Over informatiehuishouding en het delen van data ligt inmiddels zo’n stapel beleidsstukken, wetten en initiatieven dat de praktijk door de bomen het bos niet meer ziet. Daarmee raken ook de doelen die de overheid zelf aan haar informatiehuishouding stelt uit zicht. Een nieuwe wet of wetswijziging is pas verstandig als duidelijk is hoe de huidige wetten en het huidige beleid uitpakken. Eerst is er helderheid nodig, dan pas meer wetten.

Dat blijkt uit een onafhankelijke verkenning van ICTRecht in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Het onderzoek [link], dat parallel liep aan de voorbereidingen voor de Algemene informatiewet overheid (Aiw), toont aan dat zonder praktische vertaling het huidige juridische landschap als complex en gefragmenteerd wordt ervaren om de ambities voor verbetering te realiseren.

De onderzoekers hebben gekeken naar de wens van de Regeringscommissaris om te komen tot een Algemene informatiewet overheid (Aiw). De onderzoekers onderzochten daartoe het juridisch landschap, zowel op nationaal als Europees niveau met als doel om kritisch en onafhankelijk te onderzoeken waar de knelpunten zitten in de bestaande wet- en regelgeving rondom informatiehuishouding.

Concreet betekent dit:

  • dat de onderzoekers hebben onderzocht of de huidige regels (zoals Europese wetgeving,Woo, Archiefwet, AVG) voldoende aansluiten bij de doelen van de Regeringscommissaris.
  • de onderzoekers hebben gekeken naar het identificeren van problemen (bv. gefragmenteerde begrippen, onduidelijke zorgplichten) in hoe de overheid nu omgaat met informatie.
  • de opzet van de Regeringscommissaris is gebruikt als referentiekader (wat willen we bereiken?) met een beleidsonafhankelijk onderzoek: het toetst de praktijk, niet de wenselijkheid van de nieuwe wet.

Toetsingskader

Het onderzoek verliep in vier fasen (voorbereiding, analyse, uitwerking, oplevering) en gebruikte een toetsingskader met vijf pijlers: coherente sturing en governance, semantische en technische interoperabiliteit, integrale kwaliteit en zorgplicht, maatschappelijke functionaliteit, en oplossend en lerend vermogen. Het definitieve rapport [link] is nu beschikbaar en dient als hulpstuk voor de besluitvorming over de informatiehuishouding van de overheid.

Kernbevindingen

De doelen van de Regeringscommissaris – zoals vrij verkeer van informatie en het wegnemen van belemmeringen voor gegevensdeling – worden weliswaar breed gedragen in Europese en nationale wetgeving (zoals de Woo, Archiefwet en AVG), maar de uitvoering schiet tekort om deze doelen te bereiken. Kernbegrippen als document en gegevens verschillen per wet en zorgplichten en beveiligingseisen stapelen zich sectoraal op.  In de praktijk zit er ooklastigheid bij het oplossen hiervan, door het instrumentarium daarvoor. Dat is namelijk vooral reactief, in plaats van proactief. Bovendien is er geen één orgaan waar alle knelpunten t.a.v. datawisseling terecht komen. Door discrepanties in terminologie en onduidelijkheid in de uitvoering kunnen overheidsorganisaties in de praktijk niet altijd bepalen of ze gegevens mogen of moeten delen, of hoe ze informatie correct moeten gebruiken. Dit leidt tot handelingsverlegenheid en frustratie.

Aanbevelingen

Het rapport adviseert om te beginnen met meer inzicht: een sectorale analyse van toepasselijke regels en technische standaarden. Vervolgens zijn coherente sturingsmechanismen, uniforme begrippen en standaarden, en het gericht schrappen of verhelderen van onduidelijke regelgeving noodzakelijk. Een nieuwe wet lost de problemen niet op zolang de bestaande ‘erfenis’ aan regels ongewijzigd en onduidelijk blijft.

Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Programma Open Overheid. De resultaten worden overgedragen in het kader van de afronding van het Programma.