is. Aan het begin van het project heeft de provincie twee burgerinitiatieven die al actief waren op het gebied van leefbaarheid benaderd. Met deze initiatiefnemers is besproken aan welke vraagstukken zij werken en welke specifieke informatie of data zij nodig hebben.

2. Betrek verschillende vormen van expertise

In het overleg met de stakeholders kwam naar voren dat voor effectieve transparantie mensen met verschillende rollen nodig zijn. De stakeholders die de vraag hadden geformuleerd vroegen bijvoorbeeld hun collega’s met datavaardigheden om de open data te duiden. Ook binnen de provincie waren mensen met verschillende kennis en expertise nodig: zowel beleidsmedewerkers als dataspecialisten. Tenslotte werden er ook innovatieve oplossers bij het project betrokken: studenten van de Universiteit Utrecht die in samenwerking met de provincie en de stakeholders op basis van open data ideeën en inzichten genereerden voor de vraagstukken.

3. Ga op zoek naar relevante data

Het afstemmen van de behoeften aan data van de burgerinitiatieven en de beschikbare overheidsdata bleek een uitdaging. De data die de provincie op het moment van het project op de portal had staan bevatte wel demografische informatie en andere datasets gerelateerd aan leefbaarheid, maar meer informatie en andere datasets bleken in het gesprek met de stakeholders nodig te zijn. Bovendien bleken relevante datasets verspreid te zijn over diverse organisaties. De Provincie beschikt niet over haar eigen onderzoeksbureau waardoor het afspreken van het eigenaarschap van data in contracten met derden van essentieel belang bleek. Daarnaast bleek de beschikbare data soms te generiek te zijn voor het specifieke vraagstuk of niet analyseerbaar door een gebrek aan metadata.

4. Zorg voor steun binnen de organisatie

Steun binnen de organisatie – zowel op ambtelijk als politiek niveau – is een belangrijke voorwaarde voor het slagen van het project. Vanaf het begin van het project zijn daarom zowel informatiekundigen als de beleidsafdeling ‘Ruimte en Samenleving’ (waar de opgave leefbaarheid onder valt) betrokken. Zij zijn samen in gesprek gegaan met de burgerinitiatieven. In eerste instantie werd het project vooral gedragen door enkele enthousiastelingen, maar door open data te koppelen aan maatschappelijke vraagstukken, groeit ook het bewustzijn van de mogelijkheden van open data binnen de organisatie.

5. Zie het als leerproces

Het werken met open data rondom maatschappelijke vraagstukken van burgers, kan beschouwd worden als een gezamenlijk leerproces. Het is een nieuwe en innovatieve manier van werken waarbij gedurende het proces ervaringen worden opgedaan die leiden tot nieuwe inzichten. Dit vraagt om een open houding van de betrokkenen, een bereidheid om de positie van de ander te exploreren en  een bereidheid om samen te werken.

Kortom, in het proces van nominale naar meer effectieve transparantie gaat het niet alleen om het zoveel mogelijk beschikbaar stellen van datasets. Het gaat vooral om de samenwerking en communicatie met gebruikers, om inzicht te krijgen in welke data relevant is voor maatschappelijke vraagstukken. Gebruikers kunnen data transformeren in kennis én kunnen impact genereren voor maatschappelijke vraagstukken. Onmisbaar hierbij zijn ook het betrekken van deelnemers met verschillende expertises en de steun binnen en buiten de organisatie!

 

Bronnen:

Grimmelikhuijsen, S. G. and Feeney, M. K. (2016), Developing and Testing an Integrative Framework for Open Government Adoption in Local Governments. Public Administration Review. doi:10.1111/puar.1268

Heald, D. (2006). Varieties of Transparency. In C. Hood, & D. Heald, Transparency the Key to Better Governance. Oxford: University Press.

Meijer, A. (2013), Understanding the Complex Dynamics of Transparency. Public Administration Review, 73: 429–439. doi:10.1111/puar.12032

 

Een open vraag over…
datasets en databronnen

Bij het Leer- en Expertisepunt Open Overheid komen regelmatig vragen binnen over uiteenlopende onderwerpen die te maken hebben met Open Overheid. We hebben daarbij vaak de rol van kennismakelaar: wij hebben lang niet alle antwoorden, maar betrekken degenen die ze wel hebben. Omdat de vragen en antwoorden ook voor anderen nuttig kunnen zijn, delen we deze in de rubriek ‘Een open vraag over…’.

De vraag
Het is 26 oktober 2016, een snelle blik op data.overheid.nl leert dat we vandaag de dag 8.959 datasets beschikbaar hebben. Een respectabel aantal! En een flinke groei in de afgelopen jaren. Maar wat is dat nou eigenlijk, een dataset?

Het antwoord
Een dataset is een verwijzing in data.overheid.nl naar data van een overheidsorganisatie. Een overheidsorganisatie kan een account aanmaken op data.overheid.nl en via dit account een dataset aanmaken. In deze dataset zit een beschrijving van de data, de metadata. Die metadata is belangrijk om de data goed te kunnen vinden en goed te kunnen gebruiken. Zo wordt in de metadata opgenomen wie de eigenaar is van de data, wat de geldigheidstermijn van de data is en wat de gebruiksvoorwaarden zijn. Welke metadata moet worden verzameld bij het aanmelden van een dataset vind je hier. Een onderdeel van de metadata is een link naar de eigenlijke data, de databron.

Databron
Een mooi voorbeeld van hoe een databron eruit zou kunnen zien is bijgaand overzicht van lantaarnpalen (lichtmasten): een bestand met daarin de gegevens geordend in kolommen en rijen.

voorbeeld dataset

(voorbeeld van Openbare straatverlichting via data.overheid.nl, 54.525 lichtmasten in de gemeente Utrecht)

Data ontstaat op allerlei manieren – via metingen, processen en onderzoeken – op allerlei manieren wordt data verzameld en bij elkaar gebracht. Op het moment dat deze data bij elkaar komt en in een verzamelplaats wordt samengebracht, spreken we van een databron. Een databron is dus een samengestelde en gestructureerde verzameling van data.

API’s en webservices
Een databron is een elementaire vorm van open data. Gebruikers kunnen een databron downloaden en daar allerlei toepassingen van maken. Het kan voorkomen dat het beschikbaar stellen als databron ingewikkeld is. Zo kan een heel groot bestand met een hoge update frequentie lastig zijn om als databron beschikbaar te stellen. Het kentekenregister kent bijvoorbeeld ongeveer 50.000 mutaties en is van een grote omvang. Het iedere keer beschikbaar stellen van een nieuwe versie van deze databron wordt dan lastig. Er zijn dan ook andere instrumenten nodig om deze data beschikbaar te stellen, bijvoorbeeld via API’s (Applicatie Programmeer Interface). Met API’s kunnen gebruikers databronnen op een eenvoudige manier bevragen. Het is wel zo dat deze bevraging beperkingen kan opleveren. Zo kan er net een andere subset uit de databron nodig zijn dan de API kan leveren. In die gevallen is het verstandig om open data gebruikers, naast de API, ook een volledige download mogelijkheid aan te bieden.

Metadata
Met alleen de dataset zelf ben je er nog niet. Het is belangrijk om uit te leggen wat er in de kolommen en rijen staat en metadata toe te voegen. Kortom: je beschrijft de dataset. Het beschrijven van een dataset doe je om meerdere redenen. Iemand die de data gaat gebruiken moet weten wat er in de kolommen staat om er een goede toepassing mee te kunnen maken. Maar je kunt in de metadata ook aangeven wat een gebruiker mag verwachten van de data. Bijvoorbeeld, hoe oud is de data of hoe nauwkeurig de data is. Ook hiermee help je de gebruiker van de data om betere toepassingen te maken.

De metadata is ook van belang voor het beperken van je aansprakelijkheid. Het kan zomaar zijn dat iemand iets maakt met de data waar de data helemaal niet voor geschikt is. Dat kun je niet tegenhouden, want de data is vrij beschikbaar. Je kunt wel aangeven dat de data geschikt is voor het doel waarvoor deze is verzameld en dat je zodra je er iets anders mee gaat doen, je niet klakkeloos kan aannemen dat dat dan ook goed is. Dit laatste aspect is onderzocht in het rapport “van Erik Engerd naar J.J. de Bom”. Een onderzoek naar Aansprakelijkheid en Open Data door Marc de Vries in opdracht van het Forum Standaardisatie. Om de data goed van metadata te kunnen voorzien, zijn door data.overheid.nl richtlijnen opgesteld.

Open Standaarden
Databronnen worden beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van andere toepassingen. Het is dan natuurlijk handig voor gebruikers van deze databronnen dat ze de data zo eenvoudig mogelijk in kunnen zetten voor andere toepassingen. Dit wordt zo laagdrempelig mogelijk door het beschikbaar stellen van de data in een open standaard. Open standaarden zijn door het forum standaardisatie vastgelegd in de ‘pas toe of leg uit lijst’.

Vragen of opmerkingen?
Laat het vooral weten! Mail paul@open-overheid.nl

Meer weten over Open Data? Kom dan ook naar het Hoe Open? Festival op 12 december in TivoliVredenburg in Utrecht.

Hoe Open? Festival

Internationale kennisuitwisseling Open Data

“Als de gemeente Bandung een dataset opent heeft dat betrekking op 2,7 miljoen inwoners.”

Het Leer- en Expertisepunt Open Overheid werkt aan een Open Overheid in Nederland en soms krijgen we het verzoek om onze ervaringen met andere landen te delen. Van The Hague Academy for Local Governance ontvingen we de uitnodiging om met een delegatie uit Indonesië in gesprek te gaan over Open Overheid en onze laatste stand van zaken te delen.

De kennisuitwisseling was voor ons een mooi moment om te zien wat Nederland al doet op het gebied van Open Overheid en Open Data. En het was erg inspirerend om de passie en energie van onze Indonesische ‘collega’s’ te zien.

Actieplan Open Overheid

Indonesië is net als Nederland bezig met de uitvoering van het tweede Actieplan Open Overheid. Het was daarom interessant om te bespreken waarom Nederland een Open Overheid belangrijk vindt en hoe Nederland met het nationale actieplan, wetten, druk en support van het parlement, maatschappelijke organisaties en burgers, werkt aan een meer open overheid.

Open Overheid: een onderwerp met energie

De delegatie uit Indonesië bestond uit universitaire medewerkers en medewerkers van de lokale overheid van Bandung (Java, Indonesië). Ze waren allen vol energie om Open Overheid verder te brengen. Vanuit zowel de universiteit als de overheid was men nieuwsgierig naar hoe je het openen van data aanpakt. En bij gebrek aan Open Data beleid of wetten, bestaat ook voor Indonesië de noodzaak om het nut van Open Data aan te tonen.

De potentie van Open Data in Indonesië is echter veel groter. Geopende data heeft vrijwel direct betrekking op een hele grote groep mensen. Ter vergelijking: als de gemeente Amsterdam een dataset opent heeft dat betrekking op 800.000 inwoners. Als de gemeente Bandung een dataset opent heeft dat betrekking op 2,7 miljoen inwoners. De schaalgrootte is dus nogal verschillend.

Kwaliteit van data & de maatschappelijke vraag

Verder bleek dat de aansluiting van veel geografisch georiënteerde data op landelijk en lokaal niveau nog niet helemaal goed verloopt in Indonesië. Vanwege verschillende coördinatenstelsels is het moeilijk om deze data aan elkaar te koppelen. In Nederland hebben we op dat vlak al flinke slagen gemaakt, niet in de laatste plaats door de basisregistraties: datasets die overheden verplicht moeten gebruiken, bijvoorbeeld BAG en BRT.

Tot slot spraken we over het werken vanuit een maatschappelijke vraag. Kortom: werk niet vanuit data, maar vanuit maatschappelijke vraagstukken. Open Data kan een waardevolle grondstof zijn om tot oplossingen voor deze vraagstukken te komen. Deze aanpak biedt voor Indonesië ook volop kansen!

“Dit is slechts het begin!”
Laatste bijeenkomst Gemeentelijk Leernetwerk Open Data

Op 19 september was de vijfde en laatste bijeenkomst van het Gemeentelijk Leernetwerk Open Data. Vooruitlopend op het verslag van Kennisland, leek het mij leuk om alvast een sfeerimpressie van deze laatste bijeenkomst te geven.

De deelnemers presenteerden de resultaten van hun noeste arbeid van de afgelopen maanden. En ondanks het feit dat het lang niet altijd makkelijk was, hebben ze zeker vooruitgang geboekt. De gemeente Hollands Kroon heeft toegang naar Open Data op de homepage van hun website gezet. De gemeente Breda heeft een Open Data portaal gelanceerd en de gemeente Zaanstad heeft een EKP-aanpak in de steigers staan, waarbij EKP staat voor Eigenaar, Kwaliteit en Privacy: drie belangrijke elementen waar goed aan voldaan moet worden.

Weerstand
De gemeenten liepen ook tegen weerstand aan. En deze weerstand bestaat vooral uit vragen als “Waarom moet dat dan?”, “Wat moeten ze er dan mee?” en “Ik wil het wel aan een specifieke belangstellenden geven, maar niet aan iedereen!”. Er werd ook algemene desinteresse gesignaleerd: “Het zal de gemiddelde ambtenaar worst zijn.”

Lessons learned
Met elkaar definieerden de gemeenten de volgende lessons learned:

1. Praat met burgers: welke data moet beschikbaar gesteld worden?
2. Visualiseer de toegevoegde waarde om het bestuur te overtuigen.
3. Houd rekening met het krachtenveld: een opdrachtgever is essentieel.
4. Let op licenties en juridische kaders.
5. Zet (ook) kleine stapjes. Dat vormt samen bewijs en creëert draagvlak, dus gewoon doen.
6. Benut dat de interne organisatie een cruciale gebruiker is. Open het gesprek binnen je eigen organisatie.
7. Monitor hoe data gebruikt wordt.
8. Borg privacy.
9. Gebruik vragen als aanleiding.
10. Leer van elkaar.
11. Zie Open Data als dienstverlening.

Hoe nu verder?
De laatste bijeenkomst van het leernetwerk is achter de rug, maar dit geldt zeker niet voor de laatste activiteiten van de deelnemende gemeenten op het vlak van Open Data. Dit is slechts het begin en de deelnemende gemeenten hebben eerste stappen gezet. Het is goed om te zien dat er vanuit de deelnemers behoefte is om de contacten verder te onderhouden en meer vraagstukken met elkaar uit te wisselen. De lessons learned zijn ook duidelijk. Voor mij is de belangrijkste lesson learned ‘praat met burgers’. Welke vraagstukken spelen bij hen en welke daaraan gerelateerde data zou je beschikbaar kunnen stellen?



Het Gemeentelijk Leernetwerk wordt georganiseerd in samenwerking met Kennisland en in opdracht van het Leer- en Expertisepunt Open Overheid (LEOO). De volgende gemeenten doen mee aan het Leernetwerk: Molenwaard, Zeist, Hollands Kroon, Rotterdam, Gouda, Lansingerland, Breda, Arnhem, Dordrecht, Zaanstad, Amstelveen, Deventer, Amsterdam, Berkelland en Eindhoven.

Meer lezen over het Gemeentelijk Leernetwerk Open Data? Lees dan ook de blogs op de website van Kennisland.