Expertisepunt Open Overheid

Studenten aan het woord over Open Overheid

De ontwikkeling van een Open Overheid vindt niet alleen in de praktijk plaats, maar wordt ook vanuit wetenschappelijk oogpunt onderzocht. Drie afstudeerstudenten vertellen speciaal voor Open Gov Week over hun onderzoeken en over hun keuze voor het onderwerp Open Overheid.

Dilemmalogica
Mijn naam is Renske Verstege en ik studeerde Sociologie aan de Universiteit Utrecht. Momenteel ben ik bezig met mijn afstudeerstage en -onderzoek bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ik loop stage bij de afdeling Democratie, in het bijzonder bij het beleidsteam Open Overheid. Tot aan de zomer doe ik onderzoek naar het vertrouwen van inwoners in de overheid: één van de drijfveren voor de beweging naar een open(er) overheid. Meer specifiek wil ik onderzoeken wat het effect is van één van de elf actiepunten uit het nationale Actieplan Open Overheid 2018-2020, namelijk het actiepunt Dilemmalogica.

Lees hier de gastblog van Renske.

Open Data als beleidsinstrument
Mijn naam is Judith de Vries en ik studeerde bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Ik ben bezig met de afronding van de master Publiek Management en doe een onderzoeksstage bij adviesbureau de Green Land. Mijn afstudeeronderzoek gaat in op de ontwikkeling van een Open Overheid en het gebruik van Open Data als beleidsinstrument. Het Actieplan Open Overheid 2018-2020 stelt dat, naast het gebruik van Open Data, een open aanpak en een open verantwoording van betekenis zijn en worden in overheidsorganisaties van de toekomst.

Lees hier de gastblog van Judith.

Open Data Governance in Nederland
Mijn naam is Anne Dijkstra, masterstudent Publiek Management aan de Universiteit Utrecht en afstudeerstagiair bij de Open State Foundation. Voor mijn afstuderen ben ik bezig met een onderzoek naar Open Data Governance in Nederland. Dat betekent dat ik inzichtelijk maak hoe het Open Data landschap er uit ziet. Welke organisaties en personen bevinden zich in dat landschap, wat is hun positie ten opzichte van anderen en welke instrumenten worden er ingezet om Open Data te stimuleren en door wie. Er wordt namelijk vaak gezegd dat in Nederland de regie op Open Data mist.

Lees hier de gastblog van Anne.

Open Data Governance in Nederland

Mijn naam is Anne Dijkstra, masterstudent Publiek Management aan de Universiteit Utrecht en afstudeerstagiair bij de Open State Foundation. Voor mijn afstuderen ben ik bezig met een onderzoek naar Open Data governance in Nederland. Dat betekent dat ik inzichtelijk maak hoe het Open Data landschap er uit ziet. Welke organisaties en personen bevinden zich in dat landschap, wat is hun positie ten opzichte van anderen en welke instrumenten worden er ingezet om Open Data te stimuleren en door wie. Er wordt namelijk vaak gezegd dat in Nederland de regie op Open Data mist.

We zouden hier vooral afhankelijk zijn van de goede wil van (publieke) organisaties om hun data openbaar te maken. Daarom vergelijk ik in mijn onderzoek daarnaast de Nederlandse Open Data governance-structuur met die van het buitenland. Ik hoop zo waardevolle lessen te kunnen formuleren voor het Nederlandse governance-model.

Open Data moeilijk vindbaar
Eerder heb ik deelgenomen aan twee Open Data onderzoeksprojecten, waarbij ik merkte dat Open Data verspreid is over veel verschillende organisaties en soms moeilijk te vinden of te gebruiken is. Wanneer je een verzoek deed om de data te ontvangen, gingen daar weken overheen of ontving je nét niet wat je nodig had. Vanuit deze ervaringen ben ik van mening dat er nog stappen te maken zijn op het gebied van Open Data governance. Daar hoop ik dan ook aan bij te dragen met de resultaten van mijn onderzoek.

Woonoverlast inzichtelijk
Tijdens het laatste onderzoeksproject hebben we als studenten data van verschillende organisaties geanalyseerd om de onderliggende oorzaken van woonoverlast in een gemeente in kaart te brengen. Door de data van verschillende organisaties te bundelen, kon de woonoverlast in de gemeente beter inzichtelijk gemaakt worden. Dat maakt dat beleid beter afgestemd kan worden op de behoeften in de gemeente. In de toekomst van Open Data hoop ik dan ook dat organisaties nog meer data zullen delen (uit zichzelf), deze informatie vaker door overheden wordt gebundeld en dat burgers er zelf ook keihard mee aan de slag gaan.

“Het ‘zijn’ van een Open Overheid betekent ook het contact zoeken met de ‘gebruiker’ van de producten die overheid levert”

Mijn naam is Judith de Vries en ik studeerde bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Ik ben bezig met de afronding van de master Publiek Management en doe een onderzoeksstage bij adviesbureau de Green Land.

Open Data als beleidsinstrument
Mijn afstudeeronderzoek gaat in op de ontwikkeling van een Open Overheid en het gebruik van Open Data als beleidsinstrument. Het actieplan Open Overheid 2018-2020 stelt dat, naast het gebruik van Open Data, een open aanpak en een open verantwoording van betekenis zijn en worden in de overheidsorganisatie van de toekomst.

Veel Open Data initiatieven bij lagere overheden worden opgezet vanuit de gedachte “hier moeten wij wat mee als organisatie”. Hieruit volgt vaak dat Open Data niet per se als een oplossing voor een specifiek probleem wordt gevonden, maar dat er een probleem bij de data wordt gezocht waarbij de data als oplossing dient. De data wordt op een platform gepubliceerd onder het mom van transparantie, of er worden apps gemaakt, die niet vallen binnen de behoeftes van burgers en bedrijven.

Het ‘zijn’ van een Open Overheid betekent ook het contact zoeken met de ‘gebruiker’ van de producten die overheid levert. In de praktijk betekent dit dat ambtenaren moeten zoeken naar contact met de ‘gebruiker’, voordat de oplossing van het probleem is gevonden of zelfs in samenwerking met de ‘gebruiker’ komen tot een oplossing die passend is voor de ontstane problemen.

Er wordt geschreven over de ambtenaar 2.0, maar de vraag rijst of deze ambtenaar een decennia later, capabel genoeg is voor een wereld vol met Open Data en om te werken binnen een Open Overheid. In mijn afstudeeronderzoek onderzoek ik welke competenties beleidsmedewerkers nodig hebben om te werken binnen een Open Overheid.

Waarom Open Overheid?
Ik heb dit onderwerp gekozen omdat het onderwerp vernieuwend is en ingaat op een ontwikkeling die, mijn inziens, de overheid kan/gaat veranderen. De ontwikkeling van een Open Overheid laat het belang zien van een vernieuwde werkwijze, waarin de relatie tussen overheid en burger intensiveert.

“Open overheid is in mijn beleving cultuur en emotie”

Mijn naam is Renske Verstege en ik studeerde Sociologie aan de Universiteit van Utrecht. Momenteel ben ik bezig met mijn afstudeerstage en -onderzoek bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ik loop stage bij de afdeling Democratie, in het bijzonder bij het team Open Overheid. Tot aan de zomer doe ik onderzoek naar het vertrouwen van inwoners in de overheid; één van de drijfveren voor de beweging naar een open(er) overheid.

Dilemmalogica
Meer specifiek wil ik onderzoeken wat het effect is van één van de elf actiepunten uit het nationale Actieplan Open Overheid 2018-2020, namelijk ‘Project Dilemmalogica’. Het streven in deze is om dilemmalogica toe te passen in overheidscommunicatie richting inwoners: welke zienswijzen zijn er? Hoe kunnen deze worden geordend? En welke perspectieven kunnen hieraan worden verbonden? Overheidscommunicatie met de toepassing van dilemmalogica is wezenlijk anders dan de huidige communicatiestijl waarbij de focus ligt op de doelredenering. Dilemmalogica is juist gericht op het uitstellen van de doelredenering en het nadrukkelijk(er) communiceren over de maatschappelijke opgave.

Dilemmalogica is gebaseerd op procedurele rechtvaardigheid. In hoeverre de toepassing van elementen van deze vorm van rechtvaardigheid in overheidscommunicatie invloed heeft op het vertrouwen van inwoners in de overheid, ga ik dus onderzoeken. Dit wil ik gaan doen aan de hand van veldexperimenten bij een lokale overheidsorganisatie. De precieze context zal nog verder vorm krijgen.

Waarom Open Overheid?
Het thema open overheid spreekt me heel erg aan, omdat het volgens mij om veel meer gaat dan bijvoorbeeld het ontsluiten van overheidsinformatie in het kader van transparantie. Open overheid is in mijn beleving cultuur en emotie. Bovendien vind ik vertrouwen van inwoners in de overheid, als ook vertrouwen van de overheid in inwoners, een intrigerend onderwerp. Waar gaat het goed en waar schuurt het? Erg interessant om hier met onderzoek meer zicht op te krijgen. Persoonlijk draag ik graag bij aan het vertrouwen aan weerszijden. Beginnend bij het verkrijgen van inzicht, met als volgende stap een rijke verbinding van kennis en beleid betreffende open overheid.

Vijf praktische Open Overheid tips

Het Leer- en Expertisepunt Open Overheid vroeg de directie Participatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) om een gastblog te schrijven over Open Overheid in de Open Overheid week (Open Gov Week) van 2019! Natuurlijk was ons antwoord JA, maar we hebben wel even nagedacht over de inhoud ervan. Er is al zoveel geschreven over Open Data, Open Overheid en participatie. Iedereen is het er over eens dat het belangrijk is en dat het zorgvuldig moet worden opgepakt, maar vaak krijgen wij de vraag: hoe dan?! We gebruiken deze kans om in dit blogbericht onze visie op een participerende, Open Overheid met jullie te delen in vijf tips. Deze tips kan iedereen die werkzaam is bij de overheid toepassen in de praktijk. Wat kun je vanaf vandaag zelf doen of laten zien?

1. Begin bij jezelf en sta open
Begin bij jezelf. We werken allemaal in grote organisaties, olietankers. Een hele organisatie in één keer veranderen is lastig, dus begin bij jezelf en jouw eigen project of beleidsonderwerp. Open zijn is actief luisteren naar de samenleving en het liefst zo vroeg mogelijk. Ga in gesprek met burgers, bedrijven, initiatiefnemers en maatschappelijke organisaties! Zo ga je vanuit verschillende perspectieven naar het vraagstuk kijken. Het voordeel is dat de kwaliteit van het plan of besluit toeneemt als je actief gebruik maakt van de kennis en ervaring van het publiek.

2. Zorg voor een gelijkwaardig informatieniveau
Het publiek kan alleen maar in een plan of project participeren als het op de juiste momenten over alle relevante informatie beschikt. Heeft het publiek toegang tot alle benodigde informatie om een betekenisvolle bijdrage te leveren? Zijn alle belangrijke onderzoeksrapporten gedeeld? Is er kwantitatieve of kwalitatieve data beschikbaar over het vraagstuk? Deel het met alle gesprekspartners en maak – als het gevoelige informatie betreft – afspraken over het gebruik ervan.

3. Neem de input mee en leg verantwoording af
Maak alle wensen en belangen van het publiek inzichtelijk, zodat een bestuurder mede op basis van alle belangen een besluit kan nemen. Neem de input van het publiek mee in beslissingen en communiceer over wat met de input is gedaan. Geef ook aan waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de eenvoudige stoplichtmethode met een begrijpelijke toelichting(groen: kan mee worden genomen, oranje: wordt verder onderzocht/ is afhankelijk van politieke keuzes, rood: kan niet worden meegenomen, omdat….).

4. Goed samenspel van bestuurders, ambtenaren en publiek
Als ambtenaar is het onze rol om onze bewindspersonen, gedeputeerden, burgemeesters en wethouders te voorzien van alle benodigde informatie om alle belangen te kunnen wegen en keuzes te kunnen maken. Participatie is alleen succesvol als bestuurders het nut ervan zien, betrokken zijn en open staan voor de input van publiek. Als ambtenaren moeten we deze participatieprocessen vakkundig regisseren en het publiek moet bereid zijn mee te willen doen en input te leveren. Maak een plan voor dit samenspel/ deze samenwerking.

5. Investeer in relaties
Sta open voor uiteenlopende meningen en visies, wees oprecht geïnteresseerd. Blijf in contact, help elkaar, werk samen, denk met elkaar mee en schep de juiste verwachtingen! Participatie is er niet alleen voor de groepen die het meest van zich laten horen, maar ook voor de mensen die niet zo snel van zich doen spreken. Een overheid die investeert in de relatie met de samenleving heeft daar profijt van, ook bij toekomstige besluiten.

Janneke de Jong

“Het participatievak wordt steeds ingewikkelder. Nederland verandert snel, maatschappelijke opgaven zijn complexer en we denken heel verschillend over wat belangrijk is voor de toekomst van Nederland. Voor de een staat duurzaamheid voorop, voor de ander een goede infrastructuur, voor een derde betaalbaarheid. Een bestuurder weegt alle belangen en maakt keuzes. Daarmee krijgt niet iedereen zijn zin. Dat is niet erg zolang iedereen zich gehoord voelt, kan zien hoe besluiten tot stand komen en er vertrouwen is dat de overheid alle informatie die ertoe doet, inzet voor de beste beslissingen. Dit is waar de directie Participatie zich iedere dag voor inzet.”
Janneke de Jong (Plaatsvervangend directeur Directie Participatie van het ministerie van IenW)

 

Speciaal voor deze open overheid week zijn deze praktische tips opgesteld. Ga jij ze toepassen of heb je een vraag aan de directie Participatie van het ministerie van IenW? Schroom dan niet en mail naar info@platformparticipatie.nl.

Ook een gastblog insturen?
Dat kan! Via dit formulier stuur je gemakkelijk jouw gastblog in.

Gastblog Bregje Thijssen: ‘Bouwen op Data’

Auteur: Bregje Thijssen (DisGover)

Het woningbouwvraagstuk is een ingewikkelde. Daarom zijn wij (zeven trainees van DisGover) aan de slag gegaan om hierover het gesprek te voeren met verschillende stakeholders en inwoners. Een gesprek over wonen is vaak emotioneel, want wonen is iets heel wezenlijks en we wonen allemaal. Data kan helpen om het vraagstuk meer feitelijk aan te vliegen. Tijdens deze gesprekken hebben we geprobeerd om relevante data inzichtelijk te maken en in te zetten in het gesprek. Doel van ons project is om op een innovatieve manier te participeren met inwoners en stakeholders, en deze gesprekken met relevante data te onderbouwen.

Uitkomsten vooronderzoek
Na een uitgebreid vooronderzoek trokken we een aantal conclusies: het woningbouwvraagstuk is complexer dan we in eerste instantie dachten en bovendien zijn er meer betrokkenen dan je op het eerste gezicht ziet.

Zo spraken we verschillende gemeenteambtenaren. Van grote gemeenten met een flinke binnenstedelijke bouwopgave zoals de gemeente Leiden, tot kleinere gemeenten die kampen met krimp en vergrijzing zoals de gemeente Midden-Delftland. De uitdagingen rondom wonen verschillen dus erg per gemeente. Daarnaast verschilt ook de “data-volwassenheid” van gemeenten enorm. Waar de gemeente Zaanstad verschillende data-analisten en -scientists in dienst heeft, welke prachtige data pakhuizen en dashboards ontwikkelen, heeft de gemeente Hilvarenbeek slechts één ambtenaar in dienst die 4 uur per week beschikbaar is om datagestuurd werken op poten te krijgen. Uiteraard is dit geheel afhankelijk van de grootte van de gemeente en van de prioriteiten van de Raad.

Wat we ook merkten is dat gemeenten ontzettend graag met inwoners in gesprek willen, maar vaak nog niet goed weten hoe. En waar participeren in het ene geval ontzettend waardevol is, kan het is het andere geval meer kapot maken dan je lief is. Want op het moment dat er eigenlijk geen ruimte is voor participatie (wanneer er al beslissingen genomen zijn, de kaders heel beperkend of het budget gewoon te klein) kun je beter niet participeren. Wanneer een inwoner participeert en daarna niks meer hoort, daalt het vertrouwen. En dat is heel logisch.

Participeren kun je leren
Wij wilden het goede voorbeeld geven. We organiseerden een aantal kleine evenementen met verschillende doelgroepen. En in plaats van dat vanuit de ivoren toren te doen (zoals het ministerie of het stadhuis) kwamen wij naar mensen toe. Uit deze evenementen haalden we input op voor ons grote eindevenement en concrete ideeën voor ons adviesrapport. Op het eindevenement brachten we iedereen die het gesprek wilde aangaan over het woning(bouw)vraagstuk bijeen. We spraken op een informele manier en aan de hand van concrete casussen met elkaar over wonen. Een raadslid kon zo eens door de bril van een inwoner naar het thema kijken. En een toezichthouder bekeek de mogelijkheden door de ogen van een projectontwikkelaar. Dit was heel verfrissend, want waar de meningen soms tegengesteld zijn, willen we uiteindelijk allemaal hetzelfde: fijn en betaalbaar wonen. En dat is voor iedereen anders, maar ons doel is gemeenschappelijk. De adviezen uit alle bijeenkomsten zijn gepresenteerd op de Open Overheid-bijeenkomst ‘’Bouwen op Data’’ en samengevoegd in een adviesrapport. En met enige trots kijk ik terug op wat we afgelopen half jaar bereikt en geleerd hebben.

Heb je een vraag of wil je doorpraten? Mail mij op b.thijssen@disgover.nl

Fiets onbegluurd door de stad!

Gastblog ter ere van Open Gov Week, door Geogap, Geoloep en Webmapper.

Op de nieuwe website Onbegluurd zie je hoe vaak je op je dagelijkse fietsroute in de vier grote steden een camera tegenkomt. Daarnaast krijg je een alternatieve route die de camera’s zoveel mogelijk ontwijkt.

Op maandag 7 mei, tijdens Open Gov Week, verzamelden Geogap, Geoloep en Webmapper zich in Zwolle om gezamenlijk de website Onbegluurd te maken. Camera’s in de openbare ruimte spelen niet alleen een rol in het gevoel van veiligheid, maar ook in het gevoel van privacy. Openheid over de locaties, het eigendom en het doel van deze camera’s maakt je bewust van de hoeveelheid camera’s en geeft je meer grip om een afweging te maken tussen veiligheid en privacy. Met deze website laten we voor de steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht zien wat er mogelijk is als deze informatie openbaar en onder een open licentie beschikbaar wordt gesteld.

Open data
De gemeenten Amsterdam en Utrecht stellen de camera-locaties beschikbaar op hun websites. Deze informatie is aangevuld met camera’s, die de gemeenten hebben geleverd aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie. Tenslotte hebben we de camera’s van de verdwenen website CameraLocaties.nl gebruikt. Het is opvallend dat de locaties van camera’s in de openbare ruimte niet zijn opgenomen in de Gemeentelijke High Value Datalijst.

De aanname is dat een persoon op een camerabeeld tot op een afstand van 25 meter herkenbaar is en dat alle camera’s 360° zicht hebben. Camera’s bovenop een gebouw zijn naar de dakrand verplaatst, om vanaf die nieuwe positie het zichtveld te berekenen. Het zichtveld van de camera’s is vervolgens berekend met inachtneming van de gebouwen uit de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG).

Op basis van OpenStreetMap berekenen we de fietsroutes. Er is een levendige community van vrijwilligers die de fietspaden in OpenStreetMap intekent en bijwerkt, met als resultaat een open dataset waarvan wij voor deze website nuttig gebruik konden maken.

Open overheid: sensorregister
Om deze website ook voor andere gemeenten te laten werken is een uitgebreidere zoektocht nodig langs de gemeentelijke open-datawebsites. Voor de BGT/IMGeo zijn camera’s slechts optionele inhoud en weten we alleen de locatie. Een landelijk sensorregister, waarin gemeenten verplicht zijn om naast de locatie ook het eigendom en het doel te vermelden van al haar camera’s, zou het mogelijk maken om deze website voor heel Nederland te gebruiken.

Initiatiefnemers Onbegluurd
De website is een gezamenlijk project van Geogap, Geoloep en Webmapper.

Open Overheid bij de provincie Zuid-Holland

In het kader van Open Gov Week schreef Jeroen Röttgering (provincie Zuid-Holland) een blog over de ervaringen van de provincie Zuid-Holland met Open Overheid.

De maatschappij verandert in hoog tempo. Dit betekent dat de overheid met dezelfde snelheid moet meebewegen, wil ze voldoen aan de vraag van inwoners en organisaties. Opgavengericht en netwerkend werken en Open Overheid zijn dan ook enkele speerpunten voor de provincie Zuid-Holland. Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland legde in 2015 al vast dat de omslag naar een transparante overheid (Open Data, Open Overheid en Open Spending) bij uitstek gestimuleerd kan worden met een apart programma: Transparante en Open Provincie (TOP).

TOP
Het team van TOP zet zich met de gehele organisatie in om data op een heldere en verantwoorde manier te ontsluiten en waar mogelijk geschikt te maken voor hergebruik. Het programma heeft zorg gedragen voor het publiceren van besluiten van Gedeputeerde Staten via de website. Ook is er een subsidieregister gepubliceerd met gegevens op kaart. Recentelijk zijn ook glasnegatieven en historisch filmmateriaal uit de periode 1930-1965 digitaal ontsloten. Ook is het team bezig met het ontsluiten van archeologische data door middel van hackatons.

Datawarehouse
Binnen de provincie is TOP een van de drijvende krachten achter masterclasses Informatie. Deze masterclasses bieden medewerkers inspiratie over het omgaan met informatie en data. Verder werken verschillende afdelingen binnen de organisatie aan de bouw van een datawarehouse. Daarmee wordt alle data op een effectieve manier aangeboden aan de buitenwereld. De provincie wil hiermee een datagedreven organisatie worden, waarin alle mogelijkheden voor het gebruik van open data maximaal worden benut. Belangrijke factoren voor succes blijken steun van politiek bestuur en de ambtelijke top, om gedurende een aantal jaren ontwikkelingen in de gewenste richting te stimuleren en zo datagedreven te werken.

Lees ook het interview met Henk Burgering en Frans de Graaf over Top.

“Er moet een schepje bovenop om de overheid écht te openen”

Gastblog door Paul Maassen (Director for Civil Society Engagement bij Open Government Partnership)

‘Vertrouwen in de toekomst’ is het motto van het nieuwe kabinet. Een thema dat mooi aansluit bij de ambitie van het Open Government Partnership (OGP), waar Nederland samen met 73 andere landen deel van uitmaakt. Open Overheid gaat over veel meer dan de overheid efficiënter en effectiever maken. Deze nieuwe benadering van overheid gaat uiteindelijk over het sterker maken van samenlevingen. Door meer burgerparticipatie en dialoog kun je het vertrouwen van de burger in de overheid – en dat van de overheid in de burger – versterken.

En dat is hoognodig. Volgens de jaarlijkse Edelman Trust Barometer is 2017 het jaar van ‘Trust in Crisis’. Slecht 52% van de Nederlanders heeft vertrouwen in instituties (voor de goed geïnformeerde burgers ligt dat 10% hoger). Als je naar sectoren kijkt, ligt het voor het bedrijfsleven op 60%, voor de media op 52%, de overheid op 51% en Ngo’s slechts op 46%. En daar doet Nederland het in de westerse wereld niet eens heel slecht mee.

In de recente OGP publicatie ‘Trust: the fight to win it back’ schrijft Eurocommissaris Frans Timmermans dat transparantie instituties kan helpen om dat vertrouwen terug te winnen. Hij voegt daaraan toe dat we niet langer in een ‘vertrouw me’ samenleving leven, maar in een ‘laat maar zien’ samenleving waar burgers dagelijks willen zien wat de overheid doet met haar macht en middelen. En ze willen niet alleen zien wat er in hun samenleving gebeurt, ze willen er ook actief aan deelnemen.

Paul Maassen (OGP)

Stap naar meer vertrouwen
Binnen OGP neemt Nederland het voortouw in de discussie over vertrouwen en Open Overheid. In oktober organiseerde het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties samen met OGP een internationale bijeenkomst met vertegenwoordigers uit meer dan 10 ‘rijke landen’ die hun ervaringen en benaderingen deelden rond initiatieven die burgers betrekken en vertrouwen terugwinnen. Deze landen lopen internationaal voorop als het gaat om transparantie en accountability en staan steevast bovenaan in internationale ranglijsten. De filosofie van OGP is juist dat er voor ieder land altijd ambitie mogelijk is, als het op het verbeteren en versterken van overheden aankomt. Voor rijke landen ligt die uitdaging misschien bij het herijken van de relatie van burger en overheid, als stap naar meer vertrouwen.

Sanjay Pradhan (CEO, Open Government Partnership) schreef samen met Munyema Hasan (Manager KLIC Program) een bericht over de OGP bijeenkomst in Nederland: A Gathering of High-Income Countries to Address Declining Trust in Government

Nederland valt binnen OGP op door zijn eigenzinnige, innovatieve en nieuwsgierige benadering van Open Overheid. De manier waarop Nederland probeert beter te communiceren met de burger is bijvoorbeeld inspirerend. Het nieuwe kabinet – en het nieuw te ontwikkelen OGP 2018-2020 Actieplan Open Overheid – geeft ruimte om nationaal een tandje bij te zetten en ook internationaal een leidende rol in te nemen.

De internationale agenda
OGP bestaat inmiddels 6 jaar. Een periode waarin de wereld complexer is geworden, de ruimte voor civil society kleiner, de rol van de media uitdagender, de macht van populisten en autocraten groter. Maar ook een periode waarin 74 deelnemende OGP-landen meer dan 3000 concrete hervormingen hebben doorgevoerd om overheden – nationaal en lokaal – sterker en opener te maken. En waarin er onverwacht grote stappen gemaakt zijn als het gaat om toegang tot informatie, Open Data, transparante aanbestedingen, lobby transparantie en ‘beneficial ownership’ (om maar een paar trends te noemen).

Internationaal definiëren we de ambitie voor OGP voor de komende jaren op twee niveaus:

  1. We willen in alle landen meer ministeries, lokale overheden, parlementen, Ngo’s, burgers en bedrijven betrekken bij het definiëren, implementeren en kritisch volgen van Open Overheid commitments.
  2. We willen op landenniveau meer ambitieuze commitments op een goede manier geïmplementeerd zien. Commitments die dichter bij de burger staan, door de thema’s waar ze over gaan (onderwijs, gezondheidszorg, stadsplanning, budgetten), door het betrekken van andere lagen van de overheid (stad/provincie) en door meer op participatie en responsiviteit te mikken, en iets minder op transparantie.

Eind 2016 nam OGP de ‘Paris Declaration’ aan. Die agenda stimuleert landen om zich op grote cruciale hervormingen te richten. Sommige daarvan lijken soms ver van de burger af te staan, maar zijn wel belangrijke pilaren van een andere, meer Open Overheid die de burger centraal zet en niet – zoals in sommige landen – zichzelf of een machtige elite. De agenda zorgt ook dat er genoeg commitments zijn die zich juist op thema’s richten die de burger aanspreken en mogelijkheden creëren om de burger actief te betrekken. Soms komen groot en participatie samen.

Wat staat er dan zoal in de ‘Paris Declaration’, wat is de internationale agenda voor de komende jaren? Dat gaat van ‘open public procurement’, via lobby transparantie, naar een publiek ‘beneficial ownership’ register. Van meer inclusief beleid maken, via meer participatie en responsiviteit rond publieke dienstverlening, tot het verbeteren van de kwaliteit en ‘uptake’ van Open Data.

Tot slot: er moet een schepje (of twee) bovenop
De wereld is complexer geworden. Er is veel vooruitgang geboekt de afgelopen jaren, maar ook door de tegenkrachten: wat betekent dat er een schepje bovenop moet om de overheid echt te openen. In het volgende actieplan zou Nederland een sterkere focus op participatiemogelijkheden kunnen overwegen, op thema’s waar de burger om geeft. Tegelijkertijd zou het niet misstaan om een aantal van de ambitieuze grote pijlers op te nemen.

Internationaal moeten we meer leiderschap zien van een kopgroep van landen die geeft om vertrouwen, participatie, liberale democratie. Een groep die ook innovatief is en vaak technologie slim gebruikt. Denk aan bijvoorbeeld Duitsland, Canada, Scandinavië. Nederland hoort daar zeker bij!

Met een nieuw kabinet – en met een minister van D66 huize die de waarden van Open Overheid in haar DNA zou moeten hebben – is er een kans voor meer ambitie nationaal én meer leiderschap internationaal. Als de overheid het vertrouwen wil terugwinnen van de burger – en de burger dat van de overheid – dan moet er een schepje (of twee) bovenop. Of in de woorden van Frans Timmerman: “Laat maar zien!”


Kom naar de lunchbijeenkomst ‘Open Overheid, hoe doen andere landen het?’
Meer weten over OGP en internationale Open Overheid voorbeelden? Kom dan naar de lunchbijeenkomst ‘Open Overheid: hoe doen andere landen het?’ Tijdens deze bijeenkomst vertelt Paul Maassen meer over OGP en internationale Open Overheid voorbeelden. Bekijk hier het volledige programma van de lunchbijeenkomst en meld je aan!


Beeld: Sebastiaan ter Burg

Kan daadkrachtig handelen überhaupt open zijn?

In het gemeentelijke leerprogramma Open Overheid in de Praktijk – Aardgasvrije wijken onderzoeken we (Kennisland en het Leer- en Expertisepunt Open Overheid) hoe je als gemeente tegelijkertijd daadkrachtig en ‘open’ kunt handelen. Tijdens de tweede bijeenkomst wordt aan de hand van ervaringen duidelijk dat het concept openheid niet absoluut is, maar per situatie en context bekeken moet worden.

De grond wordt warm onder onze voeten: de urgentie van de aardgastransitie is hoog. Moeten we het aardgas vervangen door elektriciteit of moeten we letterlijk warmte onder onze voeten aanleggen met een warmtenet? Complexe vragen waarop het antwoord ambigue is, en waar vele belangen mee gemoeid zijn. Kun je als overheid überhaupt daadkrachtig handelen tijdens transities en er tegelijkertijd ‘open principes’ op nahouden? In het leerprogramma Open Overheid in de Praktijk – Aardgasvrije wijken onderzoeken we deze vraag met vijf Nederlandse gemeenten. Tijdens de tweede bijeenkomst wordt duidelijk dat het concept openheid voor hen niet absoluut is, maar per situatie en context bekeken moet worden.

Gezocht: zevenmijlslaarzen
De tweede bijeenkomst van het leerprogramma vond plaats in Wageningen. Deze universiteitsstad is voorloper op het gebied van aardgasvrije wijken, en groot voorstander van én pionier in een open aanpak. Ze zijn hier dan ook al jaren bezig: “In 2009 was het alsof je voorstelde om samen naar de maan te vliegen als je begon over aardgasvrije wijken.” Onder andere door meer aandacht in de landelijke media zien ze in Wageningen het bewustzijn en begrip onder inwoners groeien.

We startten de bijeenkomst met een tijdlijn waarop gemeenten aangeven waar ze staan in het proces van hun gemeente aardgasvrij maken op een open, democratische manier. In mei deden de gemeenten dit ook al. De gemeenten geven aan dat het lastig is om te voorspellen waar je over een paar maanden staat. Wanneer je een programmaplan maakt is het belangrijk om iteratief te werken: de voortgang kan van dag tot dag verschillen. Wat er mogelijk is wordt mede bepaald door de stand der techniek.

Het wordt snel duidelijk dat er sprake is van een tweedeling: enerzijds zijn gemeenten positief over de bouw van aardgasvrije wijken, anderzijds zijn ze terughoudend over de vooruitgang in de bestaande bouw. Bij bestaande bouw heb je te maken hebt met een spinnenweb van gevestigde belangen, waardoor het lastiger manoeuvreren is. Bij nieuwbouw is dat anders: Daar wordt een nieuwe werkelijkheid gecreëerd die zo aantrekkelijk mogelijk wordt gemaakt. Nieuw ‘instappen’ is gemakkelijker dan transformeren.

“Bij nieuwbouw zijn gemeenten het unaniem eens dat de rol van de overheid meer hiërarchisch is.”

 

Met de manifestatie van dit verschil komt de discussie op gang over de rol die je als overheid neemt in deze twee parallelle processen. Bij nieuwbouw zijn gemeenten het unaniem eens dat de rol van de overheid meer hiërarchisch is, door slimme tenders uit te schrijven waarin aardgasvrije bouw wordt verondersteld. Dit vereist wel wat lef aangezien dit in feite ‘bovenwettelijk’ is vanwege de aansluitplicht: netbeheerders zijn op dit moment verplicht om nieuwbouw een aansluiting te bieden op het aardgasnet.

Ondanks de directieve houding die bij nieuwbouw kan worden ingezet, is het altijd zaak om begrip te kweken onder nieuwe bewoners. Er is aandacht nodig voor draagvlak binnen de omgeving, maar met een goede spreker88Zoals wie?Vanuit Leeuwarden wordt Pieter Winsemius genoemd, die inderdaad een flinke lans breekt voor beter bestuur op duurzaamheid. die de voordelen en het comfort van aardgasvrij wonen uitlegt, zijn nieuwe bewoners om. Voor bestuurders is het belangrijk tijdens deze bijeenkomsten hun rug recht te houden bij lastige vragen. Gemeenten ervaren kwetsbaarheid, aangezien ze een boodschap verkondigen die op nationaal niveau nog niet wettelijk is verankerd. Er wordt door hen reikhalzend uitgekeken naar een nieuw regeerakkoord, waarin dit hopelijk wordt aangepast99Initiatiefwet GroenlinksLiesbeth van Tongeren van Groenlinks diende in september 2017 een initiatiefwet in die aansluiting op het aardgasnetwerk bij nieuwbouwwoningen zou moeten voorkomen. .

Voor bestaande bouw is het belangrijk om bewoners tijdig mee te nemen en een globaal begrip van de keuzemogelijkheden voor de techniek voor te leggen. Dan nog blijft het schipperen om de juiste rolneming te vinden. Een gemeente vertelt hoe ze in het proces stapten met het voornemen om over alles volledige openheid te geven. Gaanderweg beseften ze: “Als wij al wakker liggen van alle afwegingen en niet weten welke keuzes gemaakt moeten worden, moeten we het voor inwoners dan niet simpeler maken?”

“De grenzen van samenwerken komen in zicht.”

 

Er is een balans tussen werken met bewoners en je huiswerk op orde hebben. Deze aardgastransitie is complex: wanneer mensen meedenken begint het hen snel te duizelen. Daarnaast is het lastig om mensen mee te krijgen in een kostbare aanpassing waarin het eindresultaat (een warm huis) hetzelfde is als de initiële situatie (een warm huis). Tel daarbij op dat inwoners beperkt tijd hebben, en je merkt volgens gemeenten: “De grenzen van samenwerken komen in zicht”.

Gemeenten moeten vele stappen doorlopen met bewoners voordat de bebouwde omgeving van het aardgas af kan. Vervolgens stuiten ze daarnaast op systeemproblemen zoals de monopolieposities van energieleveranciers zoals Eneco of Nuon, waardoor er geen marktwerking plaatsvindt. Een ding is zeker: er zijn zevenmijlslaarzen nodig om de ambities van gemeenten te realiseren en zo de doelen van het klimaatakkoord uit Parijs te halen.

Optimale Openheid
Een transitie zoals die van het aardgas vereist het stellen van ambities en vervolgens een daadkrachtig handelen. Kan daadkrachtig handelen überhaupt open zijn? Gezien de verschillen in het stadium van de transitie waarin gemeenten zich bevinden, is er behoefte aan een overzicht waaruit blijkt welke opties beschikbaar zijn qua openheid, tijdens verschillende stappen in het proces. Openheid als absoluut concept kan door gemeenten als te rigide worden geïnterpreteerd, waardoor de term niet resoneert maar juist afstoot. Door openheid te koppelen aan de verschillende rollen die gemeenten kunnen nemen in verschillende aspecten van de transitie, wordt de afstemming met de fase waarin ze zich bevinden duidelijker.

Volgens een van de deelnemers gaat ‘open’ dan ook niet over altijd direct open zijn, maar over moduleren: per situatie en context kritisch de beste optie inschatten. Transitie is emergent: wat de volgende stap moet zijn wordt tijdens het proces zelf duidelijk. Het aanhouden van een strikt model of absoluut concept kan daarom verstarrend werken.

Met de ambitie om zo open mogelijk te werken, moet de context waarin een gemeente handelt bekeken worden. Bij burgers is bluffen niet gewenst, maar een zakelijke opstelling ten opzichte van projectontwikkelaars waarin wordt gezegd dat er geen nieuwe gasaansluiting komt, kan wel geoorloofd zijn. Het lastige is dat deze afweging razendsnel gemaakt moet worden en dat ambtenaren hierop voorbereid moeten zijn.

“De kelder van Economische Zaken ligt vol met brieven die geschreven zijn over wat nodig is volgens gemeenten: laten we geen brieven schrijven, maar bij elkaar aan tafel zitten.”

 

Naast open aanpak en contact ligt er een open verantwoordingsvraagstuk. Er is een groter, mondiaal belang dat gediend wordt met de aardgastransitie. Wie met een open vizier naar de wereld kijkt, beseft dat er een verantwoordelijkheid ligt in Nederland om vaart te zetten achter deze overgang.

Met het oog op een agenda voor de toekomst moet nader bestudeerd worden hoe openheid gemoduleerd kan worden in verschillende onderdelen van de transitie, juist om openheid te stimuleren en toegankelijk te maken. Daarnaast is er behoefte aan heldere richtlijnen en ondersteuning over welke ruimte gemeenten hebben om ‘aardgasvrij’ af te dwingen, bijvoorbeeld door te werken met de crisis en herstelwet, transitiepaden of pilotregio’s. Gemeenten vragen deze openheid aan de rijksoverheid. Hierover vervolgde een gemeente: “De kelder van Economische Zaken ligt vol met brieven die geschreven zijn over wat nodig is volgens gemeenten: laten we geen brieven schrijven, maar bij elkaar aan tafel zitten.”

Deze blog verscheen eerder op de website van Kennisland.

Lees hier ook de gastblogs van de deelnemers aan het leerprogramma.

Beeld: Dennis Jarvis