Expertisepunt Open Overheid

“Ik doe het voor de stad, dat staat bij mij voorop”

“Ik doe het voor de stad, dat staat bij mij voorop”

Donovan Karamat Ali is de eerste en tot nu toe enige informatiecommissaris van Nederland, bij gemeente Utrecht. Wat doet een informatiecommissaris? Hoe vult Donovan zijn rol in en waar loopt hij tegenaan? En heeft hij al successen geboekt in het beschikbaar stellen van meer overheidsinformatie?

Jij bent aangesteld als informatiecommissaris. Wat houdt dat precies in?
Dat klopt inderdaad! Het is een nieuwe functie, die bestaat sinds afgelopen zomer, naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad hier in Utrecht. Het was voor mij dan ook in het begin een zoektocht naar de invulling van de functie.

Want je bent in Nederland ook de eerste met deze functie, toch?
Inderdaad, ja. De functie van informatie commissaris bestaat al wel in het buitenland. Niet op lokaal, maar op landelijk niveau. Kort gezegd houd ik me bezig met het sneller en beter beschikbaar maken van overheidsinformatie, meer informatie ook. En er zit een duidelijke proactieve en niet-juridische benadering in. Dat klinkt allemaal een beetje wollig, maar ik zie het vooral als informatie over onderwerpen die leven in de stad aanbieden op een manier die voor inwoners goed werkt. Ik doe het voor de stad, dat staat bij mij voorop.

Hoe breng je dat in praktijk?
Ik richt me op een aantal onderwerpen, zoals Wob-verzoeken, apps, www.utrecht.nl en het klantcontactcentrum (KCC). Daar probeer ik met kleine stappen winst te boeken. We hebben binnen de gemeente bijvoorbeeld ook een Newsroom. Dat is een goed initiatief. In de Newsroom werken de disciplines publieksvoorlichting (KCC, webcare, webredactie), persvoorlichting en nieuwsanalyse nauw samen door te luisteren en monitoren. Op basis daarvan gaan we de dialoog aan, zowel reactief als proactief. Zo proberen we op een slimme manier samen te werken. Daarnaast zijn we nu bezig om kwalitatieve informatie, die het KCC krijgt, te analyseren en te verrijken. Op die manier kunnen we er waardevolle inzichten uithalen, waarmee we onze informatievoorziening en dienstverlening kunnen verbeteren.

“Een belangrijke ambitie is Wob-verzoeken beter doorzoekbaar maken.”

 

Wat is jouw ambitie als informatiecommissaris?
Een belangrijke ambitie is om Wob-verzoeken beter doorzoekbaar te maken, zodat hergebruikers meer inzicht krijgen wat er gaande is omtrent Wob-verzoeken in Utrecht. Zodat mensen bijvoorbeeld kunnen opzoeken welke Wob-verzoeken er in 2015 over afval waren en welke Wob-verzoeken een afhandelingstermijn langer dan 14 dagen hadden. Daarmee maak je voor mensen inzichtelijker wat er al is en dat kan mogelijk leiden tot minder behoefte om een Wob-verzoek te doen. En de doelen zijn deels ook intern: van elkaar weten waar we mee bezig zijn en wat er al gedaan wordt op dit vlak. Daarnaast willen we Wob-verzoeken sneller afhandelen en zorgen dat ze in ieder geval niet ergens tussen wal en schip raken.

Heb je ook al eens moeten optreden omdat er ergens een geschil was, bijvoorbeeld omdat iemand informatie wilde van de gemeente en de gemeente dat niet wilde geven?
Het zou wel binnen mijn rol horen, denk ik, maar ik heb het tot nu toe nog niet meegemaakt. Ik denk ook dat als er ergens een signaal komt dat wij informatie niet willen vrijgeven, dat ik me er dan voor inzet om te kijken waar dat dan door komt. Soms zijn er belangrijke redenen om informatie niet te geven, zoals privacy. Als de reden niet uit te leggen is, dan geef ik wel aan dat er geen uitzonderingsgronden zijn. Ik streef er naar om als gemeente zoveel mogelijk vrij te geven, waar mogelijk.

“Als ik het signaal krijg dat wij ergens geen informatie willen vrijgeven, dan zet ik me er voor in om te kijken waardoor dat komt.”

 

Jij bent van oorsprong organisatiepsycholoog. Moet je een organisatiepsycholoog zijn om een goede informatiecommissaris te zijn?
Goede vraag! Ik denk wel dat het heel erg helpt. Het wordt vaak gezien als een onlogische combinatie. Maar ik denk wel dat het misschien juist één van de achtergronden is die je nodig hebt in zo´n rol. Omdat het nieuw is, omdat het veel impact heeft organisatorisch gezien en het is één grote cultuurverandering, echt een omslag in het denken, ook samen met de stad. Ik merk dat het heel veel van pas komt.

Wat zijn voor jou de belangrijkste do’s and don’ts voor een informatiecommissaris?
Ik begin met een don’t: alles tegelijk willen doen. Dus wat een do is: focussen op een aantal dingen en daar met kleine stapjes resultaat halen. Want het is een brede functie en je kan niet alles half of een beetje doen, je zal echt focus moeten aanbrengen. Een do is zoveel mogelijk samen met de stad doen. Dat is met name bewoners, via panels bijvoorbeeld, vragen naar wat zij vinden en waar zij belang aan hechten. Dus samen met de stad onze dienstverlening testen. Wat is dan nog een don’t? Even denken. Ik denk dat ik moet voorkomen dat ik degene ben die ´er van is´, maar dat ik juist de anderen ervan bewust moet maken dat het een gezamenlijk belang is. Ik initieer een verbetertraject, ik ben erbij betrokken en ik verbind.

Welk mandaat heb jij, als informatiecommissaris?
Feitelijk heb ik als informatiecommissaris geen mandaat om te zeggen “dit mag open”. Het is nog steeds zo dat het organisatieonderdeel, de business, verantwoordelijk is en moet aangeven wat open gaat. Daarbij speelt onze privacyfunctionaris ook een belangrijke rol. Wel ben ik een stuwende kracht, ik geef aan om welke redenen openbaarheid belangrijk is. Soms helpt het als ik een vraag van buiten krijg, bijvoorbeeld van iemand die opzoek is naar specifieke data. Dat maakt het sterker. Zo hadden we laatst iemand die graag de data over laadpalen voor auto´s wilde hebben voor een toepassing die hij aan het maken is. Na bemiddeling is die data nu ook echt beschikbaar, dat zijn mooie resultaten.

“Ik maak anderen ervan bewust dat het een gezamenlijk belang is”

 

Als informatiecommissaris heb ik op dat gebied dus niet een feitelijk mandaat, maar het is een rol is die ik naast de rol open data coördinator vervul, die combinatie helpt enorm. Ik werk nauw samen met de privacyfunctionaris. Samen komen we vaak op een punt uit waarbij we zeggen “dit kan en dit kan niet”. Dat is heel belangrijk. Ik denk dat dat voor andere organisaties vaak ook een struikelblok is, van “hoe beginnen we hiermee, want hoe moeten we privacy afdekken?”. Dan heb je dus iemand nodig die dat weet en is het belangrijk dat je elkaar ook in de organisatie weet te vinden.

Utrecht wordt door andere gemeenten vaak genoemd als goed voorbeeld op het gebied van Open Data. Hoe komt dat denk je?
Wij hebben een gemeenteraad die er behoorlijk open en transparant in zit. Ik zeg er gelijk bij: dat helpt. De vorige gemeentesecretaris, Maarten Schurink, heeft de trend binnen de organisatie gezet als het gaat om datagedreven werken. Dat heeft mensen bewust gemaakt. We zijn daarnaast ook een grote gemeente met de mogelijkheden om te investeren in innovatie. De open data coördinator en informatiecommissies spelen hierbij dus een belangrijke rol. Voor een kleine gemeente zal dat anders zijn. In de regio Utrecht hebben we sinds vorige zomer een open data convenant met gemeenten in de regio.

“Je moet zorgen dat je de vraag goed kent en actief ophaalt, of verkent. Dat is bij ons altijd één van de voorwaarden: je moet het met de stad doen.”

 

Een vraag die wij erg vraag krijgen is hoe je vraag en aanbod van Open Data beter op elkaar aan kunt laten sluiten. Hoe doen jullie dat?
Daar moet je in investeren, vind ik. Dat is iets anders dan dat je zelf dingen, zoals apps en websites, gaat maken. Je moet zorgen dat je de vraag goed kent en actief ophaalt, of verkent. Dat is bij ons altijd één van de voorwaarden: je moet het met de stad doen. Wij wisten bijvoorbeeld dat er een open data community is in Utrecht met innovatielabs, mensen die bij hackathons bijeenkomen. We wisten ook wel ongeveer wie dat waren. Vervolgens hebben we moeite gedaan om dat uit te breiden.

Hoe hebben jullie dat gedaan?
We hebben af en toe eens in een cafeetje met wat mensen gezeten om te horen wat ze precies doen. Er op af gaan dus. En dat helpt wel. We hebben ook gezegd: we gaan niet de community naar de gemeente halen, maar we gaan als deelnemer daarop inpluggen, anders werkt het niet. Je kan niet als gemeente een community bouwen. Dat is volgens mij niet wat je moet willen in deze tijd en het lukt je ook niet, denk ik. Maar een club als SETUP bijvoorbeeld, dat is een medialab op het gebied van digitale innovatie, die zijn met veel datagedreven dingen bezig, ze publiceren artikelen, er zijn heel veel interessante dingen waar ze over nadenken. Die hebben soms iets nodig van de gemeente, zoals bepaalde data, of ze zeggen “hé, gemeente, denk eens mee”. Inwoners vinden het in ieder geval fijn dat wij zelf de stap nemen om bij hun wereld aan te sluiten.

 

Beeld: Sebastiaan ter Burg

“Veel van de informatie die wij verzamelen is ook erg nuttig voor anderen”

“Veel van de informatie die wij verzamelen is ook erg nuttig voor anderen”

Tom Cordeweners is beleidsmedewerker bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Tom was betrokken bij twee pilots voor het actief openbaar maken van onderzoeksrapporten. Waar gingen die pilots precies over en welke gevolgen heeft actieve openbaarmaking voor de manier van werken? We vroegen het aan Tom:

Op welke manier ben jij bezig met Open Overheid?
Het ministerie van BZK staat voor een goed en slagvaardig openbaar bestuur. Daar lever ik een bijdrage aan door de informatie over het openbaar bestuur die BZK verzamelt en produceert, beschikbaar te stellen op de www.kennisopenbaarbestuur.nl. Vanuit deze rol was ik betrokken bij twee pilots gericht op de actieve openbaarmaking van onderzoeksrapporten. Ik was binnen mijn organisatieonderdeel verantwoordelijk voor het tijdig publiceren van rapporten. Nu probeer ik mijn ervaringen uit de pilots te delen met anderen die aan de slag gaan met dit onderwerp.

Kun je vertellen wat er gebeurt binnen de pilots voor het actief openbaar maken van onderzoeksrapporten?
Ministeries laten regelmatig onderzoek uitvoeren door universiteiten, onderzoeksbureaus of andere partijen. Dit resulteert in de meeste gevallen in een rapport. De pilots waren gericht op het versneld toesturen van deze onderzoeksrapporten aan de Tweede Kamer en het actief openbaar maken van rapporten via www.rijksoverheid.nl en in mijn geval ook via www.kennisopenbaarbestuur.nl. Actieve openbaarmaking wil zeggen de overheid uit zichzelf informatie beschikbaar stelt. Het streven was om rapporten binnen vier weken na afronding te publiceren. Tijdens de pilots werd ervaring opgedaan in een traject van uitproberen, leren en opschalen. Aan de eerste pilots namen de ministeries van BZK en OCW deel. Bij de tweede pilot sloten de ministeries van VWS, BZ en Financiën aan.

“Tijdens de pilots werd ervaring opgedaan in een traject van uitproberen, leren en opschalen.”

 

Welke gevolgen heeft dat voor de manier van werken?
Het betekent dat je als ministerie moet weten welke onderzoeken in jouw opdracht worden uitgevoerd en wanneer ze worden afgerond. Verder moeten er afspraken worden gemaakt over wie verantwoordelijk is voor de openbaarmaking van een rapport en hoe ervoor wordt gezorgd dat dit ook tijdig gebeurd. Tot slot moet je ervoor zorgen dat alle betrokkenen, met name de medewerkers die zich bezighouden met onderzoeksopdrachten, op de hoogte zijn van de gemaakte afspraken en het belang ervan inzien. Het is dus een kwestie van proces inrichting en bewustwording.

Wat is het resultaat van de pilots?
Uit de pilots is gebleken dat de meeste onderzoeksrapporten zonder problemen openbaar gemaakt kunnen worden. Ze bevatten geen persoonsgegevens of andere gegevens die openbaarmaking in de weg staan. Het is dan wel noodzakelijk dat er een werkwijze is die door alle betrokkenen gekend wordt. Dit kost tijd en vergt blijvende inspanning. De ministeries die deelnamen aan de pilots, waaronder BZK, gaan door op de weg die zij zijn ingeslagen, zodat actieve openbaarmaking staande praktijk wordt binnen de hele organisatie. De ministeries die nog niet meededen, sluiten aan.

Waarom vind je dit eigenlijk een belangrijk onderwerp?
Veel van de informatie die wij verzamelen door middel van onderzoek is, behalve voor onszelf, ook erg nuttig voor anderen. Denk hierbij aan gemeenten en provincies. Zij zijn vaak het onderwerp van onderzoeken die wij als ministerie van BZK laten uitvoeren en kunnen de resultaten gebruiken bij het maken van beleid. Daarnaast worden onderzoeken in opdracht van de rijksoverheid gefinancierd met publieke middelen. Het is niet meer dan logisch dat de resultaten hiervan voor iedereen beschikbaar zijn.

“Veel van de informatie die wij verzamelen door middel van onderzoek is, behalve voor onszelf, ook erg nuttig voor anderen.”

 

Welke dilemma’s ben je tegengekomen bij het actief openbaar maken van onderzoeksrapporten?
Dat is vooral de afweging tussen snelle openbaarmaking enerzijds en volledigheid en zorgvuldigheid anderzijds. We willen onderzoeksrapporten zo snel mogelijk publiceren, maar soms is het nodig om iets meer tijd te nemen. Het rapport kan dan voorzien worden van context en duiding, bijvoorbeeld door het toevoegen van een beleidsreactie. De informatie in het rapport wordt hierdoor bruikbaarder voor anderen.

Wat heeft je het meest verrast in dit traject?
Wat mij het meest verbaasd heeft is dat processen rondom onderzoeksprogrammering en openbaarmaking bij elk ministerie, en daarbinnen bij elk organisatieonderdeel, op een andere manier zijn georganiseerd. Dit betekent dat actieve openbaarmaking van onderzoeksrapporten niet rijksbreed volgens een standaard werkwijze kan worden gerealiseerd, maar dat maatwerk nodig is.

Kom je veel weerstand tegen? Zo ja, waarover gaat dit dan?
Over het algemeen viel het erg mee met de weerstand. De meeste collega’s vonden het, net als ik, logisch dat onderzoeksrapporten die in onze opdracht worden opgesteld niet in een la verdwijnen. Wat ook hielp was dat de pilots het antwoord vormden op een concrete vraag van de Tweede Kamer. Dat zorgde voor een extra stimulans. Het bevorderen van openbaarmaking was in dit geval dus niet zozeer een kwestie van overtuigen, maar vooral van bewust maken en attenderen. Oftewel, ervoor zorgen dat openbaarmaking niet vergeten wordt in de dagelijkse drukte en hectiek van het werk.

“Maak zo veel mogelijk gebruik van bestaande structuren binnen je organisatie. “

 

Heb je tips voor mensen die aan de slag zijn, of nog aan de slag gaan met het actief openbaar maken van onderzoeksrapporten?
Maak zo veel mogelijk gebruik van bestaande structuren binnen je organisatie. Dat kan een netwerk van onderzoekscoördinatoren zijn of een systeem waarin onderzoeksopdrachten worden geregistreerd. En presenteer de openbaarmaking van onderzoeksrapporten niet als een afzonderlijk ‘klusje’ dat moet gebeuren, maar als een logische en onvermijdelijke stap op weg naar een overheid die op een open en transparante manier met haar informatie omgaat.

 

Beeld: Quintin van der Blonk

“Transparantie is een verlangen dat ons aan alle kanten omringt”

“Transparantie is een verlangen dat ons aan alle kanten omringt”

Paul Frissen, decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, en hoogleraar Bestuurskunde aan Tilburg University, staat bekend als een kritisch denker. In zijn boek ‘Het geheim van de laatste staat, kritiek van de transparantie’ gaat hij in op de onstilbare honger naar transparantie die hij om zich heen ziet. Waar komt deze honger naar transparantie vandaan, zijn we altijd gebaat bij meer openheid en hoe verhoudt dit zich tot het streven naar een Open Overheid?

Waar komt die onstilbare honger naar transparantie volgens u vandaan?
Dat was voor mij ook een grote vraag. Wat ik heb gedaan, is cultuurhistorisch nagaan waar het verlangen naar transparantie vandaan komt. Dan ga je terug naar de Griekse oudheid, altijd een goede bron. Daar blijkt dat het verlangen naar onthulling, naar weten, naar kennis eigenlijk heel diep zit, maar in de Griekse oudheid ook altijd verbonden is met gevaar. Ik gebruik het beroemde voorbeeld van de mythe van Oedipus. Het orakel voorspelt hem groot noodlot, dat hij na het raadsel van de verschrikkelijke Sfinx te hebben opgelost en de stad te hebben bevrijd, over zichzelf afroept.  Die combinatie zie je in veel Griekse tragedies, dat het onthullen van de waarheid een diep verlangen is bij de mens, maar tegelijkertijd ook altijd met noodlot, gevaar en verbod verbonden is.

Waarom willen we het dan toch zo graag?
Bij pleidooien voor meer transparantie bestaat altijd de veronderstelling dat als je meer weet, je de wereld beter begrijpt en ook beter kunt beheersen. Dat is echt een fundamenteel misverstand. Transparantie is op dit moment een verlangen dat ons aan alle kanten omringt, wat nu ook een ‘hoera-woord’ is. Je kunt moeilijk zeggen “Ik ben ertegen”. Dat was een belangrijke aanleiding om het boek te schrijven.

“Onzekerheid en mysterie, daar kunnen we blijkbaar slecht mee omgaan.”

 

Waar komt dat misverstand vandaan?
Mijn stelling is dat de vrijheid van de burger voor een belangrijk deel gebaseerd is op zijn fundamentele recht om dingen geheim te houden voor anderen en voor de staat. Maar de paradox is, dat wil de staat dat effectief kunnen beschermen, de staat zelf ook geheimen moet hebben. Die these botst heel sterk met het streven naar transparantie.

Is de behoefte ook niet vaak om het geheim van een ander te onthullen en niet zozeer het eigen geheim?
Ja, zeker. Het is vaak op anderen gericht. Dat klopt. Er zit altijd ambiguïteit en dubbelzinnigheid in: eigen geheimen, die niet. Wat je dan vervolgens in de geschiedenis ziet is dat het verlangen naar onthulling eigenlijk in stand blijft en dat dit een radicalisering krijgt in de moderniteit, omdat er dan in de wetenschap een heel radicale tendens is om alles te weten en elk mysterie op te lossen. Maar je ziet het ook in het denken over politiek, dat in toenemende transparantie een belangrijk instrument ziet om de democratie te laten functioneren, om machthebbers te kunnen controleren. Uiteindelijk wordt het instrument dan doel in zichzelf. Onzekerheid en mysterie, daar kunnen we blijkbaar slecht mee omgaan.

Hoe verhoudt zich dit tot transparantie van de overheid en het streven naar een Open Overheid?
Het is evident dat het voor een goed functionerende democratie belangrijk is dat burgers veel inzicht hebben in hoe beleid tot stand komt, wat de afwegingen zijn geweest, welke keuzes worden gemaakt enzovoorts. Het is in de tweede plaats een fundamenteel recht van de burger om te weten wat anderen van hem weten. Dat geldt niet alleen voor de overheid, dat geldt ook voor bedrijven. Daar zou de positie van de burger versterkt moeten worden. Waar ik echter ernstige kanttekeningen bij heb, is dat transparantieverlangen dat daar ook weer uit blijkt. Het idee dat een wereld waarin alles te weten, te kennen en te zien is een betere wereld is.

“Geef burgers maar meer rechten om bij de overheid informatie te verzamelen en te halen.”

 

Het merkwaardige is ook dat de overheid als het om openbaarheid gaat in een centrale rol wordt geplaatst. De overheid moet informatie verstrekken, de overheid moet dit, de overheid moet dat… Er zit een bestuurscentristische  opvatting in. Dat vind ik ook het bezwaar van actieve openbaarmaking. Dat plaatst de overheid weer in een centrumpositie, van “Wij vertellen u wel wat wij doen”. Nee, geef burgers maar meer rechten om bij de overheid informatie te verzamelen en te halen. Daarnaast, veel van die gegevens die de overheid heeft zijn persoonsgegevens. Die komen van individuele burgers en die moeten dus geheim blijven.

Als transparantie niet dé oplossing is, wat dan wel?
Mijn stelling zou zijn dat we de macht meer moeten fragmenteren en meer moeten verbrokkelen. Dat er meer tegenkracht en tegenmacht  moet zijn. Ja, dat vindt iedereen erg ingewikkeld. Bestuurders worden niet zo heel erg graag gehinderd. Maar het grote voordeel van het denken in termen van checks and balances en countervailing powers is dat je dat doet vanuit het idee dat door de inrichting van machten en tegenmachten, controles en dergelijke je niet van tevoren hoeft te bedenken wat eruit moet komen. Het is als het ware indifferent ten opzicht van de uitkomsten. Maar het leidt tot allerlei vormen van onoverzichtelijkheid. Ja, daar kan ik verder ook niks aan doen.

“We moeten de macht meer fragmenteren en verbrokkelen.”

 

Die traditie van checks and balances hebben wij in Nederland helemaal niet zo. Mijn idee zou zijn dat dit sterker moet worden. Zeker door technologische ontwikkelingen wordt het enerzijds noodzakelijker, omdat er nogal wat bedreigingen op burgers afkomen daardoor. Tegelijkertijd is het voordeel dat die technologische ontwikkelingen het mogelijk maken de burger een grotere rol te geven. Soms kan dat via het recht op transparantie, maar vaak ook kan dat door het recht op geheimhouding. Dus je moet als burger een fundamenteel recht hebben om je gegevens uit te wissen of je geschiedenis weg te maken en eigenaar te zijn van je gegevens. Dat doen we nog veel te weinig.

U spreekt over het geheim van de laatste staat. Dat heeft een connotatie met stiekem en achterkamertjes. U zou ook kunnen spreken over “beslotenheid” of “verborgenheid”. Waarom heeft u bewust gekozen voor ‘geheim?’
Een definitie van geheim die ik in de literatuur tegenkwam is: “bewust gewilde verborgenheid”. Dat vind ik een hele mooie omschrijving van een belangrijk fenomeen dat heel erg nodig is in ons bestaan. Het is daarmee ook een breder begrip dan privacy, beslotenheid of whatever. Het is echt een heel fundamenteel recht, geheim en geheimhouding. Ik geef altijd het voorbeeld van persoonlijke relaties. Die blijven goed onder de voorwaarde dat niet alles wordt verteld of gezegd of geuit. Iedereen begrijpt dat meteen, denkt meteen aan zijn eigen relaties. Daarom heb ik voor dat woord geheim gekozen. En omdat het dus te maken heeft met de paradox dat de staat een geheim nodig heeft om de vrijheid van de burger te beschermen.

“We hebben veel instituties  juist omdat ze een vorm van georganiseerd wantrouwen zijn.”

 

In persoonlijke relaties kunnen geheimen ook bestaan omdat we elkaar vertrouwen, omdat we weten wat we aan elkaar hebben. Is het probleem dat we als burgers de overheid of bedrijven niet vertrouwen met onze gegevens?
Ja, maar dat vind ik zelf een buitengewoon gezonde positie. De in Nederland vrij dominante overtuiging, zowel aan de kant van wetenschappers als aan de kant van bestuurders, politici, maar ook burgers, dat de basisrelatie tussen overheid en burgers er één dient te zijn van vertrouwen, daar heb ik altijd een grote kanttekening bij geplaatst. Ook omdat we tamelijk veel instituties juist hebben –  de democratie, de rechtstaat, de trias politica – , omdat ze een vorm van georganiseerd wantrouwen zijn. Want machthebbers moeten worden gewantrouwd. Dat wil niet zeggen dat machthebbers slechte of amorele mensen zijn, soms wel, meestal niet. Omdat je de macht toegedeeld hebt gekregen via verkiezingen of andere procedures, moet er op die macht scherpe controle worden uitgeoefend. En dat is ook in Nederland van groot belang.

“We registreren echt als een gek.”

 

Waar wordt de honger naar informatie echt problematisch?
Big data toepassingen vind ik griezelig. Techno-optimisten die vrolijk vertellen wat we allemaal wel niet van de burger kunnen weten: “We weten zoveel van die burger, we kunnen veel meer maatwerk leveren.” Het is een rare gedachte dat het een overheidstaak is om zoveel mogelijk kennis te verzamelen, om daarmee burgers beter te kunnen bedienen of beter te kunnen controleren. Meestal gaat dat samen hè. Ik vind dat geen goed idee. Ook omdat we daar in Nederland niet zo’n hele goede ervaringen mee hebben. Je mag nooit een historische vergelijking maken, daarom doe ik het graag. Maar onze databestanden waren altijd redelijk op orde. Dus als ze weer komen, een vreemde bezetter, zijn ze, de ongewensten, heel goed te vinden in onze databestanden. Dat lijkt mij toch een redelijk goed argument om daar wat voorzichtiger mee te zijn. We registreren echt als een gek.

“Ik blijf erbij dat ik de staat een gevaarlijke institutie vind.”

 

Ik vind overigens gemiddeld genomen wat over de mogelijkheden van de nieuwe technologie wordt gezegd nogal overspannen. Als je al die big-data jongens en -meisjes hoort roepen… Enerzijds is het vaak extreem primitief over wat intelligentie eigenlijk is en anderzijds is het ook vaak nogal ondemocratisch en apolitiek. Daarin zitten heel veelnogal gevaarlijke ontwikkelingen, waar het echt nodig is dat we strengere grenzen gaan stellen.

Waarom spreekt u eigenlijk over ‘de laatste staat’?
Het is een staat teruggebracht tot een paar basistaken en karakteristieken die ook alleen maar bij de staat belegd kunnen worden. Het geweldsmonopolie, het beschermen van onze vrijheden. Dat moet de staat doen, maar dat kan hij naar mijn idee alleen maar gezaghebbend doen als hij op andere terreinen veel terughoudender is. Ik verbaas me regelmatig over waar de Nederlandse overheid zich allemaal mee bemoeit en wat deze allemaal doet. Dat botst op dit terrein natuurlijk heel erg. Aan de ene kant is het heel goed en belangrijk dat wij beschermd worden tegen mensen die onze vrijheid willen ondermijnen, maar tegelijkertijd, die verzorgingsstaatkant van de overheid, die ondermijnt onze vrijheid ook. Omdat die paternalistisch is en hele expliciete opvattingen heeft over hoe wij het leven moeten leiden. Ik blijf erbij dat ik de staat een gevaarlijke institutie vind. Het is een heel belangrijke institutie, waar ik zeer op gesteld ben, maar hij blijft gevaarlijk.

 

Beeld: Quintin van der Blonk

Beleidsteam Open Overheid stelt zich voor (deel 2)

Beleidsteam Open Overheid stelt zich voor (deel 2)

Het nieuw samengestelde beleidsteam Open Overheid van de directie Democratie en Burgerschap (DenB) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is sinds april 2016 op weg om het Open Overheid beleid vorm en uitvoering te geven. Sinds augustus is het team compleet. Een mooi moment om kennis te maken!

Het beleidsteam, bestaande uit Wouter Jongepier, Niek Marcelis, Angelique Genemans, Laurens Venema en Roxana Chandali (teamcoördinator Open Overheid bij de afdeling Democratie van DenB), ging in deel 1 van het interview al open met elkaar in gesprek over wat Open Overheid is en over wat je er nu eigenlijk mee kunt. In dit tweede deel van het interview praten ze over de toekomstplannen en de cultuuromslag naar Open Overheid.

In hoeverre zien jullie naast de beleidsdoelen ook cultuuromslag als onderdeel van jullie werk?
Niek:
Cultuuromslag is onderdeel van het Actieplan Open Overheid, zoals bijvoorbeeld het Actiepunt van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM): de ambtenaar in de energieke samenleving. Het Leer- en Expertisepunt Open Overheid werkt ook aan cultuurverandering, door mensen mee te nemen in het verhaal van Open Overheid.

Roxana: Het is een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt. Als ambtenaar heb je verschillende instrumenten als het over dit onderwerp gaat. Wetgeving is er één van, maar met wetgeving krijg je niet alles gedaan. Het gaat ook om de praktijk en daar speelt cultuur een belangrijke rol. Ook zijn kennisdeling en kennisontwikkeling belangrijke instrumenten.

Angelique: Je kunt niet vanuit BZK zeggen: “Zo moet het.” Wel kunnen we daar goede informatie over geven. Ik denk dat iedere organisatie daar een manier in moet vinden. Iedere organisatie is anders. BZK kan hooguit een leidraad geven. Zoals wat we nu bijvoorbeeld met het openbaar maken van de onderzoeksrapporten doen.

“Cultuurverandering, wetgeving en een andere werkwijze zijn allemaal belangrijk.”

 

Wouter: Daar hebben we inderdaad de pilots voor begeleid en straks gaan we de andere departementen helpen om daar een werkproces voor in te richten. De lessons learned uit die pilots helpen ons dan verder. De cultuur verandert daar wel een beetje van: door te gaan oefenen en samen oplossingen te zoeken. Vanuit BZK helpen we zo ministeries om een stap verder te komen.

Roxana: Cultuurverandering, wetgeving en een andere werkwijze zijn allemaal belangrijk. En daarnaast is het ook goed om te kijken hoe de informatiehuishouding in elkaar zit: hoe kan het beter en hoe kunnen we meer aan actieve openbaarmaking doen.

Niek: Die beweging is er nu ook al: Open Raadsinformatie. Bij gemeenten worden steeds meer besluiten en steeds meer documenten openbaar.

Roxana:  Inderdaad. En een andere belangrijke verandering die we niet mogen vergeten – naast alle maatschappelijke veranderingen – is de hele digitale ontwikkeling. Die gaat zo snel, waardoor allerlei regels en praktijken die gericht zijn op met papier werken echt anders moeten.  Daar zit echt een hele verschuiving in. We zijn er ook nog lang niet over uitgedacht hoe we daar nu het handigst mee omgaan.

Jullie hebben veel enthousiasme voor het onderwerp Open Overheid. Waar worden jullie door geinspireerd?
Niek: Ik vind het mooi om te zien dat uit onderzoek blijkt, dat als je goed met burgers omgaat, dat dat bijdraagt aan de tevredenheid van burgers en het vertrouwen van burgers in de overheid. En dat is waar het mij om gaat: dat je het met z’n allen doet, met een overheid die van iedereen is.

Wouter: Ik haal het toch uit mijn journalistieke tijd. Pas toen ik ging schrijven over mijn eigen gemeente, kwam ik erachter waar de gemeente allemaal over gaat. Dat was eigenlijk best wel schrikken, want als inwoner had ik daar geen idee van. Het belang van Open Overheid en Open Raadsinformatie werd me wel meteen duidelijk.

“Dat is waar het mij om gaat: dat je het met z’n allen doet, met een overheid die van iedereen is.”

 

Roxana: Voor mij is mijn onderzoek naar Open Government in de Verenigde Staten een belangrijke inspiratiebron. Hoe Obama het heeft gedaan is heel inspirerend: vrij top-down, maar wel heel breed. Het is niet alleen de transparantie kant, maar ook de samenwerkingskant en de participatiekant. Daar is een heel programma voor opgezet en heeft tot veel activiteiten bij de federale overheid geleid. Naast die top-down beweging, is de bottom-up beweging sterk aanwezig. Er zijn veel civil society organisaties die heel kritisch zijn naar de overheid en daar actief mee bezig zijn. Nederland kan leren van die brede aanpak. Maar ook dat de politieke aandacht en dekking voor zo’n onderwerp belangrijk is

Angelique: Mijn inspiratie haal ik uit de reis die ik door Afrika heb gemaakt. Ik ben daar naar een regionale conferentie van het Open Government Partnership in Kaapstad geweest, over hoe Afrika omgaat met Open Overheid. Dat heeft wel heel erg mijn ogen geopend. In Afrika is openheid bij overheden helemaal niet vanzelfsprekend. Daar heb je een heel sterk maatschappelijk middenveld dat echt strijdt voor openheid. En zij staan soms heel erg in conflict met de overheid omdat die niet open is. Dat heeft me wel bewust gemaakt van het feit dat we in Nederland toch wel een overheid hebben die steeds meer open wordt en dat wil ik graag aanmoedigen.

Laurens: Ik put ook uit eigen ervaring. Ruim tien jaar woonde ik in een gemeente waar wel wat dingen verkeerd gingen. Als ze burgers bij dingen betrokken, zag je gewoon echt betere resultaten. Dat ging om vrij concrete zaken als herinrichting van de openbare ruimte. Op dat gebied valt toch echt een wereld te winnen.

Waar willen jullie over een jaar trots op terugkijken?
Niek:
Het zou mooi zijn als je van het huidige Actieplan Open Overheid kunt laten zien dat er stappen zijn gezet. Bijvoorbeeld met Open Raadsinformatie. Het is nog mooier als je kunt laten zien dat het tot beweging leidt, die versterkt wordt door wat wat andere overheden doen. Het is niet alleen maar een BZK onderwerp.

Roxana: Die versterking is erg belangrijk. Als we alleen maar binnen deze kamer dingen bedenken en doen, dan heb je te weinig effect en te weinig impact. Verder willen we natuurlijk voorgang boeken op de vier clusters die we noemden (zie deel 1 van het interview met het beleidsteam).

Angelique: Ik zou ook wel heel trots zijn als er in 2017 een regeerakkoord is waar Open Overheid een onderdeel van is.

Roxana: Wie weet! En op de korte termijn natuurlijk hebben we natuurlijk het Hoe Open? Festival op 12 december. Dat is een mooi jaarevent waar we het verhaal van die verspreiding goed kunnen tonen. De Actiepunten uit het Actieplan krijgen allemaal nadrukkelijk een podium. Zo kunnen ze delen wat ze het afgelopen jaar al leerden. Ook wordt de Stuiveling Open Data Award (SODA) uitgereikt. Dat is een prachtige beloning voor mensen die bezig zijn om Open Data toepasbaar te maken. Ik hoop dat er veel mensen komen en er veel energie is. En ook dat mensen naar huis gaan met tips of nuttige contacten waar ze iets mee kunnen. We hopen zo een sneeuwbaleffect te bereiken.


Teruglezen:
interview beleidsteam Open Overheid deel 1.

Beeld: Quintin van der Blonk

Open Spending Detaildata: alle huishoudboekjes van de overheid op één platform

Open Spending Detaildata: alle huishoudboekjes van de overheid op één platform

De Open State Foundation werkt aan het bevorderen van digitale overheidstransparantie. Tom Kunzler werkt sinds 2013 bij de Open State Foundation en is verantwoordelijk voor het programma politieke en bestuurlijke transparantie. Een van de dingen waar hij zich mee bezig houdt is Open Spending Detaildata, een van de Actiepunten uit het Actieplan Open Overheid. Wat Open Spending Detaildata precies is vertelt Tom in dit interview. Wil je meer weten? Bekijk dan ook de nieuwe instructievideo over Open Spending Detaildata onderaan het interview.

Wat is Open Spending Detaildata?
Gemeenten, provincies en waterschappen geven ons belastinggeld uit. Hun huishoudboekje met inkomsten en uitgaven zetten ze elk jaar in een begroting en een jaarverslag. Dit zijn dikke boekwerken die lang niet altijd even toegankelijk zijn. Daarnaast ziet het huishoudboekje van deze overheden er bij iedere overheidsorganisatie anders uit. Op de website Open Spending verzamelen we daarom alle huishoudboekjes van lokale overheden. Je kunt ze hier bekijken en met elkaar vergelijken. Zo zie je bijvoorbeeld dat de gemeente Hengelo per inwoner meer geld uitgeeft aan groenonderhoud dan de gemeente Enschede. De data op Open Spending kan door iedereen worden gebruikt voor nieuwe analyses, toepassingen, etc. Open Spending Detaildata voegt daar nog gedetailleerde informatie aan toe, zodat je ook ziet hoeveel geld een gemeente uitgeeft aan kantoorartikelen of verwarmingskosten van sportzalen.

“Op de website Open Spending verzamelen we alle huishoudboekjes van lokale overheden.”

 

Waarom is Open Spending Detaildata belangrijk?
Een goede overheid laat zich controleren. Lokale overheden geven ons geld uit. Dit geven ze uit aan de fietspaden waar we op fietsen, schoolgebouwen, onderhoud van het park of goede zorg in de buurt. Om een overheid goed te kunnen controleren is inzicht in de inkomsten en uitgaven vereist. En voor participatie is inzicht in de financiële stromen van de overheid essentieel. Hoe kunnen inwoners Right to Challenge uitoefenen als ze niet weten hoeveel het bedienen van een brug of het maaien van het gras in het park kost?

Verder bleek uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam, in samenwerking met de Academie van de Stad (Amsterdam), dat journalisten, raadsleden en ambtenaren inzicht willen hebben in meer gedetailleerde financiële informatie van lokale overheden. Dat is precies waar we met Open Spending Detaildata mee bezig zijn.

Waar komt jouw motivatie vandaan om Open Spending tot een succes te maken?
Het op een gestandaardiseerde wijze vrijgeven van financiële informatie biedt voor iedereen voordelen. Overheden kunnen zichzelf met andere overheden vergelijken en de samenleving kan nieuwe toepassingen maken met deze data of deze toepassingen juist gebruiken. Ik wil graag bijdragen aan deze omslag.

Waar ben je tot nu toe het meest trots op?
In 2013 ging Open Spending van start in een situatie waarin we bij lokale overheden hun financiële data in een Excel moesten opvragen, de zogenaamde Iv3-data. Nadat 200 overheden deze data vrijwillig met ons deelden, heeft het CBS besloten om deze data voor alle lokale overheden pro-actief en duurzaam als open data te ontsluiten. Dat is wel echt een overwinning waar ik erg trots op ben!

Ook ben ik er trots op dat we met Open Spending Detaildata overheden hebben kunnen overtuigen om financiële data vrij te geven die gedetailleerder is dan ooit tevoren! Dit zijn ontwikkelingen die aantonen dat open data en financiële transparantie steeds normaler worden.

Wat wil je het komende jaar bereiken met Open Spending Detaildata?
Het gaat bij Open Spending Detaildata om kwaliteit en kwantiteit. Kwaliteit willen we verbeteren door de detaildata beter te kunnen standaardiseren en vergelijken. Maar ook om de Detaildata via de gemeentelijke programma-indeling te kunnen visualiseren en ontsluiten en extra functies toe te voegen aan de website. Dit zijn wensen die overheden en hergebruikers van de data hebben. De kwantiteit gaat over het toevoegen van nieuwe overheden zodat het aantal overheden dat Detaildata ontsluit toeneemt.

“We hopen dat de video goed uitlegt waar Open Spending Detaildata over gaat.”

 

Jullie hebben net een nieuwe video gemaakt over Open Spending Detaildata. Wat wil je tegen de kijkers van de video zeggen?
We hopen dat de video’s (een korte video en een langere tutorial) goed uitleggen waar Open Spending Detaildata over gaat, wat het belang ervan is voor diverse groepen mensen en hoe je het kan ontsluiten. Bekijk de video’s dus vooral en heb je vragen of wil je Detaildata ontsluiten of hergebruiken? Neem dan contact met mij op!

Open Spending Detaildata Tutorial: aan de slag met Open Spending Detaildata

 

Beeld (zowel foto als video): Sebastiaan Ter Burg

Beleidsteam Open Overheid stelt zich voor (deel 1)

Beleidsteam Open Overheid stelt zich voor (deel 1)

Het nieuw samengestelde beleidsteam Open Overheid van de directie Democratie en Burgerschap (DenB) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is sinds april 2016 op weg om het Open Overheid beleid vorm en uitvoering te geven. Sinds augustus is het team compleet. Een mooi moment om kennis te maken!

Het beleidsteam, bestaande uit Wouter Jongepier, Niek Marcelis, Angelique Genemans, Laurens Venema en Roxana Chandali (teamcoördinator Open Overheid bij de afdeling Democratie van DenB), ging open met elkaar in gesprek over wat Open Overheid is en over wat je er nu eigenlijk mee kunt. In het tweede deel van het interview praten ze verder over de toekomstplannen en de cultuuromslag naar Open Overheid.

Open Overheid is voor velen een vaag begrip. Hoe leggen jullie Open Overheid uit op een verjaardag?
Wouter
: Ik probeer uit te leggen wat wij als team doen: wij zijn bezig om overheidsinformatie actief openbaar te maken en we promoten dit ook bij andere overheden. Met elkaar willen we zorgen dat er steeds meer informatie van de overheid voor iedereen beschikbaar wordt. Mensen begrijpen het meestal wel. Vaak kennen ze de voorbeelden van Wob-verzoeken (Wet Openbaarheid van Bestuur). Ze kennen vaak de andere kant: dat het gesloten blijft. Dat leest men in de kranten.

Roxana: Bij mensen die iets minder van het onderwerp weten, vertel ik ook altijd wel iets als: de overheid is van ons allemaal en om die reden moeten we goed uitleggen wat de overheid doet en hier verantwoording over afleggen. Die vraag kan ook vanuit de burger zelf komen. Een meer gelijke informatiepositie kan helpen om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. De overheid heeft de waarheid niet in pacht. Er zit heel veel deskundigheid in de samenleving!

Niek: Ik zou ook zeggen: andere tijden vragen om een overheid die anders werkt en zich open stelt. De overheid kan maatschappelijke vraagstukken helemaal niet alleen oplossen in deze netwerksamenleving. Een open aanpak is dus gewoon nodig!

“De overheid heeft de waarheid niet in pacht. Er zit heel veel deskundigheid in de samenleving!”

 

Laurens: Op verjaardagen wil je het natuurlijk niet altijd over werk hebben, maar de vraag “wat doe je?” komt altijd wel. Als ik iets vertel over Open Overheid, dan komt soms iemand met een opmerking over de Wob. Meestal hebben mensen er zelf wel een idee bij: mensen denken dat het een andere manier van communiceren is.

Niek: Die communicatie past bij Open Verantwoording en sluit ook aan bij Passend Contact met de Overheid (PCMO). Gewoon het simpele feit dat je burgers goed uitlegt waarom je een besluit neemt, dat maakt dat mensen het snappen en zorgt dat de acceptatie – ook van een negatieve beslissing – beter is. En dat gaat dus juist over de manier van communicatie.

Angelique: Op verjaardagen zeg ik vaak dat ik het erg belangrijk vind om een duidelijke overheid te hebben. Een Open Overheid in de vorm van informatie die openbaar wordt gemaakt. Bijvoorbeeld met datasets. Als de overheid dat open zet, dan kunnen applicatiebouwers, media, onderzoekers of de politiek met die informatie aan de slag. Het is dan ook leuk om een bekend voorbeeld te noemen, zoals Buienradar. Vroeger was dat betaalde data en nu is dat gewoon Open Data. En iedereen kijkt tegenwoordig wel even op Buienrader voor hij of zij op de fiets stapt.

Laurens: Ik kom veel IT-ers tegen en die hebben veel baat bij Open Data. Bijvoorbeeld omdat ze daarmee applicaties kunnen bouwen. Verder hebben ze soms ook wel een beetje een obsessieve interesse in het concept van openheid en transparantie. Daarbij zie ik ook dat ze het kunnen gebruiken om maatschappelijke vraagstukken op te lossen, maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat het soort mensen dat er mee aan de slag gaat een heel ander idee heeft van wat een goede oplossing is voor een maatschappelijk vraagstuk.

Wouter: Vanuit een ander perspectief bedoel je? Dat is misschien wel aanvullend. Het is misschien niet het perspectief dat we hier hebben, in de beleidskern in Den Haag, maar dat vult het wel goed aan denk ik. Door het open te maken, kun je toch met verschillende perspectieven en verschillende achtergronden met maatschappelijke vraagstukken aan de slag. En als je het niet openmaakt beperk je jezelf tot je eigen invalshoek en blijft het vooral erg beleidsmatig en niet ingegeven door wat de mogelijkheden zijn.

“Als je het niet openmaakt beperk je jezelf tot je eigen invalshoek en blijft het vooral erg beleidsmatig…”

 

Niek: In een open samenleving zijn juist die tegenbewegingen ook erg belangrijk, ook vanuit het democratisch perspectief. Uiteindelijk wordt het dan een politiek vraagstuk hoe je met die tegenbewegingen om gaat.

Wouter: Je kunt inderdaad niet verwachten dat als je alle data opengooit, dat er dan allerlei pasklare oplossingen op je af komen. Dat vraagt natuurlijk altijd een soort samenwerking.

Angelique: Wat ik heel leuk vind is dat we allemaal andere mensen zijn en dat we Open Overheid allemaal op een andere manier uitleggen. En ook aan heel andere mensen. Het is ook wel een heel breed begrip. En het is eigenlijk gewoon onderdeel van een samenleving. Of in ieder geval een voorwaarde voor de Nederlandse samenleving.

Jullie leggen Open Overheid op verschillende manieren, aan verschillende mensen, uit. Hebben jullie ook verschillende invalshoeken over wat Open Overheid oplevert?
Wouter
: Wat de onderzoeksrapporten die openbaar worden gemaakt opleveren weet ik nog niet precies. Het speelt pas zo kort, dus we weten nu niet hoe vaak die de rapporten worden gedownload en door wie. Maar in ieder geval: het is onderzoek gefinancierd met publiek geld, dus ik vind dat je de rapporten sowieso beschikbaar moet stellen voor degenen die daarin geïnteresseerd zijn.

Roxana: De vraag welke impact Open Overheid heeft, is een hele belangrijke en ook een vraag waar we hier veel over nadenken. Hoe maken we de impact beter inzichtelijk? Dat is niet eenvoudig, want Open Overheid kent veel aspecten en verschillende invalshoeken. Maar het is ook wel één van de opgaven waar we hier voor staan: wat heb je aan Open Overheid? Wat kan je ermee? Want op een gegeven moment moeten we ook kunnen uitleggen waarom we Open Overheid willen promoten. Op dit moment komen we dan als snel op de democratische en de economische meerwaarde. Dat is natuurlijk nog vrij abstract. Het zou mooi zijn als we daar iets meer handen en voeten aan kunnen geven.

Laurens: Ik denk ook dat het vrij duidelijk gaat om een vraag uit de samenleving: de samenleving wil meer openheid. We hebben de technische mogelijkheden daar tegenwoordig ook voor, maar wat de gevolgen ervan zijn, dat kun je niet echt van tevoren al onderbouwen.

Roxana: Klopt, maar je kunt het ook achteraf bekijken. We zijn nu een tijdje bezig en we doen allerlei dingen en het zou mooi zijn om iets meer grip te krijgen op wat het oplevert. En te zien welke mensen er gebruik van maken. Kortom: iets meer onderbouwing vanuit te praktijk.

Afgelopen zomer hebben jullie in verdiepingssessies gesproken over de doelen voor het komende jaar. Is die onderbouwing zoeken ook iets waar jullie aandacht voor hebben in de doelen van het Open Overheid beleidsteam?
Niek
: Jazeker, we gaan het verhaal van Open Overheid nog sterker onderbouwen. En we willen daar onderzoek naar laten doen. We willen ook vooral kijken wat er al is. Ook in het buitenland. Misschien komt er via het Open Government Partnership (OGP) nog wat boven tafel. En er liggen ook al sterke voorbeelden, zoals Passend Contact met de Overheid.

Roxana: En aanvullend daarop levert het onderzoek waar Laurens mee bezig is ook een goede bijdrage. Er wordt al heel veel actief openbaar gemaakt en er wordt al veel gepubliceerd.

“We gaan het verhaal van Open Overheid nog sterker onderbouwen.”

 

Laurens: Klopt, ik ben bezig met een onderzoek naar de vindbaarheid van informatie die op dit moment openbaar is. Wat weten mensen nu wel goed te vinden en wat niet en waarom is dat zo? Dit onderzoek zou uiteindelijk inzicht moeten geven in hoe je iets openbaar maakt. Er zijn verschillende manieren om dat te doen en hoe dat nu gebeurt is blijkbaar niet altijd effectief. Dus daar hopen we iets zinnigs over te leren binnenkort en uiteindelijk willen we dat verbeteren.

Kunnen jullie de overige doelen voor het komende jaar samenvatten?
Roxana
: We hebben een mooie lijst van wat we willen doen en wat we moeten doen. En daar zijn een paar grote clusters in te ontdekken:

1. Dat is alles rondom de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). Op dit moment ligt het initiatiefwetsvoorstel Open Overheid in de Eerste Kamer. We moeten afwachten hoe dat verder gaat. De initiatiefwet kan worden aangenomen en dat betekent dat er dan heel wat moet gebeuren om die wet goed te implementeren. Maar de Wob zelf is ook een wet die de nodige aandacht vraagt. Per 1 oktober 2016 is de dwangsom voor de Wob afgeschaft.

2. Dan het cluster actieve openbaarmaking. Dat is een belangrijk cluster omdat we daar veel meer laten zien wat we doen als overheid. En daar kunnen we ook nog wel de nodige voortgang in boeken.

3. Internationaal zijn we aangesloten bij het Open Government Partnership. We zouden ook beter moeten kijken wat we daar uit kunnen halen. Voor onszelf en voor Nederland. Open Overheid speelt in alle landen en er zijn best wel wat landen waar we van kunnen leren. Bijvoorbeeld hoe ze het in de Scandinavische landen, de Verenigde Staten en in Engeland doen.

4. We hebben we ook het Leer- en Expertisepunt Open Overheid als kennisplatform, zodat we deze kennis verder kunnen verspreiden, maar ook ideeën kunnen ophalen en best practises kunnen verzamelen en delen.

Wouter: Natuurlijk denk ik ook aan de onderzoeksrapporten. Vijf departementen hebben meegedaan aan de pilots en daar kunnen we veel van leren. Bijvoorbeeld: hoe krijg je het voor elkaar om informatie actief openbaar te maken? Hoe organiseer je dat? Belangrijk in dit proces is ook dat het normaler wordt voor beleidsmedewerkers om over het openbaar maken van zo’n onderzoeksrapport en over Open Overheid na te denken. Met voorlichting kom je al een heel eind. Uiteindelijk moet het vanzelfsprekend zijn dat als er een onderzoek wordt gedaan, dat het dan ook online wordt geplaatst.

“De cultuurverandering binnen organisaties is één van onze uitdagingen.”

 

Roxana: Dat is inderdaad een belangrijk punt. Alle ambtenaren zouden die openheid veel meer in de genen of in het werkpakket moeten krijgen. Het moet normaal worden. De onderzoeksrapporten kunnen daarbij helpen.

Laurens: Het heeft ook wel te maken met de hiërarchie in organisaties. Ik heb persoonlijk geen reden om niet open te zijn, maar ik moet wel weten dat het van hogerhand is afgedekt. Daar is toch een cultuurverandering voor nodig.

Angelique: De cultuurverandering binnen organisaties is inderdaad één van onze uitdagingen. En daarbij hebben we natuurlijk ook het kabinetsstandpunt ‘open, tenzij’. Daar zitten ook veel randvoorwaarden aan, zoals privacy en veiligheid. Je kunt niet alles openbaar maken, we hebben ook te maken met organisaties die over geslotenheid gaan, zoals de AIVD.

Roxana: In principe is het ‘open’.‘Tenzij’ zit vooral in de uitzonderingsgronden van de Wob. Die zijn duidelijk omschreven en daar kunnen we als overheid goed mee uit de voeten.

 

Lees nu ook deel 2 van het interview met het beleidsteam Open Overheid.

 

Beeld: Quintin van der Blonk

Ambassadeur Open Overheid: “Onder Open Overheid zit een harde business case”

Ambassadeur Open Overheid: “Onder Open Overheid zit een harde business case”

Wist je dat Nederland meerdere ambassadeurs Open Overheid heeft? Wij spraken met één van hen: Jan Andries Wolthuis, voormalig afdelingshoofd bij Binnenlandse Zaken en nu afdelingshoofd Kwaliteit en Professionalisering, bij de directie Voortgezet Onderwijs (ministerie van OCW). Daarnaast is hij zelfbenoemend ambassadeur Open Overheid. Want Open Overheid neemt hij natuurlijk gewoon met zich mee!

Je bent zelfbenoemd ambassadeur Open Overheid. Wat is de rol van een ambassadeur Open Overheid?
Dat ik een ambassadeur Open Overheid ben, heb ik bedacht toen ik stopte als afdelingshoofd bij BZK. Het onderwerp gaat me gewoon heel erg aan het hart en daar wil ik bij betrokken blijven. Ook op mijn nieuwe plek wil ik het Open Overheid gedachtegoed zoveel mogelijk bekend maken én handen en voeten geven. Ik zie mijzelf als iemand die – als het thema aan de orde komt – altijd een steunbetuiging doet aan alles wat bijdraagt aan een meer Open Overheid. Dat is de rol van een ambassadeur.

Ook in de digitale wereld ben ik ambassadeur. Als ik Open Overheid berichten zie, dan zal ik die altijd retweeten. Bij mijn Twitterprofiel staat ook dat ik zelfbenoemd ambassadeur Open Overheid ben. Er zit natuurlijk wel een serieuze ondertoon aan deze zelfbenoeming, maar eigenlijk was het meer een grap dat ik dit bij mijn Twitter profiel invulde.

“Ook op mijn nieuwe plek wil ik het Open Overheid gedachtegoed zoveel mogelijk bekend maken én handen en voeten geven.”

 

Op welke manier heb je Open Overheid meegenomen naar je nieuwe baan?
In mijn werk probeer ik op allerlei manieren rekening te houden met Open Overheid. Als we iets bedenken of opschrijven dan moeten we het meteen openbaar maken. Ons werk moet zo veel mogelijk beschikbaar zijn voor andere mensen, zodat zij er goede dingen mee kunnen doen. In mijn eigen dossiers probeer ik Open Data daarom altijd een plek te geven.

Verder probeer ik in de rol van ambassadeur het enthousiaste verhaal te vertellen en het belang te onderstrepen. Maar ook concreet te kijken of er een stapje gezet kan worden en mensen met elkaar te verbinden. We moesten bijvoorbeeld een vierjarig programma borgen dat was bedoeld om scholen te ondersteunen bij de ontwikkeling van hun school tot lerende organisaties. Daar zijn allerlei producten voor ontwikkeld en er waren databases met informatie. Ik maak me er dan echt hard voor dat die producten ergens op het internet te vinden zijn en dat iedereen de informatie gewoon vrij kan kopiëren en daarop voort kan bouwen.

Waar komt jouw passie voor Open Overheid vandaan?
Open Overheid raakt voor mij aan een aantal waarden die ik persoonlijk heel erg belangrijk vind. De overheid is er niet voor zichzelf, maar voor de mensen in het land. We zetten belastinggeld in om informatie te genereren, dus die informatie moeten we dan ook zoveel mogelijk teruggeven en voor hergebruik ter beschikking stellen.

Het is voor mij echt een persoonlijke overtuiging. Ook omdat ik geloof dat Open Overheid een drijfveer is voor innovatie en kan bijdragen aan het oplossen van ingewikkelde problemen. Want die kan de overheid nooit alleen oplossen. Dat kan alleen samen met andere partijen en je kunt alleen maar effectief samenwerken met partijen in de samenleving – zoals maatschappelijke instellingen, bedrijven of burgers – als je zelf open bent.

“Ik geloof dat Open Overheid een drijfveer is voor innovatie”

 

Ook geloof ik dat de overheid een voorbeeldrol heeft. Je kunt niet verwachten dat bedrijven open zijn over hun productieprocessen of de mate waarin ze wel of niet duurzaam zijn, als je dat als overheid ook niet bent. Tot slot past het bij de aard van een democratie om open te zijn. Daar hoort bij dat iedereen kan meedoen in de besluitvorming en goed geïnformeerd kan zijn. Want anders kan die democratie niet werken.

Bij jou komt Open Overheid echt van binnenuit, wat als dat niet het geval is?
Ik denk dat er drie groepen zijn: er is een groep mensen die van binnenuit denkt: “Dit is van belang en dit sluit aan bij mijn eigen waarden”. Dan heb je de grootste groep die denkt: “Het zou wel mooi zijn, maar ik weet niet goed hoe”. Die groep moet eerst bij anderen zien dat al die beren op de weg in de praktijk wel meevallen. Of sterker nog: dat openheid er bijvoorbeeld juist voor zorgt dat je sneller een besluit in de ministerraad gerealiseerd krijgt, omdat er veel minder maatschappelijke weerstand is op het laatste moment. En je hebt een groep mensen die zich juist niet senang voelen bij een Open Overheid. Die mensen zullen nooit van harte voorstander worden. Misschien moet je die mensen meer een plek geven bij processen waar openheid minder van belang is. En dat is ook niet erg. Niet iedereen hoeft dat in dezelfde mate te doen.

Het is door die tweede groep dat ik erg geloof in de opdracht van het Leer- en Expertisepunt Open Overheid, namelijk goede praktijken zichtbaar maken en laten zien dat het kan. Laten zien dat Open Overheid niet alleen idealisme is, maar dat het ook gewoon helpt. Ik denk echt dat er een hele harde business case zit onder Open Overheid. Processen gaan er beter door en beleid wordt er beter van.

Wat vind jij een goed voorbeeld van processen die beter zijn geworden door Open Overheid?
Ik denk dat duurzaamheid en mobiliteit domeinen zijn waar de beleidsprocessen intensief met maatschappelijke partners worden ingezet. Waar veel informatie wordt gedeeld en waar ook al veel Open Data ter beschikking is gesteld.

Maar ook bij OCW merk ik het in de praktijk. De professionalisering van leraren is een onderwerp waar allerlei organisaties van alles van vinden en waar het van oudsher moeilijk is gebleken om actief informatie met elkaar te delen. Dat proberen we nu meer te doen. Ik merk dat samenwerkingsrelaties soepeler worden en wantrouwen afneemt. Daarmee wordt een basis gelegd om veel meer eensgezind stappen te zetten.

Wat interessant is in het onderwijsveld, is dat we er aan werken om data over hoe scholen het doen openbaar te maken. Ouders en verenigingen vinden het heel prettig dat die informatie nu beschikbaar wordt. En dat de schoolkeuze daardoor minder een soort loterij is.

Wat levert Open Overheid jou op binnen je dagelijkse werkzaamheden?
Toen ik net bij OCW binnenkwam, viel het mij op dat de onderwijssector redelijk in zichzelf gekeerd is. Er zijn gelukkig in de praktijk ook wel andere voorbeelden, maar scholen zijn toch erg met zichzelf bezig: de roosters moeten rond en de leraren moeten er zijn. Veel scholen staan maar beperkt in verbinding met hun omgeving. En dat staat dus haaks op wat ik bij Open Overheid heb geleerd. Je wordt juist effectiever als je die verbinding wel aan gaat.

Dus wat het mij oplevert: ik zie een sterk contrast. Ik ben voortdurend bezig met dat bewustzijn: het besef dat je veel meer in verbinding zou kunnen staan met de maatschappelijke omgeving. Verder probeer ik er bij mijn beleidsprocessen zoveel mogelijk voor te zorgen dat de groep die ‘er wat mee moet’ er ook bij betrokken wordt. We houden ons onder andere bezig met het lerarenbeleid en dat moeten we samen met leraren vormgeven. Helaas is dat bij de overheid nog geen automatisme. Het is dus de rol van de ambassadeur te zeggen: “Wat we niet gaan doen, is hier nu bedenken hoe het moet.” En ik denk dat ik daar toch wel consequent in ben.

“Je wordt juist effectiever als je die verbinding wel aan gaat.”

 

Kun je drie eigenschappen van een ambassadeur Open Overheid noemen?
1. Het is een open deur, maar je moet natuurlijk geloven in het belang van Open Overheid.
2. Open Overheid vraagt om een andere manier van werken. Anders dan mensen gewend zijn. Dus je moet niet bang zijn om vragen te stellen waarvan je weet dat het weerstand oproept.
3. Je moet een realist blijven. Een ambassadeur is geen evangelist, die met een heilige boodschap – ongeacht alles – door wil zetten. Dan sta je gewoon heel snel buiten spel. Er zijn ook andere krachten en die hebben ook hun rationaliteit. Die moet je niet wegschuiven van: die hebben het niet begrepen. Want dat is ook realiteit en daar moet je mee ‘dealen’.

Heb je een favoriete Open Overheid quote?
Ik herhaal wel vaker de uitspraak van Francis Maude, hij was de minister van de Cabinet Office in het Verenigd Koninkrijk en verantwoordelijk voor de organisatie van de Open Government Partnership (OGP) Summit in Londen in 2013. Hij zei: “No force in the world can hold back an idea whose time has come. And transparency is definitely an idea whose time has come.” En dat geloof ik echt. Door informatietechnologie en door het gemiddeld steeds hogere opleidingsniveau, is transparantie niet meer tegen te houden. En er is heel veel winst uit te halen. Ook voor overheidsorganisaties!

Op dit moment zijn er natuurlijk veel discussies rondom de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob) en de Wet Open Overheid (Woo). Er gaan straks allerlei uitvoeringskwesties spelen. Dat gaat geld en capaciteit kosten. Op dat moment kun je in de weerstand modus schieten, maar ik denk echt dat zo’n soort wettelijke hefboom ook nodig is om de overheid bij de tijd te brengen. Want transparantie is de norm. Dus probeer die stap te maken, omarm die beweging en kijk hoe je er als organisatie beter van kunt worden.

“Door informatietechnologie en door het gemiddeld steeds hogere opleidingsniveau, is transparantie niet meer tegen te houden.”

 

Wat zijn jouw tips om zo’n stap te maken?
Kijk ook vooral naar wat er in andere sectoren gebeurt. Al een iets ouder voorbeeld, maar een autofabrikant als Tesla, die zegt: “Wij gaan geen octrooien meer aanvragen voor die accu’s. Deze kennis stellen we gewoon ter beschikking en we zijn niet bang voor de concurrent.” En zo zijn er wel meer voorbeelden, waar men gewoon de sprong voorwaarts waagt. Zo ontstaan nieuwe mogelijkheden.

Tot slot, op je twitteraccount staat ook dat je een schoonheidsgenieter bent. Welk Open Overheid voorbeeld verdient een schoonheidsprijs?
Bijvoorbeeld Breda, waar ze een deel van de begroting als burgerbegroting inzetten: Breda Begroot. Dat vind ik echt schoon! Daarin zit de essentie van wat de overheid te doen heeft: open processen organiseren. Daarvoor moet je mensen goed informeren, want anders kunnen ze niet op een zinvolle manier bepalen waar het geld naartoe moet. Ik vind Breda Begroot een mooi voorbeeld omdat daar dus de verschillende elementen van Open Overheid in zitten: open informatie voor een open proces.

 

Foto: Quintin van der Blonk

“Je hebt vooral een concept nodig waarbij Open Data daadwerkelijk waarde toevoegt”

“Je hebt vooral een concept nodig waarbij Open Data daadwerkelijk waarde toevoegt”

Steeds vaker stellen overheidsorganisaties Open Data beschikbaar, maar wat gebeurt er nou eigenlijk mee? En waar loop je – bijvoorbeeld als ondernemer – tegenaan als je met Open Data wilt werken? We vroegen het Paul Geurts van Kessel van Bleeve (op de foto rechts in blauwe trui). Na een studie Bedrijfskunde, besloot hij tijdens een reis door Indonesië dat hij de rest van zijn professionele carrière een positieve bijdrage wil leveren aan maatschappelijke zaken, met name duurzaamheid. Dat doet hij nu met Bleeve: een digitale marktplaats voor energieneutraal wonen en duurzaamheid rondom het huis.

Wat is Bleeve?
We helpen huiseigenaren om tijd en geld te besparen in het proces om hun huis te verduurzamen. Veel huiseigenaren willen wel verduurzamen, maar toch doen maar weinigen het omdat het regelen ervan veel gedoe is. Je moet kijken wat je opties zijn, je verdiepen in 400 merken zonnepanelen en denken aan subsidies, financiering, een energielabel update bij de overheid, inloggen met DigiD… Kortom veel gedoe! Dat moet makkelijker kunnen, dachten wij.

Op welke manier gebruiken jullie Open Data?
Het begint eigenlijk allemaal met je postcode en vervolgens halen we alle beschikbare relevante data op. Net als bij het boeken van een vliegticket, worden Open Data bronnen ‘leeg getrokken’. Bleeve doet dat onder andere bij het Kadaster, CBS, netbeheerders, en de BAG (Basisadministratie Gebouwen). Dit zijn zowel gratis Open Data bronnen als betaalde data bronnen. We laten de gebruiker zien wat we met behulp van Open Data in 10 seconden over zijn of haar huis te weten komen. Met Open Data zien we de meest relevante woningeigenschappen, zoals: hoeveel zonnepanelen passen er op het dak? Is het een monument, ja of nee? Maar ook het aantal bouwlagen, vierkante meter vloeroppervlakte, de energieverbruiksgegevens, het huidige energielabel, het gemiddelde verbruik in de buurt, noem maar op.

“We laten de gebruiker zien wat we met behulp van Open Data in 10 seconden over zijn of haar huis te weten komen.”

 

Op basis van onderzoek van twee hoogleraren van de universiteiten van Tilburg en Maastricht kijken we ook naar woningwaardestijging. De hoogleraren berekenen ieder kwartaal de correlatie tussen het energielabel en de woningwaarde. En die toont nu eigenlijk ieder kwartaal aan dat huizen met een hoger energielabel, ook een hogere verkoopwaarde hebben. Alle berekeningen doen we dus grotendeels met Open Data en openbaar beschikbare informatie.

Welke informatie gebruiken jullie naast Open Data?
Het beeld is na de berekeningen op basis van Open Data nog niet volledig, want we weten bijvoorbeeld niet of iemand al muurisolatie of tochtstrips heeft. Dat staat nergens geregistreerd. Daarom kun je – net als bij LinkedIn – je profiel compleet maken. Door meer informatie over je woning in te voeren wordt het advies nog accurater. De gebruiker krijgt zo een advies op maat. In een online editor ziet de huiseigenaar per maatregel wat de financiële details zijn. Het zijn maatwerkberekeningen – zonder dat er iemand bij je thuis hoeft te komen – gebaseerd op de eigenschappen van jouw huis en jouw voorkeuren. Er wordt bijvoorbeeld echt naar jouw dakoppervlak en de positie ten opzichte van de zon gekeken.

Wanneer kwam het idee: Open Data, daar kunnen we misschien wel iets mee?
Dat is ontstaan toen we van start gingen. We begonnen eigenlijk in de zakelijke markt, met energiebesparing voor grote gebouwen, zwembaden en kantoren. Daar zagen we dat we zelf de vertragende schakel waren, want we moesten steeds zelf al die gebouwen in en zelf berekeningen doen. Dat was daardoor niet schaalbaar. Toen dachten we: kunnen we die data – die we nu steeds ophalen bij gebouweigenaren – niet ergens vandaan halen. Tijdens onze zoektocht bleek dat die gegevens dus wel ergens bekend waren. We hebben toen een model gebouwd waarmee we de berekeningen op afstand konden doen. Echter, voor grote gebouwen was de tool niet accuraat genoeg. Omdat grote gebouwen, zoals kantoren en scholen, zo uniek zijn. Maatwerkadvies op afstand is dan heel moeilijk.

“Het idee om Open Data te gebruiken was: we doen eigenlijk iedere keer hetzelfde. Kan dat niet slimmer?”

 

Woningen zijn in vergelijking tot zakelijk vastgoed vrij ‘straightforward’. Je hebt een tussenwoning, een hoekwoning, een vrijstaand huis, een appartement en een portiekflat. Die zijn dus veel makkelijker onder te verdelen in categorieën. Zodoende zijn we dat dus voor woningen gaan doen. Maar het idee om Open Data te gebruiken was: we doen eigenlijk iedere keer hetzelfde. Kan dat niet slimmer?

Waar kwamen jullie uit toen jullie naar Open Data gingen zoeken?
Er zijn talloze plekken waar je informatie kunt zoeken. Het is wel redelijk versnipperd. Je hebt de bekende usual suspects zoals het Kadaster en het CBS. Ook op gemeente niveau zijn er vaak nog allemaal bronnen voorhanden, maar die zijn dan niet landelijk beschikbaar. Amsterdam loopt bijvoorbeeld vrij ver voorop met het delen van Open Data. Daar zien we wel gegevens over woningen die we graag op landelijk niveau zouden hebben. Maar aan de andere kant is er wel veel beschikbaar hoor.

Waar liepen jullie tegenaan toen je met Open Data aan de slag wilde?
Dat is vooral de documentatie die bij API’s (databasekoppelingen, red.) geleverd wordt. Als er iets is dat organisaties mogen veranderen is het de documentatie: gewoon goed geschreven documentatie. Ik weet dat onze ontwikkelaars echt dagen, zo niet weken, bezig zijn geweest om te achterhalen hoe het allemaal zat. Terwijl er ook documentatie is van API’s die in drie uur te implementeren is, omdat het heel helder staat opgeschreven op een paar A4-tjes. Sommige organisaties hebben echt een enorm boekwerk.

Wat zijn jullie tips voor overheden die data aanbieden?
Zorg dus voor goede documentatie! Het zijn allemaal wat IT gerelateerde zaken eigenlijk. Gewoon een goede uptime. Voorkomen dat dingen down zijn. Want als je marktpartijen wilt uitdagen om met Open Data aan de slag te gaan, moet de IT-infrastructuur op orde zijn. Als marktpartij ben je namelijk per definitie afhankelijk van die Open Data en van de overheidsorganisaties die het aanbieden. Dus je moet wel 24/7, 365 dagen per jaar, beschikbaar zijn. Niet: “Ja sorry, de server ligt er even uit.” We hebben het nog niet vaak meegemaakt, maar ik weet wel van een rekentool van de overheid op het gebied van energiebesparing, die door een ‘update’ een keer enkele maanden offline is geweest.

“Je hebt vooral een concept nodig waarbij Open Data daadwerkelijk waarde toevoegt.”

 

Heb je ook tips voor wie aan de slag wil met Open Data?
Gewoon doen! Zorg dat je goede ontwikkelaars hebt, maar dat is meer een randvoorwaarde. Je hebt vooral een concept nodig waarbij Open Data daadwerkelijk waarde toevoegt. Je moet goed nadenken over hoe je Open Data wilt gebruiken. En de overheid moet het gewoon aanbieden en er vertrouwen in hebben dat er voldoende slimme mensen, bedrijven of startups zijn die daar waarde uit weten te halen.

Neelie Kroes is nauw betrokken geweest bij startups en voorstander van Open Data. Zij zegt: data is het nieuwe goud, we hebben goud in handen met Open Data. Wat vind je van deze uitspraak?
Ik kan me vinden in deze uitspraak, absoluut. Zo lang er geen privacy schendingen worden gedaan. Je zult mij ook niet horen zeggen dat je gewoon maar alles ‘out in the open’ moet gooien. Je hebt als overheid ook wel de plicht om daar goed naar te kijken, maar met de Wet Bescherming Persoonsgegevens is dat in principe goed geborgd. De datatypen die je nooit open moet gooien, ja die zijn ook zo logisch. Zoals bijvoorbeeld individuele belastinggegevens. Maar verder is er zoveel dat gewoon publiek bekend is, of zou kunnen zijn en daarmee kan leiden tot slimme producten en diensten.

Is er ook nog data waarvan je denkt “als dat ooit als Open Data beschikbaar komt dan spring ik een gat in de lucht?”
Data van het KNMI op lokaal niveau. Bij het KNMI is niet alles open. Bijvoorbeeld niet wat het weer de komende vijf dagen gaat doen. En dat zouden wij juist kunnen gebruiken. Als we weten dat iemand een slecht geïsoleerd huis heeft uit 1974 én dat het hard gaat vriezen in de woonplaats van die persoon, dan kunnen we deze persoon een gericht bericht sturen. Bijvoorbeeld: “Het wordt koud in jouw gemeente. Dit zijn 3 tips om er lekker warm bij te zitten komend weekend”.

“Er is zoveel dat gewoon publiek bekend is, of zou kunnen zijn en daarmee kan leiden tot slimme producten en diensten.”

 

Het vermelden dat je met Open Data werkt hoef je niet perse te doen, veel bedrijven doen dat ook niet. Wat is voor jullie de reden om het wel zichtbaar te maken?
Het is ook wel gewoon mooi! Het is slimmer, je maakt het efficiënter door informatie overal vandaan te halen omdat mensen niet zelf alle gegevens bij elkaar hoeven te zoeken. Je gaat niet het wiel opnieuw uitvinden. Het wiel wordt al zo vaak opnieuw uitgevonden. Door te benadrukken dat we dingen gebruiken die er al zijn, laten we ons innovatieve karakter zien.

Er wordt door ondernemers en de startup scene ook vaak gezegd dat iets rendabels met Open Data ontwikkelen lastig is. Jullie lijken er wel in geslaagd. Wat is jullie kracht?
Open Data is een middel. Open Data is geen concept an sich. Je kunt geen Open Data gaan verkopen, dus je moet echt waarde toevoegen en als ondernemer een goed concept hebben. Dus als het lastig is om er iets mee te doen, dan zegt dat meer iets over de ideeën waarbij Open Data worden toegepast. En dan zeg ik niet dat wij zo goed zijn, want wij hebben ook nog een lange weg te gaan. We zijn nog geen success case in dat opzicht. Het gebruik van Open Data neemt in ieder geval niet de noodzaak weg om een goede ondernemer te zijn en na te denken over hoe je echt waarde toevoegt voor de klant, die bereid is om daarvoor te betalen. Als de klant daar niet toe bereid is dan heb je gewoon een slecht idee. Open Data of niet.


Fotograaf: Martins Mazonis

Jeroen Sprenger – “Ik pleit voor 90% openbaar”

“Ik pleit voor 90% openbaar”

Jeroen Sprenger werkte in de periode 1999-2008 als directeur Communicatie bij het ministerie van Financiën en in de Voorlichtingsraad verenigde directeuren voorlichting vervulde hij de rol van vicevoorzitter. In zijn boek De moeizame slag om het publiek vertrouwen geeft Jeroen Sprenger openheid en openbaarheid een belangrijke plaats. In dit interview praten we met hem over het hoofdstuk ‘Openheid en openbaarheid, sleutels tot publiek vertrouwen’.

“In het rapport Biesheuvel wordt eind jaren zestig geconstateerd dat burgers – beter opgeleid, mondiger, meer onafhankelijk – niet meer vanzelfsprekend het gezag van bestuurders aanvaarden. Een paternalistische of regenteske houding wordt niet langer geduld. Het gezag moet worden verdiend en dat kan door de beleidsvorming in een grotere transparantie te laten plaatsvinden. De Wob is een reactie op die cultuuromslag”, schrijf je in je boek. Hoe staat het met die cultuuromslag?
Biesheuvel durfde vast niet te dromen van hoeveel er nu openbaar is. Als destijds zo’n 10% openbaar was, dan denk ik dat nu zo’n 50% openbaar is vanuit de Rijksoverheid. Zo’n 10% van alle informatie is vertrouwelijk of geheim, denk ik. En dat moeten we zo laten, want daar zijn goede redenen voor. Ik ben groot voorstander van openbaarheid en wat mij betreft hebben grofweg nog 40% te gaan. Mijn voorstel is dat we per direct starten met het openbaar maken van waar we nu mee bezig zijn. En dan vervolgens met terugwerkende kracht, stap voor stap, alles open maken. Ik pleit dus voor 90% openbaar. Dat is voor mij Open Overheid.’

“Biesheuvel durfde vast niet te dromen van hoeveel er nu openbaar is!”

 

Heeft de grotere openbaarheid sinds Biesheuvel geleid tot meer vertrouwen?
Nee, en dat komt doordat iedere keer de verkeerde voorbeelden beeldbepalend zijn. Bijvoorbeeld een brief of nota waarin zoveel is weg gelakt dat deze op een schilderij van Mondriaan lijkt. Daar hoort een publieke professional toch intern tegen te ageren? Als je je inleeft in de ontvanger van zo’n onleesbaar gelakte nota of brief, wat zou je dan zelf doen? Het valt mij op dat een Wob-besluit (Wet openbaarheid van bestuur) van een departement steeds vaker voor de rechter komt en dat de departementen dan alle hoeken van de rechtszaal zien. Voor de beeldvorming is het ook negatief dat de rechter eraan te pas moet komen.

Hoe ging je zelf om met openbaarheid als directeur Communicatie bij het ministerie van Financiën?
Mijn doel was om Wob-verzoeken zo veel mogelijk te voorkomen. De Wob geeft al heel helder aan dat de informatie niet van de bestuurder is, maar van de burger. Daarom zorgde ik voor een korte lijn met de bewindspersonen zodat zij wisten welke informatie we op welk moment zouden geven. En vaak zorgde ik voor een gesprek tussen de vraagstellers, vaak journalisten, en de behandelend ambtenaar. Op een enkele uitzondering na is dat altijd goed gegaan. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de reconstructie van de Icesave affaire. Dat leverde een win-win situatie op: de krant presenteerde een onthullende reportage en het ministerie van Financiën liet zien dat zij open was over wat er feitelijk was gebeurd.’

“Sleutels naar openheid en openbaarheid zijn bij professionele overheidsvoorlichters in goede handen.”

 

Zorgde dat voor vertrouwen?
Ja, bij voorbeelden als Icesave zeker wel.

In hoeverre was dat een moeizame slag?
Binnen departementen is er vaak tegenstand vanuit de ambtelijke top. Daarom is het belangrijk dat je als directeur Communicatie naast korte lijntjes met de bewindspersonen ook goede afstemming hebt met de Secretaris-Generaal (SG). Als dat niet zo is, dan word je vaak overruled doordat de ambtelijke top druk uitoefent om onwelgevallige informatie niet vrij te geven.’

Welk belang vertegenwoordigen zij?
Niet echt een belang, eerder angst. Ambtenaren houden informatie vaak onterecht geheim, omdat ze denken daarmee een bewindspersoon te beschermen. Op korte termijn werkt dat misschien wel, maar op lange termijn zijn de reputatieschade en politieke schade voor bewindspersoon en departement ongelofelijk groot.

“Oprechte openheid is veel gemakkelijker en minder risicovol dan de schijn ophouden dat je open bent.”

 

Waarom is die schade dan zo groot?
Omdat uit het achterhouden van informatie schaamte blijkt. Zo creëer je als ambtenaar onbedoeld een scoop voor journalisten die er vaak toch wel achter komen. Dat is veel gevaarlijker dan gewoon zelf onthullen dat er iets verkeerd ging. Neem als voorbeeld ‘de bonnetjes’, de declaraties van bewindspersonen. Nu deze standaard openbaar zijn, is het aantal krantenberichten en de omvang ervan flink afgenomen. En waarom moet het geheim zijn in welk type auto een minister rijdt of wordt rondgereden? In Duitsland zetten ze dat wél gewoon op de ministeriële website. Als burgers dat willen weten, dan dient het toch geen enkel belang om die informatie achter te houden?

Wat is dan het werkelijke belang?
Bewindspersonen en ambtenaren willen niet verrast worden. Als je bewust open bent, dan kun je niet verrast worden. Oprechte openheid is veel gemakkelijker en minder risicovol dan de schijn ophouden dat je open bent.

Volgens sommigen leidt openheid niet tot vertrouwen, maar is er sprake van het omgekeerde: geslotenheid bij gevoelige kwesties leidt tot wantrouwen. Hoe kijk jij daar tegenaan?
Volgens mij is er in de samenleving een krachtige beweging voor meer openheid en daar moet je als overheid in mee gaan. Daar heb je de instrumenten voor, dus benut die ook. Kijk eens naar de technologische ontwikkelingen die dat allemaal mogelijk maken. Toen de Wob ontstond, stond alles nog op papier. Nu is alles digitaal en dus snel en met geringe kosten openbaar te maken. En als je voor 90% open bent – zoals ik voorstel – dan kun je ook veel beter uitleggen dat je in 10% van de gevallen niet open bent. Dat is ‘open, tenzij’ in plaats van de huidige situatie die zich toch nog overwegend als ‘gesloten, tenzij’ laat kenschetsen.

“Wees reëel: uiteindelijk komt een onwelgevallig stuk vaak toch wel bij de media terecht.”

 

Wat gebeurt er als een bewindspersoon of de ambtelijke top een onwelgevallig document niet wil publiceren?
Velen zien ‘nee’ zeggen als moeilijk, terwijl het juist onderdeel van je professionaliteit is. Als ambtenaar wil je toch dienstbaar zijn aan bewindspersoon én de maatschappij? Een bewindspersoon wil toch ook niet dat informatie die onterecht niet gegeven is toch gepubliceerd moet worden? Je kunt best tegen een minister of staatssecretaris zeggen: “U bent mijn opdrachtgever en de maatschappij is mijn klant”. Ik vind dat een kwestie van integriteit en goed ambtelijk vakmanschap. En wees reëel: uiteindelijk komt een onwelgevallig stuk vaak toch wel bij de media terecht. Het lekt bij de rijksoverheid aan alle kanten. Onderzoek van de rijksrecherche heeft slechts in één geval iets opgeleverd; die vele andere onderzoeken naar het lekken van geheime informatie hebben nog nooit iets opgeleverd. Ik heb nooit begrepen waarom ambtenaren, Kamerleden of bewindspersonen lekken. Wat heb je eraan als je naam er niet bij staat? Ik vind openheid en openbaarheid een kwestie van integriteit. Onrechtmatig informatie geven of onrechtmatig informatie achterhouden is allebei niet integer.’

Wat stel je voor?
De overheid moet afscheid nemen van die defensieve cultuur. Gestimuleerd door de adviezen van de commissie ‘Wallage’ en technisch geholpen door de ICT-ontwikkeling is sinds de millenniumwisseling ook de toegankelijkheid van veel overheidsinformatie verbeterd. Verantwoordingsdag en de aanpak van VBTB (Van Beleidsvoorbereiding Tot Beleidsverantwoording) zijn daar bijzondere voorbeelden van. De eer voor deze veranderingen komt niet alleen de overheidsvoorlichters toe. Maar voor het feit dat ze binnen de algehele sfeer van openheid die de overheid nastreeft hun rol hebben gepakt, verdienen ze krediet.’

“Onrechtmatig informatie geven of onrechtmatig informatie achterhouden is allebei niet integer.”

 

Hoe wil je de defensieve cultuur doorbreken?
Je mag verwachten dat de directie Voorlichting sterker denkt in het belang van burgers dan het ambtelijk apparaat als geheel. Geef daarom de directeur Communicatie meer bevoegdheden in het bepalen of iets wel of niet openbaar mag worden. Nu is vaak de door de ambtelijke top aangestelde Wob-ambtenaar degene met het laatste woord. De directeuren Financieel-Economische Zaken (FEZ) worden voor hun control taken door de Kroon benoemd omdat ze onafhankelijk moeten zijn. Zo’n constructie wil ik ook voor de directeuren Communicatie voorstellen. In het boek heb ik dat voorzichtiger geformuleerd, maar in de kern is dit wat ik wil. Sleutels naar openheid en openbaarheid zijn bij professionele overheidsvoorlichters in goede handen.

De moeizame slag om het publiek vertrouwen

Donderdag 24 maart 2016 is Sprengers boek De moeizame slag om het publiek vertrouwen gepresenteerd. Wim Kuijken, oud-secretaris-generaal van Algemene Zaken, overhandigde het eerste exemplaar aan Jacques Wallage, die eerder voorzitter was van de commissie Toekomst Overheidscommunicatie. Diens rapport vormt de rode draad in het boek. Het boek is online te koop via de webshops De Bink en Managementboek. Daarnaast is het boek via deze link gratis te downloaden. Het boek van Jeroen Sprenger bevat vele citaten en bronverwijzingen én blijft boeien door de vele persoonlijke observaties en raak opgeschreven anekdotes.

Hier lees je meer over Jeroen Sprenger of over De moeizame slag om het publiek vertrouwen.

 

Beeld: Quintin van der Blonk

Guido Enthoven – “Doorbreek het informatiemonopolie”

“Doorbreek het informatiemonopolie”

Raadslid.nu publiceerde in maart ‘Raadslid en Open Overheid’, een onderzoeksrapport met specifieke aanbevelingen voor raadsleden die willen werken aan een Open Overheid. Guido Enthoven, directeur van het IMI (Instituut Maatschappelijke Innovatie) was een van de schrijvers van het rapport. Wij spraken met Guido over het rapport, zijn proefschrift ‘Hoe vertellen we het de kamer?‘ en zijn rol bij het manifest ‘Onze Overheid, Onze Informatie‘ dat een belangrijke rol speelde bij het opstellen van het Actieplan Open Overheid 2016 -2017.

Als gemeenteraadsleden alle aanbevelingen uit het onderzoeksrapport opvolgen, wat levert dit dan op voor Nederland?
Ik denk dat je dan een grote impuls krijgt voor een Open Overheid op lokaal niveau. Dat betekent bijvoorbeeld dat er in één of twee jaar tijd lokaal heel veel meer data openbaar worden gemaakt. Ontsluiting kan via een gemeentelijk portal of via een gezamenlijk portal met buurgemeenten of landelijk, bijvoorbeeld via VNG/KING of via data.overheid.nl. Dit zal zich de komende tijd uitkristalliseren. Gemeenten zijn daarin zelf aan zet. Voor de onderlinge vergelijkbaarheid lijkt mij het heel prettig als zich standaarden uitkristalliseren. Voor dit ‘aanbod-gedeelte’ kunnen raadsleden heel veel betekenen.

Daarnaast zou het geweldig zijn als er gemeenten ontstaan die ‘open by default’, of ‘open by design’ zijn, desnoods bij één afdeling om het uit te proberen. Ik meen dat dit in Hamburg ook al zo is: de raad nam een motie aan waarin staat dat ze alle informatie in beginsel standaard openbaar gemaakt willen hebben. Dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat je dat hele gedoe met persoonlijke beleidsopvattingen helemaal aan het begin van het proces moet regelen. Dat inregelen is maar een half jaar wennen hoor. Daar komen ambtenaren wel overheen.

Wat kan het maatschappelijk effect van Open Overheid zijn?
Ik denk dat transparantie en openheid nauw samenhangen met effectiviteit. De Verenigde Staten kent bijvoorbeeld de sunshine laws en daaruit spreekt het reinigende effect van transparantie, daar geloof ik in. Negatief geformuleerd krijg je minder corruptie en positief geformuleerd krijg je dat gemeenten hierdoor slimmer bezig zijn met onderwerpen zoals werkgelegenheid, armoedebeleid, zorg en andere beleidsterreinen. Ons belastinggeld wordt dus slimmer uitgegeven omdat overheden van elkaar en van de maatschappij kunnen leren. Kijk bijvoorbeeld naar www.openspending.nl een website waarop je alle gemeentelijke begrotingen en uitgaven met elkaar kunt vergelijken. Dat is enorm leerzaam om te zien, want het ligt voor de hand wat je doet als je ziet dat jouw gemeente hetzelfde resultaat boekt voor het dubbele van de kosten van een buurgemeente.

“Ik wil een verschuiving van aandacht naar de vraagkant en gebruikerskant van Open Overheid.”

 

Een ander gedeelte is misschien nog wel veel spannender: welke maatschappelijke initiatieven gaan er ontstaan op basis van nieuwe data en documenten van de overheid? Natuurlijk denk ik dan aan de weer- en verkeersapps op landelijk niveau, maar die toepassingen met een business model die zullen sowieso wel ontstaan. Wat zijn de toepassingsmogelijkheden voor de data en documenten die vooral maatschappelijk interessant zijn? Het beantwoorden van die vraag is de grootste opgave van de komende jaren. Dan gaat het veel meer om de vraagkant van Open Overheid. Daar moeten ook raadsleden veel meer tijd en energie op zetten. Dat levert hen een overheid op die veel slimmer leert en presteert. Bijvoorbeeld doordat inzicht in verkeersstromen ontstaat en stoplichten daardoor handiger afgesteld kunnen worden. Resultaat: minder files.

De gemeente Utrecht is bijvoorbeeld bezig met datagedreven sturing. Ik vind dat je als bewoner gewoon naar die ambtenaren toe moet kunnen stappen en kunnen zeggen: “Ik ben zelf niet zo handig met Excel maar ik zou wel graag deze verbanden tussen verschillende datasets willen zien. Kan u mij dat leveren?” Zoiets zie ik voor me. Ook op nationaal niveau mis ik dat. Dat haalt Open Overheid wat uit de hoek van technisch geschoolde types die overwegend koude pizza’s eten. In de kern wil ik dus een verschuiving van aandacht naar de vraagkant en gebruikerskant van Open Overheid.

Wat was jouw rol bij het manifest ‘Onze Overheid, Onze Informatie’?
Dit ontstond op het Doe Open Festival op 18 mei vorig jaar. Samen met anderen realiseerde ik me dat het zeker geen kwaad kan om een sterk maatschappelijk geluid af te geven, omdat een Open Overheid vrijwel altijd op ambtelijke tegenwind kan rekenen. Ik kende nogal wat maatschappelijke organisaties die bezig zijn op dit gebied dus we konden vrij snel een bijeenkomst organiseren. Ik had daarbij een rol van aanjager en penvoerder. De Waag bood haar ruimte aan en vooraf stuurden alle organisaties al input rond. Eind juni kwamen we bij elkaar en op basis van de kernthema’s die we vooraf in beeld hadden, ontstond er na wat schrijfwerk in de zomer in september al een gezamenlijk gedragen manifest.

“Open Overheid kan vrijwel altijd op ambtelijke tegenwind rekenen.”

 

Hoe sluit dit aan bij het Instituut Maatschappelijke Innovatie (IMI)?
Wij werken aan drie hoofdthema’s: nieuwe democratie, open overheid en groene economie. Wij denken in termen van maatschappelijke problemen of urgenties en maatschappelijke innovaties die een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen ervan. Daarbij is het belangrijk om netwerken van stakeholders te mobiliseren. Een manifest zoals ‘Onze Overheid, Onze informatie‘ is een mooi natuurlijk culminatiepunt van het denken van een bepaald netwerk over een bepaald thema.

Kaat Goderie beschrijft hoe zij namens het ministerie van BZK is omgegaan met het manifest, namelijk: “Dat we als schrijvers van het Actieplan nog een keer kritisch gingen kijken naar de inhoud. Het manifest hielp ons bijvoorbeeld ook in de gesprekken met andere departementen. Het zijn dan niet meer de punten van BZK, maar een behoefte die breder leeft.” Wat vind je daarvan?
Heel mooi, daar hoopten we ook op. Overigens gebruik ik het manifest zelf ook om het bijvoorbeeld toe te sturen naar Kamerleden die betrokken zijn bij het initiatiefwetsvoorstel Wet open overheid (Woo). Er ligt nu volgens mij – na allerlei aanpassingen – een veel evenwichtiger wetsvoorstel wat inmiddels in de Tweede Kamer met ruime meerderheid aanvaard is. Dit wetsvoorstel past mijns inziens ook prima bij wat er in het Actieplan Open Overheid staat. Het één versterkt het ander en omgekeerd. Daarbij wil ik nog wel even duidelijk stellen dat ik de wijze waarop het proces rond het nieuwe Actieplan is vormgegeven – een dialoog met alle maatschappelijk betrokkenen – een na te volgen voorbeeld voor andere departementen vind.

Jouw proefschrift ‘Hoe vertellen we het de kamer?‘ ging over de informatierelatie tussen regering en parlement. Kun je dit kort samenvatten?
Het informatiemonopolie van de regering moet op de schop. Een kenmerkend citaat uit mijn proefschrift gaat over het beantwoorden van Kamervragen: “Naarmate een tekst door de ambtelijke piramide omhoog gaat, wordt het antwoord steeds vager gemaakt. Vervolgens wordt er door een afdeling voorlichting nog een zekere blijmoedigheid aan toegevoegd, waardoor een antwoord ontstaat dat globaler is en minder gericht op de vraag van het Kamerlid.” Wanneer ik dit citaat gebruik in presentaties, dan hoor ik ambtenaren vaak gniffelen. Ze herkennen het; zo gaat het vaak.

“Als de Wet open overheid wordt aangenomen, dan zal het parlement daardoor ook ruimhartiger worden geïnformeerd.” – Guido Enthoven

 

In mijn proefschrift zeg ik dat je artikel 68 van de grondwet (over de informatierelatie tussen regering en parlement) zo moet interpreteren dat de regering niet alleen een voorstel moet leveren aan het parlement met bijbehorende argumentatie maar ook alle relevante feiten, risico’s en beleidsalternatieven. Zo’n type van formulering zit nu ook wel in de initiatiefwet Open Overheid (Woo). Als de Wet open overheid ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen dan zal het parlement daardoor ook ruimhartiger worden geïnformeerd.

Hoe denk je over het onderwerp actieve openbaarheid?
Het onderwerp actieve openbaarheid is als principe al beschreven in de Wob, de Wet openbaarheid van bestuur. Dit principe krijgt in de praktijk helaas te weinig navolging. In de Initiatiefwet Open Overheid krijgt het onderwerp actieve openbaarheid concreet handen en voeten: er wordt explicieter gedefinieerd welke categorieën informatie er dan actief openbaar gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld jaarplannen en evaluaties van directies op ministeries en agenda’s en besluitenlijsten van de Ministerraad. Dit en het voorstel voor een informatieregister kunnen het begin zijn voor een zindelijker informatiebeheer door de departementen.

“Het principe actieve openbaarheid krijgt in de praktijk helaas te weinig navolging.”

 

De tijdelijke Tweede Kamer commissie Elias kan daar bijvoorbeeld over meepraten: “De overheid heeft haar informatievoorziening niet op orde. De commissie heeft informatie regelmatig ontijdig, incompleet en soms ook incorrect ontvangen. Departementen hebben hun digitale archieven niet op orde en trekken zich niets aan van wettelijk vereiste bewaartermijnen. En bij sommige heel gevoelige kwesties leek er soms helemaal geen informatie voorhanden.” Dit is een klacht die in de afgelopen 25 jaar van verschillende parlementaire enquêtecommissies te horen is geweest. Kort gezegd: het is een beetje een rommeltje. En ik snap dat ook wel, want zo gaat dat op een departement. Daar zitten allemaal kenniswerkers en de helft tot driekwart trekt zich niets aan van de instructies dus die bewaren alle documenten gewoon op hun eigen individuele schijven, c-schijf, m-schijf of hoe ze ook mogen heten. Ze worden daar ook niet op afgerekend.

Als een medewerker verdwijnt, dan verdwijnt vaak ook vrijwel geheel zijn of haar persoonlijke archief. Een informatieregister kan ervoor zorgen dat departementen al die informatie beter in beeld houden en bewaren. Je ziet overigens ook onder het huidige Wob-regime wel interessante experimenten. BZK is een pilot gestart met de informele aanpak van Wob-verzoeken. Het IMI heeft die pilot mogen begeleiden. Daarbij ga je met de verzoeker in gesprek over zijn of haar behoeften. De resultaten zijn veelbelovend. Het leidt tot snellere doorlooptijden, lagere kosten en grotere tevredenheid van verzoekers en behandelend ambtenaren.

“Ik ben blij dat de huidige voorzitter van de Tweede Kamer, mevrouw Arib, de informatiepositie van de Tweede Kamer tot prioriteit heeft benoemd.”

 

Je zegt dat de kern van je proefschrift is dat het informatiemonopolie van de regering op de schop moet. In hoeverre is dat gebeurd?
Sinds het verschijnen van mijn proefschrift in 2010 is er geen kabinet meer geweest dat kon rekenen op een stabiele meerderheid in de Tweede Kamer én Eerste Kamer. Dit betekent dat er ondertussen wel gericht meer informatie is gedeeld met de niet-regeringspartijen die per besluit nodig waren voor een Kamermeerderheid. Een van de conclusies uit mijn proefschrift was dat coalitiepartijen een sterkere informatiepositie hebben dan oppositiepartijen. Als coalitiepartij wordt je vooraf op het departement uitgenodigd om je inbreng uit te onderhandelen. Als oppositiepartij wordt je drie tot zeven keer doorverbonden en kom je uiteindelijk bij de afdeling Voorlichting terecht en krijg je nog niets te horen. De belangrijkste conclusies uit mijn proefschrift gelden daarmee nog steeds. Ik ben blij dat de huidige voorzitter van de Tweede Kamer, mevrouw Arib, de informatiepositie van de Tweede Kamer reeds in haar sollicitatiebrief tot prioriteit heeft benoemd.