Expertisepunt Open Overheid

Innovatiegericht inkopen: meer mogelijk dan we denken!

Technologie, de wereld van start-ups en innovaties. Er wordt veel over gezegd en geschreven. Zelfs Matthijs van Nieuwkerk ontvangt zo nu en dan een startup aan tafel. Overheidsinstellingen oriënteren zich in toenemende mate op de kansen, maar ook op risico’s van technologie. Een manier om dat te doen is het inkopen van de laatste state of the art kennis en expertise. Veel overheidsinstellingen verkennen daarom de mogelijkheden van innovatiegericht inkopen. Floris den Boer (adviseur PIANOo), Mildo van Staden (CIO office BZK/Start-up officer BZK) en Paul Suijkerbuijk (Leer- en Expertisepunt Open Overheid) nemen je mee in de wereld van innovatiegericht inkopen.

Toegankelijker voor kleine partijen en startups
Overheidsinstellingen kijken naar nieuwe contractvormen, samenwerkingsovereenkomsten en co-creatie met innovatieve partijen. Daarnaast verkennen overheden de mogelijkheden om het aanbestedingsproces zo te veranderen dat het innovatiepotentieel van de markt beter benut en overheidscontracten toegankelijker worden voor kleinere partijen zoals startups.

Van het woord ‘aanbesteden’ krijgen veel mensen kriebels. Ze denken meteen aan een maandenlang traject met grote hoeveelheden juridische teksten. Of dat ze vast zitten aan mantels en het niet mogelijk is om kleinere partijen in te schakelen. Kriebels zijn niet altijd nodig!

Gemeenten en overheidsinstellingen hebben aanbestedingsspecialisten in dienst om alles in goede banen te leiden. Startups, aan de andere kant, weten vaak niet wat hun rechten en plichten zijn in een aanbesteding en welke informatie relevant is. Ze hebben simpelweg de tijd en kennis niet om mee te doen in een aanbesteding. Daarnaast voldoen ze vaak niet aan de eisen die gesteld worden door de aanbestedende partij. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd om omzetcijfers van de afgelopen 3 jaar of 5-10 jaar ervaring in het betreffende domein. Deze eisen zijn voor startups onhaalbaar, waardoor overheden en startups elkaar vaak niet vinden. Overheden die zaken willen doen met startups versimpelen daarom hun aanbestedingsprocedures en maken deze vrij van ingewikkeld jargon.

Hoe kun je innovaties inkopen bij startups zonder een maandenlang traject?
Startup in Residence is een nieuw concept waarbij overheden ‘urban challenges’ bij startups neerleggen. Via dit programma kunnen startups meedoen in een (potentieel grote) aanbesteding terwijl ze werken aan hun eigen product of service én een maatschappelijk probleem oplossen.

Wat er wordt gegund is een programma van vijf maanden waarin startups hun producten of diensten verder ontwikkelen, onder inhoudelijke begeleiding van ambtenaren en ondernemers. Na deze vijf maanden heeft de aanbestedende dienst de mogelijkheid om op te treden als (eerste) klant of investeerder.

Ook bij het Startup in Residence concept volg je de kaders van de Aanbestedingswet. Het is nog steeds een volwaardig aanbestedingstraject, alleen een stuk korter, overzichtelijker en toegankelijker. Op basis van een functionele uitvraag zoek je de ondernemer met de beste oplossing. Door het concept actief te promoten zijn ook startups bekend met het programma. Deelname aan het programma en het oplossen van ‘urban challenges’ staat ook open bij andere ondernemers, maar blijkt vooral populair onder startups.

Productontwikkeling in opdracht (SBIR)
Een andere manier om te komen tot productontwikkeling biedt de overheid in de vorm van een SBIR-traject. SBIR staat voor Small Business Innovation Research. Een ministerie of andere overheidsdienst identificeert een specifieke uitdaging en stelt een budget beschikbaar. Bedrijven kunnen hierop inschrijven. De beste inschrijvers krijgen een SBIR-opdracht. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) kan ondersteunen bij het beschrijven van het vraagstuk in een SBIR-oproep en maakt deze oproep vervolgens openbaar. RVO informeert het bedrijfsleven en begeleidt het proces. Meer informatie over deze aanpak wordt gegeven op de website van RVO.

PIANOo
PIANOo is het expertise centrum aanbesteden van de overheid. PIANOo geeft een zeer rijk overzicht van de manieren waarop de overheid innovaties kan inkopen, bijvoorbeeld door doelgericht het bedrijfsleven uit te dagen een innovatieve oplossing te ontwikkelen voor haar probleem. Of zij kan ruimte bieden aan marktpartijen om een ontwikkelde innovatieve oplossing aan te bieden. De routekaart van PIANOo bij aanbesteden is weergegeven in een metrokaart inkopen en aanbesteden. Uitgewerkte instrumenten, trajecten en cases zijn te vinden in de innovatiekoffer.

Startups inzetten? Definieer een duidelijke vraag
Via SBIR, Hackathons en accelerators zijn er veel manieren om innovaties en startups in te zetten voor de doelen van de eigen organisaties. Maar voor het zover is moet je een goed inzicht krijgen in de eigenlijke vraag die er is. Welke maatschappelijke vraag moet opgelost worden. Vaak is een vraagstuk vanuit de eigen organisatie gedefinieerd en dan is het maar net de vraag of dat ook écht het vraagstuk is wat er opgelost moet worden.

Om te kunnen achterhalen wat de echte vraag is moet er gesproken worden met alle stakeholders. Dus met de betrokkenen bij de vraag, partijen die een mogelijke oplossing hebben en de overheid. Organiseer rondetafelgesprekken om de juiste vraag te definiëren. Deze gesprekken kunnen worden geïnitieerd en gefaciliteerd door de overheid, maar niet geregisseerd, het is aan alle partijen om daar met de goede ideeën en oplossingen te komen. Een open gesprek dus.

Tips:

  1. Zorg voor een open aanpak bij het werken met start-ups en innovatieve ondernemers;
  2. Kijk of een hackathon een goede manier is om innovatieve oplossingen te verkrijgen;
  3. Zorg voor een innovatievriendelijk aanbestedingsproces;
  4. Maak gebruik van de regelingen en diensten van de overheid als SBIR en PIANOo;
  5. Anticipeer op aanbod van innovatieve oplossingen zoals Rijkswaterstaat dat doet;
  6. Definieer een heldere en duidelijke maatschappelijke vraag in samenwerking met alle stakeholders;
  7. Stel Open Data beschikbaar voor het maken van oplossingen;
  8. Eigenaarschap van de oplossing hoeft niet altijd bij de overheid te liggen;
  9. Betrek de eigen organisatie;
  10. Deel de ervaringen.

Meer weten over samenwerken met startups? Bekijk dan ook het kennisinstrument een open samenwerking met een start-up, waarom en wat zijn de mogelijkheden?

Waardevolle overheidsinformatie, openbaar en transparant

Wat zou de rijksoverheid aan informatie nog meer openbaar kunnen maken? En vervolgens: hoe zorg je dat die informatie goed is vastgelegd, betrouwbaar en toegankelijk is? Urgente vragen nu er in het digitale tijdperk exponentieel meer informatie wordt vastgelegd. Toch is het gemakkelijker om een mooie tentoonstelling over Michiel de Ruyter te maken dan een goede reconstructie van de recente aankoop van twee Rembrandts.

Rijk aan Informatie
Geen overbodige luxe dus, om voor de tweede keer een kennis- en netwerkbijeenkomst over informatie te organiseren.

‘Rijk aan informatie’ is de passende naam voor het programma en de bijeenkomst, want inderdaad genereert de overheid heel veel informatie en kan die informatie van grote waarde zijn voor allerlei partijen, inclusief de overheid zelf.

Marjan Hamersma

“Veel bewaren is iets anders dan goed archiveren,” aldus Marjan Hamersma

 

 

 

 

 

 

Dat het om heel veel informatie gaat, blijkt al als je naar één ambtenaar kijkt. Marjan Hammersma ging toen ze SG van OCW werd,haar DG-archief op orde brengen, en dat was een grote klus. Ze had heel veel bronnen gebruikt. Telefoon, maar ook erg veel sms, e-mail en WhatsApp. Maar als je over veertig jaar wilt weten hoe bijvoorbeeld de aankoop van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit is gegaan, dan is dat heel lastig. ‘Omdat je nu eenmaal niet alles kunt archiveren, maar ook omdat er destijds geen goede afspraken zijn gemaakt over wat je wél kunt archiveren. We vonden dat het gewoon communicatiemiddelen waren. Maar ook daarmee zijn we voortdurend nieuwe geschiedenis aan het maken. En we bewaren dan wel erg veel, maar dat is iets anders dan goed archiveren.’

Rekenschap en participatie
Arjan el Fassed van de Open State Foundation kon het als volgende spreker daar alleen maar mee eens zijn. ‘Open data voor digitale transparantie’ is het motto van zijn organisatie. ‘Dat is nodig voor ons werk, het is goed voor de overheid en belangrijk voor onze democratie.’ Zijn organisatie zet zich in voor de verspreiding van transparante publieke informatie, ‘bewezen instrumenten voor de bevordering van rekenschap en participatie; waardevolle bronnen voor bedrijvigheid, wetenschap en beleid.’ Iets wat rijksambtenaren zelf ook wel zien, als Arjan ze bijvoorbeeld een overzicht toont van alle informatie over subsidies. Dat vinden ze dan heel mooi, maar tegelijkertijd blijft informatie opdiepen vaak lastig. ‘Laatst moesten we informatie over de landelijke verkiezingen bij alle verschillende gemeenten op gaan halen.’ Hoe meer transparante, openbare informatie, hoe beter, vindt Arjan. ‘Zorg daarom dat de basis op orde is, voordat je met allerlei ingewikkelde zaken als block chain begint. Want de hele economie wordt steeds afhankelijker van goede overheidsinformatie.’

Overgenomen door software
De bijeenkomst werd vervolgd met een keur aan workshops over onderwerpen als DUTO (Duurzaam en Toegankelijk), Open Data, archivering in de zaak Cees H. (de bonnetjesaffaire) en Big Data Analysis. Speciale aandacht was er voor de DIV, een dienst die gedurende de digitale revolutie zelf uiteraard ook voortdurend in beweging is geweest: ‘Al het uitvoerende werk voor informatiebeheer wordt overgenomen door software.’ Zo wordt de DIV’er de linking pin tussen systemen, gebruikers en functioneel beheer.

“Als alles op orde is, komt de rest vanzelf wel weer”
Er waren nog veel meer inspirerende discussies in de Glazen Zaal en ook werden veel nieuwe en hernieuwde contacten gelegd. De sneldichteres Dominique Engers sloot de dag als volgt rijmende af:

“Als je basis op orde is, komt de rest vanzelf wel weer. En gebruik de informatie die je openbaar maakt zelf ook eens een keer. Het was een mooie middag, ondanks de hitte: concentratie. Alles lekte weg vandaag, behalve informatie.”

 

Rijk aan Informatie vond plaats op 20 juni 2017. Dit bericht verscheen op 4 juli bij Rijksbreed nieuws op Rijksportaal en werd geschreven door Kees Kaptein (freelance tekstschrijver).
Foto’s: Arenda Oomen

Open raadsinformatie: op weg naar een standaard

Hoe staat het ervoor met de actiepunten uit het Actieplan Open Overheid 2016-2017. Op 11 april bespraken de actiehouders de stand van zaken van de negen actiepunten. Via een reeks gastblogs vertellen ze op open-overheid.nl nog iets uitgebreider hoe het ervoor staat. Vandaag blogt Tom Kunzler (Pilotmanager Open Raadsinformatie bij KING Gemeenten) over Actiepunt 6: Open Raadsinformatie.

Open Raadsinformatie gaat over het ontsluiten van raadsinformatie – zoals agenda’s, besluiten, moties en stemuitslagen – als open data. Deze Open Raadsinformatie (eigenlijk: Open Raadsdata) kan door eenieder hergebruikt worden voor toepassingen die de lokale democratie versterken. Het gaat immers om democratische basisinformatie. Informatie die gebruikt kan worden om het lokale bestuur te kunnen volgen en mee te kunnen praten in de lokale democratie.

Hergebruikers hebben baat bij structuur
Raadsinformatie van gemeenten is nu veelal niet beschikbaar als open data. De informatie is wel publiek, maar niet eenvoudig machine-verwerkbaar. Daardoor is raadsinformatie niet geschikt voor hergebruik door app-makers, (data)journalisten, actieve bewoners en raadsleden zelf. Daarbij is de informatie ook niet gestandaardiseerd. Daardoor geeft elke gemeente, via leveranciers, de raadsinformatie op andere wijze vrij. Zowel de architectuur als de semantiek van raadsinformatie zijn momenteel nog niet gestandaardiseerd.

Het standaardiseren van architectuur gaat over de mogelijkheid om informatie via dezelfde systemen met elkaar uit te wisselen via eenzelfde bestandsformaat. Dit voorkomt bijvoorbeeld dat XML-documenten omgezet dienen te worden in het JSON-bestandsformaat. Semantiek gaat over het maken van afspraken over hoe documenten en metadatavelden genoemd worden. Spreken we bijvoorbeeld over ‘raadsnotulen’, ‘verslagen’ of ‘raadsverslagen’ en welke metadatavelden horen bij deze documenten en hoe noemen we deze velden.

Ongestructureerde data is de grootste complicerende factor die hergebruik van data van lokale overheden bemoeilijkt en resulteert in maatwerk. Er zijn namelijk 388 gemeenten die hun data vrij kunnen geven en je zadelt hergebruikers op met het handmatig vergelijkbaar te maken van de data. Het standaardiseren van raadsinformatie kan zodoende dus een grote impuls opleveren voor het hergebruik. En dus de impact die Open Raadsinformatie heeft.

Ook archiveren gaat beter met gestructureerde data
Ongestructureerde data is niet alleen voor hergebruikers onhandig. Voor leveranciers van raadsinformatiesystemen is het bij een overstap zaak om informatie over te zetten naar hun eigen standaard, een tijdrovende klus. Veel gemeenten kiezen er daarom voor om de oude informatie niet te laten overzetten en daardoor ontstaan er twee gescheiden bronnen voor de raadsinformatie: het oude systeem en het nieuwe systeem.

Daarnaast is het ook voor het archiveren vereist dat informatie op een goede wijze overgedragen kan worden aan het e-depot en voor duurzame toegankelijkheid zijn standaarden ook wenselijk. Maar wat standaardiseer je wel en niet? Moet je zowel de architectuur als de semantiek standaardiseren en ga je voor een minimale of maximale variant van standaardisatie en bij welke bestaande standaarden sluit je aan? En niet onbelangrijk hoe overtuig je leveranciers en gemeenten om mee te werken aan een standaard?

Hoe werkt het in de praktijk?
Om een standaard te ontwikkelen moet je eerst praktijkervaring opdoen. Hoe is de huidige data beschikbaar bij leveranciers en gemeenten? Welke verschillen zijn er tussen de data en de architectuur. KING Gemeenten is daarom bezig met een praktijkbeproeving. Onlangs is de raadsinformatie van tien extra gemeenten ontsloten als open data. Data afkomstig van de leveranciers iBabs (MSI) en GemeenteOplossingen. Dit ontsluitingsproces gaf inzicht in de verschillen tussen de data en de (on)mogelijkheden. Zo blijkt er een willekeur aan documentclassificaties te bestaan van ‘verslagen van de kindergemeenteraad’ tot alle vormen van commissievergaderingen en benamingen voor voorstellen en verslagen.

Deze input is verzameld en ook teruggekoppeld aan de leveranciers. Soms was er voor elke gemeente veel maatwerk mogelijk, soms voerde een gemeente informatie niet in of bood de leverancier de optie niet aan om iets te registreren.

Op weg naar een standaard
Vanuit het Actieplan Open Overheid werkt de VNG aan de mogelijkheid om raadsinformatie op een gestructureerde en vergelijkbare wijze als open data aan te bieden. Ondertussen zijn er twee leveranciersbijeenkomsten geweest en is er draagvlak onder raadsinformatieleveranciers voor standaardisatie. Bij KING hebben we gewerkt aan een informatiemodel waarvan het eerste concept op 16 juni positief besproken is. In juli en augustus wordt deze standaard verder verbeterd met input vanuit de leveranciers en een openbare consultatie.

Dit zal leiden tot een standaard die we in september kunnen afronden. Hierna kunnen leveranciers deze standaard gaan implementeren en zijn we dus een flinke stap dichterbij het vergelijkbaar kunnen aanbieden van raadsinformatie als open data. Uiteraard wordt de Vereniging van Griffiers ook nauw betrokken bij deze ontwikkeling en zullen we het aantal deelnemende gemeenten in aanloop naar de raadsverkiezingen nog verder gaan opschroeven en verder het hergebruik bevorderen. Tijdens de Accountability Hack 2017 op 9 juni in de Tweede Kamer was de Open Raadsinformatie API al een populaire bron van hergebruik namelijk.

Steeds meer datasets & goede score OECD Open Data Index

Hoe staat het ervoor met de actiepunten uit het Actieplan Open Overheid 2016-2017. Op 11 april bespraken de actiehouders de stand van zaken van de negen actiepunten. Via een reeks gastblogs vertellen ze op open-overheid.nl nog iets uitgebreider hoe het ervoor staat. Vandaag blogt Arie Scheer van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over Actiepunt 1: Nationale Open Data Agenda.

De Nationale Open Data Agenda (NODA) wil de beschikbaarstelling en het hergebruik van overheidsgegevens stimuleren. Het idee is dat alle Open Data van de overheid via één portaal ontsloten worden. En dat het aanbod en de kwaliteit ervan groeit en het hergebruik wordt bevorderd.

Steeds meer datasets
Het aantal beschikbare datasets van overheidsorganisaties is het afgelopen jaar toegenomen:

  1. In de periode van 1 juni 2016 tot en met 1 maart 2017 is het aantal beschikbare datasets van departementen toegenomen van 2.072 tot 2.251 datasets (een stijging van 9%).
  2. In de periode van 1 maart 2016 tot en met 1 maart 2017 is het aantal beschikbare datasets van decentrale overheden toegenomen van 1.432 tot 2.601 datasets (een stijging van 82%).

Daarnaast zijn nog 986 datasets geïnventariseerd bij decentrale overheden die wel al beschikbaar zijn als Open Data, maar nog niet vindbaar zijn op data.overheid.nl.

Deze inventarisatie dient meerdere doelen: naast het monitoren en stimuleren van het aantal beschikbare datasets zorgt het ook voor een periodieke controle op de vindbaarheid van de datasets voor (her)gebruikers.

OECD Open Data Index
Mede dankzij het stijgende aanbod van de beschikbare datasets, scoort Nederland goed op de OECD Index (OECD staat voor Organisation for Economic Co-operation and Development). De Open Data index van de OECD is bedoeld om de lidstaten – al lerend van elkaar – te ondersteunen in de ontwikkeling van hun Open Databeleid.

Sinds 2012 monitort OECD de lidstaten op de beschikbaarheid, toegankelijkheid van Open Data en op de inspanningen om het hergebruik ervan te bevorderen. De gegevens die dat oplevert worden verwerkt in de OECD OURData Index waarvan de eerste editie in 2015 verscheen. De tweede index verschijnt in de loop van 2017. De gegevens worden ook gebruikt om de belangrijkste trends in de lidstaten te analyseren.

Stijging voor Nederland
Nederland is gestegen op de OECD Open Data Index. In 2015 was de score nog beneden het OECD-gemiddelde, maar daar scoort Nederland nu boven! De score van 2015 was mede aanleiding om te investeren in de verbetering van de vindbaarheid en toegankelijkheid van de data op data.overheid.nl.

Nederland bevindt zich nu samen met een flinke groep landen, waaronder Canada, Oostenrijk, Australië, Spanje, Finland, net onder de toppers. Toppers zijn landen als: Korea, Frankrijk, Groot-Brittannië en Mexico.

Waarom niet in de kopgroep?
Waarom staat Nederland dan nog niet tussen de toppers? Ik deel tot slot graag nog een paar highlights – gebaseerd op mijn waarnemingen – die onze score verklaren en op basis waarvan we verbeteringen kunnen bedenken:

  1. Open Data kunnen helpen om bredere beleidsdoelen sneller en effectiever te realiseren. Daarvoor is het echter wel nodig om dit potentieel te zien. Nederland staat, met veel landen, nog aan het begin van het koppelen van het Open Databeleid aan de bredere beleidsagenda.
  2. Overheidsdata zijn de infrastructuur voor het leveren van toegevoegde (maatschappelijke) waarde. Coherent en effectief management van overheidsgegevens is nodig om die infrastructuur op orde te krijgen en te houden. In landen als Frankrijk wordt hierin, gebaseerd op een daarop toegesneden wet, stevig in geïnvesteerd. In Nederland is het Open Databeleid nog sterk afhankelijk van ‘goede wil’. Dat levert sub-optimale dataverzamelingen op, op het nationale portaal. Bijvoorbeeld als het gaat om vergelijkbaarheid en interoperabiliteit.
  3. Governance: ‘Goede wil’ is er ook mede de oorzaak van dat de verantwoordelijkheden en de afstemming van acties – in vergelijking met een aantal landen die hoger in de Index staan – minder ‘strak’ zijn georganiseerd. Niet geheel toevallig zijn dit vaak landen waar het databeleid een wettelijke status heeft gekregen.
  4. De Nederlandse overheid kan nog groeien in zijn rol van ‘data-prosumer’; actief hergebruik van zelf geproduceerde data om maatschappelijke meerwaarde te genereren.

 

Leren door te doen!

Actiehouders bloggen over hun actiepunt

Hoe staat het ervoor met de actiepunten uit het Actieplan Open Overheid 2016-2017. Op 11 april bespraken de actiehouders de stand van zaken van de negen actiepunten. Via een reeks gastblogs vertellen ze op open-overheid.nl nog iets uitgebreider hoe het ervoor staat. Vandaag bloggen Joke de Vroom en Mieke Visch van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) over actiepunt 7: De ambtenaar als vakman in de energieke samenleving.

De ambtenaar als vakman in de energieke samenleving
De overheid is onderdeel van een netwerksamenleving waar zij niet altijd meer de regisseur is, maar ook partner bij de uitoefening van publieke taken. We willen een overheid die ‘samenwerkt en samen leert’ en dat vraagt de samenleving ook van ons. De traditionele manieren werken niet altijd meer. Binnen IenM investeren we in onze beleidsambtenaren om deze (responsieve) rol te ontdekken, te ervaren en hiermee te experimenteren. Dit doen we in een training: werkatelier ‘Kunst van het verbinden’. Iedereen, van Directeur-generaal (DG) tot beleidsondersteuner, doet mee. In dit werkatelier wordt gekeken wanneer je deze responsieve rol kan inzetten, wanneer juist niet én hoe en wanneer schakelen tussen de verschillende rollen van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) goed is. Het uitgangspunt hierbij is je eigen werk, de dossiers waar je nu mee bezig bent, kortom: leren door te doen.

Versterking Vakmanschap
Door de werkateliers wordt een gezamenlijke taal ontwikkeld die zeer waardevol is om het gedachtegoed van het werkatelier vast te houden. Deze taal is input voor het programma Versterking Vakmanschap dat begin 2017 is gestart. Je zou kunnen zeggen dat het werkatelier zorgt dat het gesprek over de (mogelijke) rollen van IenM wordt gestart en dat de versterking als doel heeft om dit gesprek gaande te houden. Dit sluit aan bij één van de dilemma’s die uit de eerste tranches kwam :“hoe hou je het vast in je dagelijkse werk?” Een ander dilemma was: “hoe schakel met je met buiten zonder het contact met de binnenwereld te verliezen?”

Een van de ideeën binnen het programma Versterking Vakmanschap is een aantal dossiers te benoemen waar daadwerkelijk gewerkt wordt met het inzetten van de responsieve rol en daarin te experimenteren en de ervaringen met iedereen te delen. Waar de werkateliers een verplichtend karakter hadden en soms op weerstand stuitten, zet dit programma in op een cultuurverandering via andere wijzen. Tips hiervoor zijn altijd welkom.

Inmiddels is tranche 4 van de werkateliers afgerond en merken we dat steeds meer collega’s het gesprek met elkaar aangaan over de rollen en het schakelen ertussen. Er zullen nog 6 tranches volgen, met in elke tranche 6 groepen van ongeveer 15 deelnemers; we zijn dus bijna op de helft. In het eerste kwartaal van 2018 worden de werkateliers afgesloten.

Naar aanleiding van de eerste tranches is een aantal aanpassingen in het werkatelier doorgevoerd, zoals leidinggevenden sterker betrekken voor de start van werkatelier en een gezamenlijke start van alle groepen op de eerste dag. Continue worden de verschillende dagen geëvalueerd en verbeterd samen met de partij die de werkateliers geeft. Ook hier is het leren door te doen!

Meer lezen?
Lees dan ook het interview met Joke de Vroom en Mieke Visch over De ambtenaar als vakman in de energieke samenleving.

Impressie van Proeverij Werkatelier Vakmanschap

Op 10 mei organiseerde het Leer- en Expertisepunt Open Overheid de bijeenkomst ‘Ambtelijk vakmanschap en Open Overheid in de energieke samenleving’. Tijdens deze bijeenkomst maakten deelnemers kennis met de werkateliers van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Karen Jonkers, een van de begeleiders van de werkateliers, geeft je in haar blog een impressie van het werkatelier op 10 mei:

Kijk daar komen ze binnen… Allemaal verschillend en allemaal uit andere hoeken van onze overheid en maatschappij. De meeste deelnemers komen van de ministeries: Veiligheid en Justitie (VenJ), Infrastructuur en Milieu (IenM), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Algemene Zaken (AZ). Maar ook zijn er ambtenaren van Rijkswaterstaat (RWS), Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), inspecteurs van VenJ, van de Gezondheidszorg en van Leefomgeving en Transport. En ambtenaren uit provincies en gemeenten, onderwijs en gezondheidszorg. Verrukkelijk zo’n bont gezelschap, dat zorgt voor mooie verhalen en voorbeelden!

Al deze ambtenaren krijgen tijdens het werkatelier de volgende opdracht: teken de kenmerken van een ambtenaar in de responsieve rol (zoals beschreven door de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur). Deze opdracht levert onherroepelijk voelsprieten, een groot hart, enorme oren en open armen op. Ook de andere rollen worden getekend door de deelnemers:

Dilemma’s responsieve rol
Als het gaat om de responsieve rol van de overheid, geven het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, het Praktijkteam Palliatieve Zorg en Ruimte voor de Rivieren voorbeelden van een geslaagde aanpak. Maar dilemma’s zijn er ook en die bespreken we met elkaar:

  1. “Welke plek hebben de ambities van de overheid in de responsieve rol?” Natuurlijk heeft de overheid ambities! Ook in de responsieve rol, misschien juist wel. De overheid is zich bewust dat zij deze ambities zonder de maatschappij niet kan realiseren.
  2. “Moet ik gaan zitten wachten tot een initiatief mij vindt?” Nee alsjeblieft niet, ken je ambitie en nodig daar de wereld op uit. Vraag wie je nog meer over dit onderwerp zou moeten spreken.
  3. “Hoe beslis je wat je gaat doen? Mogelijk raken partijen teleurgesteld…” Dat klopt. Je kiest voor een kiem, aanpak of project van de ontwikkeling die je voor ogen hebt. En dat kan eerst een klein experiment zijn en later groter worden. En daarbij kun je niet iedereen tevreden houden. Verwachtingsmanagement is dus nuttig en noodzakelijk.
  4. “Hoe ga je om met fouten?” Oei.. lastig punt. Kijk eens naar de audittool van de Provincie Zuid-Holland voor de responsieve aanpak: vitale netwerken.
  5. “Hoe verantwoord je de tijd die je aan al die gesprekken besteed?” Hoe beter je het spel weet te spelen tussen de verantwoordingseisen en de contacten en het creatieve spel daarbuiten, hoe succesvoller je bent.
  6. “Hoe kom je langs de usual suspects?” Vertegenwoordigers van organen geven zelden energie aan een initiatief omdat ze zelf niets willen. De mensen daarachter weten wat er leeft. In Google op jouw onderwerp zoeken helpt.

De vraag “wanneer schakel je van de netwerkende naar responsieve rol en weer terug?”, brengt meer nuance in het vizier:

  1. Een rondje langs de velden hoort wellicht bij elk project in de eerste fase.
  2. Als je behoefte hebt aan energie en innovatie in een project, dan zoek je naar mensen met dromen. Dat zijn niet altijd de mensen aan tafel.
  3. De gevestigde orde is in staat om een experiment op te schalen. Resultaten van die experimenten kunnen dan maar beter wel goed zijn.

We hebben genoten van het geven van deze workshop. En de feedback gaf inspiratie, energie en bewustwording terug!

Door gastblogger Karen Jonkers
Crealist voor Van Vieren, karen@c-realist.nl, 06 30 414 918

Meer weten?
Lees ook het verslag van de bijeenkomst ‘Ambtelijk vakmanschap en Open Overheid in de energieke samenleving’.

Hoe gaat het met ROUTE-TO-PA?

Actiehouders bloggen over hun actiepunt

Hoe staat het ervoor met de actiepunten uit het Actieplan Open Overheid 2016-2017. Op 11 april bespraken de actiehouders de stand van zaken van de negen actiepunten. Via een reeks gastblogs vertellen ze op open-overheid.nl nog iets uitgebreider hoe het ervoor staat. Vandaag blogt Erna Ruijer, postdoctorale onderzoeker Bestuurs- en Organisatiewetenschap Universiteit Utrecht, over actiepunt 3: ROUTE-TO-PA.

Het gebruik van open data stimuleren
De verwachtingen rondom open overheidsdata zijn hoog gespannen. Open data kunnen bijdragen aan transparantie, innovatie en economische groei. Op overheidsportals verschijnen dan ook honderden soms wel duizenden datasets. Maar veelal is het gebruik van deze datasets nog beperkt. Ook is niet altijd duidelijk wie de datasets gebruiken en aan welke datasets gebruikers nu precies behoefte hebben.

Het Europese open data project ROUTE-TO_PA beoogt het gebruik van open data te stimuleren. Hiertoe worden online tools ontwikkeld die gebruikers helpen om voor hen relevante open data te zoeken en te analyseren. Ook faciliteren de tools discussies rondom open data en maken de tools co-creatie van datasets mogelijk.

Binnen het ROUTE-TO-PA project heeft de Universiteit Utrecht de afgelopen twee jaar samengewerkt met de Provincie Groningen. Om het gebruik van open data te stimuleren zijn de mogelijkheden van open data als instrument voor maatschappelijk vraagstukken in Groningen verkend, waarbij gezamenlijk leren centraal staat.

Het uitgangspunt in Groningen was de maatschappelijke opgave leefbaarheid. De participatieve aanpak – waarbij burgerinitiatieven op het gebied van leefbaarheid vanaf het begin van het project betrokken werden – bestond de afgelopen twee jaar uit vier hoofdactiviteiten:

1) Het in kaart brengen van de beginsituatie
Om de beginsituatie in Groningen te verkennen vond er een kick-off workshop plaats met beleidsmedewerkers, open data specialisten en stakeholders. Tijdens deze workshop werden uitdagingen rondom open data in kaart gebracht en werd besproken hoe dit opgelost zou kunnen worden. Enkele genoemde uitdagingen waren het gebrek aan best practices, het vinden van een geïnteresseerde gebruikersgemeenschap, beperkte steun binnen de organisatie en weerstand omdat open data extra werk op levert. Daarnaast werd  bijvoorbeeld het gebrek aan toegang en gebruiksvriendelijkheid voor gebruikers genoemd. Ook werd geïnventariseerd aan welke informatie participanten behoefte hebben en welke social interacties tussen gebruikers en aanbieders wenselijk zijn. Deze behoeften dienden als input voor het design van de ROUTE-TO-PA tools.

2) Het ontwikkelen van scenario’s op basis van concrete vraagstukken
Na de workshop is er een projectwerkgroep opgericht waarin open data specialisten, beleidsmedewerkers, vertegenwoordigers van burgerinitiatieven en onderzoekers samenwerken.  De projectgroep heeft in een aantal bijeenkomsten twee scenario’s ontwikkeld, gebaseerd op vragen van de burgerinitiatieven: één over gezondheidszorg en één over de circulaire economie. Vervolgens is gekeken aan welke informatie er behoefte is en hoe open data aan deze vraagstukken kunnen bijdragen. De afstemming tussen aanbieders en gebruikers leidde tot belangrijke inzichten. Gebruikers realiseerden zich dat het stellen van de juist informatievraag ingewikkeld is en aanbieders realiseerden zich dat de huidige openbare datasets niet bijdroegen aan de vraagstukken van  de gebruikers. De projectgroep testte daarnaast de ROUTE-TO-PA tools. Dit leverde nieuwe input op om de tools verder te verbeteren.

3) Population Decline Challenge
Tijdens een van de projectgroep bijeenkomsten werd duidelijk dat er extra capaciteit nodig was om relevante data te zoeken, te analyseren en gebruiken. Daarom werden er studenten geworven voor een Population Decline Challenge. Tijdens de Challenge werkten studenten vijf weken lang samen met medewerkers van de provincie en van de burgerinitiatieven  om oplossingen en inzichten te bedenken voor de twee scenario’s. Op basis van open data. Open data als uitgangspunt was nieuw voor de studenten, dus zij leerden hier veel van. Tegelijkertijd bleek tijdens de Challenge, dat de beschikbare en relevante data verspreid zijn over verschillende organisaties, dat de data vaak te algemeen zijn en niet relevant voor de lokale scenario’s of dat de databestanden dusdanig groot zijn dat het lastig is om er relevante informatie uit te filteren. Bovendien was de online interactie tussen de verschillende groepen deelnemers uiteindelijk beperkt. Onder andere vanwege tijdsgebrek bij de medewerkers.

4) Discussie binnen de organisatie op gang brengen
Na de Challenge is er een bijeenkomst bij de Provincie georganiseerd waar de resultaten van de Challenge besproken werden. De directeur van het beleidsterrein binnen de organisatie was ook aanwezig. De inzichten en suggesties van de studenten op basis van open data werden zowel door de stakeholders als door de medewerkers van de provincie gewaardeerd. De Challenge gaf de mogelijkheden van open data aan, maar gaf ook het inzicht dat er voor de scenarios meer kwalitatieve datasets nodig zijn en dat communicatie tussen gebruikers en aanbieders essentieel is.

What’s next?
Een volgende stap is het opschalen van het project van een kleinschalige Challenge naar een groter evenement, voor meer gebruikers en aanbieders rondom meerdere scenario’s. Hiertoe zullen meer open datasets verzameld moeten worden en is voldoende menskracht en middelen binnen de organisatie nodig om slagvaardig te kunnen handelen. En om impact te creëren! Ondanks dat er stappen zijn gemaakt in het vergroten van de steun binnen de organisatie, is voor het organiseren van een dergelijk evenement sterkere verticale en horizontale steun nodig. Het is de vraag of de organisatie van een dergelijk evenement binnen het laatste projectjaar nog te realiseren is.

Open data heeft potentie, maar het project in Groningen laat ook zien dat er nog diverse uitdagingen overwonnen moeten worden om het gebruik van open data verder te stimuleren en impact te kunnen genereren. In Groningen is gekozen voor een participatieve aanpak, een bottom-up approach. De vraag is of dit voldoende is, en of een sterkere top-down benadering vanaf het begin zou helpen om weerstand te verminderen.

Open Data is not a thing, it’s a process

Deze gastbog is geschreven door Angelique Genemans, secretaris Programma Modernisering Openbaarmaking Overheidsinformatie (MOOI)

Op uitnodiging van MOOI (CIO-Rijk), LEOO (DIO en DenB) en Digitale Agenda (DIO) gaf Stefaan Verhulst op donderdag 2 maart een presentatie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over de impact van Open Data. Stefaan noemde veel wereldwijde voorbeelden van de wijze waarop openheid leidde tot initiatieven van maatschappelijke meerwaarde. In dit verslag geef ik mijn weergave van zijn spreekpunten.

Stefaan Verhulst is Adjunct Professor aan New York University en medeoprichter van Governance Laboratory en houdt zich primair bezig met (impact van) Open Data en Open Overheid. Daarnaast is hij editor en curator van de GovLab weekly, een onmisbare informatiebron als je op de hoogte wilt zijn van wat er over de grenzen heen in de wereld van digitale overheid, Open Data en Open Overheid.
Stefaan stond in zijn presentatie stond onder meer stil bij de vragen ‘Hoe kan technologie bijdragen aan het verbeteren van het besturen van de overheid?’ en ‘Hoe kunnen we de technologie van vandaag gebruiken voor een meer rechtmatige en effectieve overheid?’. Volgens hem zijn er twee pilaren waardoor technologie kan bijdragen aan het verbeteren van het besturen van de overheid:
1. Bestuur meer rechtmatig
2. Bestuur meer effectief

Hoe we de technologie van vandaag kunnen gebruiken voor een meer rechtmatige en effectieve overheid is lastiger te beantwoorden. We weten heel veel (nog) niet. Bijvoorbeeld: Wie weet wat in de samenleving? Als die informatie inzichtelijk is, kunnen beleidsmakers veel effectiever aan de slag.

Open Data gebruikers
GovLab onderzocht voor het Amerikaanse Witte Huis welke organisaties hun Open Data gebruiken. Zelf kon het Witte Huis 4 voorbeelden noemen. GovLab concludeerde dat 500 organisaties niet kunnen bestaan zonder de Open Data van het Witte Huis. GovLab heeft in kaart gebracht welke organisaties de Open Data gebruiken en nu weet het Witte Huis met wie ze moeten praten over datahergebruik. Volgens Stefaan focussen veel data-aanbieders zich op het leveren van data, maar niet op de gebruikerskant of de impact van Open Data. Het doel is dan openbaar maken en hergebruik gebeurt dan vanzelf… maar dat gebeurt vaak niet. Stefaan ging daarom in zijn presentatie ook in op de positieve impact van Open Data.

Positieve impact van Open Data

1. Open Data kan het werken van overheden verbeteren;
Beleidsmedewerkers kunnen Open Data gebruiken voor het maken van beleid mits het goed vindbaar is.

Voorbeeld: Open contracting Slovakia
+ Meer vertrouwen in de overheid
+ Meer bewustwording voor het tegengaan van corruptie
+ Eerlijkere processen

2. Sterkere datapositie voor burgers;
+ Door toepassingen van data kunnen burgers data gebruiken in hun eigen dagelijks leven.
+ Burgers worden beter geïnformeerd over besluitvormingsprocessen.

Voorbeeld: Kennedy vs. The city of Zanesville, Verenigde Staten

Open data gaf het bewijs dat in een deel van de stad waar een dominante groep met een Afrikaanse achtergrond wonen, geen watervoorzieningen waren. In tegenstelling tot een ander deel van de stad waar de dominante groep met een blanke huidskleur wel watervoorzieningen had. Het bedrijf dat daarvoor verantwoordelijk is, is veroordeeld voor discriminatie.

3. Open Data draagt bij aan het evidence based oplossen van maatschappelijke problemen.

Voorbeeld: Empowering citizens Mexico
+ Datagedreven besluiten en beleid over onderwijs
+ Er stonden docenten op de loonlijst die inmiddels 120 jaar oud zouden zijn, die zijn inmiddels gecorrigeerd

4. Open Data creëert mogelijkheden.

Voorbeeld: Business impactatlas New York
+ Open Data laat zien wat het demografische profiel is van de omgeving. Dat kan handig zijn als iemand een bedrijf wil starten

Successen en uitdagingen
Verder vertelde Stefaan waarom sommige Open Data initiatieven werken en sommige niet. Er zijn vier voorwaardelijke condities die ten grondslag liggen aan succesvolle initiatieven:

1. Partnerschappen: alle succesvolle initiatieven werken samen. Denk aan dataleverancier en datagebruiker.
2. Er moet naast een fysieke data-infrastructuur ook sprake zijn van een openbare data-infrastructuur.
3. Beleid en performance metingen: zonder beleid is het moeilijk om data te eisen.
4. Probleemdefinitie: vaak wordt een oplossing gecreëerd zonder dat er een probleem is.

Meestal, bij een goede probleemdefinitie, zijn er weinig datasets nodig. Het is ook nodig om te weten wat de impact is van de beoogde oplossing. Een probleemdefinitie is nodig want dan is er een indicatie om de impact van Open Data te meten. Naast de succesvolle Open Data initiatieven, kregen ook 4 uitdagingen aandacht:

1. Gebrek aan gereedheid; ontsluiten we onbruikbare data of iets waardevols?
2. Gebrek aan responsiviteit; ontsluiten we data waarnaar gevraagd wordt?
3. Risico’s, zoals; reputatie, privacy en veiligheidsrisico’s.
4. Toewijzing van middelen; het openbaar maken en het onderhouden van data kost geld.

Tot slot roept Stefaan op om anders te besturen. Hij ziet graag dat de overheid meer gaat werken als een platform. Daarbij zou de focus bij Open Data moeten liggen op de gebruikers. Wees open in de overheidsprocessen en werk en voer samen met organisaties uit!

De presentatie van Stefaan staat hier online.

 

 

 

 

 

 

 

Stefaan Verhulst (op de foto rechts) kreeg als dank voor zijn presentatie een open data trui van Paul Suijkerbuijk (op de foto links).

1984 van George Orwell: De waarde & waarheid van archieven

Openheid van zaken geven als overheid is een groot goed. Maar: dat kan alleen als je je informatiehuishouding op orde hebt. Als je ervoor zorgt dat je informatie duurzaam toegankelijk is. Hoe je dat doet? Door te archiveren. Maar dan wel archiveren 3.0. Medewerkers van het Nationaal Archief schrijven vanaf nu regelmatig een blog waarin zij ingaan op alle aspecten van duurzame toegankelijkheid. Deze maand: Suzi Szabo over George Orwell en de waarde van archieven en archiveren.

George Orwell beschrijft in zijn boek 1984 een Ministerie van Waarheid. Dit ministerie verandert en vernietigt overheidsarchieven steeds naar gelang de waan van de dag. En pleegt daarmee dus continu geschiedvervalsing. De hoofdpersoon, een ‘gewone’ burger, weet hierdoor niet eens in welk jaar hij leeft. Laat staan dat hij kan reconstrueren hoe zijn dagelijkse Big Brother-realiteit ontstaan is, of wie daarvoor verantwoordelijk was. Over hoe het leven vroeger was heeft hij al helemaal geen idee. De andere maatregelen die Big Brother treft om opstand tegen het regime in de kiem te smoren zijn hierdoor eigenlijk overbodig.

Geen democratie zonder archieven
Als ik aan vrienden uitleg waarom ik bij een archief werk, gebruik ik dit boek vaak als voorbeeld. Om te illustreren dat je geen democratische samenleving kunt hebben zonder archieven. Want democratie bestaat alleen als de overheid transparant is en door burgers ter verantwoording geroepen kan worden over haar handelen. Daarvoor is authentieke informatie over dat overheidshandelen nodig, en vrije toegang tot die informatie.

Nepnieuws en alternatieve feiten
Nu zult u denken: “Ja, maar 1984 is fictie”. Zeker, science fiction nog wel. Maar na de Amerikaanse verkiezingen en in de  aanloop naar de onze, verbaas ik me met de dag meer over de parallellen van het boek met de werkelijkheid. Want we leven in tijden dat nepnieuws bestaat en vaak niet als zodanig te onderscheiden is. En tijden waarin de term alternatieve feiten dagelijks gebruikt wordt door de Amerikaanse regering. De vergelijking met  ‘1984’ en Big Brother dringt zich dan gemakkelijk op. Neem bijvoorbeeld de scene waarin hij zegt dat 2+2 ook 5 kan zijn. Omdat iedereen dat moet geloven, doen ze dat vervolgens ook écht.

Nu weten we wat onwaar is
In het verlengde hiervan lijkt het Ministerie van Waarheid ook niet zo vergezocht meer. Maar in tegenstelling tot het boek is er in 2017 helemaal geen bewuste sturing van een kwade genius als Big Brother nodig. Want ga maar na: op het internet circuleren berichten zoals de tweet van Trump over een vermeende aanslag door islamitische terroristen in Zweden, of de door Wilders gephotoshopte afbeelding van Pechtold te midden van een Hamas demonstratie. Op dit moment weten we wel dat deze berichten onwaar zijn. Daar is immers veel media-aandacht voor.

Maar over 50 jaar…?
Maar zal een onderzoeker over 50 jaar ook de achtergrondinformatie hebben om te weten dat de bewuste tweet of foto nep was? Ervan uitgaande dat de berichten er dan nog steeds zijn en ingezien kunnen worden door een onderzoeker. Dat is met digitale informatie lang geen vanzelfsprekendheid. Waar je in het papieren tijdperk informatie nog in een doos kon stoppen om jaren later eens te bedenken wat je met de inhoud ging doen, ben  je  in het digitale tijdperk die inhoud dan vaak al voorgoed kwijtgeraakt. Omdat webpagina’s uit de lucht gehaald zijn bijvoorbeeld, gegevens in databases overschreven zijn, of e-mails zijn weggegooid.

Informatie op waarde & waarheid schatten
De waarde van informatie, en daarmee de waarde van archieven en archiveren, is vandaag de dag meer relevant dan ooit. Want archiveren gaat al lang niet meer over het ordenen van papier in dozen. Archiveren is het toegankelijk maken van informatie, voor nu en voor later.  Dat doe je bij digitale informatie vóóraf in plaats van achteraf.  Zodat wanneer nodig, inzage in die informatie mogelijk is door wie daartoe gerechtigd is. En de betreffende informatie ook op waarde, of eigenlijk op waarheid, geschat kan worden.


Suzi Szabo is adviseur digitale archivering en houdt zich onder andere bezig met de ontwikkeling en implementatie van DUTO, dat staat voor de kwaliteitseisen Duurzaam Toegankelijke Overheidsinformatie. Meer weten over DUTO? Bekijk de DUTO wiki.

Open Verantwoording, meer dan cijfers

Deze gastblog is geschreven door Kaspar van den Ham, directeur-secretaris van de Handvestgroep Publiek Verantwoorden

Komt Mikis de Winter naar Groningen. Om te praten over verantwoording, governance en bestuur van publieke dienstverleners. Dat zijn immers mijn werkdingen. Afgesproken in Huis de Beurs, Grunniger wordt het niet. Er ontspon zich snel een lang en druk gesprek dat vele facetten raakte van bestuur, governance en verantwoording van publieke dienstverlening en de krachten eromheen. Krachten vanuit de maatschappij, vanuit de politiek, vanuit de Haagse torens en vanuit de techniek. Een gedeelde conclusie die middag is dat kennis en gevoel van wat er in de verschillende delen van de maatschappij, de politiek, de techniek leeft en manieren om daar nu en in de nabije toekomst mee om te gaan van cruciaal belang zijn om als publiek dienstverlener te overleven. Alles grijpt in elkaar, steeds sneller, steeds dwingender en wij in de publieke sector moeten mee. Met ‘moeten’ als in het Duitse ‘müssen’, er is geen ontkomen aan.

Binnen de Handvestgroep Publiek Verantwoorden (HPV) wordt op het vlak van bestuur, governance en verantwoording aan die connectie van publieke dienstverleners met de maatschappij en ook de politiek gewerkt. Ik help daaraan mee. Door het publiek belang als centrum van de governance en verantwoording van publieke dienstverlening te plaatsen. Een publiek belang dat voor elke publieke dienstverlener anders kan worden ingevuld. Immers geen enkele organisatie doet hetzelfde, met dezelfde burgers en bedrijven in dezelfde omstandigheden. Betrek daarom die belanghebbende bij de governance van die verschillende publieke taken. Laat belanghebbenden dat proces daarop ook toetsen, controleren en in alle openheid over rapporteren. Open verantwoording.

Open verantwoording gaat daarmee ook over meer dan alleen geld. Integraliteit is het thema in de verantwoording van de nabije toekomst. Verantwoording over (maatschappelijke) waarde(n)creatie in geld, kennis, relaties (ketens en netwerken), infrastructuur, medewerkers en natuurlijke bronnen van een publiek belang. Integrale verantwoording van de organisatie die een publiek belang dient, is de ontwikkeling die is begonnen is en ook in de publieke dienstverlening zal doorzetten. Dit vergt niet alleen een tekstuele verandering op deze site maar een grote verandering in de manier waarop wij met het bestuur, de governance van publieke belangen én de verantwoording erover omgaan.

Verder lezen

Er is veel informatie beschikbaar. En aangezien ik niet alles wat door mijn handen gaat, kan onthouden gebruik ik deze bronnen. Natuurlijk de HPV site publiekverantwoorden.nl.Verder voor de laatste ontwikkelingen rond governance en verantwoording, open data, CSR etc. het wekelijkse The Govlab Digest van Stefaan Verhulst. Voor richtinggevende achtergrond in de Nederlandse context zijn de sites en de rapporten van de WRR en de Commissie Behoorlijk Bestuur nog steeds van belang.

Als laatste verwijs ik naar de site van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) waar meer te vinden is over Integrated Reporting (IR). De tekst is nog gericht op het bedrijfsleven maar leert je het denken, de integraliteit ervan in het bestuur en de bedrijfsvoering en de verantwoording daarover alvast kennen. IR komt er ook in de publieke wereld aan.