Expertisepunt Open Overheid

Vraagbaak Open Data: Licenties

Bij het beschikbaar stellen van Open Data is het van belang om aan te geven welke rechten samenhangen met het gebruiken van deze data. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van Creative Commons als licentiemodel. Creative Commons kent een aantal licentiemodellen en geeft een goed kader voor het maken van afspraken tussen de partij die ‘werken’ ter beschikking stellen en partijen die deze ‘werken’ willen hergebruiken.

Voor het beschikbaar stellen van Open Data komen 2 Creative Commons modellen in aanmerking. CC0 en CC-BY 4.0.

CC0 in lekentaal
CC0 is een afstandsverklaring, de partij die Open Data beschikbaar stelt neemt afstand van alle rechten die hij heeft op de data. En als er rechten op de data berusten waarvan geen afstand gedaan kan worden dan belooft de partij die de data beschikbaar stelt dit recht niet uit  te oefenen. Er zijn dus geen juridische beperkingen in het gebruiken van Open Data die zijn vrijgegeven met een CC0 verklaring. Tevens wordt de Open Data vrijgegeven zonder ‘garantie’, geen garantie dat de data ergens geschikt voor zou zijn, of dat er fouten in de data kunnen zitten. Het beschikbaar stellen van Open Data met een CC0 verklaring is hiermee in juridische zin een hele veilige manier om Open Data beschikbaar te stellen.

De volledige CC0 verklaring is hier te vinden: https://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0/legalcode.nl

CC-BY 4.0 in lekentaal
De juridische beperking in CC-BY 4.0 is dat de naam van de partij die de Open Data beschikbaar stelt vermeld wordt. Daarnaast dienen auteursrechten vermeld te worden, een verwijzing naar de CC-BY 4.0 licentie, een verwijzing naar de uitsluiting van garanties en een verwijzing naar de oorspronkelijke bron van de Open Data. Het werken met Open Data die is vrijgegeven met een CC-BY 4.0 verklaring vergt dus meer werk van de hergebruiker dan het alleen vermelden van de naam.

De volledige CC-BY 4.0 licentie is hier te vinden: https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/legalcode.nl

Vraagbaak Open Data: Kosten van Open Data

Vraagbaak Open Data: Maatschappelijke kosten en baten

Vraagbaak Open Data: Dataportfoliomanagement

Over welke data beschikt de overheid? Vanuit het oogpunt van transparantie ligt het voor de hand dat de overheid inzichtelijk maakt over welke gegevens zij beschikt, en een dergelijk overzicht, het dataportfolio of dataregister, komt ook van pas bij het organiseren van het beheer van deze data.

Transparantie is niet de enige reden om inzichtelijk te maken welke data de overheid heeft. Vanuit meerdere invalshoeken ontstaat de behoefte om regie op data te voeren. Naast transparantie gaat het ook om de bescherming van persoonsgegevens (op grond van art. 30 van de AVG moeten persoonsgegevens worden geanalyseerd), het sturen op datakwaliteit en het optimaliseren van processen bij de overheid. De volgende figuur, de Doelenboom Dataportfoliomanagement, is opgesteld bij het bespreken van het onderzoeksrapport binnen OCW en vat deze doelen samen:

Model

Het dataportfolio is dus een overzicht van aanwezige data dat tegelijkertijd meerdere doelen bedient. Om meerdere doelen te kunnen bedienen, vormt het dataportfolio een overzicht van de aanwezige data dat niet alleen voor specialisten begrijpelijk is, maar ook voor generalisten en eventueel geïnteresseerde burgers.

In opdracht van OCW deden VKA en Berenschot onderzoek naar het beheer en de vormgeving van dit dataportfolio bij OCW, en rondden dit af met dit rapport en een eerste, voorlopig dataportfolio voor OCW dat moet worden gezien als ‘werk in uitvoering’. VKA en Berenschot maakten het dataportfolio van OCW inzichtelijk door dataverzamelingen te ordenen naar actoren, wettelijke taken en kerngegevens. Daarmee legden ze ook een link naar andere overzichten: architectuurmodellen (kaders) en gegevenswoordenboeken. Deze laatste zijn nuttig om de betekenis van gegevens op detailniveau vast te leggen (het gegevenswoordenboek van DUO kent ruim 1000 begrippen), terwijl het dataportfolio vooral een helicopterview biedt.

Voor open data en transparantie betekent het dataportfolio dat data inzichtelijk zijn op het niveau waarop besluiten over openbaarheid worden genomen. Voor de problematiek rond persoonsgegevens en open data betekent de clustering van dataverzamelingen rondom kernbegrippen dat afspraken over anonimiseren in samenhang kunnen worden gemaakt. Hiermee wordt voorkomen dat natuurlijke personen kunnen worden herkend door het combineren van verschillende, geanonimiseerde datasets.

Het volledig rapport is hier te downloaden Rapport_dataportfoliomanagement_OCW_

Vraagbaak Open Data: Beslisboom

Beslisbomen
Voor het vaststellen van de mogelijkheden tot beschikbaar stellen van open data  zijn een aantal instrumenten ontwikkeld. De gemeente Rotterdam heeft een beslisboom, specifiek voor de gemeente, door Rijkswaterstaat is een beslisboom ontwikkeld en op data.overheid.nl is een handreiking geplaatst.

Handreiking data.overheid.nl
Door de rijksoverheid wordt een generieke tool geboden die kan worden gebruikt door alle overheden. De handreiking is de meest volledige, juridische aspecten zijn tot op een diepgravend niveau beschouwd.

Handreiking data.overheid.nl

Beslisboom Rijkswaterstaat
Om een snel inzicht te krijgen in de mogelijkheden kan de beslisboom van Rijkswaterstaat worden toegepast. Deze beslisboom is op een aantal unten specifiek gemaakt voor het domein van Rijkswaterstaat, zo zijn vragen toegevoegd ten aanzien van milieu emissies en inspecties.

Beslisboom open data Rijkswaterstaat

 

Beslisboom Gemeente Rotterdam
Mogelijkheden voor het gebruik van een beslisboom door een gemeente worden geboden in de beslisboom van de gemeente Rotterdam. Deze beslisboom is specifiek gemaakt voor de Gemeente Rotterdam, maar is ook in XMLK beschikbaar. Deze versie kan worden aangepast aan de lokale situatie.

Handreiking Open Data Gemeente Rotterdam

Deze handreiking is ook beschikbaar in XML

Kennisinstrument: Algemene Verordening Gegevensbescherming

Goed beschouwd zijn het elkaars tegenpolen: Open Data die vrij beschikbaar gesteld wordt voor iedere vorm van hergebruik, en gegevens die juist beschermd moeten worden. Dat wat het ene niet is, is het andere juist wel, er is wederzijds invloed. Nu is er op het vlak van de gegevensbescherming een nieuwe verordening van kracht vanuit de Europese Commissie die in 2018 in Nederlandse wet en regelgeving moet worden opgenomen. En als die 2 met elkaar te maken hebben is het interessant om er ook eens vanuit een open bril naar te kijken.

Een van de brillen die is opgezet is van het Geo Informatieberaad (GI-beraad). Door de werkgroep ‘Impact assessment van de Algemene Verordening Gegevensbescherming’ is een inschatting gemaakt van de gevolgen van deze verordening voor het GEO werkveld. Op basis van deze inschatting is dit kennisinstrument opgesteld door Marc de Vries, secretaris van de werkgroep. Als eerste de AVG zelf, deze is opgesteld door de Europese Commissie. Deze verordening vervangt de vroegere databeschermingsrichtlijn uit 1995, 88 pagina’s met best ingewikkelde kost.

Is geo-informatie een persoonsgegeven?
De eerste vraag is uiteraard is er bij geo-informatie überhaupt wel sprake van een persoonsgegeven? Immers, als dit niet het geval is, dan is de AVG niet van toepassing en zal deze dus ook geen impact hebben op het geo-werkveld. Deze discussie is uiteraard niet nieuw, onder de werking van de huidige regelgeving (de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)) werd die ook al gevoerd. Daarbij staat wel vast – of we het nu leuk vinden of niet – dat geo-informatie in toenemende mate het oliemannetje is bij het koppelen van gegevens en koppeling leidt vaak weer tot gemakkelijkere identificering van personen.[1] [2]

De AVG verandert hier niet veel aan: de definitie van het begrip persoonsgegeven in de AVG lijkt erg op die van de Wbp. Wel introduceert de AVG een nieuw element: ‘locatiegegeven’, nader omschreven als een mogelijke ‘identificator’ waarmee een persoon zou kunnen worden geïdentificeerd. Kijkend naar de zogenaamde ‘overwegingen’ bij de AVG dan lijkt het erop dat met dit begrip gedoeld wordt op de locatie van een persoon of randapparatuur (zoals bedoeld in de e-privacy Richtlijn[3]) en niet op locatiegegevens in brede zin zoals topografische informatie, gebouwgegevens, en geologische gegevens. [4]

Aldus lijkt het erop dat de betekenis van het sleutelbegrip ‘persoonsgegeven’ niet verandert onder de AVG: het blijft een open definitie die naar de omstandigheden van het geval ingevuld moet worden. Geo-informatie, waaronder locatie-gegevens, kunnen een rol spelen bij identificatie, net als al het geval was onder de Wbp en kunnen dus persoonsgegevens zijn. In dat geval moeten de regels van de AVG gevolgd worden.

Algemene beginselen
Ook waar het de algemene beginselen aangaat is er een hoge mate van continuïteit tussen de Wbp en de AVG. Net als in de Wbp mogen onder de AVG persoonsgegevens slechts worden verzameld voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden en mogen deze vervolgens niet verder op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt.[5] De eisen die aan die verdere verwerking worden gesteld zijn in de AVG wel wat verder uitgewerkt dan in de Wbp.[6]

Accountability
De ‘accountability’ is een van belangrijkste nieuwe aspecten van de AVG: veel meer dan onder de Wbp thans het geval is moet de verantwoordelijke steeds kunnen aantonen (dus vooral ook aan de voorkant van verwerkingsprocessen) dat de verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming is met de regels uit de AVG. Aldus moeten passende organisatorische en technische maatregelen zijn getroffen, verwerking moeten plaatsvinden voor welbepaalde doelen en de gegevens mogen niet langer bewaard worden dan strikt noodzakelijk is.

Gegevensbescherming by design en default
Daarmee verwant zijn de principes van ‘gegevensbescherming by design’ en ‘by default’ die de AVG introduceert. Dit verplicht de verantwoordelijke voor iedere nieuwe verwerking de bescherming van persoonsgegevens vanaf het begin in het ontwerpproces mee te nemen, om vervolgens ook achteraf te kunnen aantonen dat dit werkelijk gedaan is. Het principe van by default betekent dat, als hoofdregel, de persoonsgegevens niet toegankelijk mogen zijn voor een ongedefinieerd aantal individuen. De standaard wordt dus: niet delen, tenzij. Ook de ‘risk based approach’ past hierin: hierbij ligt de nadruk op enerzijds de eigen verantwoordelijkheid van de verwerker en anderzijds de verplichting tot het vooraf inregelen van de juiste randvoorwaarden, gestoeld op genoemde risico-inschatting.

Ook stelt de AVG strengere eisen aan de verwerking voor persoonsgegevens ‘voor de publieke taak’. Indien namelijk de verwerking noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting of noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang dan moet het doel van de verwerking van de persoonsgegevens bij wet worden vastgesteld.[7] Verder moet de verantwoordelijke een register bijhouden van de verwerkingsactiviteiten die onder zijn verantwoordelijkheid plaatsvinden. Deze verplichting vervangt de (zeer achterhaalde) meldplicht die onder de Wbp (formeel nog) gold. Tenslotte introduceert de AVG de verplichte voorafgaande ‘Privacy Impact Assessment’ voor verwerkingen met een hoog risicogehalte.

Rechtsbescherming burgers
Daarnaast versterkt de AVG de rechtspositie van de burger wiens persoonsgegevens verwerkt worden. Naast het recht op inzage en een kopie van zijn persoonsgegevens, introduceert de AVG het recht om te worden vergeten: persoonsgegevens die onrechtmatig zijn verwerkt moeten verwijderd worden en dat geldt ook voor de situatie waarin de betrokken persoon achteraf zijn eerder gegeven toestemming intrekt. Geldt dat echt zo onverkort? Verder beschermt de AVG ook tegen ‘profiling’: het nemen van volledig geautomatiseerde besluiten over personen op basis van de algemene eigenschappen (bijvoorbeeld het zijn van een inwoner van een bepaald postcodegebied) is verboden. Verder kunnen burgers ook, met de AVG in de hand, overdraagbaarheid van gegevens afdwingen: een persoon heeft recht op een digitale kopie (machineleesbaar en gestructureerd) van door hemzelf verstrekte persoonsgegevens (bijvoorbeeld aan een zorgverzekeraar) en hij mag deze kopie ook weer aan een andere verwerkingsverantwoordelijke overdragen (dus aan een andere zorgverzekeraar). Dit recht geldt overigens niet tegenover de overheid.

Toezicht, controle en sancties
Het veel strengere toezicht- en controleregime moet bijdragen aan de naleving van al deze verplichtingen. Voor overheden betekent dit onder meer de verplichting tot het instellen van een functionaris voor gegevensbescherming (art. 37 AVG).  Deze moet de betreffende overheid informeren en adviseren over de AVG, en toezien op naleving van de AVG. Verder zijn de tanden van Autoriteit Persoonsgegevens ((AP) voorheen het CBP): deze krijgt veel meer bevoegdheden en kan significant hogere boetes opleggen oplopend tot €10 of 20 miljoen of 2%-4% van de wereldwijde omzet van een organisatie. Dit zal tegenover overheidsorganisaties niet zo snel gebeuren, maar toch…

Komende tijd zet de werkgroep vervolgstappen deze impactassesment. Voor meer informatie of input neem dan contact op met Marc de Vries als secretaris van de werkgroep of met Paul Suijkerbuijk van het leer- en Expertisepunt open overheid.

________________________________

[1] Zie Jong J. de, 2001, Privacybescherming in de geo-informatiesector,  Geodesia, Jaargang: 43, 1, p. 12-1; Zie ook van Loenen, B, Kulk, S. & Ploeger, H. (2016). Data protection legislation: A very hungry caterpillar; The case of mapping data in the European Union.<http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0740624X16300326> In : Government Information Quarterly: an international journal of information technology management, policies, and practices. 33, p. 338-345

[2] Uitgebreid over de relatie tussen geo-informatie en privacy: ‘Privacy op zijn plaats, tussen willen, weten en wetten<http://www.geonovum.nl/nieuws/witboek-privacy-op-zijn-plaats-verschenen>’.

[3] Richtlijn 2002/58/EC geamendeerd door Richtlijn 2006/24/EC en Richtlijn 2009/136/EC.

[4] Link aan recente uitspraak EvJ.

[5] De auteurs van dit stuk maakten ook een buitengewoon praktische tool die helpt bij het vaststellen van geoorloofdheid van een nieuw gebruik van reeds verzamelde persoonsgegevens. Deze is beschikbaar en downloadbaar op: http://privacy.locatielab.nl

[6] Zie artikel 5 respectievelijk 6 tot en met 10 AVG.

[7] Zie AVG artikel 6 lid 3 sub b.

 

Vraagbaak Open Data: Aansprakelijkheid

Aansprakelijkheid en Open Data

Tegen deze achtergrond identificeert het onderzoek een drietal mogelijke casus’ op grond waarvan de overheid aansprakelijk zou kunnen zijn:

a. aansprakelijkheid voor schade ontstaan door onjuiste of onvolledige informatie;
b. aansprakelijkheid voor schade ontstaan door inbreuk op een intellectueel eigendoms- of privacyrecht;
c. aansprakelijkheid voor schade ontstaan door schending van een reputatie.

a. aansprakelijkheid voor schade ontstaan door onjuiste of onvolledige informatie
In het geval dat een burger gerechtvaardigd heeft vertrouwd op onjuiste of onvolledige informatie die de overheid heeft vrijgegeven en deze burger op grond daarvan heeft gehandeld en daardoor schade heeft geleden, kan sprake zijn van een schending van de zorgvuldigheidsnorm die artikel 6:162 BW oplegt. Het rapport constateert dat deze aansprakelijkheid kan worden voorkomen indien de overheid voldoende voorzorgsmaatregelen neemt. Het rapport maakt hierbij een voorzichtig onderscheid tussen gerichte en ongerichte informatie. Bij gerichte informatie wordt informatie gegeven aan groepen burgers, waarbij de situaties en behoeftes van hen bij de overheid duidelijk en kenbaar zijn. Deze informatie wekt daardoor eerder vertrouwen op, en door de gerichtheid zijn voorzorgsmaatregelen makkelijker te treffen. Hebben gebruikers hierop vertrouwd en mochten zij in redelijkheid op deze informatie afgaan, dan kan dit leiden tot aansprakelijkheid. Bij ongerichte informatie wordt, aldus de onderzoekers, informatie in het algemeen aan een grote groep burgers verstrekt, waardoor het gebruiksdoel minder makkelijker voorzienbaar is, en voorzorgsmaatregelen moeilijker te nemen zijn. Bovendien mag niet alleen van de overheid, maar ook van de burger verwacht worden dat deze voorzorgsmaatregelen neemt ter voorkoming van schade.

b1. aansprakelijkheid voor schade ontstaan door inbreuk op privacyrecht
Het verstrekken van informatie kan ook tot aansprakelijkheid leiden wanneer dit een inbreuk op de privacy van een burger vormt. Het onderzoek constateert dat er een inherente spanning zit tussen de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) – die immers bepaalt dat persoonsgegevens niet worden verstrekt, tenzij het geen inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer – en de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) die juist een openbaarmakingsverplichting oplegt. Niettemin is de bescherming van de persoonlijke levenssfeer een expliciete weigeringsgrond in de Wob, zodat een afwegingskader bestaat. Dat betekent, aldus de onderzoekers, dat als de belangenafweging onder de Wob gemaakt is (en deze positief uitvalt), de verstrekking geen inbreuk kan maken.

b2. aansprakelijkheid voor schade ontstaan door inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht
Verstrekt de overheid informatie waarop een auteurs- of databankenrecht van een derde rust, dan kan ook sprake zijn van onrechtmatig handelen. Indien deze rechten bij een derde berusten, zal de overheid namelijk in beginsel eerst toestemming van hem moeten hebben verkregen.. Zolang de overheid het auteursrecht of databankenrecht op de informatie houdt, zal geen aansprakelijkheid kunnen ontstaan bij het verstrekken van deze informatie.

c. aansprakelijkheid voor schade ontstaan door schending van een reputatie
Het onderzoek kijkt ook nog naar de casus waarbij de overheid informatie vrijgeeft waardoor een burger reputatieschade kan oplopen (waaronder het rapport ook vat informatie die de concurrentiepositie van een bedrijf kan schaden). Waar het om juiste informatie gaat – onjuiste kwam hierboven al aan de orde – zal de overheid op grond van de Wob weer een belangenafweging moeten maken, waarbij ze nagaat of de informatie die zij openbaar maakt, kan leiden tot een onevenredige bevoordeling of benadeling van de betrokken personen. Ook hier concluderen de onderzoekers dat de voorafgaande belangenafweging ertoe zou moeten leiden dat geen aansprakelijkheid uit onrechtmatig handelen zal ontstaan.

Stroomschema
Onderstaand stroomschema geeft een snel inzicht in de kansen op aansprakelijkheid. De detailschema’s waar naar verwezen wordt zijn opgenomen in het onderzoek naar Open Data en aansprakelijkheid

Met name het ontsluiten van gebrekkige data zal aan de hand zijn bij het beschikbaar stellen van Open Data. Hiertoe worden 2 veiligheidskleppen genoemd in het onderzoek, het goed beschrijven van de Open Data met metadata en het toepassen van een proclaimer.

Voor een uitvoerige toelichting op de risico’s van aansprakelijkheid wordt verwezen naar het rapport “Aansprakelijkheid en Open Data Van Erik Engerd naar J.J. de Bom” Open-Data-en-Aansprakelijkheid

Vraagbaak Open Data: 5 sterren

Linked Open Data is de vorm van Open Data die de beste hergebruik mogelijkheden biedt. Door Tim Berners-Lee is een model ontwikkeld waarin door middel van sterren wordt aangegeven in hoeverre de ontsloten data voldoet aan deze optimale hergebruik mogelijkheden.

1 ster: De gegevens staan online (OL)
2 sterren: De gegevens zijn herbruikbaar (RE)
3 sterren: De gegevens zijn beschikbaar in een open formaat (OF)
4 sterren: De gegevens zijn vindbaar (URI)
5 sterren: De gegevens zijn beschikbaar als Linked Data (LD)

5 sterren model Tim Berners-lee

5 sterren model Tim Berners-lee

Publicatie op data.overheid.nl
Vanaf 3 sterren, de bestanden zijn beschikbaar in een open formaat, is hergebruik laagdrempelig. Open data die vindbaar gemaakt wordt via data.overheid.nl moet minimaal 3 sterren hebben. Een toelichting op het 5-sterren model is hier te vinden: http://5stardata.info/en/

Vraagbaak Open Data

Vraagbaak Open Data

In de vraagbaak Open Data staat (bijna) alles wat je wilt weten over Open Data.

Van start met Open Data:

  1. 5 Sterren
  2. Aansprakelijkheid en Open Data
  3. Algemene Verordening Gegevensbescherming
  4. API
  5. Beslisboom Open Data
  6. Dataportfolio management
  7. Datasets
  8. Europees dataportaal
  9. Internationale Rankings
  10. Inventarisatie
  11. Kosten en baten van Open Data
  12. Kosten van Open Data
  13. Licenties
  14. Linked Open Data
  15. Metadata
  16. Open Data up-to-date
  17. Privacy op zijn plaats
  18. Publicatie
  19. Publieke waarde van Open Data
  20. Standaarden
  21. Strategieën voor Open Data
  22. Uitgangspunten Open Data
  23. Vraag en aanbod (1)
  24. Vraag en aanbod (2)
  25. Wet hergebruik
  26. Wet openbaarheid van bestuur
Op de verlanglijst

In onderstaand overzicht vind je een verlanglijst van onderwerpen voor de vraagbaak:

  1. Anonimisering
  2. Beleid
  3. Catalogus
  4. Datalab
  5. Duurzame Open Data
  6. High value datasets
  7. Hosting

Deze verlanglijst staat open voor aanvullingen. Stuur ideeën en suggesties naar paul.suijkerbuijk@minbzk.nl

Proclaimer

Deze vraagbaak zal nooit volledig zijn. Continue ontstaan nieuwe vraagstukken waar nieuwe antwoorden op zullen komen. Ook is deze vraagbaak geen reflectie van het Open Data beleid van de Nederlandse overheid. De vraagbaak is gebaseerd op onderzoeken en ervaringen die voortkomen uit het werken met Open Data.

Vragen over deze vraagbaak, of de inhoud kunnen gesteld worden aan paul.suijkerbuijk@minbzk.nl Ook aanvullingen en suggesties worden zeer op prijs gesteld!

10 x tijd voor Open Overheid

Hoeveel tijd besteed jij aan Open Overheid? Vanuit het Leer- en Expertisepunt zijn we er allemaal gemiddeld drie dagen per week erg druk mee. We willen immers bijdragen aan een opener overheid door de community te ondersteunen en hun actie in beeld te brengen. Zo bouwen wij van het LEOO (Leer- en Expertisepunt Open Overheid) aan een community die van elkaar leert en opgedane kennis en expertise borgt. Dit doen we bijvoorbeeld door het voeren van vele gesprekken bij verschillende organisaties. Welke? Lees mee met wat 10 keer tijd voor Open Overheid opleverde.

1. Algemene Bestuursdienst (ABD)
Een aanzienlijk aantal topambtenaren van de Rijksoverheid meldden aan de ABD dat zij graag “met diepgang” meer te willen weten over open data. De ABD vroeg het LEOO of wij hierin konden samenwerken. Dit leverde concrete plannen op voor een dag waarop de topambtenaren in gesprek gaan met Saskia Stuiveling, de voormalig president van de Algemene Rekenkamer en deelnemers aan de SODA (Stuiveling Open Data Award) zoals Bleeve, de winnaar van vorig jaar.

2. Programma Modernisering Openbaarmaking Overheidsinformatie (MOOI)
Binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), de directie CIO-Rijk wordt op dit moment een nieuw programma ingericht. Doel van dit programma is te zorgen voor de doorontwikkeling van de wetgeving op het gebied van openheid en (passieve en actieve) openbaarheid van bestuur en de uitvoering daarvan. Wij maakten kennis met de programmamanager van MOOI en zij neemt vanaf februari van dit jaar ook deel aan de stuurgroep van het LEOO. Of de Woo (Wet open overheid) er nu wel of niet komt, één ding is zeker: Het LEOO wil graag aansluiten op de ontwikkelingen vanuit MOOI.

3. Handvestgroep Publieke Verantwoording (HPV)
Een reis naar Groningen leverde een lang gesprek op dat veel inzicht gaf op in de wijze waarop uitvoeringsinstellingen zoals DUO en de SVB omgaan met Open Verantwoording. Wij zetten de HPV op onze Open Kaart en Kaspar van den Ham schreef een informatierijke blog over het goede werk van de Handvestgroep Publieke Verantwoording (HPV).

4. Algemene Rekenkamer
De Stuiveling Open Data Award (SODA) is vernoemd naar de vorige president van de Algemene Rekenkamer, Saskia J. Stuiveling. Deze prijs, bedoeld om het innovatief gebruik van Open Data te stimuleren en te belonen, is vorig jaar voor het eerst uitgereikt. Om dit jaar de krachten nog meer te bundelen dan bij de eerste editie het geval was, zijn we met de Algemene Rekenkamer in gesprek over hoe we elkaar kunnen versterken.

5. Nationaal Archief
Met het Nationaal Archief voeren we vanuit het LEOO al langere tijd één-op-één gesprekken en dat is niet verwonderlijk. Want, zoals zij zelf zeggen: “Openheid van zaken geven als overheid is een groot goed. Maar: dat kan alleen als je je informatiehuishouding op orde hebt. Als je ervoor zorgt dat je informatie duurzaam toegankelijk is.” De afgelopen jaren resulteerde dit in diverse samenwerkingen. Het meest recente voorbeeld hiervan is de gastblog van Suzi Szabo, de eerste in een reeks gastblogs van het Nationaal Archief.

6. CBR
Het Centraal Bureau Rijvaardigheid (CBR) heeft gekozen voor een Open Aanpak in innovatie. Het CBR organiseerde een bijeenkomst met deelnemers vanuit verschillende hoeken. Zo waren er sprekers met een singularity University achtergrond, maar ook ontwikkelaars van Virtual Reality omgevingen en organisatiedeskundigen van banken. Vanuit het LEOO leverden we een bijdrage aan de onderdelen Open Aanpak en Open Data. Zo heeft een Open Aanpak het CBR zeker verder geholpen in het denken over innovatie. We vinden het indrukwekkend om te zien hoe innovatief het CBR al is. Het ontwikkelen van examens met behulp van virtuele beelden is al praktijk, en het ontwikkelen van beeldmateriaal is ook al heel ver gevorderd. Zo zagen we eenvoudige animaties van verschillende verkeerssituaties voor mensen met dyslexie en die waren voor hen direct helder.

7. Clarity
Clarity is een door de Europese Commissie gefinancierd project waarin een consortium met onder andere De Waag werkt aan het opstellen van uitgangspunten voor Open eGovernement services. Het project Clarity onderzoekt hoe de overheid digitale diensten kan aanbieden die het vertrouwen van burgers vergroten, en hoe daarbij transparantie en efficiëntie te bevorderen. Clarity doet daarom behoefteonderzoeken bij verschillende doelgroepen en verzamelt succesvolle voorbeelden van nieuwe en opkomende technologie. Vanuit het LEOO leverden we een inhoudelijke bijdrage aan de uitgangspunten van Clarity.

8. Stefaan Verhulst
Het LEOO is regelmatig (mede-)organisator van bijeenkomsten waarin we het gesprek aangaan met met toonaangevende sprekers. Afgelopen 2 maart was dat Stefaan Verhulst, Adjunct Professor aan New York University en medeoprichter van Governance Laboratory. Hij houdt zich primair bezig met (impact van) open data en open overheid. Daarnaast is hij editor en curator van de GovLab weekly, een onmisbare informatiebron als je op de hoogte wilt zijn van wat er over de grenzen heen gebeurt in de wereld van digitale overheid, Open Data en Open Overheid. Volgens Stefaan focussen veel data-aanbieders zich op het leveren van data, maar niet op de gebruikerskant of de impact van Open Data. Het doel is dan het openbaar maken en de aanname is dan dat hergebruik vanzelf gaat. Maar dat laatste gebeurt vaak niet. Lees hier een gastblog met een verslag van de presentatie van Stefaan Verhulst.

9. E-democracy
Binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werken diverse ambtenaren aan ‘e-democracy’: het inzetten van technologische innovatie om inwoners inspraak te geven en democratische vernieuwing te realiseren. Concreet krijgt dit vorm in een aantal pilots bij gemeenten die gebruik zullen maken van de open source tools van het D-CENT project. Hier zijn zeker raakvlakken met Open Overheid, waardoor van beide kanten het voornemen is meer samen op te trekken.

10. Ministerie van Financiën
Een lunchgesprek leverde naast veel inspiratie om met Open Overheid door te gaan ook een prachtige vraag op: “Nu we de datasets geïnventariseerd en gepubliceerd hebben, hoe regelen we dan dat als we nieuwe data hebben, de datasets opnieuw gepubliceerd worden?” Het LEOO hoort variaties op deze vraag vaker, dus we gaven snel een antwoord in onze rubriek ‘Een open vraag over ….‘. Als je wilt weten hoe je Open Data up-to-date houdt, dan kun je het hier dus altijd teruglezen.

Maak jij tijd voor Open Overheid? En voeren wij samen een gesprek waarin jouw vraag of behoefte centraal staat? Neem dan contact met ons op!