Expertisepunt Open Overheid

Gastblog Bregje Thijssen: ‘Bouwen op Data’

Auteur: Bregje Thijssen (DisGover)

Het woningbouwvraagstuk is een ingewikkelde. Daarom zijn wij (zeven trainees van DisGover) aan de slag gegaan om hierover het gesprek te voeren met verschillende stakeholders en inwoners. Een gesprek over wonen is vaak emotioneel, want wonen is iets heel wezenlijks en we wonen allemaal. Data kan helpen om het vraagstuk meer feitelijk aan te vliegen. Tijdens deze gesprekken hebben we geprobeerd om relevante data inzichtelijk te maken en in te zetten in het gesprek. Doel van ons project is om op een innovatieve manier te participeren met inwoners en stakeholders, en deze gesprekken met relevante data te onderbouwen.

Uitkomsten vooronderzoek
Na een uitgebreid vooronderzoek trokken we een aantal conclusies: het woningbouwvraagstuk is complexer dan we in eerste instantie dachten en bovendien zijn er meer betrokkenen dan je op het eerste gezicht ziet.

Zo spraken we verschillende gemeenteambtenaren. Van grote gemeenten met een flinke binnenstedelijke bouwopgave zoals de gemeente Leiden, tot kleinere gemeenten die kampen met krimp en vergrijzing zoals de gemeente Midden-Delftland. De uitdagingen rondom wonen verschillen dus erg per gemeente. Daarnaast verschilt ook de “data-volwassenheid” van gemeenten enorm. Waar de gemeente Zaanstad verschillende data-analisten en -scientists in dienst heeft, welke prachtige data pakhuizen en dashboards ontwikkelen, heeft de gemeente Hilvarenbeek slechts één ambtenaar in dienst die 4 uur per week beschikbaar is om datagestuurd werken op poten te krijgen. Uiteraard is dit geheel afhankelijk van de grootte van de gemeente en van de prioriteiten van de Raad.

Wat we ook merkten is dat gemeenten ontzettend graag met inwoners in gesprek willen, maar vaak nog niet goed weten hoe. En waar participeren in het ene geval ontzettend waardevol is, kan het is het andere geval meer kapot maken dan je lief is. Want op het moment dat er eigenlijk geen ruimte is voor participatie (wanneer er al beslissingen genomen zijn, de kaders heel beperkend of het budget gewoon te klein) kun je beter niet participeren. Wanneer een inwoner participeert en daarna niks meer hoort, daalt het vertrouwen. En dat is heel logisch.

Participeren kun je leren
Wij wilden het goede voorbeeld geven. We organiseerden een aantal kleine evenementen met verschillende doelgroepen. En in plaats van dat vanuit de ivoren toren te doen (zoals het ministerie of het stadhuis) kwamen wij naar mensen toe. Uit deze evenementen haalden we input op voor ons grote eindevenement en concrete ideeën voor ons adviesrapport. Op het eindevenement brachten we iedereen die het gesprek wilde aangaan over het woning(bouw)vraagstuk bijeen. We spraken op een informele manier en aan de hand van concrete casussen met elkaar over wonen. Een raadslid kon zo eens door de bril van een inwoner naar het thema kijken. En een toezichthouder bekeek de mogelijkheden door de ogen van een projectontwikkelaar. Dit was heel verfrissend, want waar de meningen soms tegengesteld zijn, willen we uiteindelijk allemaal hetzelfde: fijn en betaalbaar wonen. En dat is voor iedereen anders, maar ons doel is gemeenschappelijk. De adviezen uit alle bijeenkomsten zijn gepresenteerd op de Open Overheid-bijeenkomst ‘’Bouwen op Data’’ en samengevoegd in een adviesrapport. En met enige trots kijk ik terug op wat we afgelopen half jaar bereikt en geleerd hebben.

Heb je een vraag of wil je doorpraten? Mail mij op b.thijssen@disgover.nl

Fiets onbegluurd door de stad!

Gastblog ter ere van Open Gov Week, door Geogap, Geoloep en Webmapper.

Op de nieuwe website Onbegluurd zie je hoe vaak je op je dagelijkse fietsroute in de vier grote steden een camera tegenkomt. Daarnaast krijg je een alternatieve route die de camera’s zoveel mogelijk ontwijkt.

Op maandag 7 mei, tijdens Open Gov Week, verzamelden Geogap, Geoloep en Webmapper zich in Zwolle om gezamenlijk de website Onbegluurd te maken. Camera’s in de openbare ruimte spelen niet alleen een rol in het gevoel van veiligheid, maar ook in het gevoel van privacy. Openheid over de locaties, het eigendom en het doel van deze camera’s maakt je bewust van de hoeveelheid camera’s en geeft je meer grip om een afweging te maken tussen veiligheid en privacy. Met deze website laten we voor de steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht zien wat er mogelijk is als deze informatie openbaar en onder een open licentie beschikbaar wordt gesteld.

Open data
De gemeenten Amsterdam en Utrecht stellen de camera-locaties beschikbaar op hun websites. Deze informatie is aangevuld met camera’s, die de gemeenten hebben geleverd aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie. Tenslotte hebben we de camera’s van de verdwenen website CameraLocaties.nl gebruikt. Het is opvallend dat de locaties van camera’s in de openbare ruimte niet zijn opgenomen in de Gemeentelijke High Value Datalijst.

De aanname is dat een persoon op een camerabeeld tot op een afstand van 25 meter herkenbaar is en dat alle camera’s 360° zicht hebben. Camera’s bovenop een gebouw zijn naar de dakrand verplaatst, om vanaf die nieuwe positie het zichtveld te berekenen. Het zichtveld van de camera’s is vervolgens berekend met inachtneming van de gebouwen uit de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG).

Op basis van OpenStreetMap berekenen we de fietsroutes. Er is een levendige community van vrijwilligers die de fietspaden in OpenStreetMap intekent en bijwerkt, met als resultaat een open dataset waarvan wij voor deze website nuttig gebruik konden maken.

Open overheid: sensorregister
Om deze website ook voor andere gemeenten te laten werken is een uitgebreidere zoektocht nodig langs de gemeentelijke open-datawebsites. Voor de BGT/IMGeo zijn camera’s slechts optionele inhoud en weten we alleen de locatie. Een landelijk sensorregister, waarin gemeenten verplicht zijn om naast de locatie ook het eigendom en het doel te vermelden van al haar camera’s, zou het mogelijk maken om deze website voor heel Nederland te gebruiken.

Initiatiefnemers Onbegluurd
De website is een gezamenlijk project van Geogap, Geoloep en Webmapper.

Open Overheid bij de provincie Zuid-Holland

In het kader van Open Gov Week schreef Jeroen Röttgering (provincie Zuid-Holland) een blog over de ervaringen van de provincie Zuid-Holland met Open Overheid.

De maatschappij verandert in hoog tempo. Dit betekent dat de overheid met dezelfde snelheid moet meebewegen, wil ze voldoen aan de vraag van inwoners en organisaties. Opgavengericht en netwerkend werken en Open Overheid zijn dan ook enkele speerpunten voor de provincie Zuid-Holland. Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland legde in 2015 al vast dat de omslag naar een transparante overheid (Open Data, Open Overheid en Open Spending) bij uitstek gestimuleerd kan worden met een apart programma: Transparante en Open Provincie (TOP).

TOP
Het team van TOP zet zich met de gehele organisatie in om data op een heldere en verantwoorde manier te ontsluiten en waar mogelijk geschikt te maken voor hergebruik. Het programma heeft zorg gedragen voor het publiceren van besluiten van Gedeputeerde Staten via de website. Ook is er een subsidieregister gepubliceerd met gegevens op kaart. Recentelijk zijn ook glasnegatieven en historisch filmmateriaal uit de periode 1930-1965 digitaal ontsloten. Ook is het team bezig met het ontsluiten van archeologische data door middel van hackatons.

Datawarehouse
Binnen de provincie is TOP een van de drijvende krachten achter masterclasses Informatie. Deze masterclasses bieden medewerkers inspiratie over het omgaan met informatie en data. Verder werken verschillende afdelingen binnen de organisatie aan de bouw van een datawarehouse. Daarmee wordt alle data op een effectieve manier aangeboden aan de buitenwereld. De provincie wil hiermee een datagedreven organisatie worden, waarin alle mogelijkheden voor het gebruik van open data maximaal worden benut. Belangrijke factoren voor succes blijken steun van politiek bestuur en de ambtelijke top, om gedurende een aantal jaren ontwikkelingen in de gewenste richting te stimuleren en zo datagedreven te werken.

Lees ook het interview met Henk Burgering en Frans de Graaf over Top.

“Er moet een schepje bovenop om de overheid écht te openen”

Gastblog door Paul Maassen (Director for Civil Society Engagement bij Open Government Partnership)

‘Vertrouwen in de toekomst’ is het motto van het nieuwe kabinet. Een thema dat mooi aansluit bij de ambitie van het Open Government Partnership (OGP), waar Nederland samen met 73 andere landen deel van uitmaakt. Open Overheid gaat over veel meer dan de overheid efficiënter en effectiever maken. Deze nieuwe benadering van overheid gaat uiteindelijk over het sterker maken van samenlevingen. Door meer burgerparticipatie en dialoog kun je het vertrouwen van de burger in de overheid – en dat van de overheid in de burger – versterken.

En dat is hoognodig. Volgens de jaarlijkse Edelman Trust Barometer is 2017 het jaar van ‘Trust in Crisis’. Slecht 52% van de Nederlanders heeft vertrouwen in instituties (voor de goed geïnformeerde burgers ligt dat 10% hoger). Als je naar sectoren kijkt, ligt het voor het bedrijfsleven op 60%, voor de media op 52%, de overheid op 51% en Ngo’s slechts op 46%. En daar doet Nederland het in de westerse wereld niet eens heel slecht mee.

In de recente OGP publicatie ‘Trust: the fight to win it back’ schrijft Eurocommissaris Frans Timmermans dat transparantie instituties kan helpen om dat vertrouwen terug te winnen. Hij voegt daaraan toe dat we niet langer in een ‘vertrouw me’ samenleving leven, maar in een ‘laat maar zien’ samenleving waar burgers dagelijks willen zien wat de overheid doet met haar macht en middelen. En ze willen niet alleen zien wat er in hun samenleving gebeurt, ze willen er ook actief aan deelnemen.

Paul Maassen (OGP)

Stap naar meer vertrouwen
Binnen OGP neemt Nederland het voortouw in de discussie over vertrouwen en Open Overheid. In oktober organiseerde het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties samen met OGP een internationale bijeenkomst met vertegenwoordigers uit meer dan 10 ‘rijke landen’ die hun ervaringen en benaderingen deelden rond initiatieven die burgers betrekken en vertrouwen terugwinnen. Deze landen lopen internationaal voorop als het gaat om transparantie en accountability en staan steevast bovenaan in internationale ranglijsten. De filosofie van OGP is juist dat er voor ieder land altijd ambitie mogelijk is, als het op het verbeteren en versterken van overheden aankomt. Voor rijke landen ligt die uitdaging misschien bij het herijken van de relatie van burger en overheid, als stap naar meer vertrouwen.

Sanjay Pradhan (CEO, Open Government Partnership) schreef samen met Munyema Hasan (Manager KLIC Program) een bericht over de OGP bijeenkomst in Nederland: A Gathering of High-Income Countries to Address Declining Trust in Government

Nederland valt binnen OGP op door zijn eigenzinnige, innovatieve en nieuwsgierige benadering van Open Overheid. De manier waarop Nederland probeert beter te communiceren met de burger is bijvoorbeeld inspirerend. Het nieuwe kabinet – en het nieuw te ontwikkelen OGP 2018-2020 Actieplan Open Overheid – geeft ruimte om nationaal een tandje bij te zetten en ook internationaal een leidende rol in te nemen.

De internationale agenda
OGP bestaat inmiddels 6 jaar. Een periode waarin de wereld complexer is geworden, de ruimte voor civil society kleiner, de rol van de media uitdagender, de macht van populisten en autocraten groter. Maar ook een periode waarin 74 deelnemende OGP-landen meer dan 3000 concrete hervormingen hebben doorgevoerd om overheden – nationaal en lokaal – sterker en opener te maken. En waarin er onverwacht grote stappen gemaakt zijn als het gaat om toegang tot informatie, Open Data, transparante aanbestedingen, lobby transparantie en ‘beneficial ownership’ (om maar een paar trends te noemen).

Internationaal definiëren we de ambitie voor OGP voor de komende jaren op twee niveaus:

  1. We willen in alle landen meer ministeries, lokale overheden, parlementen, Ngo’s, burgers en bedrijven betrekken bij het definiëren, implementeren en kritisch volgen van Open Overheid commitments.
  2. We willen op landenniveau meer ambitieuze commitments op een goede manier geïmplementeerd zien. Commitments die dichter bij de burger staan, door de thema’s waar ze over gaan (onderwijs, gezondheidszorg, stadsplanning, budgetten), door het betrekken van andere lagen van de overheid (stad/provincie) en door meer op participatie en responsiviteit te mikken, en iets minder op transparantie.

Eind 2016 nam OGP de ‘Paris Declaration’ aan. Die agenda stimuleert landen om zich op grote cruciale hervormingen te richten. Sommige daarvan lijken soms ver van de burger af te staan, maar zijn wel belangrijke pilaren van een andere, meer Open Overheid die de burger centraal zet en niet – zoals in sommige landen – zichzelf of een machtige elite. De agenda zorgt ook dat er genoeg commitments zijn die zich juist op thema’s richten die de burger aanspreken en mogelijkheden creëren om de burger actief te betrekken. Soms komen groot en participatie samen.

Wat staat er dan zoal in de ‘Paris Declaration’, wat is de internationale agenda voor de komende jaren? Dat gaat van ‘open public procurement’, via lobby transparantie, naar een publiek ‘beneficial ownership’ register. Van meer inclusief beleid maken, via meer participatie en responsiviteit rond publieke dienstverlening, tot het verbeteren van de kwaliteit en ‘uptake’ van Open Data.

Tot slot: er moet een schepje (of twee) bovenop
De wereld is complexer geworden. Er is veel vooruitgang geboekt de afgelopen jaren, maar ook door de tegenkrachten: wat betekent dat er een schepje bovenop moet om de overheid echt te openen. In het volgende actieplan zou Nederland een sterkere focus op participatiemogelijkheden kunnen overwegen, op thema’s waar de burger om geeft. Tegelijkertijd zou het niet misstaan om een aantal van de ambitieuze grote pijlers op te nemen.

Internationaal moeten we meer leiderschap zien van een kopgroep van landen die geeft om vertrouwen, participatie, liberale democratie. Een groep die ook innovatief is en vaak technologie slim gebruikt. Denk aan bijvoorbeeld Duitsland, Canada, Scandinavië. Nederland hoort daar zeker bij!

Met een nieuw kabinet – en met een minister van D66 huize die de waarden van Open Overheid in haar DNA zou moeten hebben – is er een kans voor meer ambitie nationaal én meer leiderschap internationaal. Als de overheid het vertrouwen wil terugwinnen van de burger – en de burger dat van de overheid – dan moet er een schepje (of twee) bovenop. Of in de woorden van Frans Timmerman: “Laat maar zien!”


Kom naar de lunchbijeenkomst ‘Open Overheid, hoe doen andere landen het?’
Meer weten over OGP en internationale Open Overheid voorbeelden? Kom dan naar de lunchbijeenkomst ‘Open Overheid: hoe doen andere landen het?’ Tijdens deze bijeenkomst vertelt Paul Maassen meer over OGP en internationale Open Overheid voorbeelden. Bekijk hier het volledige programma van de lunchbijeenkomst en meld je aan!


Beeld: Sebastiaan ter Burg

Kan daadkrachtig handelen überhaupt open zijn?

In het gemeentelijke leerprogramma Open Overheid in de Praktijk – Aardgasvrije wijken onderzoeken we (Kennisland en het Leer- en Expertisepunt Open Overheid) hoe je als gemeente tegelijkertijd daadkrachtig en ‘open’ kunt handelen. Tijdens de tweede bijeenkomst wordt aan de hand van ervaringen duidelijk dat het concept openheid niet absoluut is, maar per situatie en context bekeken moet worden.

De grond wordt warm onder onze voeten: de urgentie van de aardgastransitie is hoog. Moeten we het aardgas vervangen door elektriciteit of moeten we letterlijk warmte onder onze voeten aanleggen met een warmtenet? Complexe vragen waarop het antwoord ambigue is, en waar vele belangen mee gemoeid zijn. Kun je als overheid überhaupt daadkrachtig handelen tijdens transities en er tegelijkertijd ‘open principes’ op nahouden? In het leerprogramma Open Overheid in de Praktijk – Aardgasvrije wijken onderzoeken we deze vraag met vijf Nederlandse gemeenten. Tijdens de tweede bijeenkomst wordt duidelijk dat het concept openheid voor hen niet absoluut is, maar per situatie en context bekeken moet worden.

Gezocht: zevenmijlslaarzen
De tweede bijeenkomst van het leerprogramma vond plaats in Wageningen. Deze universiteitsstad is voorloper op het gebied van aardgasvrije wijken, en groot voorstander van én pionier in een open aanpak. Ze zijn hier dan ook al jaren bezig: “In 2009 was het alsof je voorstelde om samen naar de maan te vliegen als je begon over aardgasvrije wijken.” Onder andere door meer aandacht in de landelijke media zien ze in Wageningen het bewustzijn en begrip onder inwoners groeien.

We startten de bijeenkomst met een tijdlijn waarop gemeenten aangeven waar ze staan in het proces van hun gemeente aardgasvrij maken op een open, democratische manier. In mei deden de gemeenten dit ook al. De gemeenten geven aan dat het lastig is om te voorspellen waar je over een paar maanden staat. Wanneer je een programmaplan maakt is het belangrijk om iteratief te werken: de voortgang kan van dag tot dag verschillen. Wat er mogelijk is wordt mede bepaald door de stand der techniek.

Het wordt snel duidelijk dat er sprake is van een tweedeling: enerzijds zijn gemeenten positief over de bouw van aardgasvrije wijken, anderzijds zijn ze terughoudend over de vooruitgang in de bestaande bouw. Bij bestaande bouw heb je te maken hebt met een spinnenweb van gevestigde belangen, waardoor het lastiger manoeuvreren is. Bij nieuwbouw is dat anders: Daar wordt een nieuwe werkelijkheid gecreëerd die zo aantrekkelijk mogelijk wordt gemaakt. Nieuw ‘instappen’ is gemakkelijker dan transformeren.

“Bij nieuwbouw zijn gemeenten het unaniem eens dat de rol van de overheid meer hiërarchisch is.”

 

Met de manifestatie van dit verschil komt de discussie op gang over de rol die je als overheid neemt in deze twee parallelle processen. Bij nieuwbouw zijn gemeenten het unaniem eens dat de rol van de overheid meer hiërarchisch is, door slimme tenders uit te schrijven waarin aardgasvrije bouw wordt verondersteld. Dit vereist wel wat lef aangezien dit in feite ‘bovenwettelijk’ is vanwege de aansluitplicht: netbeheerders zijn op dit moment verplicht om nieuwbouw een aansluiting te bieden op het aardgasnet.

Ondanks de directieve houding die bij nieuwbouw kan worden ingezet, is het altijd zaak om begrip te kweken onder nieuwe bewoners. Er is aandacht nodig voor draagvlak binnen de omgeving, maar met een goede spreker88Zoals wie?Vanuit Leeuwarden wordt Pieter Winsemius genoemd, die inderdaad een flinke lans breekt voor beter bestuur op duurzaamheid. die de voordelen en het comfort van aardgasvrij wonen uitlegt, zijn nieuwe bewoners om. Voor bestuurders is het belangrijk tijdens deze bijeenkomsten hun rug recht te houden bij lastige vragen. Gemeenten ervaren kwetsbaarheid, aangezien ze een boodschap verkondigen die op nationaal niveau nog niet wettelijk is verankerd. Er wordt door hen reikhalzend uitgekeken naar een nieuw regeerakkoord, waarin dit hopelijk wordt aangepast99Initiatiefwet GroenlinksLiesbeth van Tongeren van Groenlinks diende in september 2017 een initiatiefwet in die aansluiting op het aardgasnetwerk bij nieuwbouwwoningen zou moeten voorkomen. .

Voor bestaande bouw is het belangrijk om bewoners tijdig mee te nemen en een globaal begrip van de keuzemogelijkheden voor de techniek voor te leggen. Dan nog blijft het schipperen om de juiste rolneming te vinden. Een gemeente vertelt hoe ze in het proces stapten met het voornemen om over alles volledige openheid te geven. Gaanderweg beseften ze: “Als wij al wakker liggen van alle afwegingen en niet weten welke keuzes gemaakt moeten worden, moeten we het voor inwoners dan niet simpeler maken?”

“De grenzen van samenwerken komen in zicht.”

 

Er is een balans tussen werken met bewoners en je huiswerk op orde hebben. Deze aardgastransitie is complex: wanneer mensen meedenken begint het hen snel te duizelen. Daarnaast is het lastig om mensen mee te krijgen in een kostbare aanpassing waarin het eindresultaat (een warm huis) hetzelfde is als de initiële situatie (een warm huis). Tel daarbij op dat inwoners beperkt tijd hebben, en je merkt volgens gemeenten: “De grenzen van samenwerken komen in zicht”.

Gemeenten moeten vele stappen doorlopen met bewoners voordat de bebouwde omgeving van het aardgas af kan. Vervolgens stuiten ze daarnaast op systeemproblemen zoals de monopolieposities van energieleveranciers zoals Eneco of Nuon, waardoor er geen marktwerking plaatsvindt. Een ding is zeker: er zijn zevenmijlslaarzen nodig om de ambities van gemeenten te realiseren en zo de doelen van het klimaatakkoord uit Parijs te halen.

Optimale Openheid
Een transitie zoals die van het aardgas vereist het stellen van ambities en vervolgens een daadkrachtig handelen. Kan daadkrachtig handelen überhaupt open zijn? Gezien de verschillen in het stadium van de transitie waarin gemeenten zich bevinden, is er behoefte aan een overzicht waaruit blijkt welke opties beschikbaar zijn qua openheid, tijdens verschillende stappen in het proces. Openheid als absoluut concept kan door gemeenten als te rigide worden geïnterpreteerd, waardoor de term niet resoneert maar juist afstoot. Door openheid te koppelen aan de verschillende rollen die gemeenten kunnen nemen in verschillende aspecten van de transitie, wordt de afstemming met de fase waarin ze zich bevinden duidelijker.

Volgens een van de deelnemers gaat ‘open’ dan ook niet over altijd direct open zijn, maar over moduleren: per situatie en context kritisch de beste optie inschatten. Transitie is emergent: wat de volgende stap moet zijn wordt tijdens het proces zelf duidelijk. Het aanhouden van een strikt model of absoluut concept kan daarom verstarrend werken.

Met de ambitie om zo open mogelijk te werken, moet de context waarin een gemeente handelt bekeken worden. Bij burgers is bluffen niet gewenst, maar een zakelijke opstelling ten opzichte van projectontwikkelaars waarin wordt gezegd dat er geen nieuwe gasaansluiting komt, kan wel geoorloofd zijn. Het lastige is dat deze afweging razendsnel gemaakt moet worden en dat ambtenaren hierop voorbereid moeten zijn.

“De kelder van Economische Zaken ligt vol met brieven die geschreven zijn over wat nodig is volgens gemeenten: laten we geen brieven schrijven, maar bij elkaar aan tafel zitten.”

 

Naast open aanpak en contact ligt er een open verantwoordingsvraagstuk. Er is een groter, mondiaal belang dat gediend wordt met de aardgastransitie. Wie met een open vizier naar de wereld kijkt, beseft dat er een verantwoordelijkheid ligt in Nederland om vaart te zetten achter deze overgang.

Met het oog op een agenda voor de toekomst moet nader bestudeerd worden hoe openheid gemoduleerd kan worden in verschillende onderdelen van de transitie, juist om openheid te stimuleren en toegankelijk te maken. Daarnaast is er behoefte aan heldere richtlijnen en ondersteuning over welke ruimte gemeenten hebben om ‘aardgasvrij’ af te dwingen, bijvoorbeeld door te werken met de crisis en herstelwet, transitiepaden of pilotregio’s. Gemeenten vragen deze openheid aan de rijksoverheid. Hierover vervolgde een gemeente: “De kelder van Economische Zaken ligt vol met brieven die geschreven zijn over wat nodig is volgens gemeenten: laten we geen brieven schrijven, maar bij elkaar aan tafel zitten.”

Deze blog verscheen eerder op de website van Kennisland.

Lees hier ook de gastblogs van de deelnemers aan het leerprogramma.

Beeld: Dennis Jarvis

Open Overheid en Aardgasvrije wijken

Deelnemende gemeenten bloggen over ervaringen

Van mei tot oktober 2017 organiseert Kennisland in samenwerking met het Leer- en Expertisepunt Open Overheid het leerprogramma ‘Open Overheid in de Praktijk – Aardgasvrije wijken’. Het programma wordt georganiseerd in het kader van de Green Deal Aardgasvrije wijken. Kennisland heeft zich met het ondertekenen van deze Green Deal actief verbonden aan de warmtetransitie in de vorm van aardgasvrije wijken. De transitie naar aardgasvrije wijken raakt aan de rol van de overheid, maar ook aan bedrijven, het maatschappelijk middenveld en inwoners. Open Overheid principes helpen deze transitie goed vorm te geven en Kennisland begeleidt vijf gemeenten uit de Green Deal daarbij.

In dit traject leren gemeenten van elkaars perspectieven en aanpak. Ook krijgen ze een introductie in en ondersteuning bij het toepassen van Open Overheid principes. De reader van het leerprogramma ondersteunt gemeenten die aan de slag willen met deze principes. In gastblogs reflecteren de deelnemende gemeenten reflecteren tussentijds op hun ervaringen. Hierbij presenteren we graag de eerste blogreeks – er volgen er meer!

Gastblogs ‘Open Overheid in de Praktijk – Aardgasvrije wijken’

  1. Purmerend (1)
  2. Purmerend (2)
  3. Wageningen
  4. Rotterdam (volgt)
  5. Alkmaar
  6. Leeuwarden (volgt)

 

Fake news en toch betrouwbaar

Openheid van zaken geven als overheid is een groot goed. Maar: dat kan alleen als je je informatiehuishouding op orde hebt. Als je ervoor zorgt dat je informatie duurzaam toegankelijk is. Hoe je dat doet? Door te archiveren. Maar dan wel archiveren 3.0. Medewerkers van het Nationaal Archief schrijven vanaf nu regelmatig een blog waarin zij ingaan op alle aspecten van duurzame toegankelijkheid.
Deze keer: Suzi Szabo over het begrip betrouwbaarheid van informatie.

De commotie over echt en nep nieuws en de consequenties daarvan voor de samenleving en de democratie neemt alleen maar toe. De afgelopen weken laaide de discussie weer op. De een, in dit geval brigade-generaal Rietdijk van het Ministerie van Defensie, uitte zijn zorgen over de dreiging van fake news. Rietdijk stelde voor dat de overheid pro-actief met de media zou moeten samenwerken om desinformatie van nieuws te ontkrachten. Terwijl de ander, in dit geval NOS, zei dat het allemaal wel meevalt met de impact en reikwijdte van fake news in Nederland. Maar in alle discussies over dit onderwerp is echter een aspect dat onderbelicht blijft: de betrouwbaarheid van de informatie an sich.

Het belang van de wetenschap dat informatie echt of nep is, waar of niet waar, moge duidelijk zijn. Maar met zowel echt als nep nieuws kun je als gebruiker zijnde alleen iets, als de informatie ook betrouwbaar is. Met andere woorden: om een oordeel te kunnen vormen over het waarheidsgehalte van informatie, is het nodig te weten of de status van de informatie ook betrouwbaar is.

Bewijsmateriaal vernietigd
Met betrouwbaarheid bedoelen we dat je er als raadpleger van informatie – zeker overheidsinformatie – van op aan moet kunnen dat de informatie die je ziet overeenkomt met hoe de maker het bedoeld heeft. Dus dat het de juiste versie betreft bijvoorbeeld, of dat de informatie niet ongeautoriseerd is gewijzigd. Je kunt erop vertrouwen dat alle  informatie die er moet zijn ook daadwerkelijk beschikbaar is en niet bijvoorbeeld te vroeg is vernietigd. Denk aan de politie die via een nepprofiel op Facebook infiltreerde in een terroristisch netwerk. Dat Facebook-profiel werd te vroeg verwijderd. De online gevoerde gesprekken met verdachten konden daarom niet meer als bewijsmateriaal in de rechtszaal worden gebruikt.

Laat fictie geen werkelijkheid worden
Anders dan boeken en films vaak doen vermoeden, is de betrouwbaarheid van informatie meestal niet opzettelijk maar per ongeluk in het geding. Wil je dat voorkomen? Wil je de betrouwbaarheid van informatie garanderen? Maak je informatie dan duurzaam toegankelijk. Waarom en hoe? Lees daarover meer in het vervolg van deze serie, of kijk op de DUTO-wiki.

Suzi Szabo is adviseur digitale archivering en houdt zich onder andere bezig met de ontwikkeling en implementatie van DUTO. DUTO staat voor de kwaliteitseisen Duurzaam Toegankelijke Overheidsinformatie.

Vijf vragen over data.overheid.nl

Zorgen dat zoveel mogelijk overheidsorganisaties – ministeries, provincies, gemeenten en ZBO’s – aansluiten op het Open Data register data.overheid.nl. Dat is wat Inger Waling en haar collega’s van het Open Data team bij KOOP (Kennis- en exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties) doen. Ze bemiddelen tussen hergebruikers en aanbieders: “Denk in beide gevallen aan ons, als je data hebt of juist op zoek bent.”

Inger Waling (externe trainee informatiemanagement via DisGover) is datamanager voor data.overheid.nl bij KOOP. “Aanvankelijk was het voor zes maanden, maar het bevalt zo goed, daarom ben ik nog steeds bezig met Open Data.” De redactie van Rijksportaal stelde haar vijf vragen over data.overheid.nl:

Wie willen Open Data van de overheid hergebruiken?
Neem een scheepsbouwbedrijf. Dat wil voor de bouw van nieuwe schepen die in de Rotterdamse haven zullen varen, weten hoe het staat met de getijden, de diepte van de vaargeulen en dergelijke. Dit soort gegevens is er gewoon én ze zijn vaak verzameld met publiek geld. Zolang het geen vertrouwelijke gegevens zijn, kan die data vaak pro-actief beschikbaar worden gesteld voor hergebruik door derden. Dit is maar een voorbeeld, je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel data over die nuttig hergebruikt kan worden.’

Een andere belangrijke reden achter de publicatie van Open Data is Wob-verzoeken voorkomen zeg je. Leg eens uit?
Door organisaties te helpen hun gegevens openbaar te maken, besparen we indirect veel werk en tijd en dus kosten. Bij een Wob-verzoek aan een organisatie gaat de juridische regelgeving in werking en moeten ambtenaren zich goed houden aan de gestelde termijnen. Door data die openbaar mag ook als Open Data te publiceren, kan een groot deel van de Wob-verzoeken worden afgevangen.

Met hoeveel mensen werken jullie aan het beschikbaar maken van deze Open Data?
Mijn collega Jelle en ik zijn een soort vertaler, bemiddelaar en makelaar tussen hergebruikers en aanbieders van open data. Er is een team van zo’n zeven technici, vooral ontwikkelaars, die bezig zijn met bijvoorbeeld de doorontwikkeling van data.overheid.nl, en het beheer en ontwikkelen van standaarden om de data beschikbaar en vindbaar te maken. Bij KOOP werken in totaal zo’n 100 tot 120 mensen, maar die werken aan tal van overheidspublicaties, zoals de Staatscourant, wetten.nl en eigenlijk alles wat op www.overheid.nl te vinden is.

Wat wil je dat wij vooral onthouden van jouw werk?
Ik denk dat het waardevol is om als rijksoverheid te weten welke data er beschikbaar is en die data waar mogelijk ook te gebruiken bij het opstellen of uitvoeren van beleid. Veel open overheidsdata staat al op data.overheid.nl, maar heel veel ook nog niet. Daarvoor wil ik heel graag meer bekendheid genereren. Dus: denk in beide gevallen aan ons, als je data hebt of juist wanneer je ernaar op zoek bent.

Tot slot, waar kunnen we het Open Data register bekijken?
Daarvoor ga je naar data.overheid.nl.

Meer weten?
Kom dan naar de gebruikersbijeenkomst van data.overheid.nl op vrijdag 29 september.

Dit interview werd op 13 augustus 2017 op het Rijksportaal (intranet Rijksoverheid) gepubliceerd door Marjolein Mars.

Aanleiding voor dit korte interview zijn de rijksbrede open data-inventarisatie en de Kamerbrief over het Open Data beleid. De inventarisatie geeft een overzicht van de Open Datasets die de departementen in huis hebben, welke datasets er nieuw zijn bijgekomen en welke datasets we het komende jaar kunnen verwachten.

Einde discussie! Praten in de publieke sector doe je zo

Vraagstukken in de publieke sector zijn complex en divergent. Om problemen en oplossingen scherp te krijgen, moeten publieke professionals niet de discussie met elkaar aangaan, maar de dialoog. Ook dát is Open Overheid. 

In A Guide for the Perplexed betoogt de Britse econoom Schumacher dat je twee fundamenteel verschillende soorten problemen hebt: convergerende problemen en divergerende. Convergerende problemen hebben een eenvoudige oorzaak-gevolg achtige structuur. Als je er maar genoeg rekenkracht op loslaat, dan licht uiteindelijk één antwoord op. Bij de divergerende categorie krijg je hoe langer je erover nadenkt hoe meer mogelijke antwoorden.

Vraagstukken in het openbaar bestuur hebben vaak een divergerend karakter. Er zijn geen eenduidige oplossingen voor een complexe woning en -energiemarkt of voor het integratie issue. ‘Dé oplossing’ op de korte termijn brengt bewegingen tot stand die de zaak vooral verslechtert als gevolg van allerlei onvoorziene neveneffecten. In zijn boek ‘The fifth discipline’ geeft systeemdenker Peter Senge aan dat we de natuurlijke neiging hebben om divergerende problemen te benaderen met een denken dat is gebaseerd op oorzaak-gevolg. Voorbeeld: bij woningnood bouw je meer woningen.

Toch ligt het vaak niet zo simpel en is het bovendien lastig om onder woorden te brengen waarom het niet zo eenvoudig is (omdat onze taal ook een oorzaak-gevolg structuur kent). Systeemoplossingen, ‘echte oplossingen’, zullen ons vaak als bizar of absurd voorkomen. Voorbeeld: een ziekenhuis had een tekort aan operatiekamers en een externe adviseur adviseerde om juist één operatiekamer minder te gebruiken. Verbazing alom, maar de Raad van Bestuur ging overstag. De vrijgemaakt kamer zou worden gereserveerd voor spoedgevallen, want deze spoedgevallen bleken de normale planning overhoop te gooiden wat weer leidde tot wachtlijsten, overwerkt personeel en klachten. De interventie bleek een gouden greep.

Wat betekent dit voor publiek management? Het laat zien dat je voor een publiek probleem zoals het bestrijden van armoede niet per se extra armoedevoorzieningen moet introduceren, hoezeer we geneigd zijn om dat te (kunnen) denken. In de VS droegen armoedeprogramma’s bij aan de vorming van structurele getto’s. Een tragedie van goede bedoelingen. Soms moet je andere dingen doen.

Peter Senge beschrijft dat we mentale modellen in ons hoofd hebben die niet kloppen. We worden op het verkeerde been gezet door onszelf. Wat adviseert Senge? Om tot een scherpere blik te komen, moeten we ons denken onderzoeken door middel van dialoog. En Senge contrasteert ‘dialoog’ scherp van ‘discussie’. Bij de dialoog gaat het om het onderzoeken van mentale modellen vanuit een open houding en een bereidheid om het eigen denken te observeren. Ruimte geven, de tijd nemen, luisteren, in gesprek zijn en nadenken, zijn voorwaarden om tot een scherper inzicht te komen. Bij ‘discussie’ gaat het over het nemen van een beslissing en het innemen van ruimte om te spreken en het eigen punt te maken. Er ontstaan daarbij weinig nieuwe perspectieven omdat de deelnemers vooral volharden in het eigen gelijk.

De discussie past bij convergerende problemen waarbij uiteindelijk op basis van kennis een beslissing genomen kan worden. De dialoog past bij de problemen met een divergerende aard.

Als dit waar is, dan betekent dit dat in het openbaar bestuur (politiek, ambtenarij, bestuur) de dialoog een uiterst belangrijk middel is om tot effectief beleid te komen. De meeste maatschappelijke vraagstukken zijn immers niet eenvoudig, maar divergent. Tegelijkertijd vraag ik me af: nemen we die ruimte in het openbaar bestuur voldoende voor werkelijke dialoog? Ik denk het niet en daarom een oproep: kap eens met de discussie.

 

Deze blog van Munish Ramlal werd eerder gepubliceerd op de website www.haagsebeek.nl. Hij deelt zijn blog ook graag met de lezers in het netwerk van Open Overheid.


Beeld: Edgar Ja CC BY-SA 2.0

Het korte lijntje van dienstverlening naar democratie

Steven Gort, in de rol van @datafluisteraar werkzaam bij ICTU, is een man met een missie. Hij gelooft er heilig in dat je door het radicaal innoveren van dienstverlening het vertrouwen in de overheid kunt herstellen. En daardoor zelfs, of juist, de broodnodige democratische vernieuwing kunt realiseren. In dit interview legt hij uit hoe hij dit gedachtegoed tot realiteit wil maken door het uitvoeren van kleinschalige experimenten met publieke en private partners. Onder het motto: klein doen, groots effect!

Toegegeven, van digitale dienstverlening naar democratische vernieuwing lijkt een grote stap. Maar niet als je het verhaal van Steven volgt:

Het gaat in dienstverlening en democratie om het erkennen van behoeftes
“We zijn volledig de grip kwijt op hoe we het overheidsapparaat hebben ingericht. De overheid vernieuwt niet snel genoeg, sluit niet snel genoeg aan op veranderingen in de maatschappij. Daardoor zijn we het contact met de samenleving volledig kwijtgeraakt. Veel mensen en partijen voelen zich niet begrepen. En als resultaat wordt de vertrouwensbreuk nog groter en ontstaat er een soort schaduw-maatschappij. Van de politiek hoeven we de oplossing niet te verwachten. Het is juist de overheid zelf die de lead moet pakken in het digitale domein. Bestuurders die snappen hoe digitale dienstverlening echt kan werken, kunnen uiteindelijk ook werken aan vernieuwing van de democratie. Dat is ook mijn eigen drive. Het draait er om of ik door de dienstverlening op een kleine postzegel op orde te krijgen, jou kan erkennen in je behoefte. Van daar uit kunnen we de grotere maatschappelijke en ethische vraagstukken oppakken. En echt, ik struikel elke dag over de problemen. Maar ook over de oplossingen!”

Door experimenten de leefwereld weer leidend laten zijn
Wat zijn dan de oplossingen die Steven voor zich ziet? “Volgens mij is de weg dat we vanuit de echte leefwereld kleinschalige experimenten in de praktijk gaan doen, die een enorme olievlekwerking kunnen krijgen. En van waaruit we al doende kunnen leren, permanent beta. Dat is de enige manier om de leefwereld en de systeemwereld weer met elkaar in verbinding te krijgen. We moeten helder voor ogen hebben voor wie de dienstverlening bedoeld is en wat de behoefte is van de ander. Consensus bereiken over het resultaat dat beiden willen bereiken. En vooral stoppen met automatiseren vanuit het eiland van de organisatie.”

Eén werkelijkheid, twee waarnemingen
Steven illustreert dat met een voorbeeld van mensen met een uitkering die voor zichzelf willen beginnen: “Het UWV staat opstarten naast je uitkering toe, maar je moet wel beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt. Om die reden zou de opgave van de uren eerder lager dan hoger uitvallen. Dat kan ook want een deel van de uren is indirect en staat niet geheel in de weg aan beschikbaarheid. Denk aan het posten van zakelijke brieven, dat kan ook onderweg bij het boodschappen doen. Kijken we naar de Belastingdienst, dan kun je in aanmerking komen voor startersaftrek vanaf een minimum aantal bestede uren. Om die reden zou de opgave van de uren juist eerder hoger dan lager uitvallen. Dat kan ook want een deel van de uren is indirect maar effectief genoeg om tot de ondernemingsactiviteiten geteld te worden. Denk weer aan het posten van zakelijke brieven, onderweg naar de supermarkt. De werkelijkheid wordt dus twee keer waargenomen. Iedere waarneming kent zijn eigen subjectiviteit en de besluitvorming daarmee ook. De uitdaging is dus niet alleen gegevens uit te vragen, maar dit telkens te blijven relateren aan het ‘waarom’. En dat kan ingrijpende gevolgen hebben voor hoe we de overheid nu hebben georganiseerd. En dat zou ik nu juist zo graag zien gebeuren.”

De bedrijfsvoering moet door
Het mooiste is als oplossingen die bedacht worden de bestaande bedrijfsvoering zo min mogelijk geweld aandoen. En dat kan! Steven vertelt over het idee dat tijdens de Dutch Blockchain Hackathon is ontwikkeld door team ‘216 Quorra’ om btw-carrouselfraude te voorkomen: “Bij dit type fraude draagt een ondernemer geen btw af terwijl hij die bijvoorbeeld wel in rekening brengt. Het komt vaak voor dat goederen voortdurend worden doorgeleverd binnen een groep van ondernemingen. Waarbij voor elke levering wel btw wordt teruggevraagd maar niet afgedragen. Met het doorverkopen van de goederen via dezelfde ondernemingen is de carrousel compleet. Dat kun je oplossen door goederen en btw te scheiden. Door simpelweg het geld uit het systeem te halen. Daarmee verander je niets aan de bedrijfsvoering van ondernemers. Maar je voorkomt dat deze vorm van fraude überhaupt kan voorkomen. Het ministerie van Financiën kijkt nu naar deze suggestie.”

Experimenten onder de vlag van ‘Maak Waar!’
Recent verscheen het rapport ‘Maak Waar!’ van de Studiegroep Informatiesamenleving en Overheid over het (verbeteren van) het functioneren van de digitale overheid. In het rapport wordt onder andere gepleit voor ruimte voor publiek-private samenwerking en ruim baan voor deskundigen en voortrekkers. Dat is precies de ruimte die Steven zoekt. Met een aantal collega’s heeft hij daarom voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een hele lijst met mogelijke experimenten en pilots uitgewerkt die prima passen binnen een uitvoeringsprogramma voor ‘Maak Waar!’. Variërend van initiatieven op lokaal niveau, zoals een huishoudboekje gebaseerd op Blockchain voor inwoners van de gemeente Utrecht, tot landelijke initiatieven, zoals een Persoonlijk Data Management Concept voor de Kamer van Koophandel.

Een code-bibliotheek die overstroomt van herbruikbare code
De experimenten moeten volgens Steven radicaal transparant en compromisloos open source zijn. De logica daarvan is voor hem volstrekt helder: “Je betaalt maar één keer de ontwikkelkosten en stelt wat je ontwikkeld hebt kosteloos ter beschikking. Op die manier bouw je aan een code-bibliotheek die overstroomt van de herbruikbare code! Je vindt deze onder Github op discipl.org: een verzamelplek voor iedereen – die van niemand is. Zoals het volgens mij hoort.”

Data op orde en oog voor menselijk contact
Daarmee zijn we bij het bruggetje van het vernieuwen van digitale dienstverlening naar de maatschappelijke en ethische vraagstukken aanbeland. “Het is ontzettend belangrijk dat data eenmalig worden gecreëerd, bij de bron blijven en iedereen zelf de beschikking heeft over zijn of haar eigen data. Dat is de enige manier om uit het enorme data-infarct te komen waar we nu in zitten. En zorgdragen voor fatsoenlijke digitale grondrechten. Niet voor niets pleitte het Rathenau-instituut onlangs voor een nieuw Europees verdrag met twee nieuwe mensenrechten. Dat gaat over het recht om niet gemeten, geanalyseerd of beïnvloed te worden. En over het recht op betekenisvol menselijk contact. En daarmee is het kringetje voor mij weer rond, want nogmaals: goede dienstverlening gaat voor mij om het erkennen van de behoefte van de ander en het bouwen aan echt vertrouwen. Want dat hebben we keihard nodig in deze maatschappij.”

Een meer passende besturing in de digitale wereld
Om deze ambities waar te maken zal er ook anders gekeken moeten worden naar bestuurlijke verantwoordelijkheid. “Ik denk dat het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur over de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor systemen  haarscherp aangeeft waar het aan schort en dus ook waarvoor bestuurders nu aan de lat moeten gaan staan”, zegt Steven. “De Raad geeft aan dat je van systeemverantwoordelijkheid naar systeembesturing moet gaan. Dus van een hiërarchisch systeem met één eindverantwoordelijke naar gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen die deel uitmaken van het systeem. Waarbij elke partij, of het nu een publieke of private is, ter verantwoording kan worden geroepen voor hun bijdrage aan het geheel. En dus veel meer met elkaar in gesprek moeten zijn over hun taak en rol in het geheel, dwars door alle niveaus heen. Ik hoop dat we met de kleine initiatieven waar we nu mee starten kunnen uitproberen hoe dat kan werken op grotere schaal.”

Wil je meer weten over dit onderwerp? Lees dan het whitepaper van Discipl: Technology for a future society.

Deze gastblog van Steven Gort werd opgetekend door Renata Verloop.