Expertisepunt Open Overheid

Is een overheid met de regie in handen ouderwets?
Berichten over burgerschap (deel 5)

Een terugkerend thema uit de serie interviews over Open Overheid is de relatie met burgerschap. Wij selecteerden tien citaten uit eerdere interviews en leggen deze aan vier nieuwe geïnterviewden voor: Margriet van Galen (adviseur voor kleine culturele en sociale organisaties en is als actieve Arnhemmer betrokken geweest bij de oprichting van het BurgerServiceLab). Jacques Giesbertz (betrokken inwoner van Den Haag en ondernemer met BuzzyChain en BUZZ Den Haag), Christian Schouten (fractieassistent/commissielid D66 Alkmaar en beleidsmedewerker bij het ministerie van Financiën) en Ties de Ruijter (directeur van het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners).


Van links naar rechts: Margriet van Galen, Jacques Giesbertz, Christian Schouten en Ties de Ruijter

Iedere blog uit deze serie start met een citaat uit een eerder gehouden interview over Open Overheid. Dit keer is dat een citaat van Arre Zuurmond (Gemeentelijke Ombudsman van Amsterdam en omliggende gemeenten): “Burgers hebben recht op regie en als je niet transparant bent dan kunnen ze die regie niet pakken. Dat is meer het principiële punt. Burgers moeten de regie hebben, moeten zich kunnen verdedigen en daarom moet je als overheid ook toegankelijk en transparant zijn.”

Wat vind je van een overheid die – vanuit de positieve intentie om te ontzorgen – burgers graag de regie uit handen neemt?
Ties de Ruijter:  Ik vind het ouderwets om zo te denken. Alsof alle onderdanen beschermd moeten worden en dan het liefst door één orgaan: de overheid. Laten we proberen om uit de tegenstelling te komen die in deze vraag verstopt zit: aan de ene kant regie, waarmee je als overheid alle zorgen op je hals haalt. En aan de andere kant geen regie en geen zorgen voor de maatschappij. Wat daar tussenin zit? Zorgeloze regie! Als je zelf regie hebt dan ben je zelf in staat om te regelen dat je daarbij geen zorgen hebt. Heel veel mensen hebben juist zorgen omdat hen de regie ontnomen is.

Christian Schouten: Het kan wel heel transparant zijn als de overheid over sommige taken duidelijk zegt dat de intentie is om inwoners te ontzorgen. En dan aangeeft wat de exacte taakverdeling is. Laat geen misverstand bestaan over waar de overheid of de burger de regie heeft. Bijvoorbeeld openbare veiligheid, die vindt plaats onder regie van de overheid. Er zijn ook allerlei inspraaktrajecten, voor bijvoorbeeld een cultuurnota, die plaatsvinden onder de regie van de overheid. En je kunt co-creatie ook prima samen organiseren, maar dan wel de regie bij de overheid houden.

“Heel veel mensen hebben juist zorgen omdat hen de regie ontnomen is.” – Ties de Ruijter

 

Jacques Giesbertz: Het is prima als de overheid op sommige gebieden de regie houdt, zoals defensie of politie. En daarnaast is het prima als burgers de regie pakken, bijvoorbeeld om de wijk levendig en leefbaar te houden. Neem een concreet voorbeeld: iemand kan niet meer goed traplopen in zijn of haar eigen huis. Vaak komt er dan standaard een hele dure traplift, grotendeels op kosten van de samenleving. Als je de regie bij de mensen zelf laat liggen, dan kiezen ze soms voor heel andere oplossingen. Bijvoorbeeld zo’n houten trede tussen iedere traptrede. Daardoor blijven mensen meer in beweging, het is goedkoper voor de samenleving en mensen blijven baas in eigen huis.

“Je kunt co-creatie ook prima samen organiseren, maar dan wel de regie bij de overheid houden.” – Christian Schouten

 

Margriet van Galen: Die ontzorgende overheid; voor u, zonder u, vind ik ouderwets. Maar teveel keuzevrijheid geeft ook verwarring en onnodige stress. Ik vind het niet nodig om elk jaar opnieuw mijn ziektekostenverzekering uit te zoeken, als ik weet dat het goed en eerlijk geregeld is. De overheid hoort de plaats te zijn waar belangen samen komen en worden afgewogen. Maar juist als overheid moet je de kennis en ervaring van mensen in de praktijk mee laten wegen. Politiemensen, leerkrachten, zorgverleners en bewoners hebben een heel goed beeld wat er leeft en belangrijk is. Dus gebruik die kennis en luister niet alleen naar beleidsmakers en managers, voor wie het voortbestaan van hun organisatie vaak centraal staat.

“Die ontzorgende overheid; voor u, zonder u, vind ik ouderwets.” – Margriet van Galen

 

Ties de Ruijter: Ik zou van het woord regie af willen. Het gaat om samenwerking, om samenspel met als doel dat mensen zo min mogelijk zorgen hebben. Dan gaat het opeens niet meer over regie en ook niet meer over zorgen. De vraag kan dan zijn: hoe sterk moet de overheid bepalend zijn op ieder maatschappelijk vraagstuk en werkt dergelijke overheidssturing wel? Zo doordenkend zijn er vast ook wel gebieden waar dan geen enkele sturing van de overheid nodig is. Voor mij bestaat het samenspel ook uit de verhouding tussen participatieve democratie en representatieve democratie. Ik zie daarin geen tegenstelling maar twee soorten democratie die elkaar horen te versterken.

“Het is prima als de overheid op sommige gebieden de regie houdt.” – Jacques Giesbertz

 

Jacques Giesbertz: We mogen niet vergeten dat niet iedereen in staat is om regie te voeren over hun eigen leven, bijvoorbeeld door psychische problemen of doordat mensen niet kunnen leven of schrijven. We spreken hier wel over grote groepen hoor, dus die moeten we helpen vanuit de samenleving en de overheid.

Ties de Ruijter: Of zorgeloze regie door bewoners voor alle overheidstaken mogelijk is? Als we het over het geweldsmonopolie hebben dan wordt dat wel lastig. Want hoe gaan we dat dan in samenspel vormgeven? Dat weet ik ook niet. Of mensen die écht zelf de regie niet kunnen pakken? Nu wordt er vaak automatisch naar de overheid als ultieme ‘probleemoplosser’ gekeken.

Tot slot een reactie van degene met wiens citaat we startten: Arre, wat wil jij nog toevoegen naar aanleiding van bovenstaande?
Arre Zuurmond: Er is erg veel te zeggen over regie en zeker over eigen regie. Dat zie ik in de antwoorden: een veelheid aan inzichten en perspectieven. Wat ik wilde zeggen is dat burgers eigen regie moeten (kunnen) hebben en dat de overheid dat vaak te zeer en onnodig beperkt. Soms door simpele dingen niet te doen (zoals besluiten fatsoenlijk onderbouwen), maar soms ook door dieperliggende cultuurkeuzen. Veel diensten van de overheid zijn aanbodgedreven. Dan heb je automatisch al bijna geen regie als burger. En zelfs, en dat ben ik dan kennelijk oneens met de antwoorden, op het terrein van Openbare Orde en Veiligheid. We weten uit internationaal onderzoek dat veiligheid, zeker in crisis situaties, alleen kan ontstaan als je burgers daar een heel belangrijke rol in geeft. Tegelijkertijd zijn er vanzelfsprekend situaties en personen waar je als overheid de regie over moet nemen.

Onze vraag aan de lezers van deze blog is: is een overheid die de regie neemt per se ouderwets? Laat het ons weten via @OpenOverheidNL.

Overige Berichten over Burgerschap:
Deel 1: De burger beslist
Deel 2: De burger als eindgebruiker
Deel 3: Is een vrije burger een blije burger?
Deel 4: Van ‘gesloten, tenzij’ naar ‘open, tenzij’
Deel 5: Is een overheid met de regie in handen ouderwets?
Deel 6: Openheid zorgt voor nieuwe dynamiek met inwoners
Deel 7: Vertrouwen met de Wob-shop

Foto: txmx 2

 

Van ‘gesloten, tenzij’ naar ‘open, tenzij’
Berichten over burgerschap (deel 4)

Een terugkerend thema uit de serie interviews over Open Overheid is de relatie met burgerschap. Wij selecteerden tien citaten uit eerdere interviews en leggen deze aan vier nieuwe geïnterviewden voor: Margriet van Galen (adviseur voor kleine culturele en sociale organisaties en is als actieve Arnhemmer betrokken geweest bij de oprichting van het BurgerServiceLab). Jacques Giesbertz (betrokken inwoner van Den Haag en ondernemer met BuzzyChain en BUZZ Den Haag), Christian Schouten (fractieassistent/commissielid D66 Alkmaar en beleidsmedewerker bij het ministerie van Financiën) en Ties de Ruijter (directeur van het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners).


Van links naar rechts: Margriet van Galen, Jacques Giesbertz, Christian Schouten en Ties de Ruijter

Iedere blog uit deze serie start met een citaat uit een eerder gehouden interview over Open Overheid. Dit keer is dat een citaat van Digicommissaris Bas Eenhoorn: “Je hebt ook de principiële mensen, daar hoor ik bij. Ik vind dat praktische prachtig, maar ik vind dat wij principieel openbaar bestuur zijn. Principieel zijn we van iedereen. Principieel is het dus: ‘open, tenzij’.”

Wat zou het van jou per belastingbetaler mogen kosten om de knop om te zetten van ‘gesloten, tenzij’ naar ‘open, tenzij’?
Ties de Ruijter: De tegenvraag die bij mij opkomt is: wat heeft geslotenheid allemaal al niet gekost? Als we het hebben over de kloof tussen bewoners en overheidsbureaucratie, over mismatches tussen wat de overheid aanbiedt en wat mensen werkelijk nodig hebben, dan denk ik dat openheid heel veel kan opleveren. Veel mensen ervaren geluk als ze grip op hun eigen leven hebben, dat brengt dan ook veel minder maatschappelijke kosten met zich mee. Dus Open Overheid verdient zichzelf terug! Maar natuurlijk gaat hier wel ‘de kost voor de baat uit’, dus er zal wel degelijk een investering nodig zijn.

Christian Schouten: Dit zou niets hoeven te kosten. Open Overheid is geen activiteit, maar een mentaliteit. Open Overheid is dus geen project, begrenst in de tijd en dus ook in kosten. Als iedereen bij alles wat hij of zij toch al doet vanaf nu de knop van gesloten naar veel meer open draait, dan gaat dat zeker effect opleveren terwijl het niets kost.

“Open Overheid is geen activiteit, maar een mentaliteit.” – Christian Schouten

Jacques Giesbertz: Ik heb meerdere Wob-verzoeken op mijn naam staan en ik ben mede daardoor groot voorstander van ‘open, tenzij’. In de vraag lijkt vervolgens de aanname opgesloten dat dit veel geld moet kosten. Is dat nu werkelijk zo? Het openbaar maken van stukken hoeft toch niet zo ingewikkeld te zijn? Als iedereen in Den Haag één euro op tafel legt, dan kan de gemeente toch voor ongeveer een half miljoen besteden? Dat lijkt me meer dan genoeg.

“Als de overheid gesloten en defensief blijft, dan dreigt er een legitimiteitsprobleem te ontstaan.” – Ties de Ruijter

 

Jacques Giesbertz: Je kunt de vraag ook omdraaien: hoeveel misgelopen euro’s accepteren we doordat de overheid niet open is? Een Open Overheid staat veel beter in verbinding met de samenleving. Kennis en informatie stromen veel makkelijker heen en weer, dus voor mij is het een ‘no brainer’. Als je alleen al kijkt naar het wantrouwen dat een gesloten overheid oproept. De prijs voor dat wantrouwen is enorm en niet aanvaardbaar.

Margriet van Galen: Ik heb geen idee wat ‘open, tenzij’ zou mogen kosten. Maar mijn tips zouden zijn: begin bij de belangrijkste onderdelen en dossiers en spreidt de afschrijving van de kosten over meerdere jaren. En als belangrijkste: op termijn levert het geld op dus begin gewoon met deze omslag. Natuurlijk moeten de kosten redelijk zijn en het draagvlak voor Open Overheid niet ondermijnen.

Wat zou er wat jullie betreft moeten gebeuren?
Margriet van Galen: Het gaat mij vaak vooral om het achterhalen van de belangrijkste argumenten en feiten die tot een besluit leiden. Die kunnen toch snel beschikbaar komen? Alle onderliggende details zijn maar voor een hele kleine groep interessant. Begin dus bij het actief openbaar maken van de hoofdlijn. Faseer je aanpak. Neem de tijd. Bij veranderingen als deze vind ik tijd en draagvlak belangrijker dan geld.

Christian Schouten: In de belevingswereld is het vaak nog steeds ‘gesloten, tenzij’. Bij de ambtenaren en bestuurders merk ik toch wel een defensieve houding ten aanzien van openheid. Vaak is de mond nog wel vol van ‘open, tenzij’, maar het resultaat is er meestal nog niet naar. Dat is erg jammer omdat dit betekent dat de boodschap nog niet is geland. Voor het Leer- en Expertisepunt Open Overheid is dus nog veel missiewerk te doen. Wat zou als eerste in aanmerking komen om openbaar te maken? Wat mij betreft: de antwoorden op een Wob-verzoek. Makkelijk scoren is het dan als overheden die antwoorden meteen online publiceren en voor iedereen toegankelijk maken. Toch gebeurt dat vaak niet. En dat moet veranderen.

“Een open overheid staat veel beter in verbinding met de samenleving, dus voor mij is Open Overheid een ‘no brainer’.” – Jacques Giesbertz

 

Ties de Ruijter: De notulen van teamvergaderingen open gooien zie ik niet als openheid, want dan krijg je teksten die alleen voor insiders, zoals ervaren lobbyisten en old boys networks, begrijpelijk zijn. Je kunt bijvoorbeeld de agendering van onderwerpen wel zichtbaar maken, maar daarmee is het nog niet meteen verstaanbaar en invoelbaar. Je moet als overheid de eigen binnenwereld vertalen, zodat iedereen het kan snappen. Kom bij mij dan niet aan met glossy folders, maar met een eerlijk en begrijpelijk verhaal. Een verhaal waar ik om gevraagd heb. Anders voel ik me niet serieus genomen. Begin bij die dossiers waaraan behoefte bestaat.

Christian Schouten: Ambtenaren en overheden zouden veel meer samenleving inclusief moeten denken. Dus verder dan alleen open publicatie voor collega’s, maar veel meer open voor de gehele samenleving. Je zou eenvoudig kunnen starten door op één gemeentepagina alle documenten rond één of meerdere thema’s te publiceren. Het plaatsen van die documenten hoeft toch niet zoveel te kosten? Een gemeentewebsite kan toch ook een samenwerkingsruimte met inwoners zijn in plaats van een ‘folder met een stekker eraan’? Of publiceer gewoon eerst eens alle documenten waar geen enkel bezwaar tegen is om ze vrij te geven.

“Bij veranderingen als deze vind ik tijd en draagvlak belangrijker dan geld.” – Margriet van Galen

 

Ties de Ruijter: Het gaat niet alleen maar om Open Data en Open Verantwoording, maar ook om Open Agendering, actieve bewoners écht invloed geven op wat er gebeurt, échte verbinding, écht werken vanuit de gehele samenleving waar hoger en lager opgeleiden en de overheid zelf onderdelen van zijn. Het effect is dat bewoners zich veel meer betrokken voelen, veel meer ‘eigenaar’ en ‘probleem oplosser’. Als de overheid gesloten en defensief blijft, dan dreigt er een legitimiteitsprobleem te ontstaan.

Tot slot een reactie van degene met wiens citaat we startten: Bas, wat wil jij nog toevoegen naar aanleiding van bovenstaande?
Bas Eenhoorn: Vanuit mijn verantwoordelijkheid voor de overheidsbrede generieke digitale infrastructuur (GDI) kan ik alleen maar een pleitbezorger zijn voor een zo open mogelijke overheid. De afweging of je dit wel of niet doet is geen financiële, maar raakt het wezen van de publieke opdracht. Daarnaast draagt openheid ook bij aan een maximaal maatschappelijk rendement van alle informatie en voorzieningen die we met belastinggeld realiseren.

Onze vraag aan de lezers van deze blog is: wat mag ‘open, tenzij’ wat jou betreft kosten? Laat het ons weten via @OpenOverheidNL.

Overige Berichten over Burgerschap:
Deel 1: De burger beslist
Deel 2: De burger als eindgebruiker
Deel 3: Is een vrije burger een blije burger?
Deel 4: Van ‘gesloten, tenzij’ naar ‘open, tenzij’
Deel 5: Is een overheid met de regie in handen ouderwets?
Deel 6: Openheid zorgt voor nieuwe dynamiek met inwoners
Deel 7: Vertrouwen met de Wob-shop

Is een vrije burger een blije burger?
Berichten over burgerschap (deel 3)

Een terugkerend thema uit de serie interviews over Open Overheid is de relatie met burgerschap. Wij selecteerden tien citaten uit eerdere interviews en leggen deze aan vier nieuwe geïnterviewden voor: Margriet van Galen (adviseur voor kleine culturele en sociale organisaties en is als actieve Arnhemmer betrokken geweest bij de oprichting van het BurgerServiceLab). Jacques Giesbertz (betrokken inwoner van Den Haag en ondernemer met BuzzyChain en BUZZ Den Haag), Christian Schouten (fractieassistent/commissielid D66 Alkmaar en beleidsmedewerker bij het ministerie van Financiën) en Ties de Ruijter (directeur van het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners).


Van links naar rechts: Margriet van Galen, Jacques Giesbertz, Christian Schouten en Ties de Ruijter

Iedere blog uit deze serie start met een citaat uit een eerder gehouden interview over Open Overheid. Dit keer is dat een citaat van Mieke van Heesewijk, directeur van de stichting Netwerkdemocratie: “Ik heb een tijd in Rusland gewoond. Het staat buiten kijf dat de onevenwichtige verhouding tussen individu en de staat daar heel zichtbaar was. Deze ongelijkheid druist in tegen mijn gevoel voor rechtvaardigheid, maar deze ongelijkheid is tegelijkertijd ook bere-interessant. Deze ervaringen hebben ervoor gezorgd dat ik geïntrigeerd ben geraakt door de verhouding burger en overheid. Daarbij is openheid een middel. Het gaat eigenlijk om de mogelijkheid om je als individu (vrij) te kunnen ontwikkelen binnen de machtsverhouding die er bestaat tussen overheid en individu.”

Wat heeft Nederland nodig om individuen de mogelijkheid te geven om zich vrijer te kunnen ontwikkelen binnen de machtsverhouding die er bestaat tussen overheid en individu?
Ties de Ruijter: Dit punt gaat over macht. Wanneer noemen we iets machtsmisbruik en wanneer is het geoorloofd en gerechtvaardigd gebruik van macht? Ik vind dat als je macht hebt, je ook de plicht hebt reflexief te zijn: altijd terugkijken naar wat jouw handelen teweeg zou kunnen hebben gebracht, vanuit het perspectief van de ander. Neem bijvoorbeeld ‘white privilege’. Vanuit je machtspositie ben je je vaak niet bewust wat jouw handelen teweeg brengt. Ik zie heel veel willekeur, vaak onbewust. Bijvoorbeeld een wethouder die zich vrijwel alleen bezig houdt met wat hij of zij een interessante achterban vindt. Dat vind ik machtsmisbruik. Hij of zij had zich ook met ‘lastige gevallen’ kunnen bezighouden die ook in de portefeuille zitten. Of die beleidsambtenaar die wel contact zoekt met het ene buurthuis en niet met het andere; dat lijkt onschuldig maar daarmee geef je het ene buurthuis wel meer beïnvloedingskansen dan het andere.

“Ik vind dat als je macht hebt, je ook de plicht hebt reflexief te zijn.” – Ties de Ruijter


Hoe ziet een reflexieve ambtenaar eruit?
Ties de Ruijter: Dat is voor mij nog een slag dieper dan open. Zo’n ambtenaar mag niet steeds de bestuurder de binnenwereld intrekken. Ga dus buiten vergaderen, of beter: ga het gesprek aan in de wijk, het dorp of de stad. Dat betekent dat je in feite uit je eigen comfortzone stapt. Dat je anderen de agenda laat bepalen of het voorzitterschap uit handen geeft en andere vormen en een andere taal bezigt. Een voorbeeld uit de praktijk: een ambtenaar ruimtelijke ordening kwam op het lumineuze idee om jongeren elkaar te laten filmen en elkaar dan vragen te stellen als “hoe ziet jouw ideale park eruit?”. Daar is vervolgens een film van gemaakt die is vertoond aan een groep ouderen. De twee groepen gingen daarna met elkaar het gesprek aan. Op deze manier kwamen groepen aan het woord die we anders op de standaard inspraakavond niet getroffen zouden hebben. Dan denk je dus na over het proces en de open toegang voor iedereen. Ik vind dat je dat altijd moet doen als je een machtspositie hebt.

“Individuen in het systeem zijn slimmer dan het systeem zelf, maar kunnen het systeem toch niet veranderen. Wat gebeurt daar?” – Jacques Giesbertz


Wat heeft Nederland nodig om individuen de mogelijkheid te geven om zich vrijer te kunnen ontwikkelen?
Christian Schouten: Deregulering en een kleinere overheid! Hoe minder overheid, hoe kleiner de kans dat die zich onterecht met de samenleving bemoeit. Wat blijft er dan over? Een vrijer individu. Er zijn veel voorbeelden bekend van waar de APV (Algemene Plaatselijke Verordening) is losgelaten. Of neem een parkeerverordening. Als we die eens overboord gooien en opnieuw opschrijven wat we willen. Daar wordt het een stuk leesbaarder en duidelijker van. Ik ken een voorbeeld waarbij er echt een stapeling van bepalingen was ontstaan die niemand meer begreep. Waarom stond er bijvoorbeeld: “U heeft recht op een tweede vergunning als u al een eerste vergunning heeft.” Een groter voorbeeld is misschien de Zondagswet. Met al die winkels die nu al open zijn vraag ik me af: waar is die wet dan nog voor nodig?

Jacques Giesbertz: Wat is vrijheid? Volgens mij zijn we al heel vrij in Nederland. Wat maakt ons onvrij? Dan denk ik toch vooral aan de systemen die banken, farmaceuten en zorgverzekeraars hebben gecreëerd om ons afhankelijk te maken. Ik vind dat beangstigender dan de overheid.

“Hoe minder overheid, hoe kleiner de kans dat die zich onterecht met de samenleving bemoeit.” – Christian Schouten

 

Margriet van Galen: Persoonlijk contact is nodig. Klantvriendelijkheid lijkt soms een bezuinigingsfactor. Dan wordt persoonlijk contact vervangen door internetbereikbaarheid. Volgens mij is echt contact met echte mensen in een gelijkwaardig contact het belangrijkste middel om de spiraal van wantrouwen te doorbreken. Ook belangrijk: reken elkaar niet persoonlijk af op fouten, als die door onbewuste nalatigheid veroorzaakt zijn. Fouten zijn er om van te leren. Kijk wat goed gaat en beter kan. En overheid: pas op voor het te veel ‘dicht regelen’ van zaken, uit angst voor excessen. Door al die regels leiden de goeden vaak onder de kwaden. Is dat het waard? Ik wil liever een anders kijkende overheid. Een overheid die veel meer positieve initiatieven faciliteert en mogelijk maakt. Een overheid die stuurt op samen en op samenhang.

“Echt contact met echte mensen in een gelijkwaardig contact is het belangrijkste middel om de spiraal van wantrouwen te doorbreken.” – Margriet van Galen


Wat kan de overheid doen om het middel openheid beter in te zetten?
Jacques Giesbertz: Openheid impliceert al een beetje meer vrijheid. Bijvoorbeeld de vrijheid om te weten wat de details van een redenering zijn om een bepaalde aanvraag af te wijzen. Of hoe de Cito-score voor jouw kind tot stand kwam. In beide gevallen haalt het een stuk geheimzinnigheid weg. Verkeerde aannames verdwijnen als sneeuw voor de zon en mensen krijgen de vrijheid om inhoudelijk in gesprek te gaan.

Heb je daar een voorbeeld van, Jacques?
Jacques Giesbertz: Volgens de directeur van de school waar mijn zoon les krijgt zijn ouders te kritisch. Ik vind precies het omgekeerde. Mijn stelling is dat mensen zich wat geëmancipeerder moeten gedragen. De kritische westerling klaagt over praktische zaken, bijvoorbeeld als koffie te koud of te bitter is, of als het hotel niet vier maar drie sterren heeft. En dan boeken we vaak snel resultaat. Maar als het abstracter wordt, zoals bij verstikkende bank- en zorgsystemen, dan zakt de moed ons vaak in de schoenen. Ik zou zo graag zien dat we daar veel meer middelen voor in handen krijgen om onze vrijheid af te dwingen en monopolies te bestrijden. Individuen in het systeem zijn slimmer dan het systeem, maar kunnen het systeem toch niet veranderen. Wat gebeurt daar? Met welke middelen zouden ze hun macht kunnen mobiliseren en het systeem meer naar hun hand zetten? Dat zijn we volgens mij gaandeweg aan het uitvinden met elkaar.

Tot slot een reactie van degene met wiens citaat we startten: Mieke, wat wil jij nog toevoegen naar aanleiding van bovenstaande?
Mieke van Heesewijk: Er worden door de geïnterviewden goede reflecties gegeven. De plicht om reflexief te zijn – terug te kijken op je handelen als overheid en daar van te leren. Zijn alle stakeholders betrokken geweest bij een besluitvormingsproces? Of gaat de overheid de ‘lastige gevallen’ vaak uit de weg? En is het besluitvormingsproces inzichtelijk en beïnvloedbaar voor alle burgers? Aan dat laatste schort het nog vaak. Door meer transparantie in besluitvormingsprocessen wordt enerzijds ‘het systeem’ meer accountable en anderzijds geeft het burgers nieuwe instrumenten; om zich te organiseren, te participeren in het democratische proces en zich te informeren over besluitvormingsprocessen binnen de overheid en deze ook mede te sturen.

Lobbyen in Nederland

Mieke van Heesewijk: Kijk bijvoorbeeld naar het recente rapport over Lobbyen in Nederland van Transparency International. Ik raad iedereen aan dit rapport te lezen en er zijn of haar voordeel mee te doen. Het rapport geeft aan dat het Nederlandse lobbyproces ondoorzichtig is, bij gebrek aan noemenswaardige regelgeving. Verder wordt in het rapport ingegaan op de volgende vragen, die direct aansluiten bij de opmerkingen van de geïnterviewden:
• de mate waarin burgers toegang hebben tot informatie over de verschillende aspecten van publieke besluitvormingsprocessen en lobbyactiviteiten (transparantie);
• de aanwezigheid van procedures die ethisch lobbyen bewerkstelligen en onevenredige invloed tegengaan (integriteit);
• of het publieke besluitvormingsproces voldoende toegankelijk is voor alle betrokkenen partijen en welke maatregelen kunnen bijdragen aan een gelijk speelveld (gelijke toegang).

 

Uit het voornoemde rapport: “Sinds de eeuwwisseling zijn enkele initiatieven genomen tot regulering van lobbyen. De grootste beroepsvereniging van lobbyisten, de BVPA, heeft in 2001 een gedragscode voor zijn leden vastgesteld en de Tweede Kamer heeft in 2012 een Lobbyistenregister ingesteld. De effectiviteit van beide maatregelen is beperkt door hun vrijwillige karakter en praktische toepasbaarheid en door tekortkomingen in de handhaving.”

Onze vraag aan de lezers van deze blog is: kan Open Overheid helpen om de vrijheid van inwoners te vergoten? Laat het ons weten via @OpenOverheidNL.

Overige Berichten over Burgerschap:
Deel 2: De burger als eindgebruiker
Deel 3: Is een vrije burger een blije burger?
Deel 4: Van ‘gesloten, tenzij’ naar ‘open, tenzij’
Deel 5: Is een overheid met de regie in handen ouderwets?
Deel 6: Openheid zorgt voor nieuwe dynamiek met inwoners
Deel 7: Vertrouwen met de Wob-shop

De burger als eindgebruiker
Berichten over burgerschap (deel 2)

Een terugkerend thema uit de serie interviews over Open Overheid is de relatie met burgerschap. Wij selecteerden tien citaten uit de eerdere interviews en leggen deze voor in losse gesprekken met vier nieuwe geïnterviewden: Margriet van Galen (adviseur voor kleine culturele en sociale organisaties en is als actieve Arnhemmer betrokken geweest bij de oprichting van het BurgerServiceLab). Jacques Giesbertz (betrokken inwoner van Den Haag en ondernemer met BuzzyChain en BUZZ Den Haag), Christian Schouten (fractieassistent/commissielid D66 Alkmaar en beleidsmedewerker bij het ministerie van Financiën) en Ties de Ruijter (directeur van het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners).


Van links naar rechts: Margriet van Galen, Jacques Giesbertz, Christian Schouten en Ties de Ruijter

Iedere blog uit deze serie start met een citaat uit een eerder gehouden interview over Open Overheid. Dit keer is dat een citaat van Edo Plantinga, één van de initiatiefnemers van Gebruiker Centraal: “Gevoelsmatig neig je er [als ambtenaar, MdW] toch naar om eerst alles uit te ontwikkelen zoals je zelf denkt dat het goed is, en je dienst pas daarna aan je eindgebruikers voor te schotelen. Maar de praktijk is een harde leerschool: zodra je product gebruikt wordt, zie je pas wat er beter kan. Welke teksten niet duidelijk zijn. Over welke knop iedereen heen kijkt. Of erger: dat je proces omgegooid moet worden.”

Hoe verhouden de rol van burger en de rol van eindgebruiker van online overheidsdienstverlening zich tot elkaar?

“Ik zie de eindgebruiker als een consument. Mijn idee van burgerschap is veel breder.” – Margriet van Galen

 

Ties de Ruijter: Bij deze vraag moest ik denken aan de Nederlandse vereniging voor huisvrouwen. We waren in Nederland lange tijd geneigd om bij sociale woningbouw te werken volgens de logica van architecten en bouwers. Daardoor werden huizen gebouwd die voor Nederlandse huisvrouwen niet zo heel handig waren. De Nederlandse vereniging voor huisvrouwen heeft er altijd voor geijverd om de heren bouwers beter te laten afstemmen met deze eindgebruikers. Net zoals de architect en bouwer weet de programmeur van online dienstverlening ook niet alles. Grijp dan niet meteen naar het mooiste nieuwe technische snufje dat er is, maar experimenteer en leer, samen met de eindgebruiker en laat de nieuwe snufjes dan daarop aansluiten.

“Voor mijn gevoel kunnen burgers nauwelijks invloed uitoefenen op online dienstverlening.” – Christian Schouten

 

Jacques Giesbertz: Hoe meer de overheid de eindgebruikers kan betrekken hoe beter. Eindgebruikers kunnen als testpersoon door hun gedrag laten zien hoe online dienstverlening op hen overkomt, bijvoorbeeld doordat ze verstrikt raken in tekst, lang aarzelen op welke knop te drukken, door niet uit te komen bij het antwoord dat ze zoeken. Eindgebruikers kunnen volgens mij hun gedachten en gevoelens daarbij onder woorden brengen. Als de overheid goed naar eindgebruikers luistert dan scheelt dat weer een flink aantal dure consultants denk ik dan.

Margriet van Galen: Ik zie de eindgebruiker als een consument. Mijn idee van burgerschap is veel breder. Een burger kan een veel actievere rol spelen. Met de online dienstverlening van UWV had ik ooit administratief iets over het hoofd gezien en werd ik direct gekort op m’n uitkering. Dan voel ik me als misbruiker in de hoek gezet en daar word ik boos van. Want als de UWV een fout maakt, moet ik dat gewoon slikken. Zo’n paternalistische aanpak van meteen straffen stoort me dan. Voor zo’n organisatie ben ik alleen een gebruiker die zich netjes aan de regels moet houden en niet lastig moet zijn. Als actieve burger en netwerkende gemeente zijn de verhoudingen gelukkig veel horizontaler en krijg ik waardering voor de energie die ik vrijwillig geef. Dan is gedeelde verantwoordelijkheid en samen oplossingen zoeken belangrijk. Daar zit een heel ander mens- en wereldbeeld achter.

“Meedoen aan tests als eindgebruiker vind ik niet direct passen bij de rol van burger.” – Ties de Ruijter


Vind je dat eindgebruikers betaald moeten worden voor hun hulp of zie je het meer als een burgerplicht?
Jacques Giesbertz: De overheid is van ons allemaal dus als we kunnen helpen dan moeten we dat doen. Det tijd dat de overheid alles wel alleen oploste en burgers achterover konden leunen is voorbij. Wat dat betreft lijken we soms een beetje verwend, want de overheid doet heel veel goed. Maar pas op dat dit niet omslaat in gemakzucht want er is nog veel te verbeteren natuurlijk! En wat mij betreft hoort het bij goed burgerschap dat burgers doen wat ze kunnen om de overheid samen beter te maken.

Ties de Ruijter: Meedoen aan tests als eindgebruiker vind ik niet direct passen bij de rol van burger. Daar moet je als overheid een vergoeding tegenover zetten, want de burger verleent een dienst op verzoek van de overheid. Ik bedoel niet meteen salaris, het kan ook een cadeau zijn, als het maar passend is bij de geleverde inspanning. Op die manier krijgt de overheid niet alleen de usual suspects die al bijna in de binnenwereld zitten, maar met die unusual suspects haalt de overheid ook echt de buitenwereld binnen. Die ambtenaren en software programmeurs die worden toch ook al betaald?

“Als de overheid goed naar eindgebruikers luistert dan scheelt dat weer een flink aantal dure consultants.” – Jacques Giesbertz


Wat vind jij Christian?
Christian Schouten: Voor mijn gevoel kunnen burgers nauwelijks invloed uitoefenen op online dienstverlening. De systemen voor deze dienstverlening worden gemaakt door softwarebouwers en bij hen zitten gemeenten vaak in de tang via langlopende contracten, vaak ook samen met andere gemeenten. Zou je via kaders voor online dienstverlening kunnen afdwingen dat er altijd een plek is voor de burger als eindgebruiker van online dienstverlening? Ik vind dat er sowieso binnen gemeenten veel meer usabilitykennis zou moeten zijn.

Tot slot een reactie van degene met wiens citaat we startten: Edo, wat wil jij nog toevoegen naar aanleiding van bovenstaande?
Edo Plantinga: Ik sla vooral aan op het stuk van Christian. Persoonlijk denk ik dat het initiatief om gebruikers te betrekken bij het ontwikkelen van online diensten vooral bij ambtenaren moet liggen. Uit ervaring weet ik dat dit prima mogelijk is, ook als je de dienstverlening hebt uitbesteed aan externe softwarebouwers. Als je in een vroeg stadium eindgebruikers betrekt (en vervolgens steeds blijft betrekken), dan scheelt dat veel geld in de exploitatie. Denk daarbij aan duurdere kanalen die vermeden worden en aan minder telefoontjes voor de helpdesk. Om te helpen bij het ‘afdwingen’ van het gebruikersperspectief bij het ontwikkelen van diensten, hebben we met de Gebruiker Centraal community ontwerpprincipes vastgesteld. Die bieden je niet alleen praktische uitgangspunten, maar worden ook nog eens gebundeld in een manifest ter ondertekening van bestuurders tijdens het symposium “De mens centraal, ook digitaal”. Zo krijgen we ook aandacht bij bestuurders voor dit thema. En dat maakt het voor jou als professional makkelijker om draagvlak (lees: geld) te vinden om de gebruiker centraal te stellen als je digitale diensten ontwikkelt.

Onze vraag aan de lezers van deze blog is: Vind jij dat eindgebruikers betaald moeten worden voor hun hulp? Laat het ons weten via @OpenOverheidNL.

Overige Berichten over Burgerschap:
Deel 3: Is een vrije burger een blije burger?
Deel 4: Van ‘gesloten, tenzij’ naar ‘open, tenzij’
Deel 5: Is een overheid met de regie in handen ouderwets?
Deel 6: Openheid zorgt voor nieuwe dynamiek met inwoners
Deel 7: Vertrouwen met de Wob-shop

De burger beslist
Berichten over burgerschap (deel 1)

Een terugkerend thema in onze interviews over Open Overheid is de relatie met burgerschap. We selecteerden tien citaten uit eerdere interviews en legden ze voor in losse gesprekken met vier nieuwe geïnterviewden: Margriet van Galen (adviseur voor kleine culturele en sociale organisaties en als actieve Arnhemmer betrokken bij de oprichting van het BurgerServiceLab). Jacques Giesbertz (betrokken inwoner van Den Haag en ondernemer met BuzzyChain en BUZZ Den Haag), Christian Schouten (fractieassistent/commissielid D66 Alkmaar en beleidsmedewerker bij het ministerie van Financiën) en Ties de Ruijter (directeur van het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners).


Van links naar rechts: Margriet van Galen, Jacques Giesbertz, Christian Schouten en Ties de Ruijter

Iedere blog uit deze serie start met een citaat uit een eerder gehouden interview over Open Overheid. Dit keer is dat een citaat van Patrick van Lunteren (wethouder gemeente Breda): “Wij laten inwoners zelf kiezen waar Breda een deel van het geld aan besteedt. Dit jaar doen we dat in de wijk Princenhage en Prinsenbeek. En volgend jaar doen we dat voor geheel Breda. ‘We’ zijn in dit geval de gemeente en de Bredase gemeenschap samen. Ik zie het als een gezamenlijk avontuur, een gezamenlijke reis. Inwoners maken daarin keuzes die net zo belangrijk zijn als de gemeentelijke keuzes. En ‘betrekken’ betekent voor mij ook ‘samen doen’, bijvoorbeeld in de vorm van wijkdeals met inwoners waarbij we bijvoorbeeld afspreken dat er een extra speeltuin komt in ruil voor een stukje groenonderhoud door de bewoners zelf.”

Wat zijn de belangrijkste kansen van deze aanpak?
Jacques Giesbertz: Eigenlijk gaat het om een aanpak in drie stappen. De eerste stap is openheid geven over wat de overheid doet. De tweede stap is dat inwoners een stukje beslissingsbevoegdheid van de gemeenteraad lijken over te nemen. De derde stap is het ‘samen doen’, de inhoudelijke deals tussen overheid en inwoners. Bijvoorbeeld over het gezamenlijk draaiend houden van een buurthuis of theater. De grote kans van deze aanpak is natuurlijk dat het voor veel meer begrip, draagvlak en betrokkenheid zorgt. Bij het meebeslissen zie ik nog wel een extra kans: benut vooral de nieuwe ICT-mogelijkheden, maak een mooie combinatie tussen online en offline.

Margriet van Galen: De grootste kansen zijn dat je anders met je geld kunt omgaan en goede vernieuwende oplossingen vindt die voor alle partijen gunstig zijn. Samenspraak en interactie vanaf het begin van het proces zijn dan essentieel voor het beste inhoudelijke resultaat mét draagvlak en de kans dat iedereen zich eigenaar voelt. Als dan mensen de oplossingen zelf grotendeels uitvoeren dan zijn zulke oplossingen ook nog eens goedkoper. Er is meer samen en meer samenhang.

“Samenspraak en interactie vanaf het begin van het proces zijn essentieel.” – Margriet van Galen

 

Ties de Ruijter: Volgens mij is de belangrijkste kans dat mensen zich serieus genomen voelen. Dus niet meer “ik wil iets en ben daarbij heel erg afhankelijk van anderen”, maar “ik kan zelf ook meebeslissen, bijvoorbeeld over de allocatie van middelen”. Een daarvan afgeleide kans is dat de samenwerking tussen overheid en actieve bewoners veel sterker wordt. Dit leidt tot een effectievere uitvoering die de leefwereld van bewoners veel meer centraal stelt. Een effectievere uitvoering betekent dat er veel meer op uitvoering gerichte plannen gemaakt worden en dat de kwaliteit van de uitvoering in de ogen van de actieve bewoners zelf enorm stijgt. Het accent verschuift dan op de langere termijn van plannen maken op papier naar uitvoering en het direct maatschappelijk effect op bijvoorbeeld mijn schoolgaande kinderen en mijn gepensioneerde buurvrouw. Dat vind ik een goede ontwikkeling.

“De belangrijkste kans is dat mensen zich serieus genomen voelen.” – Ties de Ruijter

 

Christian Schouten: De belangrijkste kans is dat je krijgt wat de buurt wil, dus dat de buurt meer tevreden is. En dat heeft als voordeel dat de burger daardoor vaak positiever over de gemeente denkt.

Wat zijn de belangrijkste risico’s van deze aanpak?
Christian Schouten: Aansluitend op wat ik als belangrijkste kans noemde, is het helaas niet altijd zo dat als de burger meebeslist deze daardoor ook positiever over de gemeente denkt. Vaak komt dat door onvoldoende beschikbare informatie of kennis van details. Als je precies geeft wat inwoners willen, is het logisch dat je dan een veel meer tevreden publiek krijgt. Dat is tegelijkertijd ook het risico, want als overheid kun je geen allemansvriend zijn. De belangrijkste vraag daarbij is volgens mij: hoe weten we of degenen die invloed uitoefenen op zo’n burgerbegroting wel representatief zijn? Anders lopen we vanuit de overheid het risico dat we iets aan het optimaliseren zijn voor een kleine groep, terwijl een grote groep ontevreden blijft.

“Als overheid kun je geen allemansvriend zijn.” – Christian Schouten

 

Ties de Ruijter: Het risico dat ik het vaakst hoor is “er zijn er maar een paar die snappen hoe het werkt en daarvan zijn er maar een paar met een grote mond die iets voor elkaar krijgen”. Dit is een reëel risico vind ik, maar het mag voor de overheid natuurlijk nooit een reden zijn om niet met bewoners samen te werken. De overheid en actieve bewoners moeten gewoon het risico onder ogen zien en het proberen te verkleinen. Bijvoorbeeld door begrijpelijke taal te spreken in plaats van beleidsjargon. En door te bevatten bedragen te noemen, begrijpelijke maatregelen te geven en met voorbeelden te komen. Het risico daarvan is dat je het toch weer voor de bewoners gaat invullen en dus bijvoorbeeld vijf keuzes voorlegt. Het is juist de bedoeling dat mensen zelf gaan meepraten, meedenken en zelf de oplossing gaan verzinnen. Dit kan bijvoorbeeld door eerst thema’s te prioriteren en dan binnen die thema’s een dialoog op gang te brengen tussen de verschillende wijkbewoners.  Daarna ga je pas verder met de oplossingen en het prijskaartje. Als je begint met “jullie hebben een ton en wat willen jullie ermee?” dan krijg je een heel ander gesprek. Ik denk dat een gemeente er dus verstandig aan doet om bij de inhoud te beginnen.

Margriet van Galen: Een belangrijk risico is de representativiteit. De grootste schreeuwers hebben soms de kleinste aanhang. De stille participant voelt soms veel meer dan hij of zij onder woorden kan brengen, dus goed je oor te luisteren leggen blijft belangrijk. En het risico is dat bezuinigingen worden afgewenteld op inwoners, bijvoorbeeld onder het motto “jullie moeten het groen maar doen, want jullie vinden het toch belangrijk?” Het borgen van initiatieven vind ik ook een verantwoordelijkheid van de gemeente.

“Overheid, ga vooraf niet te veel sturen op het ‘hoe’ maar kijk achteraf heel kritisch naar de output.” – Jacques Giesbertz

 

Jacques Giesbertz: Als risico bij zo’n deal zie ik daarbij dat vooraf de criteria niet duidelijk zijn. Maar vaak is daar in het voortraject wel veel aandacht voor. Vervolgens start de uitvoering en dan is de aandacht vanuit de overheid vaak flink verminderd. Het risico is dat de overheid kansen mist op tussentijdse sturing en vooral op de performancemeting achteraf. Zijn de doelen en criteria gehaald? Ik zie vaak weinig aandacht voor zo’n vraag. Verder zie ik bij zowel het meebeslissen als het ‘samen doen’ het risico dat de gevestigde groepen en personen daarbij te veel aandacht opeisen.

Heb je een voorbeeld van ‘samen doen’ Jacques?
Jacques Giesbertz: Ik ben mede initiatiefnemer van ‘School van de wijk’ (werktitel) in Den Haag, waarbij we het leren in de wijk willen stimuleren. Dit initiatief raakt aan onderwijs, welzijn, economie en bedrijvigheid. Daar zitten grosso modo twee risico’s aan. Het eerste risico is het risico op beleidsdogma’s. Vanuit die verschillende beleidskokers krijgen we richtlijnen mee om ons aan te houden en als we dat doen dan is dat ‘weer afgevinkt’. Weer aan een beleidsdogma voldaan. Natuurlijk is het mooi dat ons initiatief past bij het beleid, maar ons primaire doel is het niet. Het tweede risico is dat we tussen wal en schip dreigen te vallen. De afdeling welzijn zei: “Jullie initiatief is te veel onderwijs”. En de afdeling onderwijs zei: “Wij geven alleen stimuleringsgelden aan scholen en jullie initiatief lijkt ons trouwens met name interessant voor welzijn.” Vervolgens kost het dan weer extra tijd om bij de juiste ambtenaar aan tafel te komen.

Wat wil je meegeven aan de overheid Jacques?
Jacques Giesbertz: Geef veel minder aandacht aan het maken van beleid en veel meer aan ‘gaan met die banaan’. Benut de initiatieven in de samenleving en heb vertrouwen in de uitvoering. Er is heel veel kennis bij inwoners, burgers en ondernemers. Benut die! Overheid, ga dus vooraf niet te veel sturen op het ‘hoe’ maar kijk achteraf heel kritisch naar de output.

Tot slot een reactie van degene met wiens citaat we startten: Patrick, wat wil jij nog toevoegen naar aanleiding van bovenstaande?
Patrick van Lunteren: Boekhouder en Bredanaar moeten elkaar kunnen begrijpen om vervolgens samen de juiste keuzes te maken voor Breda. Dat vraagt van de mensen op het stadskantoor openheid in beleidsafwegingen en openheid in besteding van het geld van Breda. Hoe meer de gemeente zich coöperatief opstelt naar de inwoners, hoe meer die inwoners bereid zijn om mee te werken. Op dit moment zijn in twee dorpen pilots bezig waarin je dat ziet gebeuren. Het schuurt daar waar informatie er niet is, of niet gedeeld wordt. Het bloeit op daar waar we open en transparant naar elkaar zijn over wat wel en niet aan informatie beschikbaar is. Door die zoektocht open en zonder vooropgezette verwachtingen samen met de mensen aan te gaan, committeer je je als stadsbestuur aan de mensen en de mensen zich aan jou. De goodwill en de mooie ideeën voor Breda die dat opleveren, zijn in dat opzicht het doel. Transparantie en openheid zijn slechts het middel daartoe.

Onze vraag aan de lezers van deze blog is: wat zie jij als de grootste kans en het grootste risico? Laat het ons weten via @OpenOverheidNL.

Overige Berichten over Burgerschap:
Deel 2: De burger als eindgebruiker
Deel 3: Is een vrije burger een blije burger?
Deel 4: Van ‘gesloten, tenzij’ naar ‘open, tenzij’
Deel 5: Is een overheid met de regie in handen ouderwets?
Deel 6: Openheid zorgt voor nieuwe dynamiek met inwoners
Deel 7: Vertrouwen met de Wob-shop

Overheid moet luisteren naar hartslag samenleving
Burgers en data zijn het uitgangspunt

Deze tijd vraagt om een overheid die zich anders gedraagt. Die in nauw contact staat met de samenleving, weet wat er speelt en samen met de maatschappij problemen definieert en oplossingen bedenkt. Daarin zijn niet de eigen organisatie of het proces het uitgangspunt, maar burgers en data. Een artikel over een overheid die luistert.

Mikis de Winter, Paul Suijkerbuijk en Eric de Kruik zijn vaak in gesprek met gemeenten en houden zich bezig met big data, open data en open overheid. Toen ze elkaar enige tijd geleden ontmoetten om bij te praten over de ontwikkelingen op hun vakgebied, kwam al snel de term ‘de luisterende overheid’ naar boven. ‘We keken elkaar aan en dachten: ja, dat is het. Dàt is de rol die de overheid past in deze tijd’, zegt De Kruik.

“Er is zóveel mogelijk als de overheid echt gaat luisteren. We weten nog niet zo goed waar we allemaal naar kunnen luisteren. Daar beginnen we eigenlijk nu pas aan.” – Paul Suijkerbuijk

De Kruik werkt als data-expert bij VNG/KING en is onder meer voorzitter van een voedselbank en pleegouder. ‘Het gaat erom dat we met elkaar het leven verbeteren. Alle informatiestromen, alle data die er nu zijn bieden daar fantastische kansen voor. Hoe benut je die om de kwaliteit van het leven te verbeteren?’ De Winter, werkzaam bij het Leer en Expertisepunt Open Overheid (LEOO): ‘De hartslag van de samenleving klinkt steeds luider, omdat we met zijn allen door ons gedrag steeds meer data produceren. De overheid kan veel gerichter vragen stellen en soms ook conclusies trekken uit alle data die voorhanden is.’

“Een kenmerkend verschil met de traditionele manier van werken is dat de luisterende overheid luistert gedurende het proces.”  – Eric de Kruik

Suijkerbuijk, ook werkzaam bij LEOO, vult aan: ‘Data, en dan de betekenis van die data, is belangrijk voor het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken. Het is allang niet meer zo dat data alleen interessant zijn voor de ict-afdeling, verre van dat. Het is daarom van belang dat de overheid in ieder geval zorgt voor de beschikbaarheid van de data die ze zelf heeft, zonder dat privacy in gevaar komt. Eind 2010 maakte ik de eerste versie van het open dataportaal van de Nederlandse overheid. Daarin staan nu ruim zevenduizend datasets, data die de overheid openstelt. Dat is nog ‘zenden’, maar het wordt natuurlijk interessant als deze data worden gecombineerd met data uit andere bronnen. Een mooi voorbeeld is het datalab van de gemeente Amsterdam. Zij gebruiken data om oplossingen te vinden voor maatschappelijke vraagstukken. En om het aanpakken van die maatschappelijke vragen is het ons natuurlijk te doen!’

Aardbevingen
Er zijn steeds meer data voorhanden, data van de overheid, maar ook data van derden en data die mensen zelf verzamelen. De informatiepositie van burgers en overheid wordt daarmee gelijkwaardiger. Suijkerbuijk: ‘Het traditionele proces van onderzoek doen, een rapport schrijven en daarin de onderzoeksgegevens weergeven, wordt omgedraaid. Mensen kunnen steeds vaker de data zien die aan een rapport ten grondslag liggen en er zelf een mening over vormen.’

“Mensen kunnen steeds vaker de data zien die aan een rapport ten grondslag liggen en er zelf een mening over vormen.” – Paul Suijkerbuijk”

De Kruik geeft als voorbeeld de website van Kor Dwarshuis waarop alle gegevens van aardbevingen in de provincie Groningen staan: ‘Hij laat zien wat er gebeurt op basis van data, onder andere data van de overheid. De manier waarop dit wordt getoond geeft een andere kijk op zaken.’ ‘Je kunt het als een bedreiging zien, want het verandert de positie van de overheid. Maar je kunt het ook zien als een startpunt om samen een probleem te definiëren,’ zegt De Winter. Suijkerbuijk: ‘Het kan voor de overheid wel eens ingewikkeld zijn om het op deze manier aan te pakken.’

Langzaam leiderschap
Jan van Ginkel, gemeentesecretaris van Zaanstad, pleit in een artikel op deze site voor ‘langzaam leiderschap’. Dat past bij een luisterende overheid, zeggen De Kruik, De Winter en Suijkerbuijk. ‘Een kenmerkend verschil met de traditionele manier van werken is dat de luisterende overheid luistert gedurende het proces. Men maakt dus niet een plan en luistert dan naar de mening van belanghebbenden, maar definieert eerst het gezamenlijke probleem en maakt vervolgens een plan, samen met de belanghebbenden en op basis van data uit diverse bronnen. Of leunt zelfs achterover en laat belanghebbenden het plan maken. De overheid wordt vaker deelnemer en is niet altijd meer leidend’, zegt De Kruik.

“De overheid houdt die handdoek om, terwijl de samenleving open en bloot is.” – Mikis de Winter

Dat vraagt veel van de houding van de overheid. Kwetsbaarheid, het loslaten van processen en het lef hebben om de eigen aannames te onderzoeken worden door de drie genoemd. De Winter: ‘Een gemeente kan bijvoorbeeld transparant zijn in het ter beschikking stellen van documenten, maar niet open in hoe de besluitvorming verloopt. Luisteren betekent interactie, een open aanpak en een open houding.’ Die houding leidt echter niet meteen tot meer vertrouwen, zegt hij ook: ‘Maar duidelijk is wel dat het niet bieden van transparantie over heikele kwesties het wantrouwen doet groeien en het vertrouwen doet afbrokkelen.’

Bloot
Een luisterende overheid sluit aan op een samenleving waarin al volop op deze manier wordt gewerkt. Bedrijven testen nieuwe producten en diensten online en passen deze aan naargelang de reacties van gebruikers (of stoppen ermee bij te weinig gebruik) en actieve burgers verzamelen informatie om hun punt te maken. De Winter noemt het voorbeeld van een natuurgebied dat een andere bestemming zou krijgen: ‘Inwoners maakten hun eigen Pleiowebsite, plaatsten daar alle documenten op die ze konden vinden over het gebied en vroegen de gemeente om dit aan te vullen.’

Luisteren betekent interactie, een open aanpak en een open houding.” – Mikis de Winter

Het wordt tijd dat de overheid aansluit bij de open samenleving, bepleiten de drie. En dan niet alleen door te luisteren, maar door ook zelf openheid te geven en data te delen. De Winter trekt een vergelijking met de sauna: ‘Als iedereen bloot in de sauna zit en er komt iemand binnen met een handdoek om, dan wordt de sfeer meteen ongemakkelijk. Dat is hoe veel burgers de huidige situatie ervaren: de overheid houdt die handdoek om, terwijl de samenleving open en bloot is.’

Big brother?
In het licht van alles wat Wikileaks tot nu toe openbaar maakte, heeft de term ‘de luisterende overheid’ ook een andere lading. Hoe verhoudt zich dat tot het enthousiaste pleidooi van de drie? Suijkerbuijk: ‘In dit geval gaat het niet om luisteren, maar om afluisteren.’ De Kruik: ‘Het cruciale verschil zit ‘m erin of de overheid een stille volger is of niet. Als een ander niet weet dat je luistert, dan luister je af. Luisteren is altijd doelbewust en de ander is ervan op de hoogte. De overheid maakt kenbaar dat ze meeluistert, waarom ze dat doet en betrekt mensen erbij.’
Dat kan dankzij technologische ontwikkelingen op steeds meer manieren, vertelt hij. Zo werd aan ouderen in Rotterdam gevraagd of zij het goed vonden als ze een GPS-tracker zouden krijgen. Daarmee bracht de gemeente in kaart welke routes mensen liepen en dat leverde nieuwe inzichten op. De Kruik: ‘De ouderen zeiden bijvoorbeeld dat ze de kortste route namen naar de supermarkt, maar in feite liepen ze om om een gevaarlijk kruispunt te ontwijken.’

“Het cruciale verschil zit ‘m erin of de overheid een stille volger is of niet. Als een ander niet weet dat je luistert, dan luister je af.” – Eric de Kruik

Een paar Brabantse gemeenten denken erover na om scholieren te vragen of ze met een speciale lamp op hun fiets willen rijden. Sensoren in die lamp registeren onder meer oneffenheden in de weg en wachttijden voor stoplichten. ‘Dit kan de gemeente een schat aan informatie opleveren over de kwaliteit van de wegen.’ Het zijn voorbeelden van een actief luisterende overheid, die op deze manier samen met burgers de kwaliteit van leven verbetert.

Ondanks hun enthousiasme zien Suijkerbuijk, De Winter en De Kruik nog veel vraagstukken en dilemma’s als het gaat om de luisterende overheid. Privacy is daar één van. En de rol van de representatieve democratie, want hoe verhoudt die zich tot een overheid die rechtstreeks met de samenleving in contact staat? Deze en andere dilemma’s bespreken de drie met deelnemers aan hun sessie tijdens het congres Overheid 360°, in een gesprek among friends, zoals De Kruik het noemt. Er valt nog genoeg te ontdekken, besluit Suijkerbuijk: ‘Er is zóveel mogelijk als de overheid echt gaat luisteren. We weten nog niet zo goed waar we allemaal naar kunnen luisteren. Daar beginnen we eigenlijk nu pas aan.’

 

Dit artikel is van de hand van Marieke Vos en verscheen eerder op Platform Overheid. De luisterende overheid komt aan bod op het congres Overheid 360°, 20 en 21 april in Media Plaza te Utrecht. Thema van dit jaarlijkse congres over informatiemanagement binnen de overheid is dit jaar ‘Informatiesamenleving 2020 – de kracht van informatie’.

5 tips om verder te komen met Open Overheid

“Hoe kom ik verder met Open Overheid?” Deze vraag krijgen wij (het Leer- en Expertisepunt Open Overheid) regelmatig als we op bezoek zijn bij (publieke) organisaties. We krijgen ook vaak handige tips tijdens gesprekken over ervaringen uit de praktijk. Deze tips hebben we de afgelopen weken gedeeld in verschillende blogs.  De vijf praktische tips op een rij:

Tip 1: Focus op meerwaarde

Wil je meer begrip, betere economische kansen, betere samenwerking én een beter presterend Nederland? Open Overheid kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren:

  1. Wil je meer begrip voor het werk van de overheid? Dan raden we je aan om te beginnen met Open Verantwoording.
  2. Wil je de kansen vergroten om de economie aan te jagen? Dan is het raadzaam om met Open Data van start te gaan.
  3. Wil je vooral burgers in staat stellen om zelf initiatieven te ontwikkelen? Begin dan met een Open Aanpak en Open Contact.

Kom meer te weten over de waarde van Open Overheid, ga direct naar onze toolkit of lees de tips uit de schijf van vijf voor Open Overheid.

Tip: neem initiatief – hoe klein ook – en houd hierbij altijd de gewenste meerwaarde voor ogen.

Tip 2: Samen sterk!

Is jouw organisatie al actief op het gebied van één van de vier aanvliegroutes: Open Contact, Open Aanpak, Open Data of Open Verantwoording? Vaak gebeurt er al van alles op het gebied van Open Overheid in jouw organisatie. Collega’s starten meestal intuïtief  met de aanvliegroute  die een duidelijke link heeft met zijn of haar werkzaamheden. De ICT-afdeling is geneigd met Open Data aan de slag te gaan. En Open Contact lijkt vooral iets voor dienstverleners, wijkambtenaren of de afdeling Communicatie.

4 aanvliegroutes en beroepen

Aanvliegroutes Open Overheid en de beroepsgroepen die daar het vaakst mee aan de slag gaan.

Verbinding

Zoek je Open Overheid collega’s op en kijk of je jullie ambities  kunt verbinden. Laat je waardering voor het goede werk van je ‘partners in crime’ blijken door de resultaten en praktijkvoorbeelden te delen met anderen.

Kijk aan welke van de 12 startdoelen jij al werkt en lees meer over hoe je de aanvliegroutes voor Open Overheid kunt combineren. Vergeet vooral ook niet om jullie initiatieven op de kaart te zetten?

Tip: versterk Open Overheid in jouw organisatie door het werk van collega’s te waarderen en jullie krachten te bundelen.

Tip 3: Geniet van weerstand

Hoe meer jouw organisatie met Open Overheid aan de slag gaat, des te groter is de kans op weerstand bij collega’s. Die weerstand voelt soms wat ongemakkelijk, maar in feite is het een compliment. Gefeliciteerd: je hebt impact! Geniet ervan! Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. De vraag blijft: hoe neem ik de weerstand bij mijn collega’s weg?

Angst voor openheid

Je kunt proberen om je collega’s te overtuigen met een verwijzing naar de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who), een gesprek over de waarde van Open Overheid of met de 10 meest aansprekende voorbeelden van hergebruik van Open Data. Maar onze belangrijkste tip blijft: luister goed naar de gevoelens van jouw collega’s.

Angst is een emotie die vaak boven komt als het over Open Overheid gaat. De angst voor openheid blijkt meestal nauw verbonden met de angst voor kwetsbaarheid. Goed naar je eigen angst luisteren is een belangrijke ambtelijke vaardigheid met een donker randje. Angsten behoeden ambtenaren weliswaar voor misstappen, maar zorgen ook voor gemiste kansen als het om Open Overheid gaat.

Meer over dit onderwerp lezen? Bekijk dan ook de blog over ratio en emotie in gesprekken over Open Overheid.

Tip: leer van weerstand bij collega’s en geniet van je impact!

Tip 4: Sluit aan bij het Actieplan Open Overheid

Open Data, Actieve Openbaarheid, open over geld, open besluitvorming, ambtelijk vakmanschap in de energieke samenleving en de informele aanpak zijn onderwerpen uit het actieplan Open Overheid 2016 – 2017 waar landelijk op wordt ingezet. Als jouw organisatie werk maakt van één of meer van deze onderwerpen, dan levert dit meer aandacht en ondersteuning van ons (het Leer- en Expertisepunt Open Overheid) op. Volg hier de voortgang van de actiepunten.

Waarom Open Data en Actieve Openbaarheid? 
Het actief vrijgeven van data en documenten draagt bij aan economische kansen en aan democratisch-bestuurlijke waarden van Open Overheid.

Waarom openheid over geld en open besluitvorming?
De belangrijkste overheidsprocessen kosten geld en worden gestuurd door democratische besluitvorming. Openheid hierover levert vaak meer begrip voor de overheid op en biedt kansen voor meer draagvlak voor beslissingen.

Waarom ambtelijk vakmanschap in de energieke samenleving en de informele aanpak?
Werkelijk contact maken en aansluiten op de denk- en doekracht van de samenleving zorgen voor een beter presterend Nederland. Lees hier meer over de waarde van Open Overheid.

Tip: sluit aan bij onderwerpen uit het actieplan Open Overheid om meer ondersteuning, aandacht en impact te krijgen.

Tip 5: Laat je inspireren

Hoe pakken andere organisaties initiatieven rondom Open Overheid aan? Wat levert Open Overheid voor hen op? Wat is er allemaal mogelijk aan invalshoeken voor Open Overheid? Loop jij rond met (één van) deze vragen rond en ben je op zoek naar inspiratie? Dan ben je op onze website aan het juiste adres. Kijk eens op de initiatievenkaart en ga op onderzoek uit. Of bezoek een interessante bijeenkomst over Open Overheid.

Durf te vragen en te delen, want extra inspiratie ontstaat als anderen beter weten waar jij naar op zoek bent. Houd contact met inspirerende initiatieven via het Leer- en Expertisepunt Open Overheid (LEOO). Abonneer je bijvoorbeeld op onze update of volg ons op Twitter.

Tip: ga op onderzoek uit, laat je inspireren door anderen en gebruik ons (het Leer en Expertisepunt Open Overheid) als je sparringpartner.

Wat zou je doen met een miljoen?
Burgers beslissen mee over gemeentelijke begroting

Al in veertien Nederlandse gemeenten praten burgers mee over de samenstelling van de lokale begroting. Het leidt tot een grotere betrokkenheid van de inwoners, meer transparantie inzake de uitgaven en een betere kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening.

Wat zou je doen met een miljoen? Zo luidde de slogan van het burgerbegrotingtraject in Antwerpen. Normaal gesproken een puur hypothetische vraag. Maar voor de inwoners van Antwerpen opeens een hele reële opgave. Het gemeentebestuur liet hen namelijk meebeslissen over 10 procent van de totale begroting (1,1 miljoen euro). Het ging daarbij onder meer om eenzaamheidsvraagstukken, fietsvriendelijke straten en een plek voor jongeren in de stad. De inwoners stonden ook zelf aan het roer bij de uitvoering.

De inwoners stonden ook zelf aan het roer bij de uitvoering

Ook in Nederland snuffelen verschillende gemeenten voorzichtig aan deze vorm van participatie. Waarom? Volgens de brochure ‘Nederland op weg naar burgerbegroting’ (een uitgave van Binnenlandse Zaken) brengt de burgerbegroting ten minste vier voordelen: directe burgerparticipatie bij besluitvorming, een transformatie van passieve inwoners naar actieve burgers, transparantie in overheidsfinanciën en merkbare verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening en de infrastructuur.

Geen koploper
De eerder genoemde brochure over dit onderwerp definieert burgerbegroting als: ‘een besluitvormend proces waarin burgers meedenken en onderhandelen over het verdelen van publieke geldbronnen.’ We zijn in Nederland geen koploper als het gaat om het toepassen van burgerbegroting. Daarvoor moeten we naar Brazilië. In Porto Alegre denken jaarlijks 30.000 inwoners mee om tot een goede begroting te komen.

Iedere gemeente doet het op zijn eigen manier, maar ze kunnen veel van elkaar leren

De stad met 1,4 miljoen inwoners werkt al sinds 1989 met wat ze noemen ‘orçamenta participativo’: een systeem dat oorspronkelijk werd geïntroduceerd om het enorme begrotingsgat te dichten. Alle zestien districten beslissen over hun eigen onderwerpen en daarnaast zijn er zes stadsbrede thema’s die door inwoners worden gebudgetteerd. Inwoners geven aan welke initiatieven en projecten zij nodig achten. Nadat de begrotingen zijn vastgesteld worden ze ook ingeschakeld bij de uitvoering.

Succesfactoren
Ook in Nederland wordt sinds kort geëxperimenteerd met de burgerbegroting. En dat gaat niet vanzelf. Het ministerie van Binnenlandse Zaken noemt een aantal succesfactoren: commitment van het bestuur; een proces van meerdere bijeenkomsten; openbare, publieke onderhandeling, en openbare maatschappelijke verantwoording van de resultaten. Wat dat in de praktijk betekent, zien we bijvoorbeeld in Breda en Oldebroek (zie kaders). Daar worden op wijk- en dorpsniveau experimenten uitgevoerd met een vorm van burgerbegroting. Die experimenten zijn aangesloten bij de Democratic Challenge, het experimenteerprogramma van BZK en VNG voor lokale democratievernieuwing. De Democratic Challenge is een leerkring Burgerbegroting gestart met vijftien gemeenten. Iedere gemeente doet het op zijn eigen manier, maar ze kunnen veel van elkaar leren.

Veertien gemeenten aan de slag
In Nederland is Oldebroek de eerste gemeente die ‘burgerbegroot’ en Breda is in 2016 aan het experimenteren. In een Leerkring Burgerbegroting, aangejaagd door het ministerie van BZK, zijn inmiddels wel veertien gemeenten zich aan het voorbereiden op eigen lokale vormen van burgerbegrotingen. In de loop van 2016 en 2017 zal dat merkbaar worden in Groningen, Lelystad, Medemblik, Tubberingen, Haarlemmermeer, Leiden, Schiedam, Vlaardingen, Roermond, Oss, Cuyk, Deventer en natuurlijk Oldebroek en Breda.

Breda zet eerste stappen
Wethouder Patrick van Lunteren vertelt over Breda Begroot. Hiermee zette de gemeente in 2015 de eerste stappen naar burgerbegroting. ‘Wij laten inwoners zelf kiezen waar Breda een deel van het geld aan besteedt. In 2015 deden we dat in de wijk Prinsenhage en het dorp Prinsenbeek. En in 2016 doen we dat voor geheel Breda.
Voor de toekomst heb ik het beeld van een markt waar inwoners zelf een boodschappenmandje krijgen. De gemeente heeft daar al van alles ingestopt, maar dat kunnen inwoners dan voor een deel terugleggen en er andere boodschappen in terug doen. Zowel online als offline. Waarom wel het buurthuis open houden, terwijl we het geld ook aan armoedebestrijding kunnen besteden of andersom? De inwoners beslissen uiteindelijk zelf.’
Patrick van Lunteren schat in dat inwoners straks op ongeveer 250 van de 600 miljoen euro invloed kunnen uitoefenen. ‘Het is aan de wijken zelf waar ze over willen praten: van de stoeptegels tot aan de armoedebestrijding. Of vooral de buitenruimte, de speeltuinen, fietspaden of voetgangersoversteekplaatsen.’ Maar samen beslissen betekent volgens de wethouder daarna ook samen doen: ‘Bijvoorbeeld in de vorm van wijkdeals met inwoners waarbij we afspreken dat er een extra speeltuin komt in ruil voor een stukje groenonderhoud door de bewoners zelf.’

Oldebroek doet meer met minder geld
In de gemeente Oldebroek gaan ze een stap verder dan in Breda. Ze vroegen zich af wat er zou gebeuren als burgers zelf het groen beheren in hun wijk, de zorg organiseren, duurzaamheidsprojecten opzetten, en omzien naar mensen die het niet zo makkelijk hebben?
Om daarachter te komen vroegen ze de dorpen in de gemeente wie er wilde experimenteren met burgerbegroting om zo de verantwoordelijkheid van de wijken/dorpen meer bij de inwoners te leggen en hen te voorzien in de middelen die ze daarvoor nodig hebben. Onder andere het dorp Oosterwolde wilde daar graag aan mee doen. Nu, een jaar later wordt er geëvalueerd. En de resultaten zijn boven verwachting. Op alle toetspunten (vergroten eigenaarschap bewoners, kwaliteit oplossingen, verhouding inwoners-gemeente, instrument burgerbegroting) zien zowel de gemeente als de inwoners een vooruitgegaan. Straten zijn mooier, mensen zien meer naar elkaar om en er wordt meer gedaan met minder geld.

Bovenstaand artikel verscheen recent in magazine InGovernment en is geschreven door Joop Hofman, directeur participatiehuis Rode Wouw en Mikis de Winter, Leer- en Expertisepunt Open Overheid. Met dank aan Jornt van Zuylen, projectleider Democratic Challenge bij VNG en Martin Hendriksma.

Meer weten?
Democratic Challenge
Menukaart Open over Geld

 

 

‘3 over democratie’ in een notendop

De afgelopen weken brachten we een tiendelige blogserie uit over de relatie tussen Open Overheid en democratie. Hierin kwamen uiteenlopende visies over nieuwe vormen van democratie aan bod. Ook hadden we het over de schaduwzijde van Open Overheid en de zoektocht naar de juiste balans.

Deze serie kreeg de naam ‘3 over democratie’ omdat steeds hetzelfde drietal aan het woord kwam, namelijk: Merel Heijke, Martijn Kool en Hans Alberse. We blikken graag samen met je terug op de tiendelige blogserie. Hieronder volgt ‘3 over democratie’ in een notendop:

Merel Heijke over Grenzen aan openheid voor politiciMartijn Kool over Grenzen aan openheid voor politiciHans Alberse over Grenzen aan openheid voor politici

Van links naar rechts: Merel Heijke, Martijn Kool, Hans Alberse

Nieuwe vormen van democratie

In de eerste blog over nieuwe vormen van democratie zetten Merel, Martijn en Hans direct de toon waar zij de volgende blogs trouw aan blijven. Martijn geeft duidelijk aan waarom hij vindt dat we in Nederland toe zijn aan groot onderhoud aan de democratie. Hans geeft veel voorbeelden uit de praktijk die laten zien waarom vertrouwen op inwoners hem altijd goed is bevallen. Merel kiest vooral voor de rol van kritische beschouwer:  “Of een vernieuwing beter is, daar moeten we voortdurend kritisch naar kijken”.

De vraag of politieke partijen in de toekomstige democratie nog een rol spelen krijgt een eensgezinde reactie: op de lange termijn is de rol van politieke partijen uitgespeeld. Maar wat komt daar dan voor in de plaats? Volgens Merel zou dat een Open Data Democratie kunnen zijn. En Hans denkt het volgende: “Volksvertegenwoordigers worden ‘volksverbinders’. Zij voelen en zien wat er gebeurt en verbinden zich met (nieuwe) netwerken in de samenleving.’

Merel, Hans en Martijn denken alle drie verschillend over hoe de samenwerking tussen bestuurders en inwoners eruit kan zien. Hans benadrukt het menselijke aspect: laat als bestuurder zien dat je ook gewoon een mens van vlees en bloed bent met twijfels en vragen. En Martijn legt het accent op de lange adem die nodig is: “Bij budgetmonitoring gaat het niet om eenmalig consulteren, maar gedurende een periode van jaren meerdere malen meedenken, meedoen en meebeslissen.”

Open raadsinformatie wordt door alle drie gezien als een basisvoorziening en een waardevolle eerste stap in de richting van nieuwe vormen van democratie. Merel: “Het delen van informatie vind ik dan vanzelfsprekend. De interactie, het tweerichtingsverkeer vind ik een interessante toevoeging.” Daarmee schetst zij de belangrijkste rode draad in de ideeën over nieuwe vormen van democratie: dit is zonder uitzondering tweerichtingsverkeer tussen inwoners en bestuurders. Het “we leggen het u nog één keer uit” is er niet meer bij.

De schaduwzijde van openheid

Als reactie op de negende blog over de spanning tussen openheid als democratische kernwaarde en het op controle georiënteerde politiek bestuurlijke systeem (waar de overheid onderdeel van is),  pleit Hans voor eerlijkheid: “Als je in de controlekramp schiet, zeg dat dan”. Martijn stelt dat politici moeten leren om bij incidenten niets te doen. Valerie Frissen maakt in haar reactie de balans op: “Zolang transparantie de default optie is en je altijd inzicht geeft in hoe en waarom je burgers controleert en waartoe je data van burgers verzamelt, blijf je als overheid investeren in een vertrouwensrelatie.”

Openheid is een middel en geen doel op zich en daarom zijn er ook wel degelijk grenzen aan openheid, die in onze laatste blog de revue passeren. In blog 6 komt de vraag of het ook zonder overheid kan aan de orde. Daar waar Martijn Kool nog zegt: “Politici moeten mensen meer ruimte geven; burgers of inwoners – hoe je ze ook noemt – zelf meer besluiten laten nemen.” Merel zegt juist dat die ruimte er al is. Hans benoemt een andere duidelijke lijn als het gaat om de schaduwkanten van Open Overheid: “De krachten in de samenleving worden steeds sterker, dus kunnen we beter met de samenleving werken”.

Zoeken naar de juiste balans

Martijn, Hans en Merel tonen zich eensgezind over het belang van een gelijkwaardige informatiepositie van burgers. “Democratie is naast openheid ook meer betrokkenheid van burgers, meer zeggenschap en vooral heel goed luisteren naar elkaar!”, zegt Merel. Volgens Hans moet de overheid standaard open zijn en als dat niet zo is dan moet dat uit te leggen zijn. “Niet vanuit een verdedigende houding achteraf, maar er moet vooraf al over nagedacht en gesproken zijn.” Martijn zegt treffend: “Na de data en informatie komen het gesprek, de afwegingen en uiteindelijk de keuzes. Data en informatie stimuleren enorm. Dus Open Overheid is hard nodig!” Wat de bijdrage van archivarissen daaraan kan zijn werd in blog 5 behandeld.

De balans tussen de representatieve democratie en de Doe-democratie werd ook besproken. Hierover zegt Martijn luid en duidelijk: “Volgens mij moeten we de democratie opnieuw uitvinden!” Hans legt de nadruk op voorbeelden uit de praktijk zoals de burgerjury, burgervisitatie en de G1000-initiatieven.  Merel wijst er – vanuit haar rol als rol als kritische beschouwer – op dat het zoeken naar de juiste balans mogelijk productiever is dan het snel omarmen van het nieuwe en het weggooien van oude verworvenheden.

Alle blogs

Wil je alle of één van de blogs nog een keer lezen? Hieronder zetten we ze voor je op een rij:

1. Nieuwe vormen van democratie
2. Verdwijnende politieke partijen
3. Virtuele publieke tribune
4. Open raadsinformatie
5. Archivarissen aan zet
6. Zonder overheid?
7. In balans met Doe-democratie
8. Gelijkwaardige informatiepositie
9. De paradox van openheid
10. De grenzen van openheid

Over Merel, Martijn en Hans

Merel Heijke is consultant inzicht en sturingsadvies bij KING, Kwaliteitsinstituut Nederlandse gemeenten en nauw betrokken bij Democratic Challenge. Martijn Kool is directeur van het Centrum voor Budgetmonitoring en Burgerparticipatie en oud-partijvoorzitter van een lokale afdeling van een politieke partij. Hans Alberse is oud-raadslid, oud-wethouder in de gemeente Rheden en oud-burgemeester binnen de gemeente Lingewaal en Oude-IJsselstreek, ooit begonnen als vrijwilliger in een wijkcentrum en sinds vorig jaar als zelfstandige werkzaam als adviseur Vernieuwing Democratie.

Hoe kom je verder met Open Overheid?
Tip 1: focus op meerwaarde

Hoe kom ik verder met Open Overheid?” Deze vraag krijgen wij (het Leer- en Expertisepunt Open Overheid) regelmatig als we op bezoek zijn bij (publieke) organisaties. We krijgen ook vaak handige tips tijdens gesprekken over ervaringen uit de praktijk. In een serie blogs delen we deze praktische tips Vandaag tip 1:

Houd de gewenste meerwaarde voor ogen

Wil je meer begrip, betere economische kansen, betere samenwerking én een beter presterend Nederland? Open Overheid kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren:

– Wil je meer begrip voor het werk van de overheid? Dan raden we je aan om te beginnen met Open Verantwoording.

– Wil je de kansen vergroten om de economie aan te jagen? Dan is het raadzaam om met Open Data van start te gaan.

– Wil je vooral burgers in staat stellen om zelf initiatieven te ontwikkelen? Begin dan met een Open Aanpak en Open Contact.

Kom meer te weten over de waarde van Open Overheid, ga direct naar onze toolkit of lees de tips uit de schijf van vijf voor Open Overheid.

Tip: neem initiatief – hoe klein ook – en houd hierbij altijd de gewenste meerwaarde voor ogen.

Lees ook onze andere tips om verder te komen met Open Overheid:

Tip 2: focus op meerwaarde
Tip 3: geniet van weerstand