Expertisepunt Open Overheid

Een Handreiking Open Data voor de Waterschappen

Deze gastblog is geschreven door Olle de Geest van de Unie van Waterschappen

Open Data wordt steeds belangrijker voor de waterschappen en de vraag naar Open Data neemt toe. Daarom heeft de Unie van Waterschappen een Handreiking Open Data voor de Waterschappen geschreven.

Een schat aan informatie

De waterschappen hebben voor het waterbeheer in Nederland veel waardevolle openbare meetgegevens en geografische informatie in huis. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan gegevens over het waterpeil, de watertemperatuur, waterkwaliteitsgegevens, maar ook het energieverbruik en energiewinning van de waterzuiveringen en gemalen. Aannemers, ingenieursbureaus en onderwijsinstellingen, maar ook applicatieontwikkelaars en burgers willen graag dat Open Data van de waterschappen goed beschikbaar is. Dit maakt het hergebruik van de informatie uit deze Open Data eenvoudiger.

Voor wie is de handreiking?

De nu beschikbare handreiking geeft medewerkers binnen de waterschappen inzicht in wat open data is, en wat er bij ‘aan Open Data doen’ komt kijken. De handreiking is zowel voor de directeur, gegevensbeheerders, juristen als de stagiairs geschreven. Het Open Data gedachtegoed wordt namelijk steeds breder gedragen binnen de waterschappen, en zowel medewerkers als bestuurders van de waterschappen zetten zich steeds meer in om de voordelen van open data te benutten.

Waarom Open Data?

Door Open Data beschikbaar te stellen kan meerwaarde, zowel voor de waterschappen als voor andere overheidsorganisaties, burgers en bedrijven. Een mooi voorbeeld van hergebruik van Open Data van de waterschappen is de website www.zwemwater.nl en de Zwemwater App. Tijdens een periode van warme zomerdagen kan de kwaliteit van het zwemwater in Nederland snel veranderen, en dit brengt mogelijke gezondheidsrisico’s met zich mee. Met de Zwemwater app kun je precies zien waar je in jouw buurt met een gerust hart een duik kunt nemen. Allemaal dankzij Open Data over de waterkwaliteit.

Kom naar de themabijeenkomst

Op 21 maart vindt er naar aanleiding van het verschijnen van de handreiking een Themabijeenkomst Open Data plaats. Werk je bij één van de waterschappen of maak je veel gebruik van (open) data van de waterschappen en ben je geïnteresseerd in het programma van deze bijeenkomst? Meld je dan aan via ogeest@uvw.nl.

Open data dienen de democratie

Deze column van Arno Visser (president Algemene Rekenkamer) werd gepubliceerd in de Blik op BZK

Wie wil weten waar een rijkssubsidie voor voedselzekerheid in verre ontwikkelingslanden terechtkomt, is maar een paar muisklikken van het antwoord verwijderd. Het ministerie van Buitenlandse Zaken verzamelt deze informatie in het eigen managementinformatiesysteem en met één druk op de knop zijn de gegevens voor iedereen toegankelijk. ‘Gevoelige’ informatie wordt automatisch geanonimiseerd. Een mooi voorbeeld van de toepassing van nieuwe technologie ten behoeve van klassieke waarden als transparantie en publieke controle.

Hoe anders is dit voor het rijksgeld dat niet elders maar in eigen land wordt uitgegeven. Bijvoorbeeld rijksgeld dat naar gemeenten gaat. Medeoverheden ontvangen, direct en via fondsen, vanuit Den Haag bedragen die vele malen groter zijn dan het budget van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Toch is het voor iedereen, maar ook voor onderzoekers van de Algemene Rekenkamer, een hele klus om uit te vinden  hoe dat rijksgeld wordt verdeeld. Voor kritische, individuele burgers is dit niet te doen, terwijl het toch gaat om publiek geld dat om publieke controle vraagt. Laat staan dat ze weten welke volksvertegenwoordiger kan worden aangesproken om rekenschap af te leggen. Bij wie kan een bezorgde moeder terecht als haar kind geen passend onderwijs aangeboden krijgt en de school zegt daarvoor geen budget te hebben? Het samenwerkingsverband van scholen? Een wethouder? Of toch de minister van Onderwijs? Weet u het?

Het ministerie van Binnenlandse Zaken is traditioneel de hoeder van de Grondwet, het openbaar bestuur en burgerschap. Het is de plek waar de klassieke democratische beginselen moeten worden bewaakt, en waar mogelijk in een modern jasje moeten worden gegoten. Juist dit departement moet in actie komen. Hoe is het mogelijk dat ik de uitgaven van BHOS kan volgen tot de 250.000 euro die wordt besteed aan het voorkomen van kindhuwelijken in Ethiopië, terwijl dat voor de school om de hoek onmogelijk is?

Het IATI-initiatief voor ontwikkelingsgelden is niet duur of moeilijk
De technologie is er. De informatie is er. Wat lijkt te ontbreken is de wil om die op een slimme manier te delen. Gemeenten beroepen zich op autonomie, en willen allemaal hun eigen definities en normen bedenken. Daardoor ontstaat onduidelijkheid en kan men niet van elkaar leren. Maar wie in Nederland is er gebaat bij 388 verschillende sets van standaarden en bijbehorende normen? Het leidt alleen maar tot onduidelijkheid. Het voorbeeld van BZ laat zien dat het wel degelijk kan. Tien jaar geleden was het ondenkbaar dat financiële informatie over projecten in de ontwikkelingssamenwerking op dit niveau toegankelijk zou zijn voor alle geïnteresseerden. Maar de betrokken partijen sloegen de handen ineen. BZ stelde het gebruik van de IATI-standaarden verplicht en nu is er vergelijkbare informatie. Zonder veel extra kosten of moeite: de publicatie van open data is verbonden met het managementsysteem van Buitenlandse Zaken en het maandelijkse publicatieproces is geautomatiseerd. Wanneer brengt Binnenlandse Zaken ons de digitale eenheidsstaat?


Arno Visser (president Algemene Rekenkamer)

 

Open overheid vraagt moed en vakmanschap
Uitdagingen en mogelijkheden tijdens het Hoe Open? Festival


Deze blog verscheen ook op Platform O

Maandag 13 december bruiste het in TivoliVredenburg: 400 bezoekers verdiepten zich in de uitdagingen en mogelijkheden van een open overheid tijdens het Hoe Open? Festival. In opdracht van het Leer- en Expertisecentrum Open Overheid legde ik als keynotelistener mijn oor te luisteren tijdens dit festival. Waar een keynotespeaker zijn toonaangevende opvattingen, onderzoek of positie toelicht tijdens een congres, zoek ik als keynotelistener naar wat er inhoudelijk en procesmatig speelt. Wat zet de toon op het Hoe Open Festival? Welke vragen staan centraal? En, om in muzikale termen te spreken, wat is het hoofdthema –  het terugkerende refrein – van deze dag en welke variaties horen we?

Open Overheid? Natuurlijk! (thema 1)
Niet één maar twee terugkerende hoofdthema’s wisselden elkaar tijdens het Hoe Open? Festival in rap tempo af. Het eerste thema was in muzikale termen upbeat, swingend en majeur met als titel ‘Open overheid? Natuurlijk!’. Zie hier de live interpretatie van dit thema door altviolist Jannum Kruidhof, tijdens de afsluiting van het Hoe Open? Festival. Dit thema kenmerkte zich door grote betrokkenheid bij bezoekers voor een open overheid. ‘Ik stá voor een open overheid’, zei iemand. De reden waarom men deze open overheid nastreefde werd sterk vanuit kernwaarden beargumenteerd: ‘Zo draag ik bij aan onze democratie; dat is de motivatie onder alles’. Ook werden drijfveren als een gelijkwaardiger relatie tussen burger en overheid en het stimuleren van zelfredzaamheid van bewoners genoemd. Het ‘waarom’ van open overheid leek voor deze bezoekers glashelder. Ook werd gesproken van een ‘evolutie’ en ‘volwassen worden van de beweging’.

Open overheid: nee of anders weifelend mee (thema 2)
Het andere hoofdthema dat we continu terughoorden, was kritischer en beschouwender van aard. Altviolist Jannum Kruidhof vertaalde dit naar een weifelende improvisatie met de nodige dissonanten. Zoals een bezoeker zei: ‘Ik ben niet voor een open overheid, maar ik ben hier vandaag voor de observatie van een tendens’. Anderen waren pessimistisch over de veranderingsgezindheid en wendingskracht van de overheid zelf naar deze openheid. ‘Besluitmakers willen graag het comfort van geslotenheid behouden. En met reden, denk aan bestuurlijke intimiteit en onderhandelingsprocessen en privacyvraagstukken’. Een ander merkte op: ‘Een open overheid leidt tot een gesloten overheid. Want als alles openbaar wordt durft men steeds minder te zeggen’.

Intermezzo
Reflecterend op deze twee thema’s, krijgen we ook onze eigen referentiekaders in beeld. Zo blijkt het tweede kritische thema lastiger te ontrafelen. Is deze beluisterde kritiek nu een ‘nee’ op de beweging als geheel, trekt zij de ‘waarom’ van open overheid in twijfel of is het een mineur die waarschuwt goed stil te staan bij de obstakels? Bij de ene luisteraar met een achtergrond in beleid worden deze kritische noten gezien als reële vragen hoe de overheid op een reële en doordachte manier open kan gaan. Bij de andere luisteraars zonder beleidsachtergrond wordt het ervaren als een fundamenteel twijfelen aan de meerwaarde en het waarom van openheid. We concluderen dat het hoe dan ook zaak is voor de beweging van open overheid om goed oog en oor te hebben voor beleidsmakers, ondernemers en burgers die de meerwaarde van open overheid niet direct onderschrijven.

Bij het eerste thema lijkt de houding uitgesproken positief en eenduidig, maar veel blijft ook ongezegd. Is het altijd vanuit idealen dat de overheid aan openheid werkt? Wat als idealen schuren met de realiteit of andere idealen? Welke dilemma’s schuilen hier onder de oppervlakte? We luisterden daarom verder, naar variaties op deze twee hoofdthema’s.

Variaties
De variaties die we beluisterden, laten een worsteling zien hoe open overheid goed ‘op de grond’ te krijgen in de praktijk. Voorbij het waarom, hoorden we vragen en obstakels rond het ‘hoe’. Deze dilemma’s doen daarnaast een flink beroep op het vakmanschap van ambtenaren.

Transparantie is nog geen toegankelijkheid (variatie A)
In verschillende gesprekken en workshops bleek hoe ingewikkeld het is om data te verschaffen, passend bij een maatschappelijke vraag. Zo stelde provincie Groningen in een Europese pilot twee reële maatschappelijke vragen centraal waarbij zij vervolgens de juiste data probeerden te openen. Echter, ‘zodra je naar een maatschappelijke vraag gaat, kom je tegen dat de data niet toereikend is. Ze is afwezig, niet vindbaar, niet leesbaar of niet verfijnd genoeg’. De vraagt rijst hoe je als overheidsprofessional omgaat met deze afstand tussen gewenste data en openbaar gemaakte data. Dat raakt indirect ook aan opvattingen over de rolverdeling tussen samenleving en overheid.

Moeizame dans met politici (variatie B)
Een ander terugkerende variatie was de samenwerking met politiek, die altviolist Jannum liet klinken als een traag en moeizaam vraag-antwoord spel. Politici werden door de bezoekers regelmatig geduid als een belangrijke maar ook als een belemmerende factor in het openen van de overheid. Zo verweten enkele bezoekers raadsleden te veel te hangen aan hun politieke mandaat, in plaats van ruimte te geven voor inspraak en directe zeggenschap van bewoners. Ook hoorden we over politici die ‘zich op de borst slaan’ vanwege de grote aantallen beschikbare data en documenten, maar verder weinig sturen op toegevoegde waarde hiervan. In andere gevallen moesten data of documenten juist weer worden verwijderd want ‘dit was niet conform procedure’. Onze nieuwsgierigheid als keynotelisteners was gewekt naar het perspectief van deze bestuurders zelf. Hoe zien zij hun rol? Waar zit hun zorg? Wat zou hen helpen in de samenwerking met deze betrokken ambtenaren? Tot onze spijt ontmoetten we geen enkele bestuurder, met uitzondering van Tweede Kamerlid Astrid Oosenburg, minister Plasterk en Rogier van der Sande, gedeputeerde Provincie Zuid-Holland die in plenaire sessies het woord namen. Wat ons betreft is dit een aanrader voor de beweging van open overheid; zoek het open gesprek met de politiek en bespreek weerstanden en aannames over en weer.

Wetenschappelijke onderbouwing blijkt ver weg (variatie C)
Het enthousiasme van open overheid wordt wat ons betreft geluwd als in een workshop en even later plenair de wetenschappelijke onderbouwing van de meerwaarde van een open overheid blijkt te ontbreken. Zo reageert een toehoorder licht verongelijkt: ‘Ik kan me niet voorstellen dat open overheid géén nut heeft’. De aanwezige wetenschappers vullen aan dat dit deels wordt veroorzaakt door het feit dat dit onderzoeksveld nog jong is en de impact van beleidsmaatregelen lastig valt te onderscheiden van andere factoren. Het onderzoek dat wel is uitgevoerd toont aan dat meer transparantie vooral goed is voor de overheid zelf, dat zij bijvoorbeeld financieel meer op orde krijgt. De impact op het vertrouwen van burgers in de overheid is (nog) niet aangetoond. In andere studies is juist het tegenovergestelde bewezen: meer transparantie leidt tot meer wantrouwen.

 

Open overheid vraagt vakmanschap
Terugkijkend op de dag als geheel zien we hoe open overheid een beroep doet op het vakmanschap van de ambtenaar. In het ‘hoe’ van open overheid ligt een uitdaging om de benodigde kennis, kunde en houding te integreren in het bestaande vakmanschap van overheidsprofessionals. Keynotespeakers Marleen Stikker en Marens Engelhard roepen ambtenaren specifiek op tot kennis en bewustzijn rondom privacyvraagstukken en de werking van technologie. Daarnaast vraagt open overheid specifieke kundigheid, bijvoorbeeld bij het openbaar maken van  data en documenten. Voorbij deze kennis van privacyvraagstukken en technologie en de kunde om data en documenten te openen, beluisteren we terugkerend het belang van een open houding en werkwijze als onderdeel van het nieuwe vakmanschap. Dat gaat niet vanzelf: ‘Open overheid vraagt moed. Ik moet zelf als ambtenaar kleur bekennen in gesprekken die ik voer met inwoners, hen kunnen uitleggen waarom beleid is zoals het is. Durf ik dan ook het imperfecte te laten zien? Want imperfect, dat is het sowieso. Een open overheid is daardoor ook kwetsbaarder, aanspreekbaar. En ik als overheidsprofessional daarmee ook. Dat is spannend.’

Vakmanschap vraagt reflectie
Dat vakmanschap ontstaat wat ons betreft door experimenteren en reflecteren. Vakmanschap is namelijk niet eenduidig. Hoe ver ga je bijvoorbeeld als overheidsprofessional in het duiden en vertalen van data om de aansluiting te maken met de samenleving? In de workshops zagen we hierover discussie ontstaan, die eigenlijk terugvoert naar je opvattingen en kernwaarden over de positie van de overheid in relatie tot de samenleving. Een open en onderzoekend gesprek over deze kernwaarden en waar het schuurt, zou inzicht kunnen geven. Ongemerkt beïnvloeden deze overtuigingen over wat wijs en goed is, je praktisch handelen. Waar de één de ontsleuteling en werkbaar maken van open data primair als taak van de samenleving en het bedrijfsleven omschrijft, pleit een ander voor een overheid die zoekt te helpen deze vertaling te maken. Dit lijkt ons een belangrijk gespreksonderwerp voor de beweging van open overheid in de nabije toekomst: niet enkel het ‘waarom’ of ‘hoe’ te komen tot een open overheid, ook het ’van waaruit’ open overheid. Welke waarden drijven jouw handelen direct en indirect in het werken voor een open overheid? Hoe ver ga jij als professional om openheid van de overheid mogelijk te maken? En wat heb je daarvoor nodig? Vragen om je aan te spiegelen als ambtenaar die zijn vakmanschap inzet voor een open overheid.

Weet je dat jij ook Open Data gebuikt?

Het einde van de werkdag nadert en je ziet dat het buiten regent. Daarom kijk je op Buienradar wanneer het droog wordt, want je moet nog naar Den Haag CS lopen. Het wordt voorlopig niet droog, dus je gebruikt 9292OV om te kijken hoe laat de bus naar Den Haag CS rijdt. Je ziet dat de bus er zo aankomt en dat het zeven minuten duurt. Eenmaal in de bus krijg je een berichtje van een vriendin, zij heeft interesse om een woning aan de Weissenbruchstraat in Den Haag te kopen. Uit interesse open je Funda om de woning te bekijken. Eenmaal in de trein naar je woonplaats moet je jezelf nog een halfuurtje vermaken. Gelukkig ben jij weer aan de beurt met Wordfeud.

In het bovenstaande voorbeeld is vier keer gebruik gemaakt van Open Data. Buienradar gebruikt data van het KNMI, 9292OV koppelt data van verschillende vervoerders en Funda koppelt data van makelaars aan buurtgegevens. Wordfeud gebruikt data van OpenTaal. Nu al stellen overheden niet alleen data openbaar, maar gebruiken zij ook data die van burgers afkomstig is.

Een voorbeeld hiervan is verbeterdebuurt.nl. Op deze website maken burgers melding van ideeën of problemen. De gemeente neemt deze in behandeling. Andere burgers zien de melding en kunnen meedenken over een oplossing. In dit voorbeeld dient Open Data de open interactie tussen overheid en burger. De gemeente hoeft het probleem niet zelf te signaleren en hoeft ook niet zelfstandig de oplossing te bedenken. Dit is een melding over een gevaarlijk fietspad bij het Binnenhof die in behandeling is genomen.

Er zijn nog vele voorbeelden van het gebruik van overheidsdata. Op topotijdreis kun je zien hoe jouw woonomgeving de laatste 200 jaar is veranderd. Je kunt ook zien of je voeten droog blijven bij een eventuele overstroming op overstroomik. Daarnaast kun je op risicokaart kennis nemen van allerlei risico’s in jouw buurt, zodat je daar rekening mee kan houden. Via de website omgevingsalert kun je zien welke vergunningen er rondom jouw huis worden aangevraagd of afgegeven. Je ziet zo wanneer de overbuurman een dakkapel wilt laten plaatsen of wanneer er een evenement met geluidsoverlast gehouden wordt. Op Openspending kun je zien waar jouw gemeente of provincie haar geld aan uitgeeft. En dan zwijg ik nu nog over wat er allemaal gedaan kan worden met de data van overheidsinstellingen die nog niet openbaar is!

Eric Terlien

Bovenstaande blog is geschreven door Eric Terlien, vanuit het TOP-programma van Zuid-Holland: Transparante en Open Provincie

 

Informatie buiten de lijntjes

Door Pascale Georgopoulou, raadsgriffier gemeente Amstelveen en deelnemer aan pilot Open Raadsinformatie

Raadsleden, bestuurders en ambtenaren weten als geen ander hoe belangrijk informatie is. Wie stapt een overleg binnen zonder zijn stukken te lezen? Ook die mailtjes op het laatste moment als B&W of de raad vergaderen. Je moet weten wat er speelt, wat op de agenda staat, wat voor- en tegenstanders ervan vinden, de achtergronden. En ook wat er in de krant staat en op sociale media. Je moet het weten om de juiste beslissingen voor te kunnen bereiden en te nemen. Informatie, er is er zo veel van. 1 korreltje op het eerste vakje, 2 op het tweede, 4, 8, 16. Informatie-graankorreltjes op een Perzisch schaakbord, de groei is exponentieel. De weekendtas weegt slechts een iPad, maar loopt over van de informatie. Halen wij er binnen de gemeenten alles uit wat erin zit? Er wordt gesproken over big data, open data, smart data, maar hoe komen wij aan “relevant data”. En een beetje snel. Als griffier bestaat mijn werk grotendeels uit het verwerken en openbaar maken van informatie. Van college naar raad, van intern naar extern, van de raad naar burgers, een waar informatieknooppunt. Met al mijn collega’s doe ik enorm mijn best om de technologische mogelijkheden te benutten. Verbeterde websites, verbeterde zoekmachines, vergaderapp’s. Wij zetten alles in om de informatie “aan de man te brengen”.

“Als ik iemand aan de lijn heb, die wil weten wat mijn raad vorig jaar besloten heeft over wijk X, schaam ik mij. Ik voel mij net een klantenservice.”

Maar als ik iemand aan de lijn heb, die wil weten wat mijn raad vorig jaar besloten heeft over wijk X, schaam ik mij. Ik voel mij net een klantenservice. “Zullen wij samen even kijken op de website. Rechts boven staat bestuur en organisatie. Dan klikt u op gemeenteraad en dan gaat u naar vergaderstukken. Ja, bent u er nog? Dan gaan wij naar maart 2014, de vergadering van de commissie RWN. Ja, dat staat voor Ruimte, Wonen en Natuur…” Onbegonnen werk, dit… Waarom kunnen wij niet ergens een postcode intypen om te zien welke besluiten betrekking hebben op een bepaalde wijk, kaartje erbij? En dan in één oogopslag welke besluiten dat zijn (inclusief links naar de betreffende stukken) en het stemgedrag van de verschillende partijen (inclusief link naar het profiel van de betreffende raadsleden en hun nevenfuncties). En een koppeling naar een Google-agenda om te zien wanneer je hierover mag meepraten en als je op een vinkje drukt, dat je meteen bent aangemeld voor het spreekrecht, chatfunctie, Skype, forumdiscussie. Technisch moet dit allemaal kunnen, toch? Gemeenten lijken op “oude” reisbureaus. Die maakten vroeger een pdf-bestand van hun reisgids en zetten die op de website. De foto’s werden mooier, de teksten beter leesbaar, de lettertypes duidelijker. Maar hoeveel mooier en duidelijker ook, een pdf is een pdf, een platte tekst. Zo doen wij dat. Wij verbeteren onze bestaande websites, maken ze mooier; wij verbeteren onze bestaande zoekmachine, maken ze sneller. Maar als je blijft doen wat je altijd al deed, krijg je wat je altijd al had.

“Gemeenten hebben niet het monopolie op informatie en data”

Reisbureaus zijn intussen vele stappen verder. Hun informatie is doorzoekbaar op specifieke criteria: wifi, zwembad, ontbijt. Met de mogelijkheid om te vergelijken, de kaart te zien, foto’s, ook video’s, een reis te bestellen, inclusief verzekering en ook nog te beoordelen. En je kunt chatten met Harry van Sunweb!

Zoals die reisbureaus van de platte pdf’s naar interactieve websites gingen, zo zullen wij ook buiten de bestaande kaders moeten denken en iets radicaal anders moeten verzinnen. Is Open Data en Open Raadsinformatie dit radicaal andere? Misschien kunnen Open Data ons in die richting helpen. Niet het open stellen van data op zichzelf natuurlijk, dat moeten wij sowieso doen. Maar met die beschikbare data als bouwstenen raken mensen wellicht geïnspireerd om eens iets te gaan ontwikkelen. Websites, apps of platforms. Ga je gang, zou ik zeggen, maak er wat van. Gemeenten hebben niet het monopolie op informatie en data. Wat mensen nodig hebben om maatschappelijk te kunnen meedoen en te kunnen kiezen, dat weten ze zelf het beste. Wie weet wat voor iets moois kan ontstaan als wij de randvoorwaarden creëren. Krijgen wij straks ook een Harry om mee te chatten!

/

Ga in gesprek met de stad en luister!

Profielfoto CSol
Tijdens mijn werk bij de gemeente Delft, ben ik gegrepen door het onderwerp ‘Open Overheid’. Een faciliterende, netwerkende en gelijkwaardige rol van de gemeente is volgens mij helemaal van deze tijd. Een tijd waarin we te maken hebben met kundige inwoners en ondernemers, die mondig zijn en zelf initiatief nemen. En een tijd waarin we als gemeente het geld niet meer hebben om alles te bepalen of zelf uit te voeren.

Gastblog door Corinne Sol – Young Professional, Gemeente Delft

In Delft ben ik hier al een aantal mooie voorbeelden van tegengekomen, zoals het samen met inwoners en ondernemers opstellen van het terrassenbeleid, ‘Anders Communiceren’ en co-creatie tijdens onder andere DAG22. Hierin komt naar voren dat mensen zelf vaak veel beter hun eigen belang kunnen vertegenwoordigen. Een bijkomend voordeel is dat wanneer mensen met tegengestelde belangen met elkaar in gesprek gaan, er veel meer begrip voor elkaar ontstaat en de kans op een gedragen product veel groter is.
Wat volgens mij een bepalende succesfactor is bij al deze initiatieven, is dat de betrokken ambtenaren erg goed kunnen luisteren, waardoor je van regels naar afspraken en oplossingen komt.

“Vaak kunnen mensen het zelf beter. Dat leidt tot meer onderling begrip en een gedragen beleid: je maakt geen regels, maar afspraken met elkaar”

Wat me tot nu toe is opgevallen is dat het een lerend proces is, voor alle partijen. Het is moeilijk om te veranderen en dat gaat onvermijdelijk gepaard met vallen en opstaan. Ik trap nog dagelijks in mijn valkuil van ‘het oude denken’, waarbij ik zaken invul in plaats van te vragen of te luisteren. Gewoonten verander je nu eenmaal niet in één dag, maar je kunt wel vandaag beginnen..

Daarom wil ik jullie uitdagen!

Ga in gesprek met de stad. Vraag je af bij wat je doet: Wat heeft de stad hieraan? Wie hebben hier belangen bij? En ga met deze belanghebbenden in gesprek. Zijn je belanghebbenden met name intern? Dan daag ik je uit om je eens aan te sluiten bij een (maatschappelijk) initiatief uit de stad. Zoals in Delft: ‘koken met Ina’, of de Delftse beursvloer. En zo zijn er in andere steden of dorpen vast vergelijkbare initiatieven.

“Durf te luisteren, durf te vertrouwen, durf te leren”

Ik lees of hoor graag over jullie ervaringen.

Corinne

PS. Zie ook het filmpje van het gesprek tussen mij en Mikis over Open Overheid.

 

Van Budgetmonitoring tot Buurtbegroten en Overheidsparticipatie

Hoeveel geld gaat er om in de zorg? Wat kost de Amsterdamse brandweer? Hoeveel betaal je voor een groot speeltoestel in de openbare ruimte? En wat kost het vegen van 100 vierkante meter straat? Dit zijn wat budgettaire quizvragen die Martijn Kool, directeur van het Centrum voor Budgetmonitoring en Burgerparticipatie, aan de zaal voorlegt. De zaal bakt er niet veel van, wat maar weer eens duidelijk maakt dat budgetmonitoring een leerzame exercitie is.

Gastblog door Gijsbert van de Lagemaat – projectleider pilot Maatschappelijk Aanbesteden, Coördinator Sociale Plus Indische Buurt, Stadsdeel Amsterdam Oost

Op 22 januari, ’s ochtends rond half tien is de conferentiezaal van de Meevaart al flink vol, met zo’n zestig mensen uit het hele land die gekomen zijn voor de leerkring Open Overheid voor gemeenten, dit keer met als thema van Budgetmonitoring tot Buurtbegroten. De Meevaart is een buurtcentrum in bewonerszelfbeheer in de Amsterdamse Indische Buurt. Van de aanwezigen is ruim de helft ambtenaar. Verder zijn er vertegenwoordigers van initiatieven, adviseurs en een enkel raadslid. Op de vraag wie financieel specialist is, gaan drie handen omhoog.

“Budgetmonitoring is waar films vaak over gaan: follow the money. Politici beloven eens per vier jaar: wij gaan geld geven aan… Budgetmonitoring is een vorm van lokaal detective spelen: waar gaat het beloofde geld echt naartoe?” – Pierre Mehlkopf

Pierre Mehlkopf, directeur van de Meevaart, weet ook veel van budgetmonitoring legt uit wat het is. Het citaat hierboven kwam uit zijn mond. Follow the money, is dus het korte antwoord.

Brazilië

Volgens Pierre is het allemaal begonnen in Brazilië, in de tijd dat het land begon op te krabbelen uit de dictatuur: corruptie alom, veel geld in weinig zakken. Bijvoorbeeld: de regering zegt dat ze 1 miljard real in verbetering van het onderwijs steekt. Bij een miljoen scholen betekent dat: 1000 real per school. Maar er waren geen scholen waar die 1000 real aankwam: waar is dat geld gebleven? Zo leidt zo’n politieke belofte tot lokale activering: de scholen en de ouders gaan verhaal halen: waar blijven onze 1000 real? Een volgende stap is dat de actief geworden leerkrachten en ouders tegen elkaar zeggen: hoe kunnen we meer met die 1000 real doen, bijvoorbeeld door onszelf in te zetten? Zo leidt budgetmonitoring tot een actievere civil society, een sterkere dragende samenleving.

Als een bewonersinitiatief aan de lokale overheid om een subsidie vraagt,  dan is het antwoord vaak: “Nee, want daar geven we al geld aan uit, er wordt al aan dat probleem gewerkt”. De overheid is er niet bijster goed in om na te gaan of het gewenste effect wel optimaal bereikt wordt met die uitgave. Het probleem is belegd, en dat is dat. Daar moet verandering in komen vindt Pierre.

“Zo leidt budgetmonitoring tot een actievere civil society, een sterkere dragende samenleving.” – Pierre Mehlkopf

Close harmony

Mehlkopf zegt dat de pilot met budgetmonitoring in de Indische Buurt nog wat moeizaam verloopt: “Wij lopen mee met de Gemeente Amsterdam, die na de start in Oost aan een behoorlijk ingewikkeld traject is begonnen. Hier in de buurt lopen we sneller dan de gemeente. Alles in close harmony, daar niet van, maar het betekent wel dat wij eind maart met een buurtactieplan komen, waarbij de vertaling naar budgetten nog niet gaat lukken. Waar we naartoe willen is een burgerbegroting, een begroting die door burgers is opgesteld.

Er lopen ook pilots in Hoogeveen en in Nieuw-Dordrecht, een plaatsje met 650 woningen dat onder de gemeente Emmen valt. In Nieuw-Dordrecht is een dorpscoöperatie die bijna alles zelf gaat doen, en daarover afspraken maakt met de gemeente. Maar: 250 woningen zijn geen lid van de coöperatie. Dat roept vragen op over de legitimiteit van de coöperatie: kunnen zij namens het hele dorp spreken? Hoe ga je om met het gegeven dat er altijd een voorhoede en een achterhoede is?

Ten slotte: wat doet het Centrum voor Budgetmonitoring en Burgerparticipatie? Pierre Mehlkopt: “Vertellen over ervaringen. Het is voor ieder nieuw initiatief belangrijk om te weten dat tegenstellingen en verschillende posities erbij horen en hoe je daarmee om kunt gaan”.

“Open Overheid wordt het pas als je vanuit een van de vier aanvliegroutes zoals Open Data andere vormen zoals Open Aanpak of Open Contact erbij mengt.” Mikis de Winter

Transparant tot en met het kasboek?

Mikis de Winter van het Expertisepunt Open Overheid ziet budgetmonitoring als een instrument in een scala van middelen om een transparante overheid te krijgen en om in actie te komen naar een maatschappelijk gewenst doel. Hij heeft een overzicht gemaakt met voorlopig acht vormen, van de klassieke overheidsbegroting tot en met de burgerbuurtbegroting met een volledig inzichtelijk kasboek.

Financiële transparantietabel v03

Voor velen is de gemeentebegroting een black box, zegt De Winter: “Volledige transparantie en volledig directe zeggenschap vanuit de maatschappij acht ik in de huidige situatie niet snel bereikbaar, althans niet als doel op zich. Het streven naar budgetmonitoring – waarbij de gemeenschap in de meest vergaande vorm uiteindelijk zelf gaat over de verdeling van het budget – is wellicht een mooie middenweg, die overigens in Nederland nog bijna nergens praktijk is.”

De vraag is natuurlijk: Wat wil je bereiken met transparantie? Welk doel dient een openbaar kasboek? Het belangrijkste doel is volgens De Winter dat het de samenwerking ondersteunt, zowel de burgerparticipatie (burgers participeren in overheidsprocessen) als de overheidsparticipatie (overheid participeert in maatschappelijke processen). Het is in dat licht misschien nog wel nuttiger als je integraal kunt zien welke geldstromen er door de wijk gaan: niet alleen overheidsgeld, maar ook bijvoorbeeld de bestedingen van corporaties, zorginstellingen, en die van burgers zelf.

Mikis de Winter: “We zien vier aanvliegroutes van Open Overheid: Open Contact, Open Aanpak, Open Data en Open Verantwoording.  Zo’n aanvliegroute is handig, want dan kun je aandacht en energie beter richten! Open Overheid wordt het als je vanuit die aanvliegroute andere vormen van Open Overheid erbij mengt. Zou zouden de G1000 initiatieven krachtiger worden als ze ook een financiële component hadden. En inderdaad: de G1000 in Amersfoort (Open Contact) gaan verder met Budgetmonitoring (Open Aanpak en Open Verantwoording).

Presentatie Mikis voor 22 januari bijeenkomst Van Budgetmonitoring tot Buurtbegroting v01

Mikis plaatst de acht vormen van oplopende financiële transparantie en samenwerking in die vier vormen van Open Overheid en ontwaart daarin veel combinatiemogelijkheden en licht er daar drie ‘versies’ van uit:

  • Versie 1.0 is de klassieke overheidsbegroting: verantwoorden, vergelijken, bezuinigingsdialogen – de overheid is aan zet
  • Versie 2.0 is budgetmonitoring: controleren, vergelijken en samenwerken – de overheid en de maatschappij zijn samen aan zet
  • Versie 3.0 is een burgerbegroting: eigenaarschap, vergaande samenwerking – de maatschappij is aan zet

Vervolgens gaan we in vijf parallelworkshops uiteen en worden vervolgens de touwtjes plenair aan elkaar geknoopt:

1. Utrechtse stadmakers

Fred Dekkers vertelt hoe in Utrecht bewonersinitiatieven en ‘stadmakers’ instrumenten in handen krijgen, nu B&W besloten hebben om aan de slag te gaan met budgetmonitoring en buurtbegroting. Het is mooi om te zien hoe hiermee een spannende dynamiek ontstaat tussen actieve bewoners en overheid. Het gaat om informatie op het niveau van de leefwereld van bewoners, en dat zijn buurten zoals Oog in Al, Lombok. Er komen wel vragen op als: Hoe voorkom je dat een kleine groep gaat bepalen wat belangrijk is in de wijk? Hoe neem je zoveel mogelijk bewoners mee in het proces? Hoe communiceert het kleine groepje van de voorhoede met de rest van de buurt?

2. De Amsterdamse buurtbegroting

Ilan Stoelinga is ontwerper van de Amsterdamse buurtbegroting – een online tool waarmee per buurt zichtbaar wordt hoeveel geld waaraan wordt uitgegeven – en hij is als zodanig regelmatig in prettig conflict met de initiatiefnemers van budgetmonitoring, vooral over het tempo waarin dingen beschikbaar gekomen. Hij nodigt iedereen uit om te komen vertellen wat je doet in de stad, daar is een speciale data-ophaal-werkplaats voor ingericht in het INIT aan de Jacob Bontiusplaats.

“Het gaat om meer dan data alleen, het gaat om betekenisvolle informatie en communicatie.” – Ilan Stoelinga

Stoelinga beschouwt de buurtbegroting vooral als een andere manier van denken. Het is in de eerste plaats een middel om in gesprek te komen, de dialoog te faciliteren. Je wilt bereiken dat de burger zich herkent in wat de overheid doet. Er is voor gekozen om minder informatie op te nemen dan vorig jaar, omdat teveel informatie de dialoog juist kan smoren. Sander Meijer vult aan: er staat nu minder informatie op, maar wel de relevante informatie. Bijvoorbeeld: wat kosten de activiteiten die in de gebiedsagenda staan? Er staan minder stippen op de kaart, maar per stip gaan we meer de diepte in. Amsterdam heeft 97 buurtbegrotingen: de relevante budgets maak je transparant en daarover kan de gebiedsmanager dan met de buurt in gesprek gaan. Het gaat om meer dan data alleen, het gaat om betekenisvolle informatie en communicatie.

3. Budgetmonitoring in de Indische Buurt

Pierre Mehlkopf heeft in zijn workshop de relatie budgetmonitoring-burgerparticipatie belicht vanuit de ervaringen in de Indische Buurt. Hij hoort vaak de vraag: is het niet een trucje om de burger voor de gek te houden? En als die burger dan opstaat, meepraat, actief worden, zeggen we: vertegenwoordig je de buurt wel? Is dát niet een trucje om begrotingsparticipatie niet serieus te hoeven nemen? Volgens Mehlkopf kun je budgetmonitoring zien als een nietje – niet een fietsnietje, maar het nietje uit de kantoorboekhandel: je kunt er mensen en dingen mee bij elkaar brengen die op het eerste gezicht absoluut ongelijksoortig zijn.

4. Van Porto Alegre naar Oldebroek

Joop Hofman vertelt hoe in Porto Alegre 30.000 mensen in een stadion een buurtbegroting maken en dat in Nederland alleen Oldebroek een buurtbegroting heeft. In Antwerpen is er ook een, en die gaat over 10% van de gemeentebegroting. Porto Alegre is in dit opzicht wereldkampioen met 15% van het budget. Het gaat dus altijd over een heel klein deel van de begroting.
Ook in deze workshop kwamen vragen over ‘participatiedilemma’s’: met wie spreek je eigenlijk, vertegenwoordigen die mensen de buurt wel? Volgens Hofman is dit in de praktijk nooit echt een probleem en zie je alleen maar dat de voorhoede groeit en dat steeds meer mensen actief worden. Belangrijk is wel dat er iemand is die z’n nek uitsteekt en fungeert als een inspirerend leider. Dat kan een burgemeester zijn of een actieve bewoner – maar er moet een roerganger zijn die de mensen enthousiasmeert. In Breda houden B&W pizzasessies met studenten en bewoners om ideeën op te halen voor Breda in 2030. En: loslaten is binden.

5. Rotterdammers vragen om het recht om samen te werken

Ines Balkema uit Rotterdam vindt het vormgeven aan the right to challenge een mogelijke spannendste extra dimensie aan budgetmonitoring. Met right to challenge kun je bereiken dat inwoners actiever worden. Een burgerbegroting kan dit versterken, maar het is geen noodzakelijke voorwaarde. Het is misschien beter om afhankelijk van de vraag, de maatschappelijke opgave, te kijken welke cijfers je inzichtelijk moet maken. Bewoners in Rotterdam kwamen zelf met the right to co-operate: het recht om met ambtenaren samen te werken aan de oplossing van problemen. Je kunt zeggen dat de overheid op een bepaalde manier niet meer functioneert. Maar nieuwe vormen van samenwerking vormen ook een bedreiging, waardoor ze weerstand oproepen, bijvoorbeeld binnen de ambtelijke organisatie. Het gaat immers ook over een verschuiving van macht en middelen. Balkema ziet dat bewoners vaak verder zijn dan de gemeente. Het is dan geen kwestie van taken ‘overnemen’, maar in gaten springen die de overheid laat liggen. Transparantie over geld is hierbij wel van belang. De overheid moet helderheid geven over aanbestedingen, over zaken die al gegund zijn voor de komende tien jaar en over taken die binnenkort aanbesteed worden.

“Met right to challenge kun je bereiken dat inwoners actiever worden.” – Ines Balkema

Legitimiteit als alibi?

Ik vond het een leerzame ochtend. Ik zie Budgetmonitoring en Burgerbegroting als instrumenten voor nieuwe vormen van burgerbetrokkenheid, voor participatieve democratie. Opvallend is dat telkens het vraagstuk van de legitimiteit opduikt: zijn al die actieve burgers wel representatief? Vertegenwoordigen ze ‘de buurt’ wel? Tegelijk bestaat er vrij grote consensus dat de klassieke parlementaire democratie op veel plekken sleets is geworden: vertegenwoordigt de volksvertegenwoordiging het volk dan wel, kun je je met evenveel recht afvragen. Is dat misschien een mooi onderwerp voor een volgende bijeenkomst van onze leerkring Open Overheid?


Wil je een volgende leerking bijwonen? Meld je dan aan bij Mikis de Winter.