Expertisepunt Open Overheid

“Ik wil van openbare naar bruikbare informatie” – Pascale Georgopoulou

“Ik wil van openbare naar bruikbare informatie”

Pascale Georgopoulou, de griffier van de gemeente Amstelveen, stelt zich met publicaties zoals De Glazen Gemeente op als een ambassadeur voor Open Overheid. We keken met Pascale in de glazen bol: welke beelden heeft zij van het gebruik van raadsinformatie in de toekomst? En wat is de stand van zaken van de pilot Open Raadsinformatie waar Amstelveen aan deelneemt?

Als we jou een toverstaf zouden geven, wat zou je daarmee toveren?
Orde in de chaos van informatie. Als ik naar mijzelf kijk bijvoorbeeld: van de scholen van mijn drie kinderen moet ik in diverse digitale systemen inloggen voor nieuwsbrieven, mededelingen, cijferlijsten, absentieoverzichten, enzovoort. En dan heb ik het nog niet eens over Twitter en Facebook van de scholen voor de leuke dingen. Ik heb zowat een personal assistent nodig om alleen al dit stukje privé-informatie te managen. Als het gaat om gemeentelijke informatie, dan is dat minstens zoveel en net zo chaotisch. In mijn glazen bol zie ik dat de hoeveelheid informatie toeneemt, de tijd om deze te verwerken afneemt en de behoefte aan bruikbare informatie groeit. Elke inwoner een personal assistent? Een beetje orde zou in elk geval helpen!

“Het structureren, filteren en wegen van informatie is aan de gebruiker.”

 

Wat is er dan nodig om orde te scheppen in deze overvloed aan informatie?
Als griffier heb ik een ingebakken behoefte aan orde! Met mijn toverstaf zou ik informatie structureren naar thema, filteren naar relevantie en wegen naar belang ten behoeve van diegenen die ik ondersteun, de raad en hen die zij vertegenwoordigen, de inwoners van de gemeente. Het gaat om: wat doe je met al die informatie? Met andere woorden: is de informatie bruikbaar? Ik heb altijd gedacht dat dit met een goede tool zou lukken. En als de tool er niet is, dan ontwikkelt iemand die vast wel. Ik kom er steeds meer achter dat iets anders nodig is. Het belang dat iedereen aan informatie hecht en wat hij of zij ermee doet bepaalt iedereen zelf, zeker als het om politieke fracties gaat. Het structureren, filteren en wegen van informatie is namelijk aan de gebruiker. De griffie kan suggesties en middelen aanreiken, zorgen dat er een basisvoorziening is en vooral op zoek gaan naar oplossingen die nog niet zijn verzonnen. Voor de tegenwoordige informatie-overload hebben wij nog geen goede aanpak.

Weten wij eigenlijk wat de toekomst brengt op het gebied van informatie?
In je eigen context weet je welke knelpunten je ervaart, maar kun je de oplossingen niet goed formuleren. We leven in een wereld van ‘nietjes en snelle paarden’. Toen ik raadslid was (1994-1998) kreeg ik de raadsstukken nog op papier, de bode schoof deze door de brievenbus. Vaak was de stapel zo dik dat het nietje eruit schoot en alle papieren door elkaar op de deurmat lagen. Had iemand het mij gevraagd dan had ik een goed, stevig nietje of een ringband gewenst. Ik had nooit om een app voor digitaal vergaderen kunnen vragen. Het zou niet bij mij opkomen, het zat niet in mijn denkframe. Zoals Henry Ford zei: als ik de klant had gevraagd wat hij wilde, dan had hij gezegd: een sneller paard. Dat betekent dat ik als griffier moet kijken wat mijn raadsleden nodig hebben, hier en nu, maar ook proberen verder in de toekomst te kijken naar wat er kan komen op het gebied van raadsinformatie. Ik heb heel wat ‘af-ge-pilot’ de laatste jaren! Elke keer een stapje verder. Wij hebben recent meegedaan aan de pilot Open Raadsinformatie, om te ontdekken of dit de toekomst is.

“Als griffiers zitten wij op een knooppunt van informatie, tussen gemeente, raad en inwoners; daar moeten wij iets mee.”

 

Wat is er uit de pilot Open Raadsinformatie gekomen?
Raadsinformatie is weliswaar openbaar, maar de toegankelijkheid laat te wensen over. Zoektermen, bestandsformats, zelfs voor insiders is het een hele zoektocht, terwijl wij ons best doen voor meer transparantie en openbaarheid. Zou het mogelijk zijn om informatie zo aan te bieden dat ze uniform is en geschikt voor hergebruik? Ik laat het hele technische gedoe achterwege over bestandsformats, apps, API’s en metadatering. Waar het mij om gaat is of raadsleden, inwoners, journalisten, analisten iets met de informatie kunnen. De Tweede Kamer doet het, waarom wij als gemeenten niet? De pilot is getrokken door VNG, BZK en de Open State Foundation. Amstelveen en vier andere gemeenten deden eraan mee. Informatie, zoals notulen, agenda’s en besluiten zijn nu vrijgegeven als Open Data. Het is een klein beginnetje. Voor het eerst is raadsinformatie beschikbaar voor hergebruik. Ontwikkelaars kunnen nu met deze open raadsinformatie aan de slag. De pilot heeft ook tot aanbevelingen om open raadsinformatie te verbeteren en op te schalen naar andere gemeenten. De inzichten en aanbevelingen zijn voor de VNG aanleiding om met het project verder te gaan in het kader van de Digitale Agenda 2020. Het staat tevens in het Actieplan Open Overheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Wat hoopte je dat er uit de pilot Open Raadsinformatie zou komen?
Ik had geen duidelijk beeld. Ik hoopte vooral dat wij er veel van zouden leren. Bij techniek denk je vaak: dat moet toch kunnen. Maar ja, iemand moet het dus doen! Data open stellen is de basis, vervolgens moet iemand er iets mee doen. Ik ben heel benieuwd welke nieuwe structuren en nieuwe toepassingen mensen gaan vinden voor die berg open raadsinformatie.

“Welke andere partijen stemden het vaakst mee met mijn voorstel? En klopt het stemgedrag met de verkiezingsbeloften?”

 

Hoe kijk je aan tegen het risico dat iedereen dan selectief gaat shoppen in die data?
Dat kan nu ook. Denk daarbij aan vervalsing, plagiaat, identiteitsfraude et cetera. Er zijn vele risico’s zowel bij papieren als bij digitale informatie. Risico’s zijn er om te onderkennen en te managen. Om eerlijk te zijn heb ik er vertrouwen in dat tegenover een iemand die kwaad wil, er minstens tien mensen staan die goed willen.

Welke beelden heb jij van de toekomstige raadsinformatie?
Als wij aan de ‘voorkant’ informatie via Open Data beschikbaar stellen zou het mogelijk zijn dat bijvoorbeeld het stemgedrag per lid in de raad zichtbaar is, als iemand dat relevant vindt. Deze informatie staat nu ‘verstopt’ in de notulen, maar kan eruit worden gefilterd en in één mooi overzicht samengebracht. Voor politieke partijen is dat interessant om te zien: welke andere partijen stemden het vaakst mee met mijn voorstel? Maar ook voor inwoners is dit interessant, want dan is makkelijker controleerbaar of het stemgedrag klopt met de verkiezingsbeloften. Als dat gaat lukken dan heeft mijn toverstaf gewerkt: een heldere structuur, duidelijke filters en iedereen kan zelf besluiten wat met de informatie te doen.

Welke andere mogelijkheden zie je voor toekomstige raadsinformatie?
Naast Open Raadsinformatie lijkt het mij gaaf om een nieuwe vorm van raadsvoorstellen te bedenken. Het zijn nu nog digitaal gemaakte a4-tjes. Wat zou er gebeuren als dat mini-websites zouden worden? Dat je daar kunt klikken naar dieperliggende lagen, op linkjes, filmpjes, chats enzovoort, misschien chronologisch gestructureerd, misschien thematisch, vul maar in. Lijkt mij nuttig voor raadsleden en inwoners.

Denk je dat inwoners behoefte hebben aan dergelijke informatie?
Democratie op straat en in de raad valt of staat met de beschikbaarheid van relevante informatie. Waar moet je anders je mening of oordeel op baseren? Maar inwoners willen vooral worden gehoord door raadsleden. Wij moeten heel kritisch kijken op welke manier dat kan. Al dat structureren, filteren en wegen van informatie, waar ik het net over had, daar trekt de samenleving zich namelijk niets van aan. Ik denk dat de raad veel beter kan aansluiten bij wat er al in de samenleving is, aan communities. Dus niet als gemeente een community maken en daar dan mensen heenlokken, maar andersom: aansluiten bij communities die er al zijn rond scholen, culturele instellingen, enzovoort. Daar het gesprek aangaan.

“Raadsinformatie is weliswaar openbaar, maar de toegankelijkheid laat te wensen over.”

 

Heb je nog een hartenkreet?
Als griffiers zitten wij op een knooppunt van informatie, tussen gemeente, raad en inwoners; daar moeten wij iets mee. Wij worden steeds meer informatiemanager. Informatie- en ICT-vaardigheden zijn tegenwoordig onmisbaar voor griffiers. Hoe eng en complex het ook lijkt, wij moeten in het belang van onze raad techniek en inhoud verbinden.

“De cultuur van ‘wij weten wel wat goed voor u is’ is totaal aan het veranderen” – Arjan el Fassed

“De cultuur van ‘wij weten wel wat goed voor u is’ is totaal aan het veranderen”

Als Tweede Kamerlid vroeg Arjan el Fassed zich een aantal jaar geleden af waarom Nederland nog niet aangesloten was bij het Open Government Partnership (OGP). Hij initieerde dat Nederland onderdeel werd van dit internationale netwerk en zo geschiedde. Inmiddels als directeur van de Open State Foundation blijft hij zich inzetten voor meer openbaarheid van overheidsinformatie.

Hoe begon dat destijds, de aansluiting bij het Open Government Partnership?
Obama heeft in 2009 aangegeven dat hij transparantie erg belangrijk vond. Hij nodigde daarom een aantal landen uit om over Open Overheid te praten en onderdeel te worden van het Open Government Partnership. Als je dan nagaat dat Nederland vaak hoog eindigt op allerlei lijstjes als het gaat om e-Government, verbaasde ik me erover dat Nederland toen niet bij de koplopers zat. Het leek mij goed als Nederland daar onderdeel van uit zou maken en inmiddels is dat het geval. Persoonlijk werd mijn interesse destijds ook gewekt omdat ik me bezighield met ontwikkelingssamenwerking. Daar zag ik dat er veel meer informatie was dan er gedeeld werd. Daarnaast was er nogal wat chagrijn van belastingbetalers die wilden weten waar het geld terecht kwam. Het leek mij goed dat we daar transparant over zouden zijn en de kracht van Open Data is dat je het vervolgens ook kunt delen, en de data hergebruikt kan worden door anderen.

Wat zie jij als resultaat van het Open Government Partnership?
Wat OGP vooral doet is een soort peer pressure vanuit andere landen. Je moet zelf een Actieplan hebben, die moet je zelf als land evalueren, er wordt een onafhankelijke review op gedaan en je moet het plan opstellen in samenspraak met maatschappelijke organisaties en anderen. Er zitten een aantal regels aan vast, die niet geforceerd kunnen worden, maar die wel druk op de ketel kunnen houden. Ik denk dat dat heel goed is. Daarnaast is het voor internationale uitwisseling een heel mooi platform. Ook voor Nederland om te laten zien wat er hier gebeurt, bijvoorbeeld in het geval van Openspending. Nederland kan andere landen laten zien hoe je dat doet. Daarvoor is zo’n platform heel goed. En ook ter inspiratie, om te kijken wat er in de landen om ons heen gebeurt. Heel veel landen verschillen van elkaar. Zo hebben we in Europa meer moeite met transparantie, maar de kwaliteit van onze data is vaak wel beter dan die in Amerika bijvoorbeeld, waar veel meer data beschikbaar is. Het is interessant om die verschillen te bekijken en van elkaar te leren. 

“In Nederland zijn we vrij goedgelovig en braaf. Vaak is dat terecht, maar ik vind dat we soms ook wel wat kritischer mogen zijn.”


Wat kan een meer Open Overheid en meer beschikbare Open Data opleveren?
Veel! Nieuwe toepassingen, betere publieke dienstverlening, meer bedrijvigheid, betere kwaliteit van data. Maar ook voor de overheid zelf kan meer informatie open beschikbaar stellen veel opleveren. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat ambtenaren 15 tot 20% van hun tijd bezig zijn met het zoeken naar informatie. Binnen de eigen organisatie is dat vaak al lastig, maar over organisaties heen helemaal. Het open en vindbaar beschikbaar stellen van die informatie kan enorm veel tijdswinst opleveren. Maar kijk bijvoorbeeld ook naar Wob-verzoeken en wat het nu kost om die af te handelen. Het actief openbaar beschikbaar stellen van informatie kan daar enorm veel tijd en kosten besparen. Een ander voorbeeld is de data die wij over subsidies beschikbaar hebben gesteld. Hierdoor werd voor overheden onderling ineens zichtbaar dat ze soms subsidie aan dezelfde ontvangers verstrekken, terwijl ze dat eerder niet van elkaar wisten. Het zorgt dus ook voor inzicht.

Waarom vind jij openbaarheid eigenlijk zo belangrijk?
Ik heb heel lang in het Midden-Oosten gewerkt en ook bij een Nationale Ombudsman in het Midden-Oosten. Daar merkte ik dat veel mensen het gevoel hadden dat ze een beetje bedonderd werden door de overheid. Veel mensen hadden behoefte aan informatie van hun overheid, ook om die overheid te verbeteren en het gevoel te hebben dat de overheid er voor de mensen is. Ik heb daar heel veel landen gezien waar sprake is van dictatuur, waar gesloten regimes zijn. Toen kwam ik terug in Nederland. Hier vertrouwen we de overheid van nature vaak wel. In andere landen, zoals Amerika, is dat totaal anders. Het is dan ook niet raar dat juist in Amerika die transparantie zo van belang is. Daar is een natuurlijk wantrouwen tegenover macht. In Nederland hebben we dat niet zo en zijn we vrij goedgelovig en braaf. Vaak is dat terecht, maar ik vind dat we soms ook wel wat kritischer mogen zijn.

Kun je een voorbeeld geven van hoe zo’n kritischere houding kan uitpakken?
Ik merk dat bijvoorbeeld bij een project dat we doen rond Open Onderwijs Data. Door de beschikbaarheid van data en de websites en apps die daar op gebaseerd zijn kan de kwaliteit van scholen onderling gemakkelijker vergeleken worden. Dat wordt gebruikt door ouders en hun kinderen om hun schoolkeuze op te baseren. Maar het wordt ook gebruikt door ouders om het gesprek met de schoolleiding aan te gaan. Ouders kunnen zichzelf beter informeren, waardoor die gesprekken gelijkwaardiger kunnen verlopen. Doordat er meer informatie beschikbaar is, komen de ouders dus ineens op gelijkere voet te staan met de schoolleiding. De cultuur van ‘wij weten wel wat goed voor u is’ is totaal aan het veranderen.

“Op het gebied van financiële transparantie mag Nederland best de grote broek aantrekken.”


Welke ontwikkelingen heb jij de afgelopen jaren gezien op het gebied van Open Data?
Een paar jaar geleden moest ik in gesprekken nog uitleggen wat Open Data eigenlijk is en wat je er mee kan doen. Dat is nu minder, meer mensen weten er van. En langzaam maar zeker komt het besef dat de vindbaarheid en toegankelijkheid van data ontzettend belangrijk is. Zo hoeft echt niet elke gemeente een Open Data portaal te hebben, als de informatie maar vindbaar is, bijvoorbeeld via data.overheid.nl. Wat de volgende stap is, waar ik voor zou willen pleiten, is dat de overheid vooral data beschikbaar stelt en deze niet voor zichzelf houdt in allerlei apps die gemaakt worden. Die apps kunnen natuurlijk wel, maar stel dan óók de achterliggende data beschikbaar.

Wat vind jij goede voorbeelden als het om Open Data gaat?
We lopen in Nederland voorop als het gaat om het ontsluiten van erfgoedinformatie. De Open Cultuur Data API is de grootste herbruikbare CC0 database ter wereld. Ook op het gebied van Openspending, met name op lokaal niveau, lopen we voorop. Het CBS ontsluit nu duurzaam alle IV3 data van gemeenten, provincies en Waterschappen. Het ontsluiten van begrotingen en uitgaven, ook op lokaal niveau per kwartaal, daarin zijn we in de wereld uniek in Nederland. Dat is ook wel iets waar het ministerie van Binnenlandse Zaken zichzelf als opdrachtgever voor op de borst mag kloppen. Het was geen gemakkelijk proces, maar door de informatie te vragen bij overheden en samenwerking met het CBS is het gelukt. In Groningen en bij andere overheden zijn we nu ook op gedetailleerder niveau financiële informatie openbaar aan het maken. Op het gebied van financiële transparantie mag Nederland dus best de grote broek aantrekken.

Waar zie jij nog meer kansrijke ontwikkelingen?
We hebben vanuit Open State onderzoek gedaan waaruit blijkt dat raadsinformatie heel lastig terug te vinden is. Daarnaast zien we een terugtrekkende beweging van lokale media en krijgen raadsleden vaak weinig ondersteuning. Terwijl we zien dat de lokale overheid door de decentralisaties meer geld krijgt om over te beslissen en dus meer macht. Er is daardoor juist meer informatie nodig. Raadslid zijn is vaak iets dat mensen er bij doen, grotendeels in hun eigen tijd. Terwijl er best iets op het spel staat. Dan is informatie die op een handige manier als Open Data ontsloten is veel prettiger dan dikke pakken papier. Zo kunnen raadsleden beter en gemakkelijker hun controlerende taak vervullen. Dat is wat we willen realiseren met Open Raadsinformatie. Voor raadsleden, maar ook voor inwoners. Zodat inwoners kunnen volgen wat er gebeurt en zich kunnen informeren voor ze hun stem uitbrengen.

“Het gaat niet vanzelf. Je begint vaak met een aantal koplopers, mensen die overtuigd zijn en graag willen.”


Wat staat er nog op jouw wensenlijstje?
Ik zou graag zien dat het Handelsregister opengesteld wordt. Dat is nu onderdeel van de Kamer van Koophandel (KvK) en voor het raadplegen ervan moet je betalen, terwijl het register eigenlijk openbaar beschikbaar zou moeten zijn. Vaak wordt gezegd: we weten niet wat dat oplevert. Terwijl je kunt aanvoelen dat het openstellen van het handelsregister veel oplevert. In commerciële zin maar ook om een gelijk speelveld te creëren waarin iedereen zich kan informeren en nieuwe toepassingen kan maken. In België, Engeland en andere landen blijkt dat het goed is voor de economie, voor de zichtbaarheid van bedrijven en handel, dat het goed is voor fraudebestrijding. De angst is natuurlijk dat de KvK geen financiering en geen bestaansrecht meer heeft als het handelsregister daar weg gaat. Ik vind dat we niet bang moeten zijn voor die mogelijke consequentie: als de KvK geen bestaansrecht meer heeft, waarom zouden we het dan overeind houden?

Wat kan een positieve bijdrage leveren aan de weg naar meer openheid?
Het gaat niet vanzelf. Je begint vaak met een aantal koplopers, mensen die overtuigd zijn en graag willen. Daarmee ga je pionieren en kijken of je kunt opschalen. Vervolgens verspreidt het zich min of meer van zelf. Tot aan de achterlopers gevraagd wordt: “Goh, waarom doen jullie eigenlijk nog niet mee?”. Bij Openspending hebben we daarin echt een tipping point gezien. Van gemeente Groningen die direct mee wilde doen, tot gemeenten die eerst huiverig waren, naar gemeenten die zelf begonnen te vragen: “Waarom staan wij nog niet op dat kaartje?”. Die ontwikkeling wil je hebben. Daarnaast kan wetgeving een stimulerende werking hebben. Het zegt niet alles, maar het helpt wel. Dat zien we bijvoorbeeld bij de Wet hergebruik van overheidsinformatie. Meer culturele instellingen besluiten daardoor actief informatie beschikbaar te stellen.

Wat is jouw advies aan overheidsorganisaties die met Open Data aan de slag willen?
Het hoeft niet in één keer goed. Je kunt een eerste stap zetten en vervolgens incrementeel aanpassen, ook op basis van reacties die je krijgt. Dat is ook hoe wij werken op projecten. Eigenlijk een soort startup mentaliteit. Lanceer iets en maak gebruik van de feedback die je krijgt, die is enorm waardevol. Want uiteindelijk doe je het als overheid vooral voor gebruikers. Die gebruikers kunnen ook andere overheden zijn. Dus een ander advies is: eat your own dogfood. Gebruik ook zelf Open Data en data.overheid.nl. Bekijk wat werkt en wat beter kan en ontwikkel op basis daarvan door.


Foto: CC BY-SA Sebastiaan ter Burg

 

“Ik wil een gemeente die deelt en betrekt” Patrick van Lunteren, Wethouder Breda

“Ik wil een gemeente die deelt en betrekt”

Wethouder Patrick van Lunteren vertelt over Breda Begroot, een experiment waarbij inwoners invloed kunnen uitoefenen op waar het geld van de gemeente naar toe gaat. Breda Begroot is een burgerbegroting, een vorm van financiële transparantie die sterk in de belangstelling staat. Daarom stelden we deze Bredase wethouder vooral veel vragen over dit bijzondere experiment.

Wat doe je zelf aan aan Open Overheid?
Ik vraag mezelf steeds af hoe Breda online en offline zo veel mogelijk met inwoners kan delen en hoe Breda zo veel mogelijk mensen kan betrekken bij beleidsvorming en uitvoering van het bestuur. Ik wil een gemeente die deelt en betrekt. Dat is voor mij de kern van Open Overheid.

“Betrekken betekent voor voor mij ook samen doen.”


Hoe past Breda Begroot daarbij?
Via Breda Begroot en Het Geld van Breda delen we de begroting en betrekken we inwoners bij begrotingskeuzen. Daarbij vind ik het belangrijk dat de begroting van Breda voor iedereen begrijpelijk is. Dat betekent duidelijke taal en zo veel mogelijk zichtbaar maken, bijvoorbeeld met een infographic. Met een begroting in Jip en Janneke taal willen we meer inwoners dan anders bereiken.

 

Breda Begroot is trouwens veel meer dan bewoners betrekken bij de begrotingskeuzen. Sterker: wij laten inwoners zelf kiezen waar Breda een deel van het geld aan besteedt. Dit jaar doen we dat in de wijk Princenhage en Prinsenbeek. En volgend jaar doen we dat voor geheel Breda. ‘We’ zijn in dit geval de gemeente en de Bredase gemeenschap samen. Ik zie het als een gezamenlijk avontuur, een gezamenlijke reis. Inwoners maken daarin keuzes die net zo belangrijk zijn als de gemeentelijke keuzes. En ‘betrekken’ betekent voor voor mij ook ‘samen doen’, bijvoorbeeld in de vorm van wijkdeals met inwoners waarbij we bijvoorbeeld afspreken dat er een extra speeltuin komt in ruil voor een stukje groenonderhoud door de bewoners zelf.

“Als we door Breda Begroot de taal horen waarin mensen elkaar dingen uitleggen dan kunnen we daar als gemeentebestuur alleen maar van leren.”


Waarom vind je Breda Begroot belangrijk?
De mensen zijn mondiger geworden, kritischer geworden. De houding naar de overheid is veel sceptischer dan voorheen. We worden als bestuurders regelmatig van willekeur beticht. De negatieve houding groeit. En met de mondige burger die toch overal wel zijn of haar informatie weet te vinden kun je daar maar beter met Breda Begroot op inspelen. Door als gemeente open te zijn over wat we doen en wat het kost en hen vervolgens te betrekken zet je mensen centraal. Dat zit in mijn aard en in de aard van mijn partij, de Socialistische Partij (SP). En los daarvan: de gemeente is er toch sowieso voor de mensen in de stad? Voor hen doen we het toch? Zo bezien heeft de Bredase gemeente er recht op om mee te denken en te doen met de gemeente Breda. Als er op deze manier een breder begrip, draagvlak of zelf legitimatie van beleid ontstaat dan ben ik dik tevreden. En als we door Breda Begroot de taal horen waarin mensen elkaar dingen uitleggen dan kunnen we daar als gemeentebestuur alleen maar van leren.

Waarom koos Breda voor pilots in de wijk Princenhage en het dorp Prinsenbeek?
Deze wijken waren meteen enthousiast en het zijn al heel goed georganiseerde wijken met veel actieve inwoners. Dan kunnen we daarop voortbouwen en van hen leren. Ik hoop dat iedere wijk een heel verschillende aanpak kiest, zodat we daar weer van kunnen leren.

“Met de mondige burger die toch overal wel zijn of haar informatie weet te vinden kun je daar maar beter met Breda Begroot op inspelen.”


Welk beeld heb je zelf van de wijze waarop inwoners straks invloed op de begroting kunnen uitoefenen?
Ik heb het beeld van een markt waar inwoners zelf een boodschappenmandje krijgen. De gemeente heeft daar al van alles ingestopt, maar dat kunnen inwoners dan voor een deel terugleggen en er andere boodschappen terug indoen. Ik zie voor me dat inwoners dat in groepjes doen en met elkaar in gesprek gaan. Ze wikken en wegen. Dus waarom wel die wipkip en niet die boom of andersom? Of waarom wel het buurthuis open terwijl we het geld ook aan armoedebestrijding kunnen besteden of andersom? En de inwoners beslissen uiteindelijk zelf. Dit proces met de mandjes wil ik dan zowel online als offline doen.

Op welk deel van de begroting kunnen inwoners straks zelf invloed uitoefenen?
Dat weet ik nog niet precies. Van de 600 miljoen euro is heel veel wettelijk verplicht, zoals uitkeringen, of het zit in juridische contracten. Daar kunnen we niet aankomen. Bij elkaar blijft er dan ongeveer 250 miljoen euro over dat inwoners anders kunnen besteden. Het is echter aan de wijken zelf waar ze over willen praten: van de stoeptegels tot aan de armoedebestrijding. Of vooral de buitenruimte, de speeltuinen, fietspaden of voetgangersoversteekplaatsen. Zo open wil ik het aanpakken.

Welke belofte doe je aan de inwoners over Breda Begroot?
Als we met elkaar het proces van wikken en wegen doorgaan en de wijk wil andere keuzes maken, dan gaat dit ook echt zo gebeuren in het jaar daarna. Afspraak is afspraak.

“Met een begroting in Jip en Janneke taal willen we meer inwoners dan anders bereiken.”


Welke tips heb je voor wethouders in andere steden en dorpen die net als Breda met een burgerbegroting aan de gang willen?

  1. Weet waarom je het doet! Samen denken, samen beslissen en/of samen doen?
  2. Betrek de gemeenteraad in een vroeg stadium. De raad heeft nog steeds het budgetrecht.
  3. Leer van andere steden met een burgerbegroting of andere vormen van Financiële transparantie, bijvoorbeeld Deventer, Oldebroek, Amsterdam, Amersfoort en Antwerpen.
  4. Pas op dat je het proces gezamenlijk houdt, dus als wethouder niet alles inhoudelijk volledig dichttimmeren.
  5. Zorg dat binnen de gemeente niemand zich bedreigt hoeft te voelen of in zijn positie aangetast.
  6. Zorg dat inwoners de juiste verwachting hebben van de burgerbegroting.
  7. Je kunt alleen voorop lopen als je gevolgd wordt. Dus waardeer de voorlopers in de ambtelijke organisatie en zorg dat zij de rest meekrijgen.
  8. Betrek naast de inwoners ook kennisinstellingen, ondernemers en andere groeperingen.
 
Hoe kijk je aan tegen openheid als wethouder?
Als wethouder probeer ik werkelijk zo veel en zo vaak mogelijk open te zijn. Maar daar zitten soms grenzen aan. Een zorgvuldig proces betekent volgens mij ook dat het college geen belangen van derden schaadt of de onderhandelingspositie van de gemeente ondergraaft.
.

“Als er begrip, draagvlak of zelfs legitimatie voor beleid ontstaat dan ben ik dik tevreden.”


Ik zie in hetgeldvanbreda.nl dat er jaarlijks bijna 20 miljoen euro voor Open Overheid op de begroting staat. Wat doet Breda aan Open Overheid?
Breda Begroot is wat mij betreft het paradepaardje van onze nieuwe bestuursstijl. We willen als college vol vertrouwen, positief, transparant, open en ‘met mensen’ in plaats van ‘over mensen’ zijn. De maatschappelijke ontwikkelingen zijn daarbij leidend. De dynamiek van vandaag vraagt om een toegankelijk bestuur dat verbindend en vernieuwend communiceert, ook over tegenvallers en fouten. Een bestuur en ambtelijke organisatie met een open houding, die sturen op resultaat en vertrouwen, dat besluitvorming transparant en begrijpelijk maakt. Deze bestuursstijl komt volledig terug in Breda Begroot. Daarnaast doen we ook veel aan Open Data en Open Verantwoording onder het motto ‘open, tenzij’. Ons nieuw gevormde college onderkent bijvoorbeeld de strategische meerwaarde van Open Data. In het bestuursakkoord 2015-2018 spreken we bijvoorbeeld van smart-city-data. Zo heeft de gemeente Breda naast de prijs voor de Slimste Binnenstad van Nederland 2015 recent ook de Eurocloud Award Nederland 2015 in de wacht gesleept. Beide prijzen zijn gewonnen met het project Robbie de Rat en Waterakkers. Voor dat project hebben 2500 schoolkinderen voor één keer een klein zendertje via een chippo door het toilet mogen spoelen. Deze zendertjes gaan op reis door het riool en geven de gemeente informatie over waar en hoe snel de waterstromen door de rioolbuizen stromen. Bijvoorbeeld in het geval van een lozing in het riool, het opsporen van verkeerde aansluitingen of het optimaliseren van onderhoud. De schoolkinderen konden deze zendertjes via de website van Robbie de Rat volgen.


Foto: Gemeente Breda

“Open Overheid staat voor mij vooral voor democratische legitimiteit” – Marens Engelhard

“Open Overheid staat voor mij vooral voor democratische legitimiteit”

Marens Engelhard is de algemene rijksarchivaris en algemeen directeur van het Nationaal Archief. Waarom vindt hij Open Overheid van belang? En hoe ziet hij de rol van archiefinstellingen en van archivarissen als het om openbaarheid gaat?

Op welke manier speelt Open Overheid een rol in jouw werk?
De doelstelling van een publieke archiefinstelling zoals het Nationaal Archief is ieders recht op overheidsinformatie te dienen. Archieven zijn in die zin een hoeksteen van de rechtstaat. In een democratie is een archief een open instelling. Hoe minder burgerrechten, des te geslotener de archieven. Daarom sluit het doel en filosofie van Open Overheid naadloos aan bij het doel van het Nationaal Archief. Het speelt dagelijks een rol in ons werk, omdat wij betrokken zijn bij de beslissingen om informatie al dan niet met beperkingen te beheren. Departementen of andere overheidsorganisaties die hun archief aan ons overdragen leggen vaak beperkingen aan de openbaarheid op voor een bepaalde periode of onder bepaalde voorwaarden. Wij bekijken dat heel kritisch en adviseren geregeld minder beperkingen op te leggen.

“Ik geloof in de effectiviteit van informatie delen en beschikbaar stellen.”

 

Waarom vind jij Open Overheid belangrijk?
Omdat het vertrouwen van ons allemaal in onze eigen overheid gevoed wordt door transparantie. Burgers die niet weten wat, waarom en hoe hun overheid bestuurt en beslist, verliezen vertrouwen in de overheid. Open Overheid staat dus voor mij vooral voor democratische legitimiteit. Daarnaast geloof ik in de effectiviteit van informatie delen en beschikbaar stellen. Een systeem met checks en balances voelt vaak lastig voor efficiënte uitvoering, maar komt uiteindelijk denk ik de kwaliteit van bestuur ten goede. Open Overheid voorziet in zo’n check.

Wat kan een meer Open Overheid wat jou betreft opleveren? Heb je daar voorbeelden van?
Ik vind dat je op het gebied van stedelijke vernieuwing hele mooie voorbeelden ziet van – ik vind het een vreselijk woord – burgerparticipatie die voortkomt uit het delen van informatie. Als een gemeente aangeeft wat voor de ontwikkeling van een bepaalde plek of buurt de mogelijkheden zijn, dan is er enorm potentieel om zelf initiatieven te nemen. Voor archieven is crowdsourcing een onuitputtelijke  bron van publieke energie en deskundigheid die gebruikt kan worden om oude documenten te bewerken of te verrijken. Zie bijvoorbeeld het platform ‘Vele Handen’.

Wat is de rol van de archivaris als het om Open Overheid gaat?
Wij moeten proberen zoveel mogelijk overheidsinformatie met zo min mogelijk beperkingen beschikbaar te stellen aan het publiek. In de Archiefwet zijn er drie gronden waarop de organisatie die zijn archief aan ons overdraagt beperkingen mag opleggen: bescherming persoonlijke levenssfeer, staatsveiligheid en onevenredige bevoor- of benadeling van bijvoorbeeld bedrijfsbelangen. Het is onze taak om er op toe te zien dat die beperkingen niet onterecht of voor een te lange periode worden opgelegd. De langste periode waarvoor die beperkingen nu nog gelden is 75 jaar. Ieder jaar ‘vieren’ wij op Openbaarheidsdag dat er nieuwe archieven vrij komen. Openbaarheidsdag is de eerste dinsdag van het jaar. In 2016 komen bijvoorbeeld de archiefbescheiden van het Kabinet van de Koningin 1940 – 1945 vrij. Die bevatten de oorlogsjaren van koningin Wilhelmina.

“Het is onze taak om er op toe te zien dat die beperkingen niet onterecht of voor een te lange periode worden opgelegd.”

 

Wat zie jij als de belangrijkste uitdagingen op dit vlak?
We zijn als samenleving steeds voorzichtiger met privacy en bijvoorbeeld concepten als het recht vergeten te worden. In een digitale wereld waarin alle informatie direct beschikbaar, reproduceerbaar en verspreidbaar is, is dat heel begrijpelijk. Iets wat eenmaal online staat krijg je er eigenlijk nooit meer af. Aan de andere kant smijten we onbekommerd met onze persoonlijke gegevens in allerlei apps en toepassingen waar we niet meer buiten kunnen. Dat is de privacy paradox. Als je de Wet Bescherming Persoonsgegevens en het recht vergeten te worden op alle archieven volledig zou toepassen valt er in de toekomst niet veel meer te onderzoeken. We zien ook bij overheidsinformatie dat beperkingen eerder toenemen dan afnemen. Dat komt ten dele doordat digitale archieven vaak nog niet op orde zijn en daardoor niet goed raadpleegbaar. Men neigt er dan maar toe om op het geheel openbaarheidsbeperkingen te leggen. Een andere belangrijke reden is de toename van opvattingen rond privacy en zaken als bijvoorbeeld beleidsintimiteit.

Waar raken het belang van goede archivering en het belang van Open Overheid elkaar?
Hoe beter organisaties de inhoud van hun archieven kennen hoe preciezer ze kunnen bepalen wat openbaar kan worden en wat terecht voor een bepaalde periode dicht moet blijven. Bij het creëren van digitale informatie in alle mogelijke vormen, van e-mails tot tweets, databases en websites, geldt des te meer dat je aan het begin moet vaststellen wat openbaar mag worden. Achteraf is dat praktisch nauwelijks mogelijk en het gevolg is dat grote bestanden ontoegankelijk worden. Daarmee verliezen we het zicht op veel informatie die eigenlijk publiek toegankelijk zou moeten zijn.

Tijdens de KVAN-dagen vroeg spreker Roger Vleugels zich hardop af: “Waar is de opstand van archivarissen bij misstanden met betrekking tot openbaarheid?”. Hoe kijk jij daar tegenaan? Zie jij archivarissen die wel in opstand komen?
Ik zie archivarissen dat steeds meer doen, maar zij moeten altijd strijden om de aandacht voor zaken die van directer belang zijn. Directe productie, dienstverlening of beleidsvorming krijgen altijd voorrang. Dat is logisch vanuit de papieren traditie. Archief kwam achteraan het proces en papier was geduldig en verging niet. Digitale informatie vergaat wel, het publiek is assertiever geworden en de economische waarde van informatie als elementaire grondstof wordt steeds meer gezien. Archivarissen dragen flink bij aan de bewustwording hiervan.

Welke oproep zou jij aan archivarissen willen doen als het om Open Overheid en openbaarheid gaat?
Durf luis in de pels te zijn. Archieven zijn altijd plekken van macht en tegenmacht geweest. Wij staan voor het recht van iedere burger op rechtsvinding en bewijs. Vervolgens moet je mee willen denken hoe meer openbaarheid te bereiken. Zelf in contact zijn met degenen die informatie produceren en IT systemen inrichten. Hun drijfveren en vraagstukken begrijpen. Niet de verantwoordelijkheid overnemen, maar wel voor in het proces adviseren en kennis brengen.

“Archieven zijn altijd plekken van macht en tegenmacht geweest.”

 

Wat zijn de ambities van het Nationaal Archief met betrekking tot Open Overheid en Open Data?
Wij gaan met archiefvormers de discussie aan of beperkingen wel terecht worden opgelegd. Alle informatie die wij digitaal beschikbaar hebben, op dit moment ruim één petabyte aan documenten, foto’s, kaarten, genealogische informatie, is in principe rechtenvrij beschikbaar voor hergebruik. De afgelopen periode hebben we ons vooral gericht op het openen van onze collectiedata. Die zijn nu  als open data beschikbaar voor hergebruik. De komende periode willen we die lijn doortrekken naar onze bedrijfsinformatie en ook daar waar mogelijk deze beschikbaar stellen als open data. Daarnaast willen ook het archiefveld inspireren en ondersteunen bij het beschikbaar stellen van hun open data.

Zijn er wat jou betreft grenzen aan openheid? Waar liggen die?
Eerder noemde ik drie beperkingsgronden: Wij willen niet dat ieders persoonlijke leven op straat ligt. We willen niet dat de overheid de belangen schendt van bedrijven met wie ze zaken doet. En we willen niet dat onze veiligheid bedreigd wordt doordat wij al onze strategische of militaire informatie prijs geven. Die drie beperkingsgronden gronden zijn weloverwogen en goed, maar het gaat om zorgvuldige toepassing ervan. Zoals bij alle burgerrechten in een democratische staat gaat het om goed evenwicht tussen checks en balances.

“Open Overheid staat voor mij vooral voor democratische legitimiteit.”

 

Dit jaar wordt een nieuw Actieplan Open Overheid opgesteld. Wat moet wat jou betreft beslist in dit Actieplan komen?
Open discussie met bestuurders en ambtenaren over de principes, cultuur en attitudes die een Open Overheid stimuleren of juist in de weg staan. Open Overheid is niet alleen kwestie van techniek of wetgeving. Het is ook en misschien juist een cultuuruiting. Die verander je alleen als je het onderwerp goed met elkaar overdenkt en consequenties probeert te benoemen. Cultuur is altijd in beweging en is tijd- en plaats afhankelijk. We moeten er dus niet bij voorbaat vanuit gaan dat we niets kunnen veranderen. Vergelijking met landen die een andere openbaarheidscultuur hebben of hebben gecreëerd (sommige post communistische landen bijvoorbeeld) kan daarbij heel inspirerend zijn. Het Nationaal Archief geeft al een aanzet tot zo’n discussie met de studiemiddag ‘Archieven en open data – en nu?’ op 29 oktober. We willen iets dergelijks ook gaan organiseren voor CIO’s en andere betrokkenen van de departementen.


Foto: Anne Reitsma

 

“Openbaarheid moet je aan het begin van elk traject regelen” – Bodien Abels

“Openbaarheid moet je aan het begin van elk traject regelen”

Bodien Abels is adviseur strategische openbaarheid bij het Nationaal Archief. Vanuit de kennisfunctie van het Nationaal Archief adviseert zij binnen en buiten het archief over de onderwerpen openbaarheid van overheidsinformatie, actieve openbaarheid en Open Data. Dat doet ze vanuit haar expertise, maar ook vanuit overtuiging: “Als ambtenaar werk je voor het publieke belang, je moet alles uit kunnen leggen.”

Op welke manier ben jij bezig met Open Overheid?
Op verschillende manieren. Ten eerste is er het onderwerp openbaarheid vanuit het Nationaal Archief zelf. Archieven hebben een niet te onderschatten rol in de openbaarheid van overheidsinformatie. De meeste mensen realiseren zich dat niet zo, omdat de informatie minimaal 20 jaar oud is als ze bij archiefinstellingen komt, maar het is een hele belangrijke rol. Daarnaast zetten we onze expertise in om andere organisaties te adviseren bij wat er nodig is om Open Overheid geregeld te krijgen, bijvoorbeeld aanpassingen in de informatiehuishouding.

Waarom vind je dit eigenlijk een belangrijk onderwerp?
Vanwege het publieke belang: burgers moeten kunnen zien en volgen wat we als overheid doen. Als ambtenaar werk je voor het publieke belang, je moet alles uit kunnen leggen. Maar vanuit de archiefdiensten geredeneerd is er ook een duidelijk belang: alles wat de overheid nu al openbaart, kan bij ons straks ook openbaar zijn. Daar hoeven we dan geen beperkte openbaarheid op toe te passen.

“Achter de overheidsmuren is informatie zo georganiseerd dat de processen van die overheid bediend worden, maar het proces is er helaas niet op gericht om de burger automatisch van informatie te voorzien.”


Wat valt jou het meest op als het om Open Overheid en archieven gaat?
Dat de huidige informatievoorziening van de overheid zich eigenlijk niet goed leent voor openbaarheid. Openbare en niet openbare informatie zit overal dwars door elkaar heen en dat maakt “openbaar maken” vaak een inspannende bezigheid. Daarbij gaat de Wob heel sterk uit van passieve openbaarheid: er moet eerst om informatie gevraagd worden. Ik denk dat dit historisch zo gegroeid is. De wetten die openbaarheid regelen komen uit het papieren tijdperk, terwijl we nu in een digitale informatiemaatschappij leven. Achter de overheidsmuren is informatie zo georganiseerd dat de processen van de overheid wel bediend worden, maar helaas is het proces er niet op gericht om de burger automatisch van veel informatie te voorzien. We zien dat er steeds meer om openbaarheid van overheidsinformatie gevraagd wordt. Dat betekent dat we op een andere manier over die informatievoorziening moeten nadenken.

Wat is het belangrijkste advies dat jij op dit punt geeft?
Dat je openbaarheid zoveel mogelijk aan het begin van elk traject of proces moet regelen. Als je het achteraf moet doen, is het tijdrovend, veel complexer en daardoor bijna onbetaalbaar. Dat wordt steeds erger door de enorme informatie-explosie die digitalisering met  zich meebrengt. Als je dat niet goed organiseert, dan bestaat het risico dat je de greep op je informatie kwijtraakt en dan dan de overheid zich ook niet meer verantwoorden. Het tweede advies is: kijk goed naar privacy; dat onderwerp kom je elke keer in de informatiehuishouding tegen. Houd daar bij elk nieuw procesontwerp rekening mee.

Wat zouden we nu al anders kunnen doen?
Er zijn heel veel maatregelen die je zou kunnen toepassen, maar dat hangt wel af van waar je in het proces gaat kijken. Ga je uit van het einde van het proces, dan beoordelen we of informatie naar buiten mag en of daar aanpassingen voor nodig zijn. Dat zouden we veel meer en actiever kunnen doen. Dat zou een goede stap zijn. Maar je kunt ook kijken of je dat systematisch in je processen kunt inregelen. Dat zien we nu bij Open Data steeds vaker gebeuren. Als je weet dat je bepaalde gegevens periodiek naar buiten wilt brengen, pas je het ontwerp van het systeem daarop aan. Dan hoef je niet steeds handmatig een bewerkingslag te doen. Je kunt daarnaast ook analysetechnieken toepassen op grote hoeveelheden tekst om te analyseren wat wel en niet naar buiten kan. Op deze manier kun je ook filteren en bijvoorbeeld namen automatisch uit bestanden verwijderen. Daar doen we veel onderzoek naar bij het Nationaal Archief. Maar mijn advies is vooral om helemaal vanaf het begin je informatievoorziening zo in te richten, dat je al direct onderscheid maakt tussen wat wel en niet openbaar kan zijn.

“Privacy kom je elke keer tegen. Dus houd daar in elk nieuw ontwerp rekening mee.”


Welke gevolgen heeft dat voor de manier van werken?
Dat je heel erg goed na moet denken over hoe je, als overheid, je processen en systemen inricht. Er spelen vaak verschillende belangen tegelijk: je wilt zowel privacy beschermen, als voorzien in openbaarheid van overheidsinformatie. Dan moet je van te voren dus heel goed bedenken wat wel en niet naar buiten kan, en dat in de metadata meegeven. Door dat vanaf het begin te doen en dus open by design te werken, kun je dat slim inrichten. Het betekent dat je steeds meer aan de voorkant van het proces moet regelen.

Waar moeten overheden nog meer over nadenken?
De principiële discussie over wat wel en niet openbaar beschikbaar moet zijn, die wordt momenteel volop gevoerd. Dat vind ik goed. Tegelijkertijd is het lastig iets te regelen als de discussie nog aan de gang is. Dat vormt een barrière. Maar als je als overheidsorganisatie je informatiehuishouding goed op orde hebt, als je weet wat je in huis hebt en wat de status daarvan is, dan is het veel gemakkelijker om informatie naar buiten te brengen.

Nu hoor je ook vaak dat het geen technisch probleem zou zijn, dat het meer om de cultuur bij de overheid gaat. Wat is jouw visie daarop?
Het is beide. Huiverigheid rond openbaarheid is een cultuurding, want je moet soms ook laten zien wat niet goed gaat. Het kan in besluitvorming ook lastig zijn als zaken al naar buiten gaan voordat de besluitvorming is afgerond. Tegelijkertijd spreek ik veel ambtenaren die aangeven dat veel informatie gewoon openbaar zou kunnen zijn, maar dat zij geen technische mogelijkheden hebben of geen werkproces om dat te regelen. Het is een combinatie tussen techniek en gedrag.

“Als je informatiehuishouding goed op orde is, als je weet wat je in huis hebt en wat de status daarvan is, dan is het veel gemakkelijker om die informatie naar buiten te brengen.”


Wat zou jouw advies zijn voor die ambtenaren die willen?

Je kan twee dingen doen: sluit je aan bij bestaande initiatieven binnen je organisatie, praat daarover. En ga met je afdeling documentaire informatievoorziening (DIV) praten. Begin het gesprek naar aanleiding van kansen die je ziet en geef daarbij concrete voorbeelden. In praktijk blijkt het goed om te werken met kleine pilots.

Hoe verhouden de archiefwet en de Wob zich tot elkaar?
De Wob is heel erg bepalend voor de manier waarop overheidsorganisaties met informatie omgaan voordat ze het overdragen naar het archief. En in een aantal opzichten staan de Wob en de archiefwet haaks op elkaar. Bij de Wob wordt de opgevraagde informatie gegeven, waarbij je niet weet wat er allemaal nog meer aan informatie is. De archiefwet gaat er juist vanuit dat je moet weten welke informatie er is. Niet al die informatie is beschikbaar, bijvoorbeeld vanwege privacy redenen, maar ook dat kun je dan zien. Daar zijn we open over. En een ander verschil is dat er onder de Wob veel meer uitzonderingsgronden zijn dan bij de archiefwet. Bovendien gaat de Wob over bestuursinformatie, terwijl archieven breder zijn en bijvoorbeeld ook over informatie van rechtbanken gaat.

“Het is ook voor organisaties zelf voordeliger als ze openbaarheid eerder in het proces te regelen.”


Wat kunnen overheidsorganisaties leren van archieven op dit punt?

In zeker opzicht zou je kunnen zeggen dat digitalisering vraagt dat er meer gewerkt wordt zoals wij dat als archieven doen: vooraf aangeven wat openbaar is en wat niet. Door ons kun je dus ook zien dat dit realistisch is. Het vraagt om een verandering in de manier van werken, maar het is haalbaar. Nu zijn organisaties die onder de Wob werken een black box. In Scandinavische landen is er een informatieregister, dat werkt daar goed. Iedereen kan zien wat er is en wat daarvan openbaar is. Een soort Wob-shop. Dat zijn we in Nederland niet gewend. In Scandinavië denken burgers ook heel anders over privacy. Met zulke verschillen moeten we natuurlijk rekening houden.

Wat levert het op als overheden eerder rekening houden met openbaarheid?
Ten eerste meer openbaarheid van overheidsinformatie, waar de samenleving van profiteert. Maar het is ook voor organisaties zelf voordeliger als ze openbaarheid eerder in het proces regelen. Dat lijkt niet zo, omdat niets doen niets lijkt te kosten, maar dat is niet zo. Kijk bijvoorbeeld maar naar de kosten van het afhandelen van Wob-verzoeken momenteel. Het is dus een investering. Er wordt te vaak incidenteel gehandeld, terwijl we er structureel naar moeten kijken. Natuurlijk moet je dat gefaseerd doen, bijvoorbeeld door te beginnen met waar je als organisatie het meest op bevraagd wordt. Organisaties doen zichzelf te kort en maken het zichzelf moeilijk als ze dit achteraf en handmatig blijven doen. Maar het is niet makkelijk. Als je aan de slag gaat merk je hoe ingewikkeld het is. Al die openbaarheidsproblematiek die we bij het archief na 20 jaar hadden, die wordt door actieve openbaarheid nu het primaire proces ingetrokken. En dat is eigenlijk een goede ontwikkeling, want denk daar maar eens over na.

“Burgers hebben recht op regie” – Arre Zuurmond

“Burgers hebben recht op regie en als je niet transparant bent, dan kunnen ze die regie niet pakken”

Arre Zuurmond is de Gemeentelijke Ombudsman van Amsterdam en omliggende gemeenten. Hij is bestuurskundige, promoveerde cum laude aan de Erasmus Universiteit en was 4 jaar bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Leiden. Ook is hij een van de oprichters van de Kafkabrigade, een organisatie die onnodige bureaucratie bestrijdt.

Waarom vind jij Open Overheid een belangrijk onderwerp?
Er zijn verschillende redenen waarom ik Open Overheid, of mijn interpretatie daarvan, een belangrijk onderwerp vind.

Laten we daar dan mee beginnen, wat is jouw interpretatie van Open Overheid?
Dat is een overheid die extreem transparant is in al haar handelen. Je hebt beleidsprocessen vanuit het politieke bestuurlijke proces en uitvoeringsprocessen. Voor beide heb je een ander soort transparantie nodig. Ik ben zelf meer bezig met uitvoeringsprocessen.

Waarom vind jij openheid in die uitvoeringsprocessen belangrijk?
Ik denk dat een Open Overheid die transparant is in haar proces en transparant is in de gegevens die zij heeft, burgers veel meer de mogelijkheid geeft om zelf regie te hebben in het contact met die overheid. Dat is een politiek argument. Burgers hebben recht op regie en als je niet transparant bent dan kunnen ze die regie niet pakken. Dat is meer het principiële punt. Burgers moeten de regie hebben, moeten zich kunnen verdedigen en daarom moet je als overheid ook toegankelijk en transparant zijn.

“Ik denk dat je het zo zou kunnen zien dat je openheid kunt gebruiken als een hefboom, een breekijzer om een stuk van die nodeloze bureaucratie te doorbreken.”

 

Welke redenen zie jij nog meer?
Er is ook een efficiency reden. Om een voorbeeld te geven: de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) heeft het kentekenregister open gezet en beschikbaar gesteld als Open Data. Je kunt dus van elk kenteken informatie opzoeken, inclusief of je wel of niet verzekerd bent en of je wel of niet op tijd bent met je APK-keuring. Dat laatste vinden heel veel mensen blijkbaar lastig. Want wat bleek: er is een efficiëntie-effect. De RDW ontdekte tot haar grote schrik dat de informatie heel veel geraadpleegd werd, dat hadden ze niet verwacht. En men ontdekte ook dat er tienduizenden telefoontjes minder binnenkwamen, omdat mensen konden inzien wanneer hun volgende APK-keuring zou zijn. Zo simpel is het. Daar moesten ze vroeger voor opbellen. Dan kwamen ze in een telefooncentrale in een nare wachtrij en nu kunnen ze op een eigen moment 24 uur per dag kijken of ze een APK-keuring moeten hebben of niet. Dat is goed vanuit die regie als je dat transparant maakt, maar dat is ook goed vanuit efficiency. Dan krijg je gewoon minder telefoontjes.

Wij maken bij Open Overheid onderscheid tussen Open Data, Open Contact, Open Verantwoording en Open Aanpak. Herken je deze aanvliegroutes?
Ja, om met Open Contact te beginnen, daar heb ik veel mee te maken. Ik probeer altijd op een zo open mogelijke manier te werken. Als ombudsman stel ik het idee van Prettig contact met de overheid erg op prijs. Ik wil alleen nog verder gaan dan wat zij doen, want ik probeer het om te draaien. Het is niet het moment dat die burger contact zoekt dat je als overheid moet reageren met bellen in plaats van met een juridisch formele brief. Je kunt ook in een aantal gevallen eigenlijk al voorzien dat een groep burgers moet gaan bellen, waardoor je beter zelf contact op kan nemen.

Kun je daar een voorbeeld van geven?
Het is begonnen naar aanleiding van een brief van een invalide man die een mantelzorger had. De mantelzorger was even uit beeld, en de invalide man kon zijn formulieren niet goed invullen. Hierdoor vulde hij het herkeuringsformulier voor zijn invalidenparkeerplaats niet goed in. Zijn benen waren er overigens af, dus ik vraag me af waarom die man überhaupt opnieuw gekeurd moet worden. Er zijn mij geen gevallen bekend dat die er spontaan weer aangroeien. Maar dat even terzijde. Dan wordt er een herkeuringsformulier opgestuurd en daar reageert hij niet op, omdat hij dat niet goed zelf kan en zijn mantelzorger dus even niet beschikbaar is. Vervolgens verloopt de vergunning en krijgt hij 23 keer achter elkaar een boete. En alle 23 keer gaat er niet een belletje af bij de afdeling die de boete verstuurt. Erger nog, bij de 12e of 13e boete begint de schuld zo hoog op te lopen dat ze zijn invalidenauto in beslag nemen. Nou dan zakt mijn broek niet af, dan ben ik hem gewoon kwijt. Want dit was helemaal niet de bedoeling en helemaal niet nodig.

“Het is vooral de overheid die het onmogelijk maakt dat de samenleving zichzelf organiseert.”


Hoe kan dit beter door uit te gaan van Open Contact?

Als je meer radicaal gelooft in Open Overheid moet je snappen dat op het moment dat jij incasso’s stuurt en sommige mensen daar niet op reageren, dat je dan niet moet reageren met het opsturen van een verhoging, maar dat je dan moet reageren door even te bellen. Dan neem jij als overheid het initiatief. Een ander voorbeeld van Open Contact is dat ik op een gegeven moment een caravan heb neergezet waar mensen langs konden komen voor een gesprek. Ik vind mijn kantoor en de buurt waarin het staat daar veel te deftig voor, dat past helemaal niet bij de doelgroep waar we het over hebben. Dus dan gaan we gewoon naar ze toe en zet ik koffie voor ze in de caravan. Dat is veel outreachender.

Op welke manier speelt Open Overheid nog meer een rol in jouw werk?
Als Ombudsman komen bij mijn organisatie jaarlijks 2.500 klachten binnen. Voorheen publiceerden we alleen op onze website de rapporten naar aanleiding van de klacht. Op 2.500 klachten schreven we 100 rapporten en alleen die maakten we openbaar. Ik ga nu verder en ik publiceer eigenlijk alle oordelen en uitkomsten, inclusief de doorverwijzingen of de afwijzingen. Dus als ik van iemand een klacht krijg en ik zeg: ik ga hem niet helpen, want ik vind het geen probleem van het openbaar bestuur, of ik vind het probleem te klein in relatie tot het grotere geheel, dan publiceer ik dat. Het is eigenlijk kwalitatieve data. Dagelijks komen er uitspraken bij op de website.

Wat voor effect heeft dat?
De veronderstelling die ik heb is dat burgers dan preciezer kunnen nakijken of ik mijn werk eigenlijk wel goed doe. Of ik als ombudsman voldoende publieke waarde creëer. Het is een vorm van Open Verantwoording. Maar inwoners kunnen wanneer ze een probleem met de parkeerafdeling van de gemeente hebben ook kijken of dat vaker voorgekomen is, en wat de ombudsman in vergelijkbare gevallen gedaan heeft. Zo kunnen ze zich beter informeren en dan kunnen ze zelf bepalen of het zin heeft om hun klacht voor te leggen of niet.

Hoe kijk jij aan tegen Open Aanpak?
Open Aanpak, dat gaat voor mij over co-creatie en op een open manier samenwerken. Daar werk ik ook mee. Ik ben met verschillende experimenten bezig, waarin ik veel meer van de filosofie van zelforganisatie uitga. Het leukste project heet ‘Onder de pannen’. Daarbij proberen we daklozen onder te brengen bij vrouwen van boven de 40 met een bijstandsuitkering waarvan de kinderen het huis uit zijn. Dan gaat het uiteraard niet om daklozen met ernstige problematiek, maar om een groeiende groep mensen die door faillissementen en schulden dakloos geworden zijn. Die zouden prima een kamer kunnen krijgen bij zo’n moeder. De grootste obstakels hierbij zijn wettelijke regelingen die dit tegenhouden. Zo zijn er bijstandsmoeders die best mee willen doen aan het project, maar ze zijn bang dat hun uitkering gekort wordt als er iemand in huis komt wonen. Het is vooral de overheid die het onmogelijk maakt dat de samenleving zichzelf organiseert.

“Burgers moeten de regie hebben, moeten zich kunnen verdedigen en daarom moet je als overheid ook toegankelijk en transparant zijn.”

 

Dus in termen van Open Overheid is de gemiddelde burger volstrekt niet meer duidelijk wat die overheid allemaal zou kunnen gaan doen. En omdat het niet duidelijk is willen ze het liefst zo min mogelijk veranderen ten opzichte van de status quo. Dat gevoel, die angst, hebben heel veel mensen ten opzichte van de overheid. Dat betekent dat die overheid lang niet open genoeg is.

Je bent ook één van de oprichters van de Kafkabrigade. Wat is eigenlijk vaker een vijand van goede dienstverlening en goed openbaar bestuur: nodeloze bureaucratie of geslotenheid?
Die twee dingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bureaucratie ontleent zijn bestaansrecht aan geslotenheid. Ik denk dat je het zo zou kunnen zien dat je openheid kunt gebruiken als een hefboom, een breekijzer om een stuk van die nodeloze bureaucratie te doorbreken.

Wat zijn jouw tips voor mensen die ook graag op deze manier willen werken, maar obstakels zien?
Mijn stelling is dat de grootste beperkingen tussen je oren zitten en nergens anders. Jij bent diegene die jezelf een beperking oplegt. Je gaat dus niet vragen aan een ander: geef mij vrijheid. Dat is eigenlijk een onlogische vraag. Die vrijheid pak je. En dat ligt aan jou als je die niet hebt, en niet aan een ander. En zo moet je er naar kijken, denk ik dan maar. Een andere tip is: besef heel goed dat het middenmanagement het vaak vervelend vindt, maar dat het topmanagement er ontzettend blij mee is als je dit soort dingen doet. Er zijn altijd sponsoren hoog in de organisatie die het je gunnen, als jij dat vanuit een authentieke en goede motivering doet. En die moet je zoeken. In de top van de organisatie zijn er altijd directeuren of gemeentesecretarissen die juist blij zijn met een paar mensen die eindelijk eens denken buiten de vierkante millimeter waar iedereen op vastzit. Als je dat goed doet en integer, dat wel, dan legt dat je over het algemeen geen windeieren. Er is één kanttekening: af en toe krijg je een klap.

Van wie dan?
Van het middenmanagement of van een jaloerse collega. Je maakt ook wel eens een fout, want je gaat buiten het lijntje. Je struikelt wel eens, of je valt eens in een putje, of je krijgt zweepslagen. Ik heb een keer voor een burgemeester gewerkt en die zei: “Zoek de randen van de wet op”. Waarop ik zei:  “Om te weten wat het randje is, moet ik er ook af en toe overheen gaan”. Dat is toch logisch. Toen zei hij: “Dan krijgt u een pak slaag”. Toen zei ik: “Een grote vent kan het hebben”. Dus accepteer dan ook dat je af en toe een pak slaag krijgt, dat hoort erbij. No guts, no glory.

“Mijn ervaring is dat wanneer je wel de tijd neemt, dat je dan uiteindelijk tijdswinst boekt, maar ook kwaliteitswinst.”

 

Wat vaak als reden wordt gebruikt om niet naar buiten te gaan, maar steeds maar die brieven te blijven sturen, is dat er geen tijd of capaciteit is om het anders te doen. Wat vind je van zulke argumenten?
Heel kort? Onzin. Het is een smoes. Op de oude manier werken kost namelijk meer tijd. Het enige punt is dat tijd en kosten, en de winst daarop, wel eens op andere afdelingen terecht kunnen komen. Maar het zit tussen je oren. Die afdelingen en die capaciteit zitten tussen de oren. Mijn ervaring is dat wanneer je wel de tijd neemt, dat je dan uiteindelijk tijdswinst boekt, maar ook kwaliteitswinst. Dat het even niet leuker wordt, dat je gaat ontdekken dat je sommige dingen systematisch fout doet. Maar als je dan die systematische fout oplost, dan krijg je veel minder brieven die je hoeft te beantwoorden. En als je de gesprekken daarover voert over de afdelingen heen en de hele organisatie gaat dat soort ‘productiefouten’ ontdekken, dan blijft er aan het eind van de dag tijd over.


Foto: Maarten Feenstra

“Right to Challenge begint met openheid vanuit de gemeente” – Ines Balkema

“Right to Challenge begint met openheid vanuit de gemeente”

Inspraak voor gevorderden, zo kenschetst projectleider Ines Balkema ‘haar’ onderwerp Right to Challenge. Rotterdammers die denken lokale voorzieningen en gemeentelijke taken efficiënter en beter te kunnen organiseren, mogen deze bij wijze van proef van de gemeente overnemen. Ines is adviseur Inspraak en Participatie bij de gemeente Rotterdam. In het verleden werkte ze als wijkcoördinator in Pendrecht en was ze bestuursadviseur in deelgemeente Charlois. Ines was raadslid in de centrumraad in Rotterdam en was tien jaar als brandweervrouw actief bij de vrijwillige brandweer. We vroegen naar haar visie op Open Overheid en haar passie voor onderwerpen zoals Right to Challenge.

Waarom vind je Right to Challenge het leukste wat je op dit moment kunt doen in gemeenteland?
We zitten als gemeenten aan het begin van een transitie, we moeten een andere rol gaan pakken. En al die onderwerpen waar die transitie om vraagt, die zitten in Right to Challenge. Het is écht een voorloopproject. Het begint ermee dat we als gemeente transparant worden, inzicht gaan bieden in waar we als gemeente ons geld aan uitgeven en wat we aan het doen zijn. In de kern gaat het om een verschuiving van geld, macht en middelen. En dan kom je onderwerpen tegen zoals gelijkwaardig partnerschap tussen bewoners en een gemeente die moet leren loslaten. Het experimenteren met andere gemeentelijke rollen is natuurlijk heel erg spannend en leuk.

Wat zijn concrete voorbeelden van taken die inwoners ‘challengen’?
Bijvoorbeeld de speeltuinvereniging die het beheer en meer jaren onderhoud van de buitenruimte en de speeltoestellen wil overnemen voor 8.000 euro minder dan de gemeente er per jaar aan uitgeeft. Interessant punt daarbij is of de gemeente het beheer en onderhoud van speeltoestellen durft los te laten in het kader van het attractiebesluit speeltuinen. Dat ligt gevoelig vanwege veiligheid en intern beleid.

“Ik geloof dat transparantie een stuk wantrouwen bij inwoners weghaalt.”

 

Ander onderwerp is de Schepenstraat. Deze straat is verzakt en wordt opgehoogd waardoor een groot aantal bomen het niet overleeft. De presentatie van de nieuwe inrichting van de straat door de gemeente veroorzaakte onrust. In de straat wonen een aantal landschapsontwerpers en architecten en nu challengen zij de gemeente met een plan om de participatie met bewoners en het maken van het inrichtingsplan over te nemen. Daarbij vind ik het spannend hoe het samenspel met inwoners gaat verlopen: nu staan bewoners zelf midden in het spanningsveld van de wensen van bewoners en de mogelijkheden om bomen te behouden.

Wat je noemt raakt sterk aan wat we Open Aanpak en Open Contact noemen. Is er ook een link met Open Data en Open Verantwoording?
Jazeker. Right to Challenge begint met openheid vanuit de gemeente. Rotterdammers kunnen onze gemeente pas uitdagen als ze weten welk budget er beschikbaar is en wat de gemeente voor dat budget terugverwacht. Dat kan met Open Data en met Open Verantwoording. Pas dan kunnen ze zeggen of ze die ene concrete taak efficiënter of beter kunnen doen. Helaas zijn we in Rotterdam op dit punt nog niet zo ver als de Indische buurt in Amsterdam. Als je echt een buurtbegroting hebt, zodat mensen op wijkniveau kunnen zien hoe de geldstromen lopen en hoeveel geld ergens aan wordt uitgegeven, dan daag je mensen veel meer uit om te challengen. Aan het transparant maken van de Rotterdamse begroting wordt gewerkt. Tot die tijd wordt voor mensen met een idee de informatie handmatig opgezocht voor zover deze nog niet voorhanden is. Maar gelukkig zijn er al wel onderwerpen zoals speeltuinen waar die openheid er al wel is.

Wat levert transparantie op?
Ik denk zeker dat transparantie veel gaat opleveren, maar ik weet niet zeker of het allemaal te meten is. Ik geloof dat transparantie een stuk wantrouwen bij inwoners weghaalt. Bijvoorbeeld doordat inwoners kunnen zien dat je als gemeente vaak heel scherp inkoopt. Neem bijvoorbeeld het onderhoud van de buitenruimte. Dat kost tussen de €1,20 en €3 per m2 per jaar. Natuurlijk is het de vraag of inwoners daar dan een inrichting voor terugkrijgen waar ze tevreden over zijn, maar daar kunnen we het over hebben. Als inwoners door Open Data of Open Verantwoording kunnen meepraten over wat de gemeente doet en wat het effect daarvan zou moeten zijn, dan kunnen ze beter meedenken en meedoen. Dan hoor je als gemeente dat inwoners soms liever wat anders willen of andere effecten waarnemen. Inwoners zien in hun wijk wat er nodig is! Je krijgt echte gesprekken, Open Contact met inwoners, waar iedereen uiteindelijk beter van wordt. Bijvoorbeeld de Pendrecht Universiteit waar bewoners colleges geven aan professionals, over veiligheid en wat er in de wijk speelt en noem maar op. En aan de Universiteit zat ook een theater vast waar inwoners van 8 tot 80 jaar en tig nationaliteiten samen op het podium stonden en waar situaties uit de wijk nagespeeld werden zoals het ongemak tussen autochtone ouderen en niet-westerse jongeren. Binnen die Universiteit en in het theater van Pendrecht ontstonden vriendschappen en het ongemak verdween doordat het op een luchtige manier bespreekbaar was geworden. Heel gunstig bijvoorbeeld voor het gevoel van veiligheid onder autochtone ouderen in Pendrecht.

“Je krijgt een open gesprek, Open Contact met inwoners, waar iedereen uiteindelijk beter van wordt.”

 

Wat drijft jou als persoon dat je dit met zoveel passie vertelt?
Ik geloof dat we écht beter kunnen. Ik geloof dat we een betere samenleving krijgen als we naar elkaar luisteren, elkaars expertise en kennis gebruiken, zaken samen oppakken en de verantwoordelijkheid samen delen. Ik geloof dat we op die manier een betere stad kunnen gaan bouwen. Vanuit democratisch oogpunt vind ik dat iedereen gehoord moet worden. Dat komt misschien wel doordat mijn vaders familie destijds geëmigreerd is vanuit Zuid-Afrika naar Nederland. Ik wil het wij-zij-denken weghalen tussen overheid en inwoners. En ik wil het samen in de samenleving versterken.

“Gemeenten hoeven niet meer bang te zijn voor Wob-verzoeken.”

 

Ik heb een heel sterk rechtvaardigheidsgevoel en ik vind dat iedereen even sterk gehoord moet worden. In Trouw stond een artikel dat verwees naar een onderzoek uit Denemarken. Daar is een groot vertrouwen in de politiek en het bestuur. Doordat Denemarken een laag inwonersaantal heeft hebben inwoners vaak direct en anders via een korte link contact met politici. De korte lijnen zorgen ervoor dat bewoners beter gehoord worden. Volgens mij is dat het grote Deense geheim, daardoor zijn zij gelukkiger dan Nederlanders.

“Volgens mij is Open Overheid een omslag die in de lucht hangt en die niet meer te stoppen is.”

 

Mijn droom is dat mensen die het goede voorhebben met anderen weer de sfeer gaan bepalen. Dat we elkaar gewoon weer rustig gaan aanspreken op wat we wel en niet prettig vinden in de wijk. Een samenleving waarin mensen elkaar aanspreken is een betere samenleving dan waar mensen wegkijken. Op dit punt ben ik heel erg geïnspireerd door een Nicis onderzoek waarin het verschil in wijkaanpak tussen Engeland en Nederland in beeld kwam. In Manchester werd goed gedrag beloond, mensen die de huur op tijd betaalden, hun tuin onderhielden en geen woonoverlast veroorzaakten kregen bonuspunten voor bij de bouwmarkt of een nieuwe voordeur. Hierdoor gingen anderen vragen waarom heeft mijn buurman wel een nieuwe voordeur en ik niet? De mensen die zich goed gedroegen, voelden zich gesteund in hun gedrag en gingen andere mensen aanspreken. Bij zo’n onderzoek denk ik dan: oh, we zouden toch vaker moeten experimenteren in Nederland! Er zijn nog zoveel onontdekte manieren om het nóg beter te doen.

Maakt openheid de overheid sterker of zwakker?
Sterker. Net als bij mensen onderling: kwetsbaarheid maakt uiteindelijk sterker. Gemeenten hoeven bijvoorbeeld niet meer bang te zijn voor Wob-verzoeken als ze open zijn, want alles wat volgens de Wob vrijgegeven mag worden, is dan al bekend. Door goed naar kritiek te luisteren en daar serieus werk van te maken, kun je als overheid het vertrouwen terugwinnen. En op basis van vertrouwen kun je als overheid beter samenwerken. Er is zoveel kennis bij bewoners! Als je als gemeente gaat delen dan roept dat op dat bewoners ook gaan delen. Dan krijg je als gemeente signalen in een eerder stadium en kun je samen beter de problematiek te lijf gaan, bijvoorbeeld doordat je preventief kunt werken.

Hoe ziet de ontwikkeling naar een Open Overheid eruit?
Ik zie dat de samenleving nu om een transitie van de gemeenten vraagt. Mensen accepteren de bureaucratie niet meer, de logge instituties, dat ‘van bovenaf’ dingen bedenken. Het systeem verandert van twee kanten: door initiatiefnemers die van alles anders gaan doen en van binnenuit, omdat er politici en ambtenaren zijn die zien dat Open Overheid nodig is. En die verandering wordt steeds duidelijker en groter. Die kanteling zijn we aan het maken. Bijvoorbeeld door zelfsturende teams en door jongeren, de zogenoemde ‘millennials’ die sociale media zien als ademhalen en op basis van gelijkwaardigheid willen samenwerken.

Opeens lijkt Open Overheid overal te zijn. Bij de Raad van Europa (handvest lokale autonomie) die het recht op participatie juridisch verankerd heeft. Bij het ministerie van Binnenlandse Zaken met een programma en een actieplan. Bij vele gemeenten. En wereldwijd bij het Open Government Partnership.

Volgens mij is Open Overheid een omslag die niet meer te stoppen is. De urgentie wordt door steeds meer ambtenaren, politici, bedrijven en bewoners goed gevoeld. We komen als overheid gewoonweg buitenspel te staan als we niet meegaan in de veranderingen naar een netwerksamenleving. En het mooie is dat we Open Overheid kunnen versnellen door zoals Rotterdam breed in te zetten op democratische vernieuwing en doordat we via internet veel makkelijker kennis en informatie kunnen delen.