Expertisepunt Open Overheid

De impact van open data

Wat is Data.overheid.nl?

Als je op zoek bent naar overheidsdata dan zit je goed bij Data.overheid.nl. Hier vind je al snel alle open data die de overheid beschikbaar heeft, de contacten die de data kunnen leveren en krijg je antwoord op je data vragen. Een aantal voorbeelden van actieve gebruikers van Data.overheid.nl zijn onder andere: ondernemers, wetenschappers en studenten en hobbyisten.

Als je op zoek bent naar bepaalde data en deze data lijkt niet beschikbaar te zijn, dan kun je via een formulier een dataverzoek indienen. Data.overheid.nl gaat vervolgens op zoek bij data aanbieders of zij de gezochte data tot hun beschikking hebben. Daarnaast wordt de lezer op de website op de hoogte gehouden van allerlei data gerelateerde evenementen, bijeenkomsten en Webinars, nieuws items en artikelen die betrekking hebben op open data en het gebruik ervan.

Data communities

Naast de website beschikt Data.overheid ook over een community forum. Op dit forum komen vraag en aanbod samen. Op dit forum helpen -datagebruikers en aanbieders elkaar bij het vinden, zoeken en verkrijgen van gewenste data. Een voorbeeld van zo’n verzoek kan zijn: ‘een overzicht van het energieverbruik in provincie X van 2019 tot 2020’. Je kunt een account aanmaken als je zelf berichten wilt plaatsen en als je wilt reageren op berichten van anderen. Indien je geen account aanmaakt kun je alsnog alle berichten meelezen op het forum. Sinds de start van het forum in maart zijn er vier groepen opgezet, namelijk: onderwijsdata, mobiliteitsdata, energiedata en data sociale zekerheid. Binnen deze vier groepen wordt dieper ingegaan op deze afzonderlijke onderwerpen. Een paar keer per jaar organiseert Data.overheid.nl een online sessie, tijdens deze sessie gaan we in gesprek met de leden van deze groep(en).

Impact stories

Naast het vinden en verkrijgen van data vinden we het ook belangrijk om de impact van data te meten en onder de aandacht te brengen. Zo interviewen wij wekelijks mensen die als hobby of namens een bedrijf of organisatie, een toepassing hebben ontwikkeld met behulp van open data. De toepassingen zijn uiteenlopend van kaarten waarop je de ruimtelijke ontwikkelingen in Nederland kunt volgen, apps die je vertellen of de treinen rijden tot websites die je meer vertellen over de aardbevingen in Groningen en verder.

Door actief de impact van bepaalde data aan het licht te brengen laten we zien dat er tal van mogelijkheden zijn om open data te gebruiken op diverse manieren. Op deze manier willen we meerdere mensen tegelijkertijd informeren over de mogelijkheden die er zijn met open data. Benieuwd geworden? Neem een kijkje op onze website.

Wil je zelf meepraten over de impact van data?

Word gratis lid van onze data communities, binnen 1 minuut heb je een account aangemaakt en praat je mee op www.datacommunities.nl.

Door: Indra Leeuwerink van Data.overheid.nl

Hoe ga je open?

Gastblog door Maike Klip, eerder verschenen op haar eigen website.  

Twee weken geleden schreef ik over de schoonheid van de achterkant van de overheid. De overheid moet open werken, dat maakt alles zoveel beter. Dat willen is één ding, maar hoe begin je? Na die blog kreeg ik een berichtje van drie dames van de Gemeente Amsterdam die met een project open wilden werken, maar niet wisten hoe ze concreet konden beginnen. Samen bedachten we een aantal stappen die je kunt nemen om ‘open te gaan’. In dit blog zet ik ze op een rij.

Stap 1: Voor wie ga je open?

Open ben je niet in je eentje. Dat doe je juist zodat de ander je kan zien en bij je kan komen. Zodat anderen je begrijpen en met je samen kunnen werken. De eerste stap die je moet nemen is bedenken wie die ander is. Met wie wil je samenwerken? Dat kan je doelgroep zijn, maar ook medewerkers van andere organisaties of kritische burgers en ondernemers.

Bijvoorbeeld, bij CoronaMelder werkten we open op verschillende manieren.

  • Alle code, designs en onderzoeken stonden op Github en werden besproken in een openbare Slackgroep. Hier zaten vooral kritische programmeurs en ontwerpers. Sommigen kregen zelfs toegang tot onze Figma zodat ze zelf aan de slag konden gaan in onze ontwerpbestanden om hun ideeën bij te dragen.
  • In de openbare Slackgroep zaten ook belangenorganisaties (bijvoorbeeld op het gebied van privacy) en journalisten. Zij volgden het project kritisch (terecht!).
  • Burgers die de app potentieel zouden gebruiken nodigden we uit om vanuit huis of in het onderzoekslab in Amsterdam de app uit te proberen. We lieten hen de app in een vroeg stadium zien en elke wijziging testten we opnieuw tot het goed was. We nodigden allerlei burgers uit, 60+’ers, mensen die Arabisch spreken, mensen die taalarm zijn, jongeren, mensen met een visuele beperking, en meer.
  • We betrokken wekelijks medewerkers van de GGD. Door met hen mee te lopen in hun werk maar ook door de verslagen van deze bezoeken met hen te delen. Ook op bestuurlijk niveau werd regelmatig advies gevraagd en geluisterd naar de GGD.
  • Daarnaast werkten we samen met een begeleidingscommissie van gedragswetenschappersdie ook toegang hadden tot dezelfde informatie als wij.

“Open werken is een gesprek en dat gesprek voer je niet met jezelf.”

Iemand test CoronaMelder in het Arabisch

Stap 2: Waar ga je open?

Voor wie je open gaat, bepaalt ook waar je dat doet. Welk platform kies je en voor wie moet welke informatie toegankelijk zijn? Bestuurders, programmeurs en gebruikers van je product vragen allemaal een andere taal en plek. Ik denk dat je een plek nodig hebt voor je informatie/ documentatie en een plek voor het gesprek hierover. Die plekken moeten toegankelijk zijn voor je doelgroepen, maar mogen best onhandig zijn voor wie je doelgroep niet is. Wil je bijvoorbeeld samenwerken met mensen die niet zo handig zijn met techniek, dan is een appgroep een beter idee dan Slack.

“Kies de plek die past bij je doelgroep.”

 

Bij CoronaMelder plaatsten we alle documentatie op Github, daar konden anderen ook wijzigingen voorstellen. We gebruikten Slack om het gesprek hierover te voeren. Dit had een kleine drempel. Je moest je aanmelden voor zowel Slack als Github. Hiervoor had je motivatie nodig maar ook een beetje inhoudelijke kennis. Later maakten communityleden een website om het meepraten over de app toegankelijker te maken. Deze drempel was ook fijn omdat een inhoudelijke discussie op Twitter soms niet te voeren was door de felheid en valse informatie.

“Je hebt een veilige plek nodig om te experimenteren en een open gesprek te voeren.”

 

Toen ik de afgelopen twee jaar aan De Begripvolle Ambtenaar werkte, deed ik dat ook open. Ik gebruikte dit blog om de voortgang te delen. Ik gebruikte sociale media (Twitter en Linkedin) om een gesprek te organiseren. Dit omdat de algoritmes van sociale media maakten dat het bereik groter werd dan mijn eigen netwerk maar ook omdat ik het belangrijk vond dat het thema van mijn onderzoek open en eerlijk besproken wordt (en niet in een semi-verborgen groep).

Stap 3: Geef context

Je kunt pas meepraten, als je weet waar het over gaat. Doe niet een code dump op Github, maar geef context bij het doel wat je wilt bereiken. Bij CoronaMelder delen we daarom ook al het onderzoek open, zowel gebruikersonderzoek als inzichten over het werk van de GGD. Die context hebt je nodig om ontwerpkeuzes te begrijpen en te kunnen bevragen.

Bij blogs die ik hier schrijf, deel ik in de inleiding ook altijd context. Bij het schrijven bedenk ik me altijd ‘Stel nu dat je voor het eerst op mijn blog bent: wat moet je dan weten om deze blog te begrijpen?’

“Deel je voorkennis en context zodat je op gelijke voet staat.”

Je werk wordt er altijd beter van als je het samen doet 🙂

Stap 4: Maak je documentatie op orde

Lijkt op stap 3, maar is toch anders. Maak van je kladblok heldere samenvattingen die je open kunt delen. Niet iedereen volgt automatisch je hersenspinsels of kent alle afkortingen van je organisatie. Open werken betekent dat je goed uitlegt wat je doet, wat je leerde en hoe je verder gaat.

“Deel elke stap en maak de stap niet te groot.”

 

  • Een kleine stap is makkelijker te overzien en sneller gedaan.
  • Kleine stappen zetten de ander niet buitenspel. Je kunt alleen meepraten als je toegang tot info hebt en er nog geen beslissing is genomen.
  • Het eindverslag schrijft zichzelf want elke stap is al goed gedocumenteerd.

Als je De Begripvolle Ambtenaar vanaf het begin volgde op dit blog, zal mijn eindpublicatie niet volledig nieuw zijn. Veel fragmenten uit mijn essays zijn eerder als blog hier verschenen. Soms kregen blogs later een nieuwe lading wanneer ik nieuwe inzichten op deed. Soms stuurden anderen na een blog een boekentip of een praattip waarmee ik een nieuw puzzelstukje vond.

Stap 5: Organiseer het gesprek

Niemand bedenkt op dinsdagmiddag ‘goh, eens kijken of de gemeente nog iets heeft gedeeld waar ik in mee kan denken’. Een gesprek ontstaan niet vanzelf.

“Nodig mensen actief uit om mee te doen.”

 

Dat deden we bij CoronaMelder bijvoorbeeld door deze post die ik op Linkedin deelde. Ik vroeg ontwerpers zich aan te melden voor onze community. De post werd veel gedeeld en meer dan 42.000 mensen hebben hem gezien. Er kwamen zo’n 300 ontwerpers de Slack in. Nog steeds melden zich nieuwe mensen, of worden mensen juist minder actief. Dat is okè!

Om dit in goede banen te leiden, is een community manager handig. Bij CoronaMelder is dit Edo Plantinga. Onvermoeibaar betrekt hij iedereen. Stelt hij vragen en gooit hij gesprekken open. Zit hij teamleden achter de broek dat er ‘2 dagen geleden al een vraag gesteld is waar niemand nog op heeft gereageerd, wie wil dat even doen?!’

“Geef iemand de rol van community manager in je open project.”

Edo organiseerde regelmatig openbare videocalls waar iedereen aan mee kon doen. Elke vrijdag hadden we een inloopspreekuurtje of een teamlid deed een AMA, een Ask Me Anything. Informeel bespraken we allerlei zaken over de app met communityleden.

“Organiseer laagdrempelige contactmomenten”

 

Behind the CoronaMelder app: Open source, experts & de overheid

Edo hoeft het niet alleen te doen. Open werken betekent ook dat teamleden zelf de gesprekken voeren en de discussie aangaan. Het is juist goed als je direct met het teamlid kunt sparren als communitymember. Hèt teamlid dat zelf aan de knoppen zit waar jij juist een goede inhoudelijke vraag over hebt. Niet alles hoeft langs communitymanagers of woordvoerders te gaan, het is veel beter voor het resultaat als het rechtstreeks gaat.

“Betrek het hele team erbij.”

 

Dit is spannend want in de ambtenarij zijn we gewend om anoniem te kunnen werken. Maak je een account op Github aan onder je eigen naam? Maar dan kunnen ook alle beslissingen teruggeleid worden tot jou persoonlijk. Als ambtenaar val je onder de ministeriële verantwoordelijkheid. Dat betekent dat ambtenaren niet zelf verantwoordelijkheid hoeven af te leggen over wat ze doen, dat doet de minister.

Deze zomer adviseerde de Raad van State om deze ministeriële verantwoordelijkheid aan te passen. ‘Uitleggen wat de overheid doet en waarom is belangrijker dan ooit. Er is een transparant en correct samenspel nodig tussen Kamer, Kabinet en Ambtenaren‘ en burger, voeg ik daar zelf even aan toe *angelface*. Dit onderwerp heb ik al uitgebreid uit de doeken gedaan op debegripvolleambtenaar.nl, maar ik stip het hier toch even extra aan omdat dit een van de redenen is waarom ambtenaren weinig naar buiten treden en daardoor moeilijk open kunnen samenwerken. Dat kan anders!

“Wees jezelf en ga het gesprek aan.”

Stap 6: Betrek de woordvoerder

Niet alleen de woordvoerder, ook de manager, de directeur, de minister of de burgemeester. Open werken zorgt voor een andere dynamiek. Vraag je af wie verantwoordelijk en aanspreekbaar is in je organisatie, dat ben jij niet alleen. Een open gesprek voer je samen, ook binnen je organisatie. Zorg ervoor dat iedereen die een rol speelt ook weet dat je open wilt werken en hoe je dat gaat doen. En werk samen om dit goed te doen.

Ik noemde al eerder: er zitten ook belangengroepen en journalisten in de zaal. Als het open is, kunnen zij ook meelezen en meevragen. Dat betekent dat het gesprek alle kanten uitgaat, in plaats van netjes via de minister die verantwoordelijk is om de Kamer eerst te informeren. Soms staan er details op Github, en dus binnen no time in de krant, die bijvoorbeeld niet in de Kamer zijn besproken. Is dat erg?

“Betrek de mensen in je organisatie die verantwoordelijk en aanspreekbaar zijn op wat je doet.”

 

En ja, niet altijd zal alles open kunnen zijn. In juni schreef de GGD een brief naar het ministerie van VWS over de app met allerlei zorgen. Die brief kwam later pas openbaar toen de NOS een wob-verzoek deed en erover publiceerde. Had deze brief eerder openbaar kunnen zijn? Misschien wel, misschien niet. Open werken betekent niet dat elke communicatie, elke overweging openbaar hoeft te zijn. Waar de grens ligt moeten we continu ontdekken, afspreken en weer aanpassen.

“Bespreek de grens van openheid met elkaar.”

 

Open werken maakt van het klassieke trapje ‘organisatie – minister – kamer/ journalist – burger’ een twee-richtingsgesprek. In de community worden zaken besproken die leiden tot nieuwe inzichten en dus nieuwe ontwerpkeuzes. Dat gaat geleidelijk in elkaar over. Bij CoronaMelder zorgden we ervoor dat de Kamer regelmatig geïnformeerd werd over het open proces en de stand van zaken. Op debegripvolleambtenaar.nl schreef ik al eerder over deze omgekeerde dynamiek als de oplossing om onbegripvolle patronen in de overheid te doorbreken.

Stap 7: Maak plezier

Het is heel leuk om open te werken. Je leert allerlei nieuwe mensen kennen en maakt iets veel beters dan wanneer je dat alleen met je eigen clubje had gedaan. Je ziet hoe je product in actie gebruikt wordt en je hebt zeker geen saaie kantoorbaan meer.

Sta open voor het gesprek. Dat is spannend want je stelt je kwetsbaar op. Je krijgt feedback, dat is leuk èn moeilijk. Meestal heb je echt wat aan de feedback, soms is het ongefundeerd (stap 3 en 4 maken de kans hierop veel kleiner). Soms is het ook gewoon moeilijk te verteren. Heb je zo je best gedaan, zet je het ’s avonds laat online en wordt je wakker met op sociale media ‘een dikke onvoldoende’ en zie je jouw werk met rode strepen. Ook dat hoort erbij. Neem het niet persoonlijk, en…

“Ga ’s ochtends niet voordat je koffie hebt gehad op Twitter.”

Ask Me Anything… hartje als toestemming dat je op de foto wil

Tot zover mijn tips hoe je kunt beginnen met open werken. Als je Ineke, Anouschka en Marieken van de Gemeente Amsterdam wilt helpen met hun open project, begin dan hier.

Hoe werk jij open? En hoe ben je begonnen?

Kaarten van de borst

Gastblog door Guido Rijnja (ministerie van Algemene Zaken)

‘Kunnen we niet beter op safe spelen en de kaarten voor de borst houden?’ Het is een repeterend thema bij gesprekken over dilemmalogica: in deze woorden of met een gelijke strekking. De vraag verwijst naar gedrag dat wel met ‘coping’ wordt aangeduid: als je iets lastigs op je bord krijgt, ben je primair geneigd de verstoorde balans weer te herstellen. Freeze, fight or flight heet het hierbij passende repertoire: je doet niets, je gaat er met een gestrekt been in of je kiest het hazenpad. In de ambtelijke dienst bestaan hier vele voorbeelden van. Op het vlak van vechten maakten ooit de spindoctors naam (noem het gewoon anders of leid de aandacht af) en als het gaat om vluchten is er altijd wel iemand die de ontwijkende vraag weet te stellen: gáán wij daar wel over, of: hebben we daar geen commissie voor?

Reflexen

Ik haal deze primaire reflexen naar voren om te onderstrepen dat dilemmalogica – actieve openbaarheid bij omstreden opgaven – juist de omarming van die reflexen in zich draagt. Wat voor de burger geldt, die met een onwelkome boodschap wordt geconfronteerd, geldt ook voor de ambtenaar, die voor de keuze staat om tegenspel op te zoeken dan wel er van weg te bewegen. Niets menselijks is ons vreemd. Aan de filosoof Emmanuel Levinas dank ik de wijsheid dat wie ergens tegen is, ook altijd ergens vóór is. Contact, écht contact begint met erkenning: het bevestigen van de zorgen, de weerzin of de frustratie. Immers, juist in dat schurende samenzijn kan ruimte ontstaan om andere zienswijzen onder ogen te zien, de spreekwoordelijke medaille om te keren en nieuwe perspectieven ruimte te bieden.

Face!

Je zou dus aan het trio freeze, fight or flight een vierde optie kunnen toevoegen: face, of met gewoon Nederlands: stap erin, zoek de weerstand op. Dat dit zo kansrijk is in de context van openbaar bestuur heeft te maken met het inzicht dat 70 procent van de burgers coöperatief is ingesteld als het gaat om interventies van autoriteiten. Uit onderzoek naar waarden-oriëntaties door onder meer Paul van Lange van de Vrije Universiteit en Kees van den Bos van de Universiteit Utrecht komt naar voren dat we bij de overheid goedbeschouwd over een gigantisch basiskapitaal beschikken. We hebben het hier over een humuslaag waarop ook het poldermodel is gebaseerd: een intrinsieke hang naar samenwerking. Er zijn historici die beweren dat de lage ligging onder de zeespiegel de voornaamste reden is dat we altijd op zoek zijn naar elkaar, om maar te voorkomen dat je wordt overspoeld (of om het land weer te kunnen veroveren).

Snakken naar openheid

Als je beseft hoe sterk en breed gedragen de publieke compliance of basale welwillendheid is, komt zo’n vraag naar het al dan niet van de borst halen van de kaarten, in een heel ander daglicht te staan. Schepje erbovenop: mensen snakken ernaar dat je open bent over wat je wel of niet weet, hoe je omgaat met je verantwoordelijkheid en je mandaat om bepaalde lastige zaken in naam van de burger aan te pakken. Bestuurders en medewerkers die zelf actief de boodschapper zijn van ongemak oogsten waardering, een inzicht dat ook bekend is uit de crisiscommunicatie. Dilemmalogica blijkt op dit punt waarde toe te voegen: iets doet zich voor als een spanning of duivelse opgave, en jij bent in staat om a) de zorgen te erkennen, b) de zienswijzen te ordenen en c) er een passend perspectief aan te verbinden (zie www.communicatierijk.nl voor toelichting op de aanpak).

Varen op zicht

In tijden van corona blijkt die actieve openbaarheid over dilemma’s tot dusver hogelijk gewaardeerd te worden. Dan zeg je eerlijk dat je slechts kunt varen op zicht en op wat en wie je je wél kunt baseren. Of je schetst actief en openlijk de scenario’s die je bij een optionele lockdown kunt overzien. Of dan grijp je wrevel over de aandacht voor publieke gezondheid ten opzichte van die voor een gezonde economie aan om duidelijk te maken dat hier geen tegenstellingen aan de orde zijn, maar twee zijden van een medaille. Onder die spanning gaan gedeelde waarden schuil, zoals zorg en verantwoordelijkheid om mensen veilig door onzekerheid te loodsen. Bestuurders en ambtenaren kunnen dat alleen doen, zolang de burger of ondernemer ziet dat de boodschapper uit overtuiging in de kaarten laat kijken. Zoals je je soms wild kunt ergeren aan een leidinggevende die na een cursus een week lang ‘ik hoor wat je zegt’ oplepelt, en hier geen concrete handreiking aan verbindt, zo ook verwachten mensen als het om overheidsoptreden gaat boter bij de vis. Zeker bij toenemende complexiteit. Soms kun je geen zekerheid bieden, maar wel duidelijkheid.

Trapeze

Dilemmalogica past bij de overheid, die nu eenmaal zich bemoeit met zaken die niet vanzelf van de grond komen, schaarste betreffen en individuele krachten te boven gaan. Zodra en zolang je dus contact maakt over wat schuurt, helpt overzien wat scheidt en wat bindt en op die common ground samen door te pakken. Speel je dan nog wel op safe? Ja, maar dan wel graag met het beeld van de trapeze. Iemand durft los te laten omdat hij of zij weet dat een ander is staat is je op te vangen. Dat is in wezen vertrouwen. Econoom Bart Nooteboom omschreef vertrouwen ooit als de bereidheid om het risico te nemen dat een ander je in de steek laat, in de verwachting dat-ie het niet zal doen. Dat risico, die verwachting, en om te beginnen die bereidheid: dat schraagt ambtelijk vakmanschap.

Meer lezen?
Dilemmalogica is een van de actiepunten van het Actieplan Open Overheid 2018-2020. Lees ook het interview met actiehouder Guido Rijnja.

Stapsgewijs werken aan een Open Overheid bij IenW

Gastblog door Nathalie Meeuwisse, programmasecretaris bij het Programma Open Overheid bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).Open Overheid bij IenW

Open Overheid bij IenW
“Is het mogelijk om een zakje ‘open’ buttons te ontvangen? Om namens het Programma Open Overheid binnen het ministerie IenW uit te delen bij bijeenkomsten. Zo werken we aan een stukje bewustwording en zichtbaarheid van open overheid.” Met deze vraag klopte ik aan het bij het Leer- en Expertisepunt Open Overheid (LEOO). Mijn verzoek werd positief beantwoord. Of ik dan een blog wil schrijven voor open-overheid.nl, was de wedervraag. Deze blog gaat over de aanpak van het Programma Open Overheid binnen IenW.

Open overheid bij IenW
Het programma Open Overheid heeft een drieledige opdracht gekregen vanuit de IenW Bestuursraad. Dit betreft in de eerste plaats het voldoen aan wet- en regelgeving,  denk hierbij aan zowel de huidige Wob als de toekomstige Woo. Daarnaast gaat het over het verbeteren van transparantie en toegankelijkheid van informatie zowel binnen IenW als naar de buitenwereld. Kortom, het programma richt zich op meer dan alleen de Woo. De nieuwe wet geeft wel een extra stok achter de deur om de informatiehuishouding op orde te brengen.

Verschillende aspecten van de informatiehuishouding komen terug binnen het IenW Programma Open Overheid. Hierbij mag de maatschappelijke opgave, het primaire doel, van open overheid niet uit het oog worden verloren: informatie openbaar maken zodat de samenleving informatie eenvoudig kan vinden en daardoor meer vertrouwen krijgt in de overheid. En de kwaliteit van het functioneren van de overheid verbetert wanneer burgers en bedrijfsleven mee kunnen kijken met informatie.

Een team bestaande uit businessimplementatiemanagers, implementatiemedewerkers, projectleiders en een communicatieadviseur voert het programma uit. Het team wordt bijgestaan door een programmasecretaris, financieel controller en een enterprise architect en staat onder leiding van een programmamanager. Het programma richt zich op de IenW-onderdelen kerndepartement, Rijkswaterstaat (RWS), Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), Koninklijk Nederland Meteorologisch Instituut (KNMI), Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Stap voor stap
De businessimplementatiemanagers toetsen het IenW-onderdeel op het openbaar maken van informatie en plegen interventies. Dit doen zij aan de hand van een aantal stappen:

  1. Onderzoeken hoe de organisatie ervoor staat: wat gaat goed en wat gaat nog niet (helemaal) goed conform de wet- en regelgeving voor openbaar maken. Dit onderzoek bestaat uit:
    1. Duiding van de wet- en regelgeving.
    2. GAP-analyse op huidige wetgeving en op de Woo.
  2. De organisatie in staat stellen om te kunnen doen wat ze moet doen, om te voldoen aan de wetgeving.
    1. Interventies plegen en faciliteren.
  3. Vooruitkijken: wat we nog meer willen doen, gericht op de toekomst.

Er is inmiddels een goed beeld hoe IenW er voor staat in het openbaar maken van verschillende documentcategorieën. Op de openbaar te maken documentcategorie externe onderzoeksrapporten onder ARVODI, worden nu zichtbare resultaten behaald bij het kerndepartement:

  • In het inkoopplan is een aan te vinken passage opgenomen over de verplichting externe onderzoeksrapporten openbaar te maken. Hiermee geven medewerkers aan zich hiervan bewust te zijn.
  • Er is een verbeterd proces opgesteld dat is vastgelegd in een overzichtelijke infographic die te vinden is op het intranet.
  • Een hand-out ‘Schrijven voor openbaarheid’ is ontwikkeld, bedoeld om mee te versturen met de opdrachtbrief voor een extern onderzoek.
  • Er is een elektronische parafeerlijn ingericht die eindigt bij de directie communicatie. Deze directie verzorgt de verdere openbaarmaking.

Ook bij RWS wordt er gewerkt aan het juist en tijdig openbaar maken van de externe onderzoeksrapporten onder ARVODI. Hiervoor wordt er in samenwerking met een procesmodelleur een generiek publicatieproces opgesteld. Daarnaast vindt samenwerking plaats met de vakgroep Publieksrecht en de afdeling Bestuurlijk Juridische zaken en Vastgoed, om openbaar te maken documenten te ontdekken en bijbehorende processen te inventariseren.

Inmiddels ligt ook het communicatieplan klaar voor de interne campagne om bewustzijn te creëren bij medewerkers en managers rondom het werken met overheidsinformatie en om hen daarbij een handelingsperspectief te geven. Het gaat over alle handelingen met overheidsinformatie: creëren, opslaan, raadplegen, delen, archiveren en vernietigen. Als we het hebben over delen, hebben we het ook over openbaar maken. De campagne moet helpen om openbaarheid van informatie in het werkklimaat/-proces van het departement te verankeren.

Succesfactoren
Of we het nu hebben over het kerndepartement, uitvoeringsorganisatie, inspectie of onderzoeksbureau, in alle gevallen geldt dat samenwerking met de lijnorganisatie een succesfactor is in het behalen van resultaten. De businessimplementatiemanagers werken nauw samen met de IenW-onderdelen. Ze voeren gesprekken en doen onderzoek waarbij zij gebruik maken van de kennis, energie en werkwijzen binnen het organisatieonderdeel.

Zo worden er stapsgewijs verbeteringen doorgevoerd in de dagelijkse praktijk. Hierbij is soms nog enige terughoudendheid aanwezig binnen de organisatie. Toch zien we dat organisatieonderdelen nu ook zelf kleine stapjes maken in denken over openbaarmaking. Zo ontvangen we suggesties om dossiers van actuele thema’s actief openbaar te maken en om te onderzoeken of ‘open by design’ te realiseren is. Dit alles met als doel de burger te informeren én omdat we in control willen zijn. Zo wordt IenW in kleine stapjes een open overheid.

Meer weten over Open Overheid bij IenW, neem dan contact op met het programma Open Overheid.

Ook een gastblog over Open Overheid schrijven?

Dat kan! Stuur je blog in.

Vuistregels voor het omgaan met informatie in tijden van COVID-19

Gastblog door Guido Enthoven (Instituut Maatschappelijke Innovatie) over het belang van een gedegen informatiehuishouding en het scheiden van openbare en niet-openbare informatie. Guido is actiehouder van het actiepunt Open by Design.

Tijdens de coronacrisis zijn maatregelen genomen die van invloed zijn op het dagelijks leven van vrijwel alle Nederlanders. Er is geen andere gebeurtenis in de naoorlogse geschiedenis die zoveel onzekerheid teweeg bracht en zoveel mensen zo direct raakte op het gebied van werk, studie, vrije tijd en sociale contacten met familie en vrienden. Het is dan ook logisch dat de coronacrisis – net als de ramp met MH17 – door de Nederlandse overheid wordt gekenmerkt als ‘hotspot’.

Het begrip hotspot is geïntroduceerd om ervoor te zorgen dat alle relevante informatie en archiefbescheiden worden aangewezen voor blijvende bewaring. Veel overheden maken gebruik van berichtenapps. Door het werken op afstand maken organisaties creatief gebruik van onbeheerde producten uit de markt. Het Nationaal Archief adviseert om zo snel mogelijk de nodige maatregelen te treffen om relevante informatie onder beheer te brengen en veilig te stellen.

Informatie bewaren voor later

Een hotspot is een gebeurtenis of kwestie die leidt tot een opvallende of intensieve interactie tussen overheid en burgers of burgers onderling. Door een dossier of thema als hotspot te benoemen geven departementen invulling aan de beleidsambitie om tot een blijvend te bewaren archiefcollectie te komen die een reconstructie mogelijk maakt.

Het signaleren van hotspots en het selecteren van de betreffende archiefbescheiden kan kort op de gebeurtenis of kwestie plaatsvinden. Departementen zijn zelf verantwoordelijk voor het archiveren van de bij hen aanwezige informatie. Het ligt voor de hand om de regierol te leggen bij het verantwoordelijke onderdeel voor het informatiebeheer, of bij een ander centraal onderdeel.

“Alleen zo kan er een goede reconstructie van het beleid plaatsvinden.”

Dat neemt niet weg dat een maatschappelijke hotspot meestal de grenzen van de organisatie overschrijdt. De algemene rijksarchivaris bewaakt de eenheid van beleid en uitvoering en de samenhang tussen de waarderingen, door deelname aan het Strategisch Informatieoverleg. Het Nationaal Archief adviseert bij de inrichting van het proces en wordt betrokken bij de uitvoering.

Hotspots voldoen aan een of meer van de volgende criteria:

  1. Er is sprake van een (schokkende) gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen die voor veel maatschappelijke beroering zorgt en waarvoor uitzonderlijk veel aandacht bestaat in de media.
  2. Er is sprake van een gebeurtenis of kwestie die belangrijke principiële tegenstellingen tussen burgers aan het licht brengt, het debat over de kwestie maakt veel emoties los.
  3. Er is sprake van een gebeurtenis of kwestie die aanleiding is voor een intensief publiek debat over het functioneren van de Nederlandse overheid.
  4. Er is sprake van een politieke kwestie waardoor de positie van de minister of het kabinet ernstig is bedreigd.
Informatiebehoefte parlement

Vanuit de Tweede Kamer worden veel vragen gesteld aan het kabinet over de achtergrond, aanpak, prioriteiten, preventieve maatregelen, ziekenhuiszorg, compensatie voor getroffen bedrijven, etc. De coronacrisis is het enige thema waarvoor het parlement in deze tijd nog bijeen wordt geroepen. Het aantal vragen uit het parlement neemt de komende periode eerder toe dan af.

Daarnaast is het niet onwaarschijnlijk dat een parlementair onderzoek of Parlementaire Enquête zal plaatsvinden naar de aanpak rond corona. Alleen al vanwege de omvang van deze crisis en het maatregelenpakket ligt de inzet van deze zware controle instrumenten van het parlement in de rede. Dit stelt strenge eisen aan de opslag en het beheer van informatie. Alleen zo kan er een goede reconstructie van het beleid plaatsvinden.

Wob-verzoeken

Ook bij journalisten leven tal van vragen over de manier waarop de overheid reageert op deze crisis en hoe/waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. De eerste Wob-verzoeken (Wet openbaarheid van bestuur) zijn al binnengekomen bij verschillende departementen. Op dit moment ligt de prioriteit bij het uitwerken van concrete maatregelen en het zo goed mogelijk beheersen van deze crisis. Daarna zullen de Wob-verzoeken zo goed mogelijk beantwoord moeten worden. Enerzijds omdat het een wettelijke plicht is. Anderzijds vanwege het feit dat via de media ook verantwoording kan worden afgelegd over het gekozen maatregelenpakket dat zoveel invloed heeft (gehad) op het dagelijks leven van de bewoners van dit land.

“Het is goed om nu al rekening te houden met toekomstige Wob-verzoeken, bijvoorbeeld met Open by Design principes.”

Om de Wob-verzoeken goed te kunnen beantwoorden is een zorgvuldige opslag en beheer van alle gewisselde informatie noodzakelijk. Daarnaast is het goed om nu al rekening te houden met toekomstige Wob-verzoeken. Dit kan door het werken met een aantal Open by Design principes, zie hiervoor de vuistregels die hieronder worden genoemd. Daardoor kunnen deze Wob-verzoeken gemakkelijker en effectiever worden afgehandeld.

Vuistregels voor het omgaan met informatie in tijden van COVID-19

Op basis van bovenstaande overwegingen gelden de volgende vuistregels voor het verwerken en het opslaan van informatie.

  1. Sla alle informatie die je produceert en verwerkt op in de daarvoor bestemde systemen. Door het benoemen van de coronacrisis als hotspot wordt besloten dat alle documenten hierover, of het nu gaat om krantenartikelen, beleidsnota’s, notities, concepten, e-mails of Whatsapp, blijvend bewaard moeten worden. Dit stelt eisen aan het informatiegedrag van iedere overheidsprofessional. Informatie over COVID-19 dient vastgelegd te worden in de bestaande DMS-systemen en andere officiële overheidssystemen. Alleen zo kan later een goede reconstructie van het gevoerde beleid en de genomen maatregelen plaatsvinden. Het opslaan van informatie op persoonlijke schijven, netwerkschijven of USB-sticks leidt ertoe dat deze informatie later veel lastiger vindbaar is.
  2. Bij nota’s, notities en verslagen: maak een scheiding tussen openbare informatie en niet-openbare informatie. Maak bij nota’s en notities een basisdocument dat (later) eenvoudig openbaar gemaakt kan worden en een eventuele bijlage waarin vertrouwelijke informatie staat, zoals ‘persoonlijke beleidsopvattingen bestemd voor intern beraad’. Op deze wijze kunnen latere Wob-verzoeken veel gemakkelijker worden afgehandeld. Bij verslagen van overleggen is het verstandig een onderscheid te maken tussen verschillende onderdelen. De blokken ‘gespreksverslag’ en ‘rondvraag’ bevatten vaak persoonlijke beleidsopvattingen en hoeven niet openbaar gemaakt te worden. De blokken ‘conclusies’, ‘aanbevelingen’ en ‘actiepunten’ zullen vaak later op verzoek wel openbaar gemaakt moeten worden.
  3. Gebruik waar mogelijk gemeenschappelijke samenwerkingsruimte voor inhoudelijke discussies (dus niet via e-mail).
    De afhandeling van grote Wob-verzoeken levert vaak een aanzienlijke werklast op voor de organisatie. Een groot deel van deze werklast heeft betrekking op het toetsen van honderden of soms duizenden mails op de aanwezigheid van de uitzonderingsgronden van de Wob. Daarom experimenteren enkele overheden met de afspraak om géén inhoudelijke discussies via de mail te laten voeren, maar in een gemeenschappelijke werkruimte. Daardoor wordt het in een later stadium veel eenvoudiger om complexe Wob-verzoeken af te doen.

Ten slotte: democratische verantwoording en controle is een groot goed, juist in tijden van een grote crisis. Het is de verantwoordelijkheid van ambtenaren en publieke professionals om dit mogelijk te maken. De huidige tijd stelt daarmee hoge eisen aan het informatiegedrag van alle betrokkenen. Het Rijksprogramma voor Duurzaam Digitale Informatiehuishouding biedt desgewenst ondersteuning bij het organiseren en regelen van bovenstaande maatregelen.

Ook een gastblog over Open Overheid schrijven?

Dat kan! Stuur je blog in.

Studenten aan het woord over Open Overheid

De ontwikkeling van een Open Overheid vindt niet alleen in de praktijk plaats, maar wordt ook vanuit wetenschappelijk oogpunt onderzocht. Drie afstudeerstudenten vertellen speciaal voor Open Gov Week over hun onderzoeken en over hun keuze voor het onderwerp Open Overheid.

Dilemmalogica
Mijn naam is Renske Verstege en ik studeerde Sociologie aan de Universiteit Utrecht. Momenteel ben ik bezig met mijn afstudeerstage en -onderzoek bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ik loop stage bij de afdeling Democratie, in het bijzonder bij het beleidsteam Open Overheid. Tot aan de zomer doe ik onderzoek naar het vertrouwen van inwoners in de overheid: één van de drijfveren voor de beweging naar een open(er) overheid. Meer specifiek wil ik onderzoeken wat het effect is van één van de elf actiepunten uit het nationale Actieplan Open Overheid 2018-2020, namelijk het actiepunt Dilemmalogica.

Lees hier de gastblog van Renske.

Open Data als beleidsinstrument
Mijn naam is Judith de Vries en ik studeerde bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Ik ben bezig met de afronding van de master Publiek Management en doe een onderzoeksstage bij adviesbureau de Green Land. Mijn afstudeeronderzoek gaat in op de ontwikkeling van een Open Overheid en het gebruik van Open Data als beleidsinstrument. Het Actieplan Open Overheid 2018-2020 stelt dat, naast het gebruik van Open Data, een open aanpak en een open verantwoording van betekenis zijn en worden in overheidsorganisaties van de toekomst.

Lees hier de gastblog van Judith.

Open Data Governance in Nederland
Mijn naam is Anne Dijkstra, masterstudent Publiek Management aan de Universiteit Utrecht en afstudeerstagiair bij de Open State Foundation. Voor mijn afstuderen ben ik bezig met een onderzoek naar Open Data Governance in Nederland. Dat betekent dat ik inzichtelijk maak hoe het Open Data landschap er uit ziet. Welke organisaties en personen bevinden zich in dat landschap, wat is hun positie ten opzichte van anderen en welke instrumenten worden er ingezet om Open Data te stimuleren en door wie. Er wordt namelijk vaak gezegd dat in Nederland de regie op Open Data mist.

Lees hier de gastblog van Anne.

Open Data Governance in Nederland

Mijn naam is Anne Dijkstra, masterstudent Publiek Management aan de Universiteit Utrecht en afstudeerstagiair bij de Open State Foundation. Voor mijn afstuderen ben ik bezig met een onderzoek naar Open Data governance in Nederland. Dat betekent dat ik inzichtelijk maak hoe het Open Data landschap er uit ziet. Welke organisaties en personen bevinden zich in dat landschap, wat is hun positie ten opzichte van anderen en welke instrumenten worden er ingezet om Open Data te stimuleren en door wie. Er wordt namelijk vaak gezegd dat in Nederland de regie op Open Data mist.

We zouden hier vooral afhankelijk zijn van de goede wil van (publieke) organisaties om hun data openbaar te maken. Daarom vergelijk ik in mijn onderzoek daarnaast de Nederlandse Open Data governance-structuur met die van het buitenland. Ik hoop zo waardevolle lessen te kunnen formuleren voor het Nederlandse governance-model.

Open Data moeilijk vindbaar
Eerder heb ik deelgenomen aan twee Open Data onderzoeksprojecten, waarbij ik merkte dat Open Data verspreid is over veel verschillende organisaties en soms moeilijk te vinden of te gebruiken is. Wanneer je een verzoek deed om de data te ontvangen, gingen daar weken overheen of ontving je nét niet wat je nodig had. Vanuit deze ervaringen ben ik van mening dat er nog stappen te maken zijn op het gebied van Open Data governance. Daar hoop ik dan ook aan bij te dragen met de resultaten van mijn onderzoek.

Woonoverlast inzichtelijk
Tijdens het laatste onderzoeksproject hebben we als studenten data van verschillende organisaties geanalyseerd om de onderliggende oorzaken van woonoverlast in een gemeente in kaart te brengen. Door de data van verschillende organisaties te bundelen, kon de woonoverlast in de gemeente beter inzichtelijk gemaakt worden. Dat maakt dat beleid beter afgestemd kan worden op de behoeften in de gemeente. In de toekomst van Open Data hoop ik dan ook dat organisaties nog meer data zullen delen (uit zichzelf), deze informatie vaker door overheden wordt gebundeld en dat burgers er zelf ook keihard mee aan de slag gaan.

“Het ‘zijn’ van een Open Overheid betekent ook het contact zoeken met de ‘gebruiker’ van de producten die overheid levert.”

Mijn naam is Judith de Vries en ik studeerde bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Ik ben bezig met de afronding van de master Publiek Management en doe een onderzoeksstage bij adviesbureau de Green Land.

Open Data als beleidsinstrument
Mijn afstudeeronderzoek gaat in op de ontwikkeling van een Open Overheid en het gebruik van Open Data als beleidsinstrument. Het actieplan Open Overheid 2018-2020 stelt dat, naast het gebruik van Open Data, een open aanpak en een open verantwoording van betekenis zijn en worden in de overheidsorganisatie van de toekomst.

Veel Open Data initiatieven bij lagere overheden worden opgezet vanuit de gedachte “hier moeten wij wat mee als organisatie”. Hieruit volgt vaak dat Open Data niet per se als een oplossing voor een specifiek probleem wordt gevonden, maar dat er een probleem bij de data wordt gezocht waarbij de data als oplossing dient. De data wordt op een platform gepubliceerd onder het mom van transparantie, of er worden apps gemaakt, die niet vallen binnen de behoeftes van burgers en bedrijven.

Het ‘zijn’ van een Open Overheid betekent ook het contact zoeken met de ‘gebruiker’ van de producten die overheid levert. In de praktijk betekent dit dat ambtenaren moeten zoeken naar contact met de ‘gebruiker’, voordat de oplossing van het probleem is gevonden of zelfs in samenwerking met de ‘gebruiker’ komen tot een oplossing die passend is voor de ontstane problemen.

Er wordt geschreven over de ambtenaar 2.0, maar de vraag rijst of deze ambtenaar een decennia later, capabel genoeg is voor een wereld vol met Open Data en om te werken binnen een Open Overheid. In mijn afstudeeronderzoek onderzoek ik welke competenties beleidsmedewerkers nodig hebben om te werken binnen een Open Overheid.

Waarom Open Overheid?
Ik heb dit onderwerp gekozen omdat het onderwerp vernieuwend is en ingaat op een ontwikkeling die, mijn inziens, de overheid kan/gaat veranderen. De ontwikkeling van een Open Overheid laat het belang zien van een vernieuwde werkwijze, waarin de relatie tussen overheid en burger intensiveert.

“Open overheid is in mijn beleving cultuur en emotie”

Mijn naam is Renske Verstege en ik studeerde Sociologie aan de Universiteit van Utrecht. Momenteel ben ik bezig met mijn afstudeerstage en -onderzoek bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ik loop stage bij de afdeling Democratie, in het bijzonder bij het team Open Overheid. Tot aan de zomer doe ik onderzoek naar het vertrouwen van inwoners in de overheid; één van de drijfveren voor de beweging naar een open(er) overheid.

Dilemmalogica
Meer specifiek wil ik onderzoeken wat het effect is van één van de elf actiepunten uit het nationale Actieplan Open Overheid 2018-2020, namelijk ‘Project Dilemmalogica’. Het streven in deze is om dilemmalogica toe te passen in overheidscommunicatie richting inwoners: welke zienswijzen zijn er? Hoe kunnen deze worden geordend? En welke perspectieven kunnen hieraan worden verbonden? Overheidscommunicatie met de toepassing van dilemmalogica is wezenlijk anders dan de huidige communicatiestijl waarbij de focus ligt op de doelredenering. Dilemmalogica is juist gericht op het uitstellen van de doelredenering en het nadrukkelijk(er) communiceren over de maatschappelijke opgave.

Dilemmalogica is gebaseerd op procedurele rechtvaardigheid. In hoeverre de toepassing van elementen van deze vorm van rechtvaardigheid in overheidscommunicatie invloed heeft op het vertrouwen van inwoners in de overheid, ga ik dus onderzoeken. Dit wil ik gaan doen aan de hand van veldexperimenten bij een lokale overheidsorganisatie. De precieze context zal nog verder vorm krijgen.

Waarom Open Overheid?
Het thema open overheid spreekt me heel erg aan, omdat het volgens mij om veel meer gaat dan bijvoorbeeld het ontsluiten van overheidsinformatie in het kader van transparantie. Open overheid is in mijn beleving cultuur en emotie. Bovendien vind ik vertrouwen van inwoners in de overheid, als ook vertrouwen van de overheid in inwoners, een intrigerend onderwerp. Waar gaat het goed en waar schuurt het? Erg interessant om hier met onderzoek meer zicht op te krijgen. Persoonlijk draag ik graag bij aan het vertrouwen aan weerszijden. Beginnend bij het verkrijgen van inzicht, met als volgende stap een rijke verbinding van kennis en beleid betreffende open overheid.

Vijf praktische Open Overheid tips

Het Leer- en Expertisepunt Open Overheid vroeg de directie Participatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) om een gastblog te schrijven over Open Overheid in de Open Overheid week (Open Gov Week) van 2019! Natuurlijk was ons antwoord JA, maar we hebben wel even nagedacht over de inhoud ervan. Er is al zoveel geschreven over Open Data, Open Overheid en participatie. Iedereen is het er over eens dat het belangrijk is en dat het zorgvuldig moet worden opgepakt, maar vaak krijgen wij de vraag: hoe dan?! We gebruiken deze kans om in dit blogbericht onze visie op een participerende, Open Overheid met jullie te delen in vijf tips. Deze tips kan iedereen die werkzaam is bij de overheid toepassen in de praktijk. Wat kun je vanaf vandaag zelf doen of laten zien?

1. Begin bij jezelf en sta open
Begin bij jezelf. We werken allemaal in grote organisaties, olietankers. Een hele organisatie in één keer veranderen is lastig, dus begin bij jezelf en jouw eigen project of beleidsonderwerp. Open zijn is actief luisteren naar de samenleving en het liefst zo vroeg mogelijk. Ga in gesprek met burgers, bedrijven, initiatiefnemers en maatschappelijke organisaties! Zo ga je vanuit verschillende perspectieven naar het vraagstuk kijken. Het voordeel is dat de kwaliteit van het plan of besluit toeneemt als je actief gebruik maakt van de kennis en ervaring van het publiek.

2. Zorg voor een gelijkwaardig informatieniveau
Het publiek kan alleen maar in een plan of project participeren als het op de juiste momenten over alle relevante informatie beschikt. Heeft het publiek toegang tot alle benodigde informatie om een betekenisvolle bijdrage te leveren? Zijn alle belangrijke onderzoeksrapporten gedeeld? Is er kwantitatieve of kwalitatieve data beschikbaar over het vraagstuk? Deel het met alle gesprekspartners en maak – als het gevoelige informatie betreft – afspraken over het gebruik ervan.

3. Neem de input mee en leg verantwoording af
Maak alle wensen en belangen van het publiek inzichtelijk, zodat een bestuurder mede op basis van alle belangen een besluit kan nemen. Neem de input van het publiek mee in beslissingen en communiceer over wat met de input is gedaan. Geef ook aan waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de eenvoudige stoplichtmethode met een begrijpelijke toelichting(groen: kan mee worden genomen, oranje: wordt verder onderzocht/ is afhankelijk van politieke keuzes, rood: kan niet worden meegenomen, omdat….).

4. Goed samenspel van bestuurders, ambtenaren en publiek
Als ambtenaar is het onze rol om onze bewindspersonen, gedeputeerden, burgemeesters en wethouders te voorzien van alle benodigde informatie om alle belangen te kunnen wegen en keuzes te kunnen maken. Participatie is alleen succesvol als bestuurders het nut ervan zien, betrokken zijn en open staan voor de input van publiek. Als ambtenaren moeten we deze participatieprocessen vakkundig regisseren en het publiek moet bereid zijn mee te willen doen en input te leveren. Maak een plan voor dit samenspel/ deze samenwerking.

5. Investeer in relaties
Sta open voor uiteenlopende meningen en visies, wees oprecht geïnteresseerd. Blijf in contact, help elkaar, werk samen, denk met elkaar mee en schep de juiste verwachtingen! Participatie is er niet alleen voor de groepen die het meest van zich laten horen, maar ook voor de mensen die niet zo snel van zich doen spreken. Een overheid die investeert in de relatie met de samenleving heeft daar profijt van, ook bij toekomstige besluiten.

Janneke de Jong

“Het participatievak wordt steeds ingewikkelder. Nederland verandert snel, maatschappelijke opgaven zijn complexer en we denken heel verschillend over wat belangrijk is voor de toekomst van Nederland. Voor de een staat duurzaamheid voorop, voor de ander een goede infrastructuur, voor een derde betaalbaarheid. Een bestuurder weegt alle belangen en maakt keuzes. Daarmee krijgt niet iedereen zijn zin. Dat is niet erg zolang iedereen zich gehoord voelt, kan zien hoe besluiten tot stand komen en er vertrouwen is dat de overheid alle informatie die ertoe doet, inzet voor de beste beslissingen. Dit is waar de directie Participatie zich iedere dag voor inzet.”
Janneke de Jong (Plaatsvervangend directeur Directie Participatie van het ministerie van IenW)

 

Speciaal voor deze open overheid week zijn deze praktische tips opgesteld. Ga jij ze toepassen of heb je een vraag aan de directie Participatie van het ministerie van IenW? Schroom dan niet en mail naar info@platformparticipatie.nl.

Ook een gastblog insturen?
Dat kan! Via dit formulier stuur je gemakkelijk jouw gastblog in.